Pensioenakkoord

Mag u nu eerder met pensioen? Zeven vragen over het pensioen nieuwe stijl

Als de vakbondsleden instemmen met het dinsdag afgesloten pensioenakkoord, gaat er veel veranderen aan de pensioenen. Hoewel cruciale details nog niet vastliggen, is veel al wél duidelijk. Antwoorden op zeven belangrijke vragen.

Beeld Joren Joshua

Mag ik nu eerder met pensioen?

Het grafiekje hieronder geeft het oude en nieuwe AOW-schema weer. De verhoging van de AOW-leeftijd gaat vanaf nu minder snel dan eerder gepland. Daar profiteert in principe iedereen van die na dit jaar met pensioen gaat. Voor 63- en 64-jarigen is dat voordeel het grootst: zij kunnen acht maanden eerder met pensioen dan zij tot nu toe dachten. Voor mensen die nu 61 jaar of jonger zijn gaat de AOW-leeftijd wel weer meestijgen met de levensverwachting, maar trager. Hun pensioendatum staat nog niet vast, die weten zij ongeveer vijf jaar van tevoren. Het Centraal Planbureau geeft elk najaar een prognose voor de levensverwachting van AOW’ers, en die bepaalt wat vijf jaar daarna de AOW-leeftijd is. Voor jongere generaties bestaat de kans natuurlijk dat de regels opnieuw veranderd zijn, ten goede of ten slechte, tegen de tijd dat zij 60-plus zijn.

De oude en nieuwe opbouw van de AOW-leeftijd. Beeld de Volkskrant

Kunnen de pensioenen nu sneller omhoog?

Dat is een van de openstaande vragen. De vakbonden hebben hun leden als een worst voorgehouden dat de pensioenen sneller omhoog zouden gaan na een pensioenakkoord. Het is daarom opmerkelijk dat deze eis niet direct terug te vinden is in het onderhandelingsresultaat. Of de pensioenen omhoog kunnen, is sterk afhankelijk van de beleggingsrendementen die de pensioenfondsen maken, en van de renteontwikkeling. Wat dat laatste betreft zijn de vooruitzichten slecht: de kans is groot dat de rente nog jarenlang laag blijft. De beleggingsrendementen van de pensioenfondsen zijn redelijk, maar niet veel hoger dan ze minimaal nodig hebben om pensioenkortingen te voorkomen. Eigenlijk hebben veel fondsen dus helemaal geen ruimte om de pensioenen met de inflatie te laten meestijgen (dat heet ‘indexeren’).

Dus de bonden hebben op dat punt moeten toegeven?

Wellicht. De fondsen willen heel graag met een hogere rente ‘rekenen’ dan die lage marktrente, omdat hun financiële gezondheid dan – op papier – verbetert. In dat geval kunnen de pensioenen omhoog. Het kabinet wil echter geen hogere rekenrente toestaan. Indexatieruimte zou alsnog kunnen ontstaan als het kabinet de regels versoepelt die bepalen wanneer een pensioenfonds de pensioenen mag verhogen. Maar hoe die regels eruit gaan zien, is nog niet duidelijk. Daar gaan het kabinet, werkgevers en bonden nog verder over onderhandelen. 

Mogelijk kunnen de vakbonden in die onderhandelingen dus alsnog een beetje indexatie binnenhalen. Die indexatie zou dan wel ten koste gaan van jongere generaties (55-minners), omdat een fonds daarmee risico’s doorschuift naar de toekomst. Gepensioneerden krijgen dan meteen extra geld uitgekeerd, terwijl de pensioenfondsen dat geld ook zouden kunnen beleggen voor de pensioenen van 66-minners.

Pensioenen worden ‘onzekerder’ in het nieuwe systeem. Wat betekent dat concreet?

Dat betekent dat de pensioenfondsen voortaan geen reserves meer in kas hoeven te houden voor slechte tijden. Tot nu toe moesten pensioenfondsen een buffer van maar liefst 25 procent aanhouden voordat zij de pensioenen volledig met de inflatie mochten laten meestijgen. Een fonds dat 100 miljoen euro nodig heeft om alle pensioenen (van gepensioneerden en werkenden) te betalen, moest dus 125 miljoen euro in kas hebben. Dat hoeft nu niet meer: zodra fondsen meer in kas hebben dan ze nodig hebben om alle pensioenen te betalen, mogen de pensioenen omhoog. 

Door het per direct verdwijnen van de bufferverplichting kunnen de pensioenen voor (bijna-)gepensioneerden waarschijnlijk sneller stijgen. De keerzijde daarvan is dat het risico op pensioentegenvallers voor 55-minners groter wordt, omdat de buffer die hen daartegen beschermde wordt afgeschaft. Ook als het tegenzit op de beurzen en de rente nog lang laag blijft, worden de pensioenen de komende vijf jaar hoogstwaarschijnlijk niet of minder verlaagd, zo is afgesproken. Eventuele pensioenkortingen worden in het nieuwe systeem dus opnieuw uitgesteld, terwijl die kortingen de afgelopen vier à vijf jaar ook al zijn vermeden. Daarmee zijn risico’s doorgeschoven naar jongere generaties. De pensioenen worden in het nieuwe systeem dus vooral onzekerder voor 55-minners. 

De reserve verdwijnt dus, maar wat gaat er dan met dat opgepotte geld gebeuren?

Fondsen kunnen dat geld gebruiken om de pensioenen te verhogen. Zij kunnen de buffer ook gebruiken om de huidige werkenden te compenseren voor het verlies dat zij lijden door de overgang naar het nieuwe pensioensysteem. Dat verlies is het grootst voor werknemers die nu ongeveer 45 jaar oud zijn: hun toekomstige pensioenen worden in het nieuwe systeem met maximaal 10 procent verlaagd. 

Sommige pensioenfondsen, waaronder het ambtenarenpensioenfonds ABP, het zorgfonds PFZW en de metaalindustriefondsen PME en PMT, staan er zo slecht voor dat ze geen reserve meer hebben. Ook zij hebben hun deelnemers echter voorgespiegeld dat de pensioenen omhoog kunnen als het nieuwe pensioensysteem wordt ingevoerd. Hoe ze die belofte willen waarmaken is op dit moment onduidelijk. Ook zij hebben immers óók geld nodig om de 55-minners te compenseren voor hun transitiekorting (gepensioneerden hebben geen last van die transitie: hun pensioenen worden er niet door geraakt).

Wat gebeurt er met de pensioenpremies?

Pensioenpremies zijn in de eerste plaats bedoeld om te sparen voor het eigen pensioen. De uiteindelijke pensioenuitkering bestaat uit de ingelegde premie plus het daarmee behaalde beleggingsrendement. Het is zo goed als zeker dat de pensioenpremies die de werkenden betalen bij veel fondsen fors zullen stijgen om indexatie voor de gepensioneerden mogelijk te maken én om de verliezen van de werkenden zo veel mogelijk te compenseren. De werkenden betalen die verliescompensatie dus deels zelf via een hogere pensioenpremie.

De gepensioneerden dragen niet bij aan de verliescompensatie voor werkenden, want zij betalen geen pensioenpremie (en ook geen AOW-premie) meer. Werkgevers betalen in principe wel mee aan het temperen van de verliezen voor werkenden, via het werkgeversdeel van de pensioenpremie. Het risico bestaat wel dat werkgevers die kosten in cao-onderhandelingen met de vakbonden alsnog proberen te verhalen op de werknemers. Zij kunnen de hogere pensioenpremies compenseren door in cao’s op de lonen te beknibbelen. Ook dan betalen de werknemers de kosten uiteindelijk (deels) zelf doordat de cao-lonen dan minder stijgen.

Hoe zit het nu met dat generatieconflict?

Het belangenconflict tussen ouderen en jongeren bij pensioenfondsen is ontstaan doordat alle premies en beleggingsrendementen in een gezamenlijke spaarpot vloeien, die de pensioenfondsbesturen vervolgens weer eerlijk over de generaties moeten verdelen. Over wat ‘eerlijk’ is verschillen echter de meningen. Gepensioneerden willen een zo hoog mogelijk pensioen, werkenden hebben belang bij een zo laag mogelijke premie.

Oudere werknemers hebben belang bij vroegpensioenregelingen als de vut. Jongere werknemers lopen het risico dat ze wel moeten meebetalen aan die ouderenvoorzieningen, maar er zelf geen gebruik van kunnen maken omdat ze alweer zijn afgeschaft tegen de tijd dat de 55-minners aan de beurt zijn. Precies dat gebeurde namelijk eerder bij de vut en het prepensioen. Het is daarom nogal ingewikkeld dat de vakbonden zowel het werknemersbelang als het belang van (bijna-)gepensioneerden moeten behartigen, terwijl de belangen van die twee leeftijdsgroepen vaak haaks op elkaar staan. De bonden kampen dus met een intern generatieconflict. Door de vergrijzing van hun ledenbestand krijgen zij steeds meer oog voor het gepensioneerdenbelang. Over tien jaar is 60 procent van de FNV-leden ouder dan 60 jaar, terwijl de vakbonden dan aan de cao-tafel en in de pensioenfondsbesturen waarschijnlijk nog steeds de werkende 55-minners vertegenwoordigen.

Pensioenakkoord: 60-plusser profiteert, de pijn zit bij de rest

Hoe zit de nieuwe pensioendeal in elkaar, en hoe gaat deze uitpakken voor de verschillende generaties? 

Boze reacties sijpelen binnen als het FNV-parlement dinsdagavond uitleg krijgt van het bestuur over het pensioenakkoord. ‘Stem dit weg, Annemarie! Mijn hele groep is woest!’ De vakbondsleden mogen zich volgende week uitspreken via een referendum.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden