Mag het ook een dagje extra zijn?

Nederlandse vrouwen zijn kampioen deeltijdwerken en de meesten vinden dat wel best. Toch wil de Taskforce Deeltijdplus een cultuurverandering teweegbrengen....

De rood-wit-blauwe vlaggetjes wapperen wild, op de stand van de Taskforce Deeltijdplus op de Huishoudbeurs in Amsterdam. De werkgroep die vrouwen wil enthousiastmeren meer te gaan werken, heeft een quiz bedacht om aandacht te trekken van de bezoekers.

De vrouwen krijgen een aantal vragen op zich afgevuurd. Voor elk goed antwoord krijgen ze een rood-wit-blauw vlaggetje. De vraag luidt: ‘Wanneer besteedden Nederlandse vrouwen méér tijd aan de opvoeding van de kinderen: dertig jaar geleden, of nu?’ ‘Toen, natuurlijk’, zegt een vrouw. Anderen knikken.

Maar de vraag wordt natuurlijk niet voor niets gesteld. Vrouwen besteden tegenwoordig meer tijd aan de kinderen. Einde quiz, en weer wat vrouwen zijn aan het twijfelen gebracht.

Mensen aan het denken zetten, is de missie van de Taskforce Deeltijdplus, die in april 2008 door de regering en de sociale partners werd aangesteld. De taskforce wil een ‘cultuurverandering’ tot stand brengen door de beeldvorming over werkende vrouwen te verbeteren en het enthousiasme over meer werken te vergroten.

Dat is nodig omdat de vergrijzing zal leiden tot tekorten op de arbeidsmarkt. Bovendien is het goed voor vrouwen meer uit zichzelf te halen. Daarbij: 60 procent van de vrouwen is financieel afhankelijk van hun partner.

Nederlandse vrouwen werken meer parttime dan andere westerse vrouwen. Maar niet uit een gebrek aan ambitie. Een studie van de Radboud Universiteit Nijmegen en bureau Research en Beleid concludeerde in november 2009 dat Nederlandse vrouwen meer op inhoud, en minder op promotie en leiderschap zijn gericht. En als de thuissituatie daarom vraagt, stellen ze hun ambities bij. Geen gebrek aan ambitie dus, zegt ook de Taskforce.

Een ‘behoefteonderzoek’ van het Sociaal Cultureel Planbureau, in opdracht van de Taskforce, concludeerde dat vrouwen wel meer zouden willen werken als de werkgever hen daarin tegemoet zou komen. Maar veel meer willen de vrouwen nu ook weer niet werken: gemiddeld twee uur extra. ‘Het is vooral het kabinet dat de geringe omvang van veel deeltijdbanen problematiseert’, aldus het SCP.

Die laatste conclusie sluit aan bij het onderzoek van de economen Bas van der Klaauw, Jan van Ours en Nicole Bosch. ‘Vrouwen zijn tevreden, omdat relatief hooggeschoolde arbeid parttime gedaan kan worden’, schreven zij op de site van VoxEu.

Is het dan wel zinvol vrouwen ertoe te bewegen meer te gaan werken, als zij dat zelf blijkbaar niet willen? Ja, zegt Esther-Mirjam Sent, hoogleraar economie in Nijmegen. ‘Gebrek aan ambitie is cultureel en institutioneel bepaald. Er wordt van vrouwen niet verwacht dat ze carrière maken, maar wel dat ze een goede moeder zijn.’

‘Ik merk het zelf ook, op het schoolplein. Als werkende moeder word je er nog steeds op aangekeken. Je hoort: wat knap, dat je je carrière en je kinderen zo goed kunt combineren. Ik denk niet dat een man dat snel te horen krijgt. Er is echt een cultuuromslag nodig.’

En de institutionele factoren? ‘Denk aan de schooltijden, die zijn heel ongelukkig. Het maakt het makkelijker te werken als een kind bijvoorbeeld tot vijf uur op school zou kunnen blijven.’ Ook constateert Sent dat op de werkvloer mannelijke normen dominant zijn. Dat schrikt vrouwen af. ‘Het is het klassieke katten- en hondendilemma: als je je als kat niet aanpast, word je nooit opgenomen door de honden. Als je je als hond voordoet, verloochen je jezelf.’

Bedrijven laten zo veel talent onbenut. ‘Diversiteit op de werkvloer leidt aantoonbaar tot betere resultaten. Uit experimenten blijkt echter dat werkgevers geneigd zijn voor een man te kiezen bij gelijke geschiktheid. Vrouwen worden ook systematisch niet als leider gezien.’ Vandaar dat Sent pleit voor stevige wet- en regelgeving, zoals bijvoorbeeld het quotum voor het aantal topvrouwen.

Haar vakgenote Barbara Baarsma ziet niets in zulke quota. ‘Typisch zo’n ‘wij weten wat goed voor u is clubje’, zegt Baarsma , die directeur is van SEO Economisch Onderzoek. Zij wijst op een eerdere publicatie van het SCP, uit eind 2008. Hieruit bleek dat slechts 4 procent van de vrouwelijke deeltijdwerkers, voltijd wilde werken. Veel vrouwen hebben blijkbaar een andere ambitie dan alleen door te groeien in hun werk.’

Baarsma ziet dus geen reden voor overheidsingrijpen. Wel is het goed ‘om sommige prikkels op scherp te zetten’. De aanrechtsubsidie – de heffingskorting, waarbij de niet-werkende partners geld ‘terug’ krijgen van de fiscus – moet van tafel.

En ja, een betere kinderopvang zal best helpen. ‘Maar vrouwen kiezen daarbij vooral voor kwaliteit. SEO concludeerde al dat de halvering van de ouderbijdrage slechts een toename van het arbeidsaanbod van 10 procent gaf. Ik denk dat de werkgroepen die kijken naar de heroverweging van overheidsbeleid dat eens goed moeten bestuderen: het goedkoper maken van de kinderopvang kostte in 2008, geloof ik, 2,1 miljard. Leverde dat genoeg op?’

Maar zijn er dan niet meer werkende vrouwen nodig, omdat we anders met tekorten op de arbeidsmarkt komen te zitten? ‘Natuurlijk’, zegt Baarsma. ‘Maar als die tekorten er zijn, werkt de markt prima. Werkgevers zullen vanzelf met betere secundaire arbeidsvoorwaarden komen. Dat is ook hun belang.’

Een traditionele botsing tussen liberalisme en maakbaarheid lijkt dus in de maak, als het rapport van de Taskforce 30 maart wordt gepresenteerd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden