Mag een docent zijn politieke voorkeur in de klas laten blijken?

Een schrijfopdracht voor 5 vwo leidde tot verontwaardiging bij Forum voor Democratie

'Als het aan Baudet ligt, hebben straks slechts enkele witte mannen de macht in Nederland.' Dat stond in een schrijfopdracht voor 5 vwo. Mag een docent zijn politieke voorkeur op die manier laten blijken?

Fractievoorzitter Thierry Baudet tijdens zijn speech op het partijcongres van Forum voor Democratie. Foto anp

'Is Baudet een tijdverschijnsel dat snel weer uitsterft? Of hebben zijn ideeën bestaansrecht voor langere tijd?' Een schrijfopdracht voor 5 vwo leidde deze week tot verontwaardiging in kringen rond Forum voor Democratie. Eén typering in het bijzonder stak: 'Als het aan Baudet ligt, moeten we naar een Nederland waarin slechts enkele witte mannen de macht hebben.'

Een leerling stuurde de tekst door aan Thierry Baudet, die de schrijfopdracht deelde op sociale media. 'Ik krijg deze bizarre, schandelijke schoolopdracht van een boze leerling doorgestuurd', twitterde de politicus. 'Schokkend! Maken anderen dit ook mee op hun school/ hogeschool/ universiteit? Laat het mij en @YerRamautarsing weten, en we komen langs om uit te leggen hoe het echt zit!' Baudets bericht kreeg 748 retweets en werd 997 keer 'leuk' gevonden.

Reactie

Per ommegaande reageerde de docent in kwestie, Ivar Gierveld - docent Nederlands op de scholengemeenschap Marianum in Groenlo. 'Ik schrijf hier niets dat niet uit je eigen mond komt en bovendien is het een opdracht waar leerlingen alle kanten mee op kunnen', twitterde hij (809 retweets, 1.938 keer vind-ik-leuk). Waarop FvD-lid Yernaz Ramautarsing op Twitter vroeg of Gierveld moest worden geschorst of ontslagen. Ramautarsing verontschuldigde zich even later, maar hield vol dat de zaak ernstig was.

En zo ging het weer over een stokpaardje van 'rechts': dat het docentenkorps links en vooringenomen is en leerlingen indoctrineert. Ton van der Schans, voorzitter van de Vereniging van Docenten Geschiedenis en Staatsinrichting (VGN), heeft naar eigen zeggen 'genoten' van de botsing in digitale sferen. Vanwege de over en weer gebezigde argumentatie, maar ook vanwege het publicitaire slaatje dat Baudet uit de zaak weet te slaan. 'Maar met zijn kritiek op Gierveld heeft Baudet wel een puntje. Als je in een opdracht verwijst naar een politicus, moet je geen karikatuur maken van diens standpunten.'

Opvattingen

Natuurlijk heeft een docent opvattingen en natuurlijk mogen die in de les doorklinken, vindt Van der Schans. 'Laat hem vooral smoel, identiteit en kleur hebben.' Maar de docent mag niet met het thema aan de haal gaan. Hans Teunissen, voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Leraren Maatschappijleer, is strenger. 'Je lessen moeten waardenvrij zijn. Als er een mening van een docent in doorklinkt, dan gaat het dáárover en niet meer over dat leerlingen leren om na te denken over een populaire, opkomende politieke partij.'

'Die schrijfopdracht is vooringenomen. Geen ramp, maar ook niet verstandig', reageert Margalith Kleijwegt, zelfstandig researcher en schrijver. 'Het is heel goed dat docenten maatschappelijke kwesties behandelen. Alle lof dus voor Gierveld. Maar je krijgt niet het idee dat hij neutraal tegenover Baudet staat.' In 2016 toog Kleijwegt in opdracht van minister Jet Bussemaker (Onderwijs) langs vmbo's, mbo's en hbo's. Ze volgde discussies over de vluchtelingenstroom en de aanslagen in Parijs. 'Ik heb het er met docenten over gehad in hoeverre je je eigen mening laat horen. Het vervelende is dat daar geen sluitend antwoord op is. De ene keer werkt het goed, de andere keer moet je het niet doen. Het moet functioneel blijven.'

'Steriel klaslokaal'

Daarmee is Thierry Baudet het van harte eens. 'Ik ben niet voor een steriel klaslokaal', zegt de politicus. 'Mijn docent maatschappijleer kwam er rond voor uit dat hij D66 stemde. Met een breed gebaar zei hij: 'Hans van Mierlo, dát is mijn man!' Maar hij zei het met ironie, zonder zijn mening op te dringen.' In menig klaslokaal is dat volgens Baudet wel anders. 'Ik heb deze week meer dan 150 reacties van scholieren gekregen.' Over leraren die posters van alle partijen in de klas hangen, behalve van het Forum. Van leerlingen die uit de klas zijn gestuurd omdat ze hopen dat hij premier wordt. Over leraren die beweren dat Baudet, net als Hitler, de democratie wil afschaffen. 'Geen ironie, maar heftige teksten.'

Het zegt nog niets over zijn uitlatingen in de klas, maar Ivar Gierveld maakt op Twitter van zijn hart geen moordkuil. Over het kabinet Rutte III: 'Stelletje lobbydienende eigentoekomstveiligstellende kutpolitici. Iedereen die op 1 van de 4 heeft gestemd, is een oetlul.' En: 'Zo, in een innige samenwerking met onze nationale witteboordcriminelen hebben @MinPres, @gertjansegers, @sybrandbuma en @APechtold eventjes hun toekomst veiliggesteld en intussen het vertrouwen in de politiek hersteld.'

Alle tijden

Politiek in de klas is van alle tijden. Eddy Habben Jansen - directeur van ProDemos, de organisatie die scholieren rondleidt op het Binnenhof en de Stemwijzers maakt - had een docent maatschappijleer die in 1983 een busreis organiseerde naar de vredesdemonstratie op het Malieveld, tegen de kruisraketten. 'Dat vond ik toen best raar. Je mag van docenten toch verwachten dat, als ze al de behoefte voelen om iets te zeggen van je politieke voorkeur, ze daarmee niet de les sturen.'

Robert Sikkes, de hoofdredacteur van het Onderwijsblad, herinnert zich de schaduwverkiezingen in zijn middelbareschooltijd, en de maatschappelijke thema's - van de voorgenomen vrijlating van de 'drie van Breda' tot de afzetting van de linkse president Salvador Allende in Chili - die klassikaal werden besproken. Al dan niet op initiatief van de leerlingen. Wat voor de rechterlijke macht geldt, geldt ook voor het onderwijs: de politieke gezindheid van de mensen die er werken, zou niet ter zake moeten doen. Maar, net als voor de rechterlijke macht, geldt dat de sector een progressief imago heeft. Van de leden van de Algemene Onderwijsbond AOb stemt driekwart progressief - D66 en alle partijen links daarvan. Bij de Onderwijsbond CNV geldt dit voor zo'n 55 procent van de leden. De AOb, geaffilieerd aan de FNV, en de Onderwijsbond CNV vertegenwoordigen samen zo'n 60 procent van de onderwijsgevenden in Nederland.

Tekst gaat verder onder de afbeelding.

Raadsleden bezoeken de 3-vwo-klas van het Leidsche Rijn College voor het project 'Staatsinrichting'. Queeny Rajkowski (VVD) beantwoordt vragen van leerlingen. Foto Hollandse Hoogte

PVV-stemmer

Neveneffect van die linkse signatuur van de sector is dat de PVV-stemmer 'ten dele ondergronds gaat', denkt Ton van der Schans. 'Ik weet dat die PVV-stemmers er zijn, maar je ziet of hoort ze niet. Dat is niet goed. Ook in dat opzicht moet er ruimte zijn voor diversiteit. Zolang de opvattingen van de docent maar niet sturend zijn voor de behandeling van de lesstof.' Moeiteloos somt hij de gevoelige thema's op. De terreuraanslagen in Frankrijk en België. De couppoging in Turkije. Zwarte Piet - nog niet eens zo lang geleden nog volstrekt apolitiek. De dekolonisatieoorlog in Indonesië. Zelfs over Michiel de Ruyter werd op scholen druk gedebatteerd na het uitkomen van de gelijknamige film. 'Dan heb je het natuurlijk al snel over kolonialisme en slavernij, maar je moet oppassen dat je niet te snel in de politiek correcte reflex schiet. De uitdaging voor de geschiedenisdocent is juist dat hij zo'n figuur in zijn tijd plaatst, en niet beoordeelt met onze normen.'

De Holocaust geeft al jaren aanleiding tot de meest verhitte discussies in de klas, vaak samen met het Israëlisch-Palestijnse conflict. Sommige leerlingen met een islamitische achtergrond hebben een ander verhaal - 'narratief', in het jargon - dan hun docenten. Ze staan open voor Holocaustontkenning of suggereren dat de zionisten nu hetzelfde doen met de Palestijnen als de nazi's destijds met de Joden. De aanslagen van 9/11 hebben een plek gekregen in samenzweringstheorieën. Hoe ga je met gevoelige thema's om, is een vaak gestelde vraag onder docenten - en het thema van het komende jaarcongres van de leraren geschiedenis.

Feiten

'Hiervoor hebben docenten meer toerusting nodig', zegt VGN-voorzitter Van der Schans. 'Ze kunnen niet volstaan met de feiten. Met het tonen van de gruwelen van de Holocaust. Dan bedrijf je onkruidbestrijding door te asfalteren. De docenten moeten meer uitgaan van het narratief van de leerling. Als die begint over het lot van de Palestijnen, kan de docent zeggen: 'Laten we de VN-resoluties er eens bij halen om te zien hoe het is gegaan.' Als je wordt bestookt met complottheorieën, kan je beter over het ontstaan van complottheorieën praten dan hun ideeën bestrijden. Dat klinkt als kopjes thee drinken of 'laat duizend bloemen bloeien', maar die benadering is echt effectiever dan leerlingen met de waarheid confronteren die zij toch niet willen aanvaarden.'

Die benadering kiest ook Eddy Habben Jansen van ProDemos. 'Als een leerling de Holocaust ontkent, dan hoop ik dat hij een docent heeft die zegt: 'goh, welke bronnen heb je daarvoor?' En als een leerling zegt dat 9/11 door de CIA en de Mossad is georganiseerd, dan zou die docent kunnen vragen: 'Hoe weet je dat eigenlijk?' Het heeft geen zin om zijn autoriteit tegenover die van degenen te plaatsen die deze complotten verspreiden.' Dit lijkt onder docenten de consensus te zijn. 'Je moet nooit proberen een leerling op andere gedachten te brengen', oordeelt ook publicist Margalith Kleijwegt. 'Dat moet je niet willen. Dat is je taak niet. Je moet proberen hen zelfstandig en kritisch te laten nadenken.'

Onzin

Hans Teunissen: 'Als je tegen een leerling zegt: 'Het is onzin wat je zegt', dan is het gesprek klaar.' Zijn vakgebied gaat over politiek, criminaliteit, migratie. 'Daarover hebben mensen altijd eerder een opvatting dan over de plaattektoniek bij aardrijkskunde of de naamvallen bij Duits. Dat is inherent aan maatschappijleer, dat is ook mooi. We moeten leerlingen leren een mening te vormen. Dat betekent niet dat je postmodern alles maar als mening moet zien. Mijn vak gaat ook over grondrechten, internationale verdragen, de rechtstaat. Als docent moet je natuurlijk ook uitleggen hoe de wereld in elkaar zit.'

'Dit soort onderwerpen was vaak een ondergeschoven kindje in het onderwijs', zegt Kleijwegt.'Het gebeurt nu professioneler. Ik vond de leraren die zichzelf hiermee belastten vaak fantastisch. Ik heb er niet zo'n somber beeld van.' Het vak geschiedenis is interessanter geworden, zegt Van der Schans. 'Zowel voor leerlingen als docenten. Er is meer interactie met de actualiteit dan vroeger.'

En Thierry Baudet? Die gaat een tournee langs scholen maken. 'Niet met de insteek: 'Stem FvD', maar 'Laten we open met elkaar praten'. We gaan geen hetze creëren. Maar wat is nou kritisch denken? Wat willen we dat leerlingen leren? Ik heb niets tegen provocerende lesopdrachten, je mag best je eigen mening hebben. Maar hou je bij de feiten. Sta open voor andere opvattingen en stimuleer die ook. Dat is de kracht van het Westen sinds de Verlichting.'

Ivar Gierveld heeft inmiddels namens zijn school Baudet uitgenodigd. Verder verwijst de docent naar een verklaring van zijn school. Die benadrukt 'dat wij, als school, geen politieke standpunten innemen, maar het als kerntaak beschouwen de leerlingen op te leiden tot kritische denkers. Dit soort opdrachten zijn bij uitstek geschikt om onderwerpen in een brede context te plaatsen.'

Schrijfopdracht over Baudet

De gewraakte vraag De 5-vwo-leerlingen van Ivar Gierveld mochten kiezen uit tien onderwerpen voor een betoog of beschouwing, waaronder de EU, MeToo, Zwarte Piet en bitcoins. De toelichting bij 'alternatief rechts' luidde:

'Dat Thierry Baudet de vaderlandse politiek flink opschudt, is duidelijk. Zijn idee van een nieuwe renaissance vindt weerklank bij de bevolking. De twee zetels die zijn partij nu heeft, lijkt een voorbode voor meer. Als het aan Baudet ligt, moeten we naar een Nederland waarin slechts enkele witte mannen de macht hebben. In zijn wereldbeeld is klimaatverandering een verzinsel, lijden Nederlanders aan oikofobie en speelt een partijkartel elkaar constant de bal toe waardoor de Nederlandse democratie een schijndemocratie is. Is Baudet een tijdsverschijnsel dat snel weer uitsterft? Of hebben zijn ideeën, die populair zijn bij onder meer jongeren die een hoge opleiding genieten of genoten hebben, daadwerkelijk bestaansrecht voor langere tijd?'