Magnum opa

Wat doe je als je lieve opa ook de omstreden CPN-voorman was die met Stalin bleef dwepen? Je maakt er een theaterstuk over.

Hij was decennia het gezicht van de CPN, de Communistische Partij van Nederland. Bewonderd om z'n retorische gaven en politieke behendigheid in het parlement, waarin hij, 33 jaar oud, in 1956 zijn entree maakte en van 1963 tot 1982 fractievoorzitter was. In de Tweede Kamer is een zaal naar hem vernoemd. Verguisd vanwege zijn rechtlijnigheid, zijn lang volgehouden aanhankelijkheid aan het Sovjetregime en zijn deelname aan afrekeningen binnen de partij.


Voor Michiel Bakker (32) was hij ook de man die bij logeerpartijen op de zolderkamer in de jarenvijftigrijtjeswoning te Zaandam voor het slapengaan op de rand van het bed kwam zitten. Dan vertelde hij zelfverzonnen verhaaltjes over het olifantje Koelewijn, die het ene avontuur na het andere meemaakte. Hij was de opa die vaak langs de lijn stond als Michiel voetbalde bij Zaanlandia; nee, het was niet iemand die aanwijzingen schreeuwde. De omstreden politicus was ook degene die zich meelevend met hem over de atlas boog, toen Michiel als 20-jarige naar Rome ging fietsen. Waar dacht hij de Alpen over te gaan?


Zie zo'n man maar eens neer te zetten. Zijn biograaf, oud-partijlid Leo Molenaar, is er nog volop mee in de weer, zijn kleinzoon komt er, vier jaar na zijn dood, mee op het podium: Marcus Bakker is een voorstelling van theatergroep Tijdelijke Samenscholing. De acteurs Michiel Bakker en Carole van Ditzhuyzen doen, bijgestaan door drie muzikanten, verslag van een zoektocht naar - invullen naar believen -- een rasparlementariër, een onverbeterlijke stalinist en een liefhebbende grootvader. Michiel Bakker - hij heeft de kuif van zijn opa: 'Verwacht geen reconstructie van zijn leven. Dit is geen biografie. Dit is hoe ik hem zag.'


Dinsdag en woensdag zijn de try-outs in Frascati in Amsterdam, donderdag is de première, later worden Rotterdam, Den Haag en Haarlem aangedaan.


Wat Michiels beeld van hem is? 'Een loyale, verbaal begaafde, principiële man.' En dan mag je voor loyaal en principieel wat hem betreft bij gelegenheid ook wel de kwalificaties rechtlijnig en stijfkoppig gebruiken - hij ziet ook wel de schaduwzijden van het karakter. Later voegt hij een vierde trek toe. 'Dit moet er zeker bij: een groot gevoel voor humor.'


Michiel is de zoon van Marcel, de middelste uit het gezin van Marcus Bakker en Els Ezerman met hun vijf kinderen. Marcel is grafisch vormgever, hij werkte aan het begin van zijn loopbaan nog korte tijd bij het communistische dagblad De Waarheid, waarvan Marcus eerder redacteur en hoofdredacteur was.


Toen Michiel werd geboren, was zijn opa zich aan het terugtrekken uit het actieve politieke leven. Hij putte voor het stuk dan ook niet alleen uit zijn herinneringen. Hij sprak met zijn vader, zijn ooms en tantes, met partijleden van toen, de biograaf. Hij is naar het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid in Hilversum geweest om hem te horen en zien praten - 'het viel me een beetje tegen wat er nog van hem is'. Hij raadpleegde documenten en brief-wisselingen bij het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis.


Het leverde een voorstelling op die volgens hem net zo goed over hem gaat als over zijn opa.


'Ik heb me afgevraagd waarom ik zo ontzettend verdrietig was toen hij overleed. Ik bedoel: hij was 86, hij leed aan parkinson, hij had een goed leven gehad. Ik wilde per se spreken op zijn begrafenis. Ik denk dat ik me met hem identificeerde. Met wie hij was, waar hij voor stond. Ik was ook trots. Als leraren op de middelbare school hoorden dat ik zijn kleinzoon was, zeiden ze steevast hetzelfde: is dat jouw opa? Nou, ik heb niks met het communisme, maar ik zette de tv altijd wat harder als hij aan het woord was in de Tweede Kamer.


'Hij is voor mij een ijkpunt. Hij was als jongeling een literatuurliefhebber. Hij las Slauerhoff en Marsman. Misschien had hij wel ambities voor een artistiek leven. Maar, zoals hij altijd zei: die rotoorlog kwam ertussen, die heeft alles bepaald. Hij koos voor het verzet, eerst door voedselbonnen te verduisteren, later was hij de leider van een communistische cel in Zaandam. Na de oorlog wijdde hij zijn leven aan de politiek. Met bijna onvoorwaardelijke trouw aan de partij en de idealen.


'En wat doe ik? Ik ben toneelspeler, ik volg het wereldnieuws, ik erger mij aan het politieke debat. Ik mis ideeën over de wereld. Ik mis inspiratie over waar het naartoe moet. Ideologie is besmeurd. Het communisme heeft Stalin, de Goelag en de Stasi opgeleverd. Daar kun je het niet meer over hebben. Mark Rutte noemde visie een olifant die het zicht belemmert - hoe cynisch kun je zijn. Opportunisme zet de toon. Ik proef het bij mijn generatie: het zal mijn tijd wel duren. Ik merk het ook bij de generatie die ooit op de barricaden stond. Ach, ze waren nog jong, wisten zij veel, toen. De vraag die ik me nu stel, is: wat doe jij eraan? Zou ik dan ook maar niet de politiek in moeten?


'Het stuk gaat ook over de onrust die ik voel. Ongenoegen over de tijd, met zo veel ongelijkheid, met zo veel machtelozen. Mijn opa heeft dat ook gehad, maar hij legde zich er niet bij neer. Mijn tante Marisca herinnerde er nog aan op zijn begrafenis. Hij was al ver in de 70 en had al behoorlijk last van parkinson, toen hij met haar voor het eerst naar Amerika ging - het land dat hem zo interesseerde maar waar hij lang nooit naar toe mocht. In New York kwamen ze een bedelaar tegen die voor hen knielde en geld vroeg. Mijn opa trok hem overeind. Never kneel! Een verheffer, ja, letterlijk. Je gaat niet op je knieën. Voor niemand.'


'Nadat hij overleden was, ben ik voor mijn toespraak op zijn begrafenis op internet informatie over hem gaan zoeken. Met enige schroom, ik had hier en daar wel vernomen dat hij controversieel was, dat hij zijn sympathieën voor Moskou kreeg aangewreven, dat hij werd gehekeld om zijn harde optreden in zijn eigen partij. Nee, thuis, en met hem, hadden we het er eigenlijk nooit over. Het ging wel veel over de politiek, maar dat betrof vooral de actualiteit. Ik weet nog dat Nelson Mandela vrijkwam, ik was 8. Ik rende de straat op, met een zelf getekend vlaggetje van het ANC. Op naar het Steve Bikoplein.


'Wat ik tegenkwam op internet was best heftig, natuurlijk raken vileine opmerkingen over hem je. Ik kende hem als een humoristische en lieve man. Ik zie hem nog moeizaam opstaan uit zijn zetel, dat kostte hem door zijn ziekte op het laatst wel vijf minuten. Dan keek hij me aan en zei: 'Zo zeun, zie je hoe ik overeind stuif?' Je liefde voor opa is onvoorwaardelijk en onredelijk. Van mijn opa blijf je af!


'Je zoekt naar verklaringen voor de keuzen die hij maakte en waarop hij ook zo is aangevallen. Ik kom vaak uit op uiterste loyaliteit. Vergeet ook niet dat de Russen direct na de oorlog hier ook als bevrijders werden gezien. In de Rivierenbuurt in Amsterdam had je de Stalinlaan. Hij geloofde Chroesjtsjov gewoon niet, toen deze de wandaden van Stalin onthulde en veroordeelde. Vrienden behoor je te verdedigen. Dat hij de Sovjet-inval in Hongarije steunde, had daar ook mee te maken. De communisten waren het doelwit tijdens de opstand, er waren ook gewelddadigheden tegen Joden.


'Hij weigerde ook aan te nemen dat de Sovjets verantwoordelijk waren voor het bloedbad bij Katyn onder Poolse officieren en intellectuelen aan het begin van de Tweede Wereldoorlog, totdat Moskou het in 1990 zelf toegaf. Mijn vader zei: ik wist het allang. Maar mijn opa durfde het niet toe te laten. Als je een ideologie najaagt, is een blinde vlek misschien wel nodig. Je wilt zo graag dat het allemaal klopt.


'Nog zo'n voorbeeld. Marcus heeft het nooit aan de grote klok gehangen dat niet hij, zoals bijna iedereen dacht, maar Paul de Groot (lang de stalinistische partijleider van de CPN - red.) de auteur was van het beruchte rode boekje uit 1958. Daarin werden prominente partijleden met afwijkende ideeën verdacht gemaakt, nota bene op grond van hun oorlogsverleden. Ze werden spionnen en verraders genoemd, je kon ze niet harder op hun ziel trappen. Toen er kritiek kwam op de publicatie, deed De Groot er zelf aan mee en kreeg Marcus alles voor zijn kiezen. De Groot probeerde hem in 1977 na rampzalige verkiezingen ook nog eens uit de voorste gelederen van de partij te werken. En toch wilde mijn opa met alle geweld speechen op zijn begrafenis in 1986. De Groot was jarenlang voor hem een baken geweest, hij heeft hem bewonderd. Zo ver kan loyaliteit dus gaan.'


'Ik zie dat hij zaken verdedigde die niet te verdedigen waren. Hij deed weinig aan psychologiseren. Nadenken over zijn eigen motieven was niet aan de orde. Dat is ook een manier om jezelf af te sluiten voor je twijfels of je fouten. Hij heeft nooit toegelaten dat het over hemzelf ging. Maar ik ga nu niet zeggen: het was een dweil van een vent. Ik ga evenmin zeggen dat hij een held was. De wereld is altijd ingewikkelder dan de uitersten.


'Je hoopt stiekem dat zo'n zoektocht naar je opa duidelijkheid over je eigen positie oplevert. Dat gebeurt natuurlijk niet. Ik denk nu nog steeds dat toneel mijn podium is. Maar het is niet ondenkbaar dat ik later alsnog de handschoen opneem, zoals mijn opa heeft gedaan. Hij schreef in zijn memoires: liever de verkeerde weg dan besluiteloos geaarzel op het kruispunt. Maar toch, als ik het naar mezelf toetrek: ik geloof dat ik liever even talm op het kruispunt.'





Tijdelijke Samenscholing speelt Marcus Bakker. Een productie van Frascati Producties en het Productiehuis Rotterdam. 11 t/m 22/3 in Frascati Amsterdam. Première 13/3. Daarna tournee. Tijdelijkesamenscholing.nl








SCHERPE TONG

Marcus Bakker over staatssecretaris Gerrit Brokx


'Nou zijn er veertien miljoen Nederlanders, en laten ze nou net deze staatssecretaris maken.'


Over VVD-leider Hans Wiegel


'De heer Wiegel kijkt van het scherm op ons neer met de dwingende blik van een koe die over een sloot heen kijkt.'


Over politicus Jacques de Kadt


'In het orkest der politieke gifmengers blijft hem de plaats van eerste vitriolist volkomen toevertrouwd.'


Over democratie


'Het essentiële van democratie is voor mij, dat het een antwoord is op een vraag die destijds al door een van de oude Romeinen is gesteld en luidt: wie zal de bewakers bewaken?'


De beste parlementariër

Politicus Marcus Bakker (1923-2009) werd gevreesd en bewonderd om zijn retorisch talent, zijn vlijmscherpe formuleringen en zijn debattechnieken. In de Tweede Wereldoorlog was hij actief in het verzet. Daarna maakte hij snel carrière in de Communistische Partij van Nederland (CPN). Op zijn 22ste zat hij in het partijbestuur, op zijn 30ste werd hij hoofdredacteur van de communistische krant De Waarheid. In 1951 schreef hij mee aan het CPN-verkiezingsprogramma, waarin Stalin 'de grootste veldheer aller tijden' werd genoemd. In 1956 kwam hij voor de CPN in de Tweede Kamer; in 1982 volgde Ina Brouwer hem op als politiek leider.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden