Magische werking van een regenboogtrui

Thor Hushovd (33) heeft de impact van zijn wereldtitel wielrennen onderschat. Maar verder kent de Noor, vandaag een van de grote favorieten voor Milaan-Sanremo, zijn sport door en door. 'Wat wij doen, stelt niets voor. Niets.'

Weet je hoe een edelhert smaakt? Als je de kans krijgt, moet je het beslist eens proberen, zegt Thor Hushovd tegen de verslaggever. Al kan het vlees van de eland er volgens de renner ook best mee door. 'Heel smakelijk. Droog? Juist niet.'


Voor de wereldkampioen bestaat er geen mooier dier dan het edelhert. Goed, een konijn is moeilijker te verschalken met een geweer, geeft hij toe. 'Maar edelherten zijn heel schuw. Ze leven diep verscholen in de bossen. We hebben wel eens vier dagen liggen wachten tot de hond kwam aanrennen, omdat hij iets had gevonden. Hij heeft een gps om zijn nek, zodat we het meteen weten als hij wat op het spoor is. Het gevoel dat het geeft als je dan een edelhert ontwaart, is onbeschrijflijk.'


De Noor is een fervent jager. Tien keer per jaar probeert hij er met vrienden op uit te trekken naar de bossen in het zuiden, niet ver van zijn woonplaats Grimstad. Het jachtgeweer, waarvoor hij een vergunning heeft, belandt als eerste in de koffer. Verder gaat er zo min mogelijk mee.


Een kampvuur wordt meteen aangelegd. 's Avonds drinken ze een glas en nemen ze het leven door. De buit van de jacht stropen ze zelf, waarna een ieder met een deel naar huis gaat. 'Het is jammer dat er zo veel tijd in gaat zitten. Daardoor kun je het niet te vaak doen. Maar van een edelhert kun je met je familie dagen eten. Zo'n beest kan meer dan 250 kilo wegen.'


Hushovd (33) komt in de winter graag in een van de eindeloze bossen die zijn land rijk is. Auto's en ander lawaai zijn er niet te horen. Het is de ideale plek om als renner het hoofd na een vol seizoen leeg te keren.


Hij beseft dat dat misschien vreemd klinkt. Waarom zoekt een renner die zijn bestaan juist aan snelheid ontleent de totale kalmte op? Omdat die twee levenssnelheden elkaar versterken, zegt hij.


Zonder de traagheid van de winter zou hij zich niet jaar na jaar kunnen opladen om zichzelf een seizoen lang op de pijnbank te leggen. Andersom vindt hij er waarschijnlijk weinig aan om uren achter de loop van zijn geweer te liggen wachten als hij niet zeker wist dat hij binnenkort weer in volle vaart op een finishdoek af zou stevenen.


Het scheelt wel dat het nooit zijn drive is geweest om sprinter te worden, vertelt hij in de lobby van zijn hotel. De sensatie van zijn sport wordt niet bepaald door de snelheid die hij op de fiets bereikt. 'Ik geniet vooral als ik alles uit mezelf kan halen. Als ik merk dat ik met mijn lichaam kan doen wat ik wil, omdat ik er hard voor heb getraind. Het sprinten zelf zegt me niet zo veel.'


Het gedrang in een massasprint, Hushovd heeft er nooit van kunnen genieten. Dat spurters niet helemaal normaal zijn, zoals wel wordt beweerd, spreekt hij niet tegen. 'Je kunt het toch moeilijk compleet normaal noemen dat je jezelf op volle snelheid door de bochten gooit en in elk piepklein gaatje duikt? Ik vind het nog steeds moeilijk om te doen. Nu ik ouder word, ga ik daar ook steeds meer over nadenken.'


Zijn sportieve leven neemt hij zoals het komt. Hij doet zijn werk, al prefereert hij een ander woord te gebruiken. Werken, dat doen mensen bij de visafslag die voor dag en dauw hun bed uit moeten, zegt hij. 'Wat wij doen is entertainment. We brengen de mensen plezier. Oké, dat is ook een vak. Maar zwaar heb ik het nooit gevonden.'


Het kost de wereldkampioen geen moeite zijn sport te relativeren. De gebeurtenissen in Japan ontgingen hem afgelopen week niet in de Italiaanse rittenkoers Tirreno-Adriatico. Hoe langer hij erover nadenkt, hoe belachelijker hij het eigenlijk vindt.


'Wij praten met de ploeg uren na over een tweede plaats, of waarom we de slag misten. Maar dan zet je in je hotel de tv aan en zie je wat er aan de andere kant van de wereld gebeurt. Dan besef je wel dat dat allemaal veel belangrijker is. Wat wij doen, stelt niets voor. Niets.'


Hushovd is net zo goed een onderdeel van het spel. Hij weet het. Aan de cocon van een wielerkoers valt nu eenmaal moeilijk te ontsnappen. Als de verslaggevers hem de hele week bestoken met vragen over Milaan-Sanremo, houdt hij zich keurig aan het onderwerp. Maar dat wil nog niet zeggen dat er niet meer is in het leven dan wielrennen alleen.


Alleen al om profrenner te kunnen worden heeft hij de bakens moeten verzetten. In Noorwegen wordt de sport voornamelijk op recreatief niveau beoefend. Het zijn de wintersporten waarmee de krantenpagina's worden gevuld. Ook Hushovd leerde als kind op de lange latten te staan. Hij doet het nog elke winter.


Als tiener werd zijn ijzeren lichamelijke gestel opgemerkt, dat hem in duursporten een kans van slagen moest geven. Alleen had hij een andere toekomst voor zichzelf in gedachte. Het leidde in 1998 tot drie overwinningen bij de beloften die zijn internationale doorbraak markeerden. Hij won zowel Parijs-Roubaix als Parijs-Tours en veroverde de wereldtitel tijdrijden.


Een jaar later kreeg hij bij de Franse profploeg Crédit Agricole een stageplek aangeboden. Tien jaar zou Hushovd onder de vleugels van manager Roger Legeay blijven fietsen. Als de bank niet in 2008 had aangekondigd met de sponsoring te stoppen, zou dat misschien nog zo zijn geweest. De Noor voelt zich verbonden met Frankrijk. Hij is getrouwd met een Française.


Van een tijdrijder die kan sprinten heeft hij zich ontwikkeld tot een klassiekerspecialist met een sterk eindschot. Met zijn indrukwekkende postuur en stalen benen die maar op de pedalen blijven duwen, wordt hij nog altijd gerekend tot de snelsten in zijn soort, al is het misschien beter in zijn geval over de taaisten te spreken.


Een wielerkoers van meer dan 250 kilometer betekent voor veel renners dat ze geradbraakt finishen of de eindstreep niet eens halen. Hushovd leeft juist op als hij meer dan zes uur achter elkaar moet afzien. De sprint die hij afgelopen jaar in Parijs-Roubaix won achter de oppermachtige Fabian Cancellara en zijn twee derde plaatsen in Milaan-Sanremo zijn er het bewijs van.


In de Tour maakte hij indruk in de 213 kilometer lange etappe die finishte op de kasseien in Arenberg en door het peloton met angst en beven tegemoet werd gezien. Hushovd was nog maar nauwelijks hersteld van een val waarbij hij twee maanden eerder zijn sleutelbeen brak. Tijdens de training moest hij vol in de remmen toen een meisje plots de weg overstak. Het eerste dat hij deed nadat hij over de kop was geslagen, was zich over het meisje ontfermen.


Geklaagd over de pijn heeft hij nooit bij zijn ploeg. Het is de Noor ten voeten uit. Hoe hij het er op de fiets vanaf brengt, vertelt hoe hij zich voelt. Ook al ontkwam hij er niet aan dat zijn leven een paar maanden lang is bepaald door wat er op 3 oktober gebeurde, vertelt hij.


Sterker dan in de aanloop naar het WK zegt hij zich nooit te hebben gevoeld. 'Ik voelde me als een motorfiets, kon tijdens de training alles doen wat ik wilde. Zo'n topvorm valt niet op te roepen, al denk ik wel dat mijn val een rol heeft gespeeld. Daardoor ben ik veel later in vorm gekomen dan anderen.'


Toch ontbrak zijn naam in Geelong tussen de andere topfavorieten voor de wereldtitel. Dat lag ook aan de grootte van de Noorse ploeg. Hushovd moest het met twee steunpilaren doen. De belangrijkste van hen, Edvald Boasson Hagen, maakte de 260 kilometer niet eens vol.


Het bleek het ideale scenario voor de kopman. Die hoefde al die tijd geen trap te veel te doen. Ook toen de Belgen en de Denen elkaar in de finale het hoofd op hol brachten, bleef Hushovd rustig zitten. Precies op het goede moment schoof hij naar voren. De sprint oogde als een kolfje naar zijn hand.


Van onderschatting van het WK is nooit sprake bij hem geweest. Maar de impact van zijn wereldtitel heeft hem wel verbaasd, bekent hij. 'Ik dacht altijd dat Parijs-Roubaix en het WK gelijkwaardig waren. Nu heb ik die eerste wedstrijd nooit gewonnen, maar ik weet wel hoe het is wereldkampioen te zijn.


'Als je winnaar bent van Parijs-Roubaix kan niemand dat aan je zien. Maar in een regenboogtrui ben je overal ter wereld kampioen. Dan zien ze in China ook wat je hebt gepresteerd. Het maakt je voorgoed tot een andere wielrenner. Ik weet nu een beetje hoe een olympisch kampioen zich moet voelen.'


De trui geeft hem een magisch gevoel. 'Ik denk er ook wel vaak aan dat ik de kampioen ben. Dan schiet er door mijn hoofd: ik moet racen als een wereldkampioen, me gedragen als een wereldkampioen. Geen stomme dingen doen. Al raak je er ook wel aan gewend die trui aan te trekken. Ik heb stapels regenboogtruien liggen thuis.'


Hushovd mag zich, na Knut Knudsen (1972 en '73), pas de tweede wielrenner noemen die in zijn land tot sporter van het jaar werd gekozen. Zoiets geldt, zeker in een jaar van de Winterspelen, als een vrijwel onmogelijke prestatie. De wereldtitel wielrennen leverde hem zelfs twee keer zo veel stemmen op onder de Noorse sportjournalisten als de drie gouden olympische medailles van langlaufster Marit Bjørgen.


De renner reageerde geroerd op de uitverkiezing. 'Ik had zelf nooit gedacht dat het mogelijk zou zijn als zomeratleet wintersporters te verslaan. Dat zijn in Noorwegen iconen. Ik zie dit ook als een erkenning voor het wielrennen in ons land.'


De sport mag er vooral Hushovd dankbaar voor zijn. Toen hij in 2002 zijn eerste ritzege in de Tour boekte, leverde dat mondjesmaat aandacht in eigen land op. Maar het jaar erop trok de Noorse televisie naar de ronde, om er niet meer weg te gaan.


Misschien heeft Hushovd zijn landgenoten wel geleerd van de wielersport te houden. 'Toen ik begon, kende niemand de sport. Nu weten ze in elk geval wie Edvald Boasson Hagen en ik zijn en volgen velen Parijs-Roubaix en de Tour. Dat komt vooral door mijn successen. Noren zijn nationalistisch. Ze lopen graag achter hun eigen kampioenen aan. In welke sport, dat maakt ze niet zo veel uit.'


Via een jeugdploeg hoopt Hushovd zijn opvolgers eigenhandig op te leiden. Het team wordt gesteund door Cervélo, het bedrijf achter de ploeg die hij de afgelopen twee jaar diende tot het ophield als zelfstandig sponsor. 'Het doel is jongens de kans te geven zo goed te worden als ze zelf willen. Het gaat erom dat ze hun doelen kunnen bereiken. Als ze daarmee prof kunnen worden: prima. Maar van mij hoeft dat niet.'


Dat Hushovd zijn naam aan het project verbond, gebeurde niet zomaar. Dat hij in navolging van Lance Armstrong ambassadeur is geworden van een kankerstichting in zijn land evenmin.


Hij zegt: 'Soms, als je alleen op je fiets zit, heb je het gevoel dat je niet veel doet voor de wereld. Nu ik ouder word, denk ik steeds meer: wat ik nu doe, is gewoon niet genoeg. Om een nalatenschap gaat het mij niet per sé. Maar het is goed om er wat naast te doen, dat je niet alleen maar aan wedstrijden hoeft te denken.'


Voordat hij zijn laptop openklapt om contact te zoeken met zijn vrouw en dochter, geeft hij de interviewer nog een advies mee. Probeer eens uit te vinden of er Nederlandse slagerijen zijn die edelhert verkopen. 'Echt waar. You will love it.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden