Mag het een onsje minder zijn?

De roep om terugkeer van de kleinschalige vakschool wordt luider na een aantal jaren van groot, groter, grootst in het mbo. Slot van een serie over het beroepsonderwijs.

Leerlingen bij de ingang van het Zadkine college in Rotterdam. Beeld anp

'Eén laag is zat voor vandaag, hè?', klaagt een meisje. Met zo'n tien medestudenten staat ze op een vier verdiepingen hoge steiger in de Utrechtse Water-vogelwijk. 'Anders krijgen we het nooit af', waarschuwt ze. De studenten van de opleiding restauratie en decoratie aan de Utrechtse vakschool Nimeto moesten die ochtend wachten op de verf waarmee ze een buitenmuur lichtgroen verven. Jammer, zegt docent Ivanka Massink. 'Het is een mooie dag om te schilderen.'

Als het schilderwerk klaar is, gaan er sjablonen met menselijke silhouetten op de muur. Zeventien buurtbewoners werden ervoor van achteren en op de fiets geportretteerd, allemaal voor de Tour de France die op 4 juli in Utrecht start. Massink stapte zelf op de fiets en reed de 13,8 kilometer van de proloog op zoek naar panden om te beschilderen.

Massaliteit

Ik ging naar Utrecht omdat ik eens wilde kijken hoe het eraan toeging op een kleinere mbo-instelling. De bijna honderd jaar oude vakschool Nimeto telt 1.753 studenten en 27 opleidingen als vastgoedonderhoud, kleur- en interieuradviseur en ruimtelijke vormgeving. Landelijk gaat 5 procent van de mbo'ers naar zo'n vakschool, waarvan er nog twaalf zijn. De kleinschalige scholen lijken in omvang en opleidingsaanbod in niets op de 43 roc's met hun duizenden studenten en vele tientallen opleidingen.

De afgelopen maanden schreef ik verhalen over zo'n onderwijsreus, het Rotterdamse Albeda College, waar 20.472 mbo'ers een opleiding volgen. Ik zag hoe studenten worstelden met taal en rekenen en dat de school een heuse 'verzuimschil' heeft opgetuigd om potentiële afhakers binnenboord te houden, hoe mbo-4'ers hun best doen om door te stromen naar het hbo en hoe bevlogen docenten ze daarbij proberen te helpen. Ik kreeg een ander beeld van het mbo, of beter: ik kreeg een beeld van de grote onbekende in onderwijsland.

Het gebouw van het Albeda college in Rotterdam. Beeld anp

Wat bleef, en misschien wel groter werd, was de verbazing over de massaliteit van deze instelling. Zoveel studenten, zoveel docenten, zoveel opleidingen, gebouwen en zoveel verschillende niveaus. Hoe kan dat allemaal samen? Moet het zo groot? Of zou iets kleinschaliger en eenvormiger niet beter zijn?

Ik ben niet de enige die zich deze vraag stelt. De vakschool, met haar gespecialiseerde opleidingen en hechte banden met het bedrijfsleven, staat weer volop in de belangstelling. Ook in Rotterdam, waar twee grote roc's vechten om leerlingen, contacten met bedrijven en gunsten van de gemeente en maatschappelijke instellingen.

Onzinnig vonden ze die concurrentie ook bij het Albeda en het Zadkine, die samen goed zijn voor ruim 40 duizend studenten en 445 opleidingen. Ruim twee jaar terug presenteerden ze een meerjarenplan om de twee roc's te laten fuseren én uiteindelijk om te vormen tot vijf vakscholen (of 'mbo colleges'). Geld speelt natuurlijk een rol, maar de colleges willen ook gespecialiseerde onderwijsprogramma's kunnen aanbieden.

Concurrentie

Concurreren bleek in het onderwijs namelijk niet te werken. 'Het geeft de verkeerde prikkel als twee concerns dezelfde doelgroep benaderen en allebei vertellen: kom naar ons, terwijl er eigenlijk geen verschil is', zegt Jack de Jong, directeur van Albeda's startcollege, waar jongeren met een leerachterstand entreeonderwijs (het voormalige mbo-1) volgen. 'Neem het onderwijs voor anderstaligen: bouwen we nou allebei apart van elkaar zo'n heel traject op? Of bouwen we er samen één en stoppen we daar al onze energie in?'

De entreeopleidingen van Zadkine en Albeda behoorden tot de eerste die elkaar opzochten. Van de 1.500 studenten heeft een flink deel extra begeleiding nodig. 'Als je als concurrenten elkaars leerlingen probeert af te snoepen, steek je niet de energie in de kwaliteit van het onderwijs', zegt Ineke Mulder, directeur van Zadkines startcollege.

Bovendien zagen ze dat studenten steeds maar worden rondgepompt. Mulder: 'Dan zitten ze eerst op het Albeda. Als dat niet lukt, melden ze zich aan bij Zadkine. Lukt het daar niet, dan gaan ze weer terug naar Albeda, of naar een voorziening. Wij zeggen: we bieden ze samen een entreeopleiding aan zodat je die studenten ook echt een entreebewijs geeft voor vervolgonderwijs of de arbeidsmarkt. We zijn geen opvangvoorziening waar je die jongeren even onderbrengt; je leert hier een vak.'

Bestuurslaag

Bij fuseren alleen zou het niet blijven. De onderwijsgigant die daaruit zou ontstaan, zou worden opgesplitst in vijf onafhankelijke vakcolleges met een eigen bestuur, en elk zo'n achtduizend studenten.

Hoewel dat nog steeds een fors aantal is, is het voor een mbo-instelling een goede omvang, vindt de Tilburgse hoogleraar onderwijssociologie Marc Vermeulen. 'Ik denk dat vijf- tot achtduizend studenten een goede maat is. Die kun je nog redelijk bij elkaar huisvesten en het is goed te besturen, maar het is ook groot genoeg om gespecialiseerde programma's te kunnen aanbieden.'

Maar de fusie gaat niet door. Deze week trok Zadkine de stekker eruit. 'Na bijna tweeënhalf jaar praten bleek het draagvlak te gering om door te gaan', liet bestuursvoorzitter Luc Verburgh van Zadkine weten. Ook praktische zaken zaten tegen: zo schrijft de wet voor dat alleen een roc diploma's mag uitschrijven, en de nieuw te vormen vakcolleges dus niet. Hetzelfde geldt voor het registreren van studenten, en de Onderwijsinspectie inspecteert liever één roc dan vijf aparte colleges.

Opvallend genoeg is het niet eens de megafusie die het gevoeligst ligt. Het ministerie van Onderwijs reageerde direct kritisch op de splitsing die zou moeten volgen. Den Haag wil graag één aanspreekpunt en vreest dat kleinere, volledig onafhankelijke colleges te kwetsbaar zouden zijn.

En ook bij de twee scholen lag de opsplitsing gevoelig. De ondernemingsraad van het Albeda is niet tegen de samenwerking, maar gaf wel een negatief advies over de opdeling. In maart stapte Albeda's bestuursvoorzitter Anja van Gorsel om diezelfde reden op. De al ingezette samenwerking bij techniek gaan voorlopig wel door.

Het verzet is te begrijpen als je de geschiedenis van het mbo kent. De Rotterdamse plannen knagen aan de fundamenten van het roc-stelsel zoals dat halverwege de jaren negentig werd opgetuigd. Dat moest een breed aanbod van opleidingen op vier niveaus in iedere regio garanderen met één bestuur.

Imago

Toch zijn Zadkine en Albeda niet de enige die zoeken naar aanpassingen van dat stelsel. Zo stelde minister van Onderwijs Jet Bussemaker al voor de verschillende niveaus uiteen te trekken om zo het slechte imago van het mbo wat op te vijzelen. Niveau mbo-1 heet sinds dit jaar entreeonderwijs, en mbo-2 en 3 moeten middelbaar vakonderwijs gaan heten. De titel middelbaar beroepsonderwijs blijft gereserveerd voor mbo-4.

De Rotterdamse plannen gingen nog verder. En juist daarom is het treurig dat die zijn gesneuveld, zegt Marc Vermeulen. 'Bij hun ontstaan in de jaren negentig kregen de roc's de opdracht dat ze alle vakken en niveaus moeten aanbieden. Dat blijkt in de praktijk gewoon niet te werken. Het heeft geresulteerd in heel complexe organisaties waarbinnen studenten bovendien vrij weinig tussen studies blijken te switchen.'

Het voornemen om in de vorm van gespecialiseerde vakcolleges verder te gaan, sprak hem daarom erg aan. Vermeulen: 'Het is jammer dat Den Haag vanaf het begin vol op de rem is gaan staan. Alle energie is daardoor gaan zitten in de vraag hoe je zulke scholen moet besturen en of een fusie wel wenselijk is.'

Minister van Onderwijs Jet Bussemaker stelde wel al eerder voor de verschillende niveaus uiteen te trekken om zo het slechte imago van het mbo wat op te vijzelen. Beeld anp

Vakschool

Bij het zoeken naar nieuwe vormen voor het mbo vallen vaak termen als vakschool, vakmanschap en kleinschaligheid; die woorden, en hun nostalgische bijklank, zijn helemaal terug van weggeweest. Minister Bussemaker benadrukt graag dat een 'focus op vakmanschap' nodig is om de Nederlandse economie klaar te stomen voor de toekomst. En ook roc's buiten Rotterdam denken in die richting. Zo schakelde het ROC Midden Nederland de hulp van bedrijven in om kleinschalige en gespecialiseerde vakcolleges op te richten waar begeleiders van bedrijven als een soort gildemeester kleine groepjes studenten onder hun hoede nemen.

Je zou haast vergeten dat de vakschool ooit een vast onderdeel was van het Nederlands onderwijslandschap. Er waren vakscholen onder de hoede van de overheid en van bedrijven die hun eigen personeel opleidden. Tot in de jaren negentig, toen de mbo's - vakschool of niet - werden ondergebracht bij de grote, regionale opleidingscentra.

'De vakscholen werden gezien als de euthanasiepatiënten van de onderwijshervormingen', zegt Hans Verschoor, directeur van Nimeto, een van de twaalf vakscholen die de fusiegolf van de jaren negentig overleefden. 'Er was een plan voor een wet die de vakscholen zou verbieden. Daarvan werd afgezien omdat iedereen ervan overtuigd was dat de roc's zo machtig zouden worden dat ze de kleine vakscholen vanzelf zouden opslokken.'

Dat de vakscholen toch bleven bestaan, komt volgens hem vooral door de warme banden met het bedrijfsleven. Zo heeft Nimeto een raad van toezicht waarin vertegenwoordigers van het bedrijfsleven zitten. Ook denken mensen uit het bedrijfsleven mee over het lesprogramma. Nimeto heeft de laatste schildersopleiding die nog op mbo-4, en dus op hoog niveau, wordt aangeboden. Verschoor: 'Bij de roc's is schilderen vaak een onderdeel van de bouwopleiding. Daar sneeuwt dat vak snel onder.'

Warenhuis

Verschoor herinnert zich dat in de periode waarin de roc's ontstonden vaak de metafoor van het warenhuis werd gebruikt. 'Een roc moest alles kunnen leveren en alles hebben: alles in het mbo, maar daarnaast ook onderwijs voor volwassenen en inburgering.'

Dat was volgens hem de drijfveer om steeds een stapje groter te gaan. 'Alles werd bij elkaar geveegd. Nu hoor je de wens om het juist weer wat kleinschaliger te gaan doen. In een kleine vakschool moet je keuzes maken. Je legt dan vanzelf de focus bij bepaalde opleidingen.' Die kleinschaligheid maakt een school ook flexibel, is zijn ervaring. Je kunt sneller reageren op wat er in de buitenwereld gebeurt en daar bijvoorbeeld het onderwijs op laten inspelen.

De drama's bij Amarantis en nu ook bij het roc in Leiden laten zien dat de onderwijsreuzen niet alleen maar voordelen hebben. Grootse vastgoedplannen en overmoedige managers brachten ze aan de rand van de afgrond.

Onderwijsreus ROC Leiden zit in financiële problemen. Beeld anp

Lang niet overal loopt het zo uit de hand. De meeste roc's zijn financieel gezond en bieden veel goede opleidingen aan, maar alles wijst erop dat de mega-roc's hun grens zo langzamerhand hebben bereikt. Illustratief is de 'fusietoets' voor het onderwijs ,waarmee de minister sinds een paar jaar kan controleren of bij een fusie wel rekening wordt gehouden met de 'menselijke maat'.

De reden waarom de roc's zijn opgericht - hun brede aanbod aan opleidingen op alle niveaus - blijkt een blok aan het been. Bijvoorbeeld wanneer een specifieke opleiding kopje onder dreigt te gaan. Dat was de conclusie die Vermeulen trok nadat hij de crisis bij scholenreus Amarantis uit 2012 had onderzocht. 'Neem Utrecht, waar de techniek-opleiding van Amarantis noodlijdend was. Iedereen zei: 'Een roc zonder techniek, dat kan toch niet? Maar waarom eigenlijk niet? Het is helemaal niet per se nodig dat een roc alles in huis heeft.'

Nu is er weer het verlangen naar kleinschaligere vakscholen met op maat gesneden opleidingenprogramma's. Maar hoe mooi dat ook klinkt, de bestuurlijke realiteit is weerbarstig. Grootschalige onderwijsbedrijven zijn nog steeds de regel en het stelsel laat weinig ruimte voor experimenten. Na het stuklopen van de Rotterdamse ambities is het de vraag of er snel weer iemand opstaat die het in mbo-land eens helemaal anders wil gaan doen.

In een paar jaar leerde Ruben Kazadi goed Nederlands spreken, maar sommige woorden blijven lastig. 'Heb jij dit/deze kaartje gestuurd?'. Kazadi vult 'dit' in, denkt na en verandert zijn antwoord in 'deze'. Beeld Foto: Sanne de Wilde
De nieuwe taal- en rekentoetsen leiden tot grotere problemen. En van de lesboeken moeten veel mbo'ers niks hebben. 'Je leert veel meer door het in het echt te doen', zegt de studente detailhandel. Beeld Foto: Sanne de Wilde
De docent burgerschap Klaas-Eel de Boer probeert zijn liefde voor nieuws over te brengen. 'Een boek vol begrippen moet je kunnen uitleggen aan de hand van het nieuws, want dan zien mensen pas echt waarover het gaat.' Beeld Foto: Sanne de Wilde
Scholen mogen studenten niet zomaar wegsturen. Rendementscijfers dalen dan en bij te veel uitval trekt de inspectie aan de bel. 'Dat is soms best een spagaat.'zegt verzuimcoördinator Jolijn Copier. Beeld Foto: Sanne de Wilde
'Als je 40 of 50 bent, moet je echt meer kunnen', vindt student Martin Wols, die naar het hbo wil. 'Dan concurreer je ineens met mensen van 21 met een bachelordiploma op hbo-niveau. Dan zit je daar met je mbo-4. Beeld Foto: Sanne de Wilde
'Hout is een mooi materiaal', vindt aankomend timmerman Pieter Rolink. 'Ik vind het mooi als je de naden ziet lopen en ook dat je hout zo goed kunt bewerken. Dat is heel anders dan staal. Staal is ook maar staal.' Beeld Foto: Sanne de Wilde
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden