Mag ook de staat weer af en toe een bedrijf besturen?

Nationalisatie wordt vooral vereenzelvigd met linkse dictators die hun economie in de soep laten lopen. Bijna veertig jaar geleden begon Margaret Thatcher na de 'Winter van de Onvrede' daarom met een grootscheepse privatisering van overheidsinstellingen en publieke bedrijven in Groot-Brittannië.

Alles wat British heette, ging in de uitverkoop: van staal en telefonie tot luchtvaart en spoorwegen. Plus water, gas en stroom. Tegelijkertijd voerde de IJzeren Dame een grootscheepse deregulering door, zodat de markteconomie een enorme impuls kreeg. De Britse economie kroop uit het dal en begin jaren negentig was cool Britannia een feit.

Andere landen zoals Nederland deinden graag mee op de neoliberale golf. Ook hier werden staatsbedrijven verkocht (Postbank, PTT, DSM) en werd marktwerking in de nutssector gecreëerd.

De voordelen van privatisering werden toen breed uitgemeten. Marktwerking maakt bedrijven efficiënter, omdat aandeelhouders betere eigenaren zijn dan politici. Prijzen van goederen en diensten gingen omlaag. De economie werd veel concurrerender, waardoor nieuwe banen werden gecreëerd en de welvaart steeg. En de enorme staatsschulden verminderden dankzij de opbrengst van de verkopen. Sommigen idealiseerden de privatiseringen zelfs als de oorzaak van de val van de communistische regimes in Oost-Europa.

De nadelen van marktwerking werden onder het tapijt gemoffeld. Langetermijnbelangen (milieu, werkgelegenheid) werden ondergeschikt aan kortetermijnbelangen, zoals het creëren van aandeelhouderswaarde. Excessieve zelfverrijking via bonussen en opties nam een grote vlucht. Concurrentie bleek niet voor elke sector heilzaam en leidde zelfs tot gevaarlijke situaties, zoals op het Britse spoor.

Prijsdifferentiatie als marketingmiddel veroorzaakte een labyrint van aanbiedingen, waarin de consument de weg kwijtraakte en zich dief van de eigen portemonnee voelde. Daarnaast leidde marktwerking ook tot monopolies, waarbij de efficiëntste partij de rest wegconcurreerde en daarna de prijzen verhoogde.

De Britse Labourpartij durft daarom publiekelijk weer voor renationalisatie te pleiten. Aanleiding is de ondergang van bouwconcern Carillion, dat de mist is ingegaan met staatsopdrachten. John McDonnell - schaduwminister voor Financiën - riep onlangs dat Labour ook de privatisering van nutsvoorzieningen, spoorwegen en postbezorging wil terugdraaien. De liberale elite - onder wie de invloedrijke Financial Times-commentator Martin Wolf - keurde het af als trekken aan een dood paard.

Maar Labour hoeft zich daardoor niet te laten afschrikken. Nu het profijt van Thatchers privateringsgolf is geïnd, doen de nadelen zich wel degelijk voelen.

Niet alleen het staatskapitalistsche systeem van China bewijst dat meer centrale sturing ook voor economische bloei kan zorgen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden