Mag het zo blijven?

Hoe goed is Nederland, vroeg de Volkskrant zich de afgelopen twee weken in een serie af. Hoe goed zijn onze doktoren, onze leraren, onze sporters en onze criminelen? Nog één keer vatten we de belangrijkste conclusies samen en Bert Wagendorp geeft het slotakkoord. 'De gebraden haantjes vliegen voortaan niet meer vanzelf je mond binnen, je moet ze eerst vangen. Dat is niet erg en misschien wel zo leuk.'

door Bert Wagendorp

Eigenlijk, denk ik na twee weken Hoe goed is Nederland in de Volkskrant, zijn we hier niet eens zo ver verwijderd van het Utopia dat Thomas More in 1516 in zijn hoofd had, toen hij het gelijknamige boek schreef.


Natuurlijk, er ontbraken in de serie een paar thema's. Hoe goed is het Nederlandse weer? Hoe goed de Nederlandse keuken? Hoe goed is de Nederlandse journalist? Maar afgezien daarvan, de antwoorden op onze selectie bevestigen wat ik al lang vermoedde: dat we, de menselijke beperkingen in ogenschouw genomen, leven in the best of all worlds - samen met de Scandinaviërs, de Australiërs en nog enkele mazzelaars.


Een van de weinige lijstjes waarin we níet in de top-10 stonden, was dat van de corruptie. Wat demonstratiebereidheid betreft blijven we ook achter, maar dat komt omdat we kennelijk niet zo veel kwesties meer hebben waarvoor we ouderwets de straat op willen. We gooien onze leuzen liever op Twitter.


Er werd uit de mooie serie nóg iets duidelijk. Namelijk dat wij ons niets, maar dan ook helemaal níets, aantrekken van ranglijstjes.


Of, dat kan ook, dat ranglijstjes de werkelijkheid minder goed weergeven dan ze pretenderen.


Of, evenmin uitgesloten, dat ranglijstjes de ene realiteit verbeelden, maar dat er ook nog een andere is.


Hoe dan ook, soms is meten nóg niks weten.


Een mooi voorbeeld daarvan deed zich deze week voor rond de oudere Nederlanders. Volgens het ranglijstje van Henk Krol, leider van de partij 50Plus, worden ouderen door de kabinetsmaatregelen het zwaarst getroffen. Volgens een ranglijstje van Kène Henkens en Harry van Dalen van het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI) komt armoede onder 65-plussers nauwelijks voor en zijn andere groepen veel meer het haasje. Marcel van Dam pakte zíjn lijstje er ook maar weer eens bij.


Werkelijkheden zijn vaak veronderstelde werkelijkheden. Dat ouderen armer zijn dan jongeren of hooguit even arm. Zestig procent van de Nederlanders denkt dat, ten onrechte. Zoals wel vaker klopt de perceptie niet, maar hij beïnvloedt wel de stemming.


We klagen over de kaalslag in de Nederlandse cultuursector, maar daar staat tegenover dat Nederland de hoogste theaterdichtheid ter wereld heeft, met één geoutilleerd podium per veertigduizend inwoners. We tellen zeven creatieve professionals per duizend inwoners - alleen op IJsland hebben ze er nóg meer. Oké, het zijn bij ons voornamelijk cabaretiers, maar dat hoort nu eenmaal bij onze domineestraditie.


We hebben het over bedrijven die vanwege lonen, bureaucratie en milieu-eisen dreigen te vertrekken, maar we zijn op de concurrentie-index van het World Economic Forum wel opgeschoven naar de vijfde plaats, vóór de VS, Duitsland en Engeland. Mede, zegt het WEF, vanwege ons uitstekende onderwijs en de voortreffelijke infrastructuur - wie zeurde daar over scholen, trein of files?


We bekreunen ons over het niveau van onze politici en bestuurders, maar we behoren volgens The Economist tot de tien best geregeerde landen ter wereld. Het zorgstelsel is met het onderwijs onze favoriete huilmuur, maar het is intussen wél een systeem waarnaar andere naties met jaloezie kijken - ook al voelt het soms als een molensteen om onze nek.


Dus waarom is dan volgens het Continu Onderzoek Burgerperspectieven tweederde van de Nederlanders pessimistisch gestemd over de toekomst, tegenover slechts een kwart dat de zaken zonnig inziet?


Hoe kan dat, terwijl volgens een ander onderzoek, van het CBS, maar drie procent van de Nederlanders zich 'niet zo gelukkig' of zelfs 'ongelukkig' acht en er dus ruim zestien miljoen gelukkige tot zelfs dólgelukkige Nederlanders euforisch door de polders dansen?


Wat mankeert een groot deel van die geluksvogels, dat ze ondanks hun voorspoed en tevredenheid zo lopen te chagrijnen?


Het Sociaal en Cultureel Planbureau komt in januari steevast met zijn nieuwjaarsuitgave, altijd de leukste SCP-publicatie van het jaar. Medewerkers mogen van directeur Schnabel een beetje mijmeren en freewheelen. Dit jaar had het boekje de opgewekte titel Van pech en rampspoed. Het is immers niet alleen 2013, het wordt, zo hebben alle koffiedikkijkers ons voorspeld, ook het jaar van de harde waarheid en de crisis die nu écht arriveert.


Maar het wordt vooral het jaar, schrijft Paul Schnabel zelf, waarin het credo 'pech moet weg' zal sneven. Waarin we althans een begin zullen maken met een ommekeer die inhoudt dat de burger weer een grotere verantwoordelijkheid moet gaan dragen voor zijn eigen lot en niet langer kan terugvallen op de grote pechverzekeraar, de overheid. Die krijgt de laatste tijd te weinig premies binnen en moet te veel schade uitkeren.


Premier Rutte verklaarde bij het aantreden van zijn eerste, rechtsliberale kabinet dat we er aan zullen moeten wennen dat de overheid 'geen geluksmachine is'. Die opvatting gaat hij ironisch genoeg in praktijk brengen met zijn tweede, links-liberale coalitie.


Dat leidt tot vervelende boodschappen, althans tot aanpassingen. Ongelooflijk slechte communicatie van onze politieke leiders en uitvergroting van elke tiende procent achter de komma door oppositie en media, zorgen er vervolgens voor dat we het gevoel hebben aan de rand van de afgrond te staan en Armageddon nabij is. Daarvan is geen sprake: we gaan in welvaartsniveau terug naar de situatie van 2005, 2002 misschien. Toen het hier ook lang niet slecht toeven was.


We hebben, aldus Schnabel, heel lang het ongewone gewoon gevonden. En het ongewone, dat is de helpende overheid die in de bres springt als het tegenzit. Dat zal ze blijven doen, maar toch minder dan we gewend waren. We gaan terug in de richting van wat gewoon is en was, in de meeste andere delen van de wereld en in de meeste andere tijden: de mens die het in de eerste plaats zélf moet doen.


De verandering is te zien aan de Wet maatschappelijke ondersteuning, Wmo. De dienstdoende ambtenaar dient zich volgens de richtlijnen niet langer af te vragen hoe de gemeente het hulpverzoek van de burger kan honoreren; hij moet zien uit te vinden hoe hij de burger in staat kan stellen zichzelf te helpen. De ambtenaar moet anders gaan denken, de burger ook. 'De kanteling', heet dat in beleidstermen.


Misschien is dat het, wat ons verontrust en pessimistisch maakt. Misschien zorgt dat ervoor dat we op zoek gaan naar de veroorzakers van het onheil dat ons treft; zo niet de buitenlanders dan toch wel de graaiers. We gaan onherroepelijk zekerheden kwijtraken die we als normaal waren gaan beschouwen. De gebraden haantjes vliegen voortaan niet meer vanzelf je mond binnen, je moet ze eerst vangen. Dat is niet erg en misschien wel zo leuk.


Nederlandse politici scheppen er genoegen in met sombere domineesblik doemboodschappen te brengen. Zij hopen dat de burger hun de maatregelen die ze gaan treffen iets minder kwalijk zal nemen. Het wordt 'moeilijk', het wordt 'heel zwaar', we zullen 'de buikriem moeten aanhalen' en het wordt 'zeker niet gemakkelijk'. Maar het moet, want anders is het leed helemáál niet te overzien. De Nederlandse politicus is somberaar met de somberaars.


Tony Blair had het in de jaren negentig in Groot-Brittannië heel wat beter begrepen: hij verpakte zijn hervormingsboodschap in een vernieuwingsgedachte, die van 'New Britain'. Dat werkte uitstekend, tot hij malle fratsen begon uit te halen in Irak, wat heel erg Old Britain was, en hij zijn geloofwaardigheid verloor.


In het stuk over het voortreffelijke Nederlandse zorgstelsel was de teneur niet 'wat geweldig en laten we onszelf hiermee eens heel hartelijk feliciteren', maar: 'zullen we wel kunnen houden wat we hebben?' De angst om zaken te verliezen is sterker dan de bereidheid nieuwe modellen te omarmen. Wij Nederlanders vormen de bevestiging van de psychologische notie van 'loss aversion' - onze angst voor verlies wordt bij lange na niet gecompenseerd door het verlangen naar iets dat we nog niet in bezit hebben.


Dat politici en media de nadruk sterk op het verlies leggen - en veel minder op de voordelen die verandering ook met zich kan meebrengen - helpt daarbij natuurlijk niet.


Zelfs échte rampspoed, schrijft de vrolijke SCP'er Pepijn van Houwelingen in Van pech en rampspoed, kan positieve gevolgen hebben. Het beste voorbeeld daarvan is de spectaculaire naoorlogse groei van West-Duitsland en Japan, de twee verliezers. De oorlog vaagde in beide landen belangengroepen en vermolmde instituties weg en maakte zo economische vernieuwing mogelijk.


Van wegvagen is bij ons geen sprake, maar de economische crisis is wel een mooie aanleiding om weer eens na te denken over hoe we de zaken hier hebben georganiseerd en of dat nóg beter kan. Of simpeler.


Ook op individueel niveau hoeft tegenslag niet per se negatief te zijn. De stemming in een samenleving kan behoorlijk opknappen van een dosis rampspoed. In 1997 overleed de Engelse prinses Diana bij een auto-ongeluk in Parijs. In de weken daarna zakte in Engeland het aantal bezoeken aan psychologen en psychiaters significant. Een dergelijk effect deed zich voor na de aanslagen op de Twin Towers, van 11 september 2001. Het aantal telefoontjes naar de zelfmoord-hotline 1-800-SUICIDE daalde van 600 per dag naar 300, een laagterecord.


Tegenslag verschaft het individu een doel en de noodzaak om te handelen. Bovendien verdrijft het de verveling en maakt het een eind aan het treurigstemmende navelstaren. De handen moeten uit de mouwen, geen tijd meer voor muizenissen.


We zullen de komende jaren niet uit het paradijs worden verdreven, al zal de inrichting van dat paradijs wel veranderen. Maar desondanks zou een grote meerderheid van de wereldbevolking wat zekerheden, bescherming, zorg en onderwijs betreft nog onmiddellijk willen ruilen met de comfortabel levende Nederlander - nu, over vijf jaar en ook nog in 2030.


In de loterij van het leven zijn er volgens The Economist maar zeven landen waar een kind in 2013 beter geboren kan worden dan hier, ook met het oog op de verwachte economische toestand in het jaar waarin de boreling de volwassenheid nadert, 2030.


Hoe goed is Nederland?


Heel goed, dankuwel.


Bert Wagendorp


...de Nederlander Nederlanders zijn


tevreden


De


criminaliteit daalt


Toch gaat het


slecht


volgens de meerderheid


...de veiligheid Nederland is een zeer


veilig


land


Bij gebrek aan echte gevaren maken we ons snel druk over abstracte en zelfs niet bestaande gevaren


We zouden echter haast vergeten dat onze gevaarlijkste vijand de zee is


...de bestuurder


Het Nederlandse bestuur houdt mooi het midden tussen de grote zwakke overheid van Zuid-Europa en de harde ongelijkheid in Groot-Brittannië en de VS


De Nederlandse ambtenarij scoort op alle internationale lijstjes hoog, met een redelijke efficiency, gemiddelde omvang en gemiddelde kosten


Er is niettemin groot wantrouwen bij de burger


...de crimineel


De Nederlandse


criminaliteit


neemt niet hand over hand toe, maar daalt juist


Nederland is de drugssupermarkt van Europa


Misdaadnetwerken zijn de politie meestal te slim af


...de leraar


Het Nederlandse


onderwijs


behoort tot de wereldtop


Dat komt doordat Nederland goed is in de lagere regionen van het onderwijs (we laten het liggen op havo en vwo)


Nederlandse docenten zijn gemiddeld steeds lager opgeleid


...de dokter


De Nederlandse


gezondheidszorg


wordt gezien als de beste van Europa


De huisarts heeft de deur altijd open staan en het ziekenhuis ligt op fietsafstand


Maar we geven er zo veel geld aan uit dat onze toppositie niet langer houdbaar is


...de ondernemer


Het Nederlandse ondernemingsklimaat behoort tot de wereldtop


Maar qua radicale innovatie presteren Nederlandse ondernemers matig


Er zijn te weinig hoogvliegers à la ASML die nieuwe banen scheppen


...de nieuwe Nederlander


De


nieuwe Nederlander


komt allang niet meer uit Marokko of Turkije


Maar wel uit Oost-Europa, en vooral uit Polen


Toch is van massa-immigratie geen sprake, en een heleboel migranten gaan ook weer weg


...de kunstenaar


Nederlandse


kunstenaars


manifesteren zich in het buitenland met hoogstaand werk


Ze hebben daarvoor wel financiële ondersteuning nodig van de overheid


Het land is klein voor topkunst: wie echt goed is, trekt snel weg


...de sporter


De Nederlandse


sport


doet het behoorlijk gezien de beperkte financiële middelen


Uitblinken in grote televisiesporten is moeilijk, met uitzondering van voetbal


De kampioenen komen vooral uit kleine sporten als schaatsen, zwemmen en zeilen


...het debat


Het Nederlandse


debat


is in de afgelopen tien jaar volledig opengebroken


Iedereen mag meedoen, al hebben we het wel over een steeds kleiner aantal onderwerpen


De toon van het debat wordt steeds feller, maar we veranderen ook steeds vaker van mening


Hoe goed is...


Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden