Magnifiek gevormd

De vroegere hippie Gerbrand Visser heeft iets met eieren. Zijn fascinatie voor de ultieme oervorm leidde in de loop der jaren tot vijftien patenten en talloze gimmicks: pratende eieren, blaffende eieren, zingende eieren....

Hij heeft verschillende koosnamen. Zoals Dutchy, the treasure hunter en egghead. Een langdurig verblijf in de Verenigde Staten ten spijt, weet hij eigenlijk niet of hij die laatste kwalificatie positief moet duiden. 'Egghead. . . Daar hebben we in Nederland eigenlijk geen vertaling voor hè? Ja, eierhoofd. Maar wat daar precies mee wordt bedoeld? Ik heb geen flauw benul. Is een eierhoofd nu slim, of sloom? Hoe het ook zij: ik ben een egghead, en dat beschouw ik maar als geuzentitel.'

Feit is dat de 60-jarige (ex-)hippie Gerbrand Visser iets heeft met eieren. Ze vormen zelfs het Leitmotiv van zijn curieuze leven. 'Zo gek is dat niet', zegt hij. 'Want het ei heeft een magnifieke vorm. Rank en toch sterk. Het is de ultieme oervorm. Bijna elk levend wezen vindt er zijn origine. Ook de mens. Onze voorouders hebben tenslotte ook in het eierstruif gelegen. Zo is het toch?'

Zijn sluimerende fascinatie voor het ei heeft in de loop der jaren geleid tot vijftien patenten en talloze gimmicks - leuke hebbedingetjes. De eerste van een lange reeks variaties op het thema ei dateert uit 1968. 'Ik woonde al een jaar of zeven in de Verenigde Staten, maar was er nog nooit op de televisie geweest. Dat vond ik vervelend, want in de VS ben je niemand als je nooit op de buis bent geweest. Heb je eenmaal je kunstjes kunnen verkopen in een talkshow, dan is je kostje gekocht.

'Ik wist precies in welk programma ik wilde optreden: dat van Johnny Carson. Het was paastijd. Dus ik knutselde een zelfdraaiend ei in elkaar. Dat zat vol elektronische snufjes. Na een druk op de knop kon het eindeloos blijven rondtollen. Dat was een geinig gezicht. Zeker als je er vuursteentjes in stopte. Dan sprongen de vonken eruit. Ik heb er uiteindelijk ook nog een rookdetector in verwerkt. Het ei ging draaien zodra de sensor door rook werd geactiveerd.'

Johnny Carson trad gaarne op als wegbereider van Vissers bescheiden commerciële succes. Het roterende ei was in miljoenen huiskamers te bewonderen, en werd door een novelty company in productie genomen. Visser is zijn tomeloze scheppingsdrift daarna nog jaren op het ei blijven botvieren. Voor woonbootbewoners ontwierp hij een ei met een waterdetector. Bewoners van onveilige buurten konden hun voordeel doen met een ei waarin een gun detector was verwerkt. 'Dat ding ging blaffen als iemand met een pistool in zijn zak bij je aanbelde', verzekert Visser.

Even effectief was het mobiele autoalarm, waarvoor Visser de natuurlijke eigenschappen van het ei ten volle benutte. 'Dat was een metalen ei dat op het holle membraan van een soort trommeltje was geplaatst. In zijn ruststand bleef het ei gewoon staan. Op zijn stompe kant. Maar als het trommeltje ging wiebelen, helde het over, en werd een alarm in werking gesteld. Het was de bedoeling dat de eigenaar dat ding in zijn auto zette. Op het dashboard of de hoedenplank of zo. Een autodief zou er nooit een alarm in herkennen. Hooguit een leuk wiebel-ei. Maar dat wiebel-ei veroorzaakte wel een teringherrie zodra hij de auto betrad! Want die Amerikaanse sleeën deinden als een gek als je erin ging zitten.'

Tot de categorie nutteloze objecten behoren onder andere het basketball-ei ('leuk voor basketball-liefhebbers'), het golf-ei ('leuk voor golfliefhebbers'), het voetbal-ei ('leuk voor voetballiefhebbers'), en het ei waaruit het geluid opklinkt van een eendje dat mama zegt ('leuk voor iedereen'). Visser vermoedt dat het laatste hebbedingetje een ondernemende Chinees heeft geïnspireerd tot het produceren van de tamagotchi: een pratende bol pluche die miljoenen ouders tot wanhoop heeft gedreven. 'In San Francisco, waar ik jaren heb gewoond, stikt het van de Chinezen. Ze bezitten de halve stad zonder dat iemand er erg in heeft. Nederige baantjes in de spoelkeuken maskeren vaak hun werkelijke rijkdom. Soms houdt zo'n afwasser er een paar huizen op na. Hoe ze aan die rijkdom komen? Door links en rechts ideetjes van anderen te gelde te maken. Ze hebben mijn pratende ei gewoon aangekleed met een vachtje, en hebben daar sloten geld mee verdiend.'

Visser heeft zelf ook niet slecht geboerd, geeft hij met enige schroom toe. 'Maar van het geld dat ik heb verdiend, is niet veel meer over hoor.'

De grootste verkoopsuccessen heeft Visser geboekt tijdens de kroonjaren van de Amerikaanse geschiedenis. In 1976, het jaar van de bicentennial (de viering van 200 jaar nationale onafhankelijkheid), bracht hij het ei van Washington op de markt: een van stars and stripes voorziene replica van een adelaarsei, in een luxe cadeau-verpakking. 'De trigger om dat te kopen, was dat we 25 duizend dollar hadden uitgeloofd voor iedereen die er een echte adelaar mee naar zijn balkon of tuin wist te lokken. Natuurlijk gebeurde dat niet. Maar wisten die Amerikanen veel! Er zijn ongeveer vier miljoen van die eieren over de toonbank gegaan.'

Een nog groter succes was het Columbus-ei waarmee Visser in 1992 de ontdekking van Amerika - 500 jaar eerder - memoreerde. 'Dat was een spel. Je moest proberen het ei op zijn spitse kant over een plastic speelbord te laten tollen. Op het bord was een adelaar aangebracht, en een aantal sterren. Die maakten geluid als het ei ermee in aanraking kwam. Als je het goed deed, vormden die tonen het Amerikaanse volkslied. Enig toch?' Dat vonden de consumenten ook. Visser schat er enkele miljoenen exemplaren van te hebben verkocht.

'Ach, het is een gave', zegt hij. 'Je moet gewoon van niets iets maken. En dat kunnen maar weinig mensen. Net als tollen met een ei trouwens. Dat doet ook vrijwel niemand mij na.'

Hij begon zijn loopbaan als handelaar in rariteiten al op 12-jarige leeftijd. 'Ik was zo'n Amsterdams schoffie dat op brommertjes rondreed. Dat werd door mijn vader aangemoedigd, want die was privé-detective. Hij stuurde mij op pad om mensen te schaduwen. Ik scheurde op dat brommertje door de stad. Eerst een Solex, later een Berini. Zo'n Berini werd ook wel het eitje genoemd. Dus het zat er al vroeg in met die eieren.

'Op een zeker moment stuurde mijn oom uit de Verenigde Staten een David Crocket-muts. Je weet wel: zo'n bontmuts met een vossenstaart. Die staart heb ik eraf geknipt en aan die brommer bevestigd. Man, dat is een rage geworden! Tot in de jaren zestig. Die vossenstaart was hét statussymbool van de tegengeneratie. Maar niemand weet dat ik die dingen heb geïntroduceerd.'

Lucratiever was zijn handel in kunstvoorwerpen die hij in veilighuizen en op rommelmarkten op de kop tikte om ze in de Verenigde Staten door te verkopen. 'Daar zat een behoorlijke winstmarge op. Ik schafte hier iets voor vijf gulden of een rijksdaalder aan, en ving daar in Amerika een paar honderd dollar voor.'

In 1961 vestigde hij zich in San Francisco. Om zijn transatlantische handel beter te kunnen begeleiden, en uit avonturisme. Onbedoeld stond hij, naar eigen zeggen, ook in zijn nieuwe thuisland aan de wieg van een rage. Een rage? Wat heet! Een compleet nieuwe subcultuur: flower power. Ik had uit Amsterdam een auto laten overkomen. Een Chevrolet cabrio uit 1952 met zes cilinders. Dat ding had toebehoord aan de Amsterdamse rijschool Hippe. En dat woord prijkte nog altijd op de naambalk die op het dak was bevestigd. Dat baarde opzien. Want de Amerikanen kenden dat woord niet. En ze spraken het op hun manier uit: hippie.

'Als ik door de stad reed, werd het me van alle kanten toegeroepen: hippieee! Het kreeg een eigen betekenis toen ik bloemenkransen omhing. Niet om de excentriekeling uit te hangen, maar gewoon, omdat ik van narcissen hield. Toen ik mij er vestigde, waren er nog helemaal geen bloemenkinderen in San Francisco. Na een paar jaar was het de hippie-hoofdstad van de wereld.'

Als ondernemer speelde Visser in op de omslag. 'Ik verhandelde stickers en buttons met bloemmotieven. In Mexico haalde ik, zolang dat nog mocht, exotische kunstvoorwerpen uit de grond. En ik verkocht keien van Alcatraz nadat de Indianen dit gevangeniseiland voor zich hadden opgeëist. Daarop schilderde ik: This Alcatraz Rock is Indian Property.'

Zijn laatste slag sloeg hij in 1989, na de val van de Muur. In enkele dagen tijd verscheepte hij zesduizend kilo Berlijns puin naar de Verenigde Staten waar hij het als een gewaarmerkt stukje Muur verkocht. Soms met een stukje verguld prikkeldraad eromheen, soms voorzien van een koude oorlogskreet, soms als omhulsel van een klok ('Rock around the Clock'), soms als televisie-bekisting.

Visser kijkt er geamuseerd op terug. Maar de meeste voldoening ontleent hij aan zijn eierprojecten. 'Die zijn schoon in hun eenvoud', meent hij zelf. 'Ik heb er al mijn creativiteit in kwijtgekund.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden