Madurodam breekt met oubollig stadsbeeld

Entreegebouw, restaurant en herinrichting Madurodam...

Architect: Kuiper Compagnons Roterdam. Ontwerp: 1995 Opgeleverd: 1996.

Madurodam, het miniatuurstadje in Den Haag, is ingrijpend veranderd. Het is groter en doelmatiger geworden, met meer restaurants, winkels, werkplaatsen, kiosken en kantoren. Het uiterlijk werd navenant commerciëler: het knullige hokje waar je vroeger de toegangskaartjes kocht, is nu een swingend nieuw entreebouw dat, allegorisch, het beste van Nederland verbeeldt: het heeft de vorm van twee dijken waartussen het dak als een hoge golf opklotst, geflankeerd door een vuurtoren en versierd met een grachtengevel.

Veel belangrijker is de verandering die het park inhoudelijk heeft ondergaan. Toen Madurodam in 1952 werd geopend was het niet alleen de verwezenlijking van een droevige wens van het echtpaar Maduro: een blijvend monument voor hun in de oorlog overleden enige zoon George, in de vorm van een attractie die ook nog eens geld zou opbrengen voor het studentensanatorium. Het was ook de vervulling van een architectendroom.

Architect S.J. Bouma (1899-1959), die in de oorlog directeur van het Arnhemse openluchtmuseum was geweest en vervolgens de opzet van het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen maakte, zag in Madurodam de kans zijn stellige ideeën uit te werken. Geïnspireerd op een Engels voorbeeld in Beaconsfield wilde hij, in een schaal van 1 : 25, met Madurodam laten zien hoe een Nederlandse stad zich in de loop der eeuwen heeft ontwikkeld.

Bouma had, na Arnhem en Enkhuizen, nogal idealistische ideeën over hoe zoiets moest worden gedaan. Hij zag met lede ogen hoeveel tradities verloren gingen. Hij had de beste jaren van zijn leven gewijd aan het bestuderen en opmeten van boerderijen en andere landelijke gebouwen. Daarom vond hij dat in Madurodam het karakter en de sfeer van een verdwenen - of verdwijnend - cultuurpatroon met suggestieve middelen moest worden opgeroepen.

Zo ontstond het wat oubollige beeld waarin oude stadsbuurtjes en grachtenhuizen, een kaasmarkt en een processie, de torens van de Sint Jan, de Westerkerk en de Utrechtse Dom de sfeer bepaalden. Het handjevol recentere gebouwen zoals het Hilversumse Raadhuis van Dudok, de AVRO-studio en de Diergaarde Blijdorp werd daar harmonieus tegen aan gevleid. Haven en luchthaven vormden een deel apart, strikt van het oude deel gescheiden.

Met dat beeld is nu definitief gebroken. Kuiper Compagnons heeft, als architect en stedebouwkundige van het hernieuwde Madurodam, ook een nieuwe ordening in het park gebracht. Het oude gedeelte bleef bestaan, maar er is een nieuw gedeelte naast gekomen. Zo zelfverzekerd als het entreegebouw zijn eigentijdse vormen toont, zo prominent is daar de allernieuwse architectuur van Nederland bij elkaar gezet.

Pontificaal staan ze daar, temidden van het landschap: de ING-bank van Alberts en Van Huut, de zwarte torens van de Nationale Nederlanden die Abe Bonnema in Rotterdam naast het station ontwierp, het ministerie van VROM van Jan Hoogstad, het Nederlands Architectuurinsituut van Jo Coenen en de Erasmusbrug van Ben van Berkel. Het Groninger Museum van Mendini is nog net niet af, het zal binnenkort op een eilandje verrijzen.

Daarnaast is een opvallend groot aantal projecten uit gloednieuwe steden of stadswijken te zien: uit Zeewolde de bibliotheek van Koen van Velsen en uit Almere zowel woonhuis Polderblik van Teun Koolhaas, als het restaurant met woningen van Jo Coenen en de woningen die Cayennepeper als bijnaam kregen van bureau Verheyen, Verkoren en De Haan. Ook de Amersfoortse wijk Kattenbroek, waarmee Kuiper Compagnons zelf zoveel roem verwierf, is met drie bouwprojecten vertegenwoordigd.

Het lijkt een onschuldige vorm van actualiseren. Maar het is wel opvallend dat geen enkele van de nieuwe gebouwen de sfeer om zich geen kreeg waarin ze in werkelijkheid zijn te zien. Neem dat ministerie van VROM: in Den Haag staat het volledig ingeklemd tussen het Centraal Station, het nieuwe stadhuis en het ministerie van Economische Zaken. In Madurodam pronkt het open en bloot, net zoals de ING-bank van Alberts en Van Huut die in de Bijlmer heel even, net als in Madurodam, in een wijdse vlakte heeft gestaan, maar inmiddels volledig is ingebouwd. Op vergelijkbare wijze gaan de in Madurodam trots geëtaleerde woonblokken van Kattenbroek en Almere in het echte leven geheel teloor in een eindeloze uitgestrekte nieuwbouwwijk.

Een stedebouwkundig bureau als Kuiper Compagnons weet daar natuurlijk alles van en lijkt bewust te hebben gekozen voor een eigen ideaalbeeld, waarin hun architectonische lievelingen als pronkstukken in de ruimte staan. Zou Kuiper Compagnons zich hebben gerealiseerd dat ze daarmee de basisgedachte waarmee Madurodam ooit is opgezet met voeten heeft getreden? De vernieuwde miniatuurstad toont nu immers niet meer de sfeer en het karakter van dé Nederlandse stad, hooguit een willekeurige verzameling losse incidenten.

Had het bureau de gedachte van de oorspronkelijke ontwerper gevolgd, dan zou het nooit voorbij hebben kunnen gaan aan de monumentale stadsvernieuwing waarmee Nederland in de jaren zeventig internationale faam kreeg, met woningen van Theo Bosch, Hertzberger of Aldo van Eyck, van Atelier Pro of zelfs het IJ-plein van Koolhaas. Dan had ook een uitbreidingswijk als de Bijlmer niet mogen worden vergeten en had dwars door de fraaie maquette van de Ridderzaal en zijn omgeving de nieuwe Tweede Kamer van Pi de Bruijn moeten zijn aangebracht.

Het is te begrijpen dat Kuipers voor die opzet terugschrok. Nederland wordt er inderdaad, in het echt, niet mooier op. Al is dat nu juist wel de suggestie die in Maduradom wordt gewekt.

Hilde de Haan

Ids Haagsma

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden