Made in Holland

De opstelling van het Nederlands elftal bij het EK voor voetballers onder 17 jaar leest als een exotisch menu. ‘De mensen die nu nog klagen omdat Achmed met zijn voetbal zoveel herrie maakt op het pleintje, denken straks: laat maar, misschien komt hij nog wel in Oranje.’..

Wanneer het Wilhelmus over het platteland rolt, richting Taurusgebergte, wekken elf 16-jarigen de indruk hun mond te bewegen – meer is het echt niet. Op de tribune is het vaderland wel hoorbaar getrouw en dat komt vooral door Ger van Haasteren die het volkslied vervaarlijk doet schallen. Van Haasteren is een gepensioneerde leraar met priemende ogen. Hij is door de KNVB ingehuurd als studiebegeleider tijdens dit EK voor voetballers onder 17 jaar.

Van Haasteren rekent een goede kennis van het Wilhelmus tot zijn takenpakket. Deze voetballers vertegenwoordigen per slot van rekening hun land, zij het nog op aspirantenniveau. Maar wie weet, is voor een van hen dit elftal wel dezelfde springplank die het was voor Seedorf, Van der Vaart en Van Basten.

Youness Mokhtar en Oguzhan Ozyakup, twee van die talenten, kunnen hun lachen amper inhouden als een dag later hun kennis van het Wilhelmus wordt gepeild. Ja, ze weten dat meneer Van Haasteren staat op een gedegen kennis van, en nee, hen kan het volkslied niet zo boeien.

Een maand voor het echte werk strijden acht nationale jeugdteams in het Turkse Antalya om de Europese titel. Alle selecties zijn gehuisvest in Topkapi Palace, een toeristische all-in-vesting aan de kust. Een of andere oligarch heeft dit dorre stukje Turkije onder zijn hoede genomen en het World of Wonders genoemd. Voor de overwinterende voetbalclubs hoort daarbij ook het World of Wonders Football Centre. Het Nederlands elftal treedt er woensdagavond 7 mei aan tegen Servië.

Vrijwel alle achternamen van de Serviërs eindigen op vic, sic of lic, en als je heel hard ‘Marko’ roept, zullen vier jongens opkijken. De opstelling van Nederland leest als een exotisch menu. Tim Eekman heeft ongetwijfeld Nederlands bloed door d’aderen vloeien. Maar met Lorenzo Burmel en Rolleny Bonevacia is het aloude vaderland een stuk verder weg. In de naam Rajiv van la Parra lijkt het tussenvoegsel zelfs een vergissing.

En wat te denken van Oguzhan Ozyakup? Evert ten Napel kan zijn borst nat maken.

In Westknollendam is Olis Food gevestigd. Muzaffer Ozyakup is de directeur van het bedrijf dat bakkerijen en pizzeria’s hun grondstoffen levert. Op het zelfgemaakte logo ontfermt een oranje figuurtje zich over jong graan.

Ozyakup is twintig jaar geleden naar Nederland gekomen om te trouwen met de vrouw die hij lief had. Op 23 september 1992 werd hun tweede kind geboren. Oguhzan is met zijn 15 jaar ruim een jaar jonger dan de andere spelers in Antalya. Dat zegt wel iets over de omvang van zijn talent, waarop Arsenal het oog al liet vallen.

‘Een kruising tussen Zidane en Bergkamp’, zegt Muzaffer Ozyakup als hij zijn zoon als voetballer moet omschrijven. ZTS en Hellas Sport, twee voetbalclubs in woonplaats Zaandam, profiteerden als eerste van deze veelbelovende kruisbestuiving. Vanaf de C1 heeft AZ zijn scholing als voetballer overgenomen en binnenkort besluiten de Ozyakups of de loopbaan wordt vervolgd bij het Londense Arsenal.

Sinds de eerste selectie van beloften, dat voor voetballers onder de 15 jaar, maakt Oguzhan Ozyakup deel uit van Oranje. Vader en zoon willen niets liever dan die lange mars in Oranje voltooien, want het Nederlands voetbal past precies in een goede scholing.

Maar Ozyakups talent is ook al doorgedrongen in Turkije en tijdens het EK in Antalya wordt zijn loyaliteit diverse keren op de proef gesteld. Als het gastland in het openingsduel tegenstander is, merkt de stadionspeaker fijntjes op dat Ozyakup aan de verkeerde kant meedoet.

Wie in Nederland twijfelt aan zijn loyaliteit vanwege het dubbele paspoort, krijgt met Muzaffer Ozyakup te maken. De directeur van Olis Food laat zich kennen als een modelburger van het Koninkrijk der Nederlanden. Als het paradijs op aarde zou bestaan, dan lag het aan de Noordzee. Dat verklaart ook waarom de werkkleding van zijn personeel oranje is.

Onder kinderen van Turkse en Marokkaanse arbeidsmigranten (de zogenoemde tweede generatie) is onlangs een groot onderzoek gehouden. Daarbij stelde het IMES, een onderzoeksinstituut in migrantenkwesties, ook de nationale identiteit aan de orde.

Vanuit Nederlands perspectief is dat vaak een keuzevraag en tegenwoordig een tamelijk dwingende. Maar voor deze groep, tussen 18 en 35 jaar oud, zijn de identiteiten juist aanvullend. Als ze zich in collectieve zin iets voelen, dan is het eerder Rotterdammer of Amsterdammer, de twee steden waarin het onderzoek werd verricht.

Jongeren uit de grote stad, autochtoon en allochtoon, zijn wereldburgers. In hun vriendschappen maken ze geen onderscheid tussen afkomst en kleur. Die veelkleurige gelijkheid zal ook zichtbaarder worden in de nationale voetbalteams.

Zoals de Surinamers hun plek in de Nederlandse samenleving opeisten met hun impulsen aan het voetbal, zo is het nu de beurt aan de Marokkanen en de Turken. Eerdere generaties liepen stuk op de mentaliteit en kozen al snel voor hun andere vaderland, maar dat zal veranderen.

Khalid Boulahrouz en Ibrahim Afellay hebben het pad geëffend. In de selecties voor nationale jeugdteams wemelt het van Turkse en Marokkaanse namen. Volgens IMES-onderzoeker Maurice Crul manifesteren allochtone talenten zich nu veel eerder in clubverband. Ze worden daardoor sneller ingelijfd bij de ‘Hollandse school’.

Albert Stuivenberg, bondscoach van de selectie onder 17 jaar, waagt zich niet aan algemene bespiegelingen over een andere mentaliteit. Maar Youness Mokhtar en Oguzhan Ozyakup voegen zich probleemloos naar het teambelang ‘En dat is in het verleden weleens anders geweest.’

Hans Sahar is een Marokkaans-Nederlandse schrijver. Sterker nog, Hans Sahar is de eerste Marokkaans-Nederlandse schrijver. Hij debuteerde in 1995 en bereidde daarmee de weg voor collega’s als Abdelkader Benali en Hafid Bouazza. Twee weken geleden kwam De Gebroeders Boetkaboet uit, zijn nieuwste roman. Daarin gaat het over terrorisme en hoe je daarin bijna ongemerkt kunt afglijden.

Hij woont in Den Haag Zuidwest, een wijk die vanwege samenstelling en status door de overheid als een probleemgeval is aangemerkt. Op de balkons staan tv-schotels. Om de hoek is een achtertuin uitbundig versierd met oranje vlaggetjes. Verder geen signalen hier dat het EK er aan komt.

In De Heimwee-Karavaan beschrijft Hans Sahar de gemengde gevoelens onder Marokkanen als het Nederlands elftal aantreedt. Oranje is in elke wedstrijd favoriet, behalve als Marokko de tegenstander is. Maar een nederlaag van Marokko is snel verwerkt. Als er toch verloren wordt, dan het liefst van Nederland.

Maar deze verhalenbundel is alweer acht jaar oud en de integratie heeft niet stilgestaan. Voor de derde generatie, kinderen in de leeftijdsklasse van Mokhtar en Ozyakup, is Marokko niet meer dan een vakantiebestemming. ‘Zij zijn net zo Marokkaans als Nederlanders Frans of Spaans kunnen zijn.’

Hans Sahar vergelijkt het proces met dat in Frankrijk, waar de integratie al een paar stappen verder is. Vorig jaar raakte hij in Marokko aan de praat met Marokkaanse Fransen. Het gesprek moest even worden gestaakt voor een Franse vertaling omdat sommigen het Marokkaans al niet meer machtig waren.

Zo zal het in Nederland ook gaan met een veelkleurig voetbalteam als symbool. ‘Allemaal made in Holland’, zegt Muzaffer Ozyakup trots. ‘De mensen die nu nog klagen omdat Achmed met zijn voetbal zoveel herrie maakt op het pleintje, denken straks: laat maar, misschien komt hij nog wel in Oranje’, zegt Hans Sahar.

Een Marokkaans koffiehuis in de Utrechtse wijk Overvecht is zaterdagavond helemaal volgelopen als het Nederlands elftal aan zijn oefenwedstrijd tegen Oekraïne begint. Het voorafgaande uur is vrijwel uitsluitend gesproken over de deelname van wijkbewoner Ibrahim Afellay aan het EK.

Als Oranje scoort, springt het koffiehuis juichend op. Slechts één man blijft zitten. Het is de 46-jarige Abdel die niet met zijn achternaam in de krant wil. Abdel walgt van Marokkanen die Nederland aanmoedigen. ‘Tenzij je een Marokkaan in het Nederlands elftal aanmoedigt, zoals Ibrahim.’ De bejegening van Marokkanen is voor hem een belangrijke reden Oranje zijn steun te onthouden.

Aziz Boudara (27) behoort tot de meerderheid die het oranjegevoel wel koesteren. Hij verheugt zich op de wedstrijden van Nederland tijdens het EK, al plaatst hij wel een kanttekening bij de deelname van Afellay. ‘Het is niet eerlijk dat Nederland wel goede Marokkaanse voetballers kan gebruiken en omgekeerd niet.’

De aangrenzende wijken Overvecht en Ondiep leveren dit EK allebei een international. Ondiep eert Wesley Sneijder met straten vol oranje slingers, maar in Overvecht lijkt het leven zijn gewone gang te gaan. Tussen alle grijze flats is nauwelijks oranje te ontwaren.

Toch is er wel wat veranderd, zegt de 27-jarige Zakaria Lakie. Met de inbreng van een kind van de wijk hebben de bewoners van Overvecht het gevoel een aandeel te hebben in de strijd om het Europees kampioenschap.

Een enkeling maakt Afellay uit voor verrader, maar de meerderheid is trots op Ibi. Lakie: ‘Wij Marokkanen hebben het gevoel dat hij het voorbeeld is van geslaagde integratie.’

Zakaria Lakie heeft vroeger op een pleintje nog met Afellay gevoetbald en is er altijd van overtuigd geweest dat hij voor Marokko zou kiezen. ‘Maar ik was een keer met hem bij een wedstrijd van Jong Oranje tegen de jeugd van Marokko in Emmen. We raakten in gesprek met de voorzitter van de Marokkaanse bond. Die man wist eerst niet eens wie hij was en maakte er daarna een probleem van dat Ibi alleen Berbers sprak en geen Arabisch. Logisch dat je dan Nederland als vaderland beschouwt.’

De 44-jarige Salim Mokhtar weet nog goed hoe opgetogen hij in 1978 was bij aankomst in Nederland. Schiphol! De Jaarbeurs! In een taxi naar het huis dat zijn vader had gekocht!

Mokhtar maakte zich de taal snel eigen en zegt nooit aanpassingsproblemen te hebben gekend. Tien jaar na zijn komst werd het Nederlands elftal Europees kampioen. In een auto van zijn oom, nota bene met een Duitse kentekenplaat, leverde Salim Mokhtar luid toeterend zijn bijdrage aan het feestgedruis.

Als hij de twee nationaliteiten in zijn persoon moet scheiden, zegt Mokhtar: ‘Marokko is mijn vaderland, Nederlanders zijn mijn landgenoten.’ Aarden kan hij er niet meer, maar de vakanties in Marokko voelen nog altijd als thuiskomen. Mentaal voelt hij zich op en top een Nederlander.

Salim Mokhtar zal daarom niet gauw een wedstrijd van zijn best voetballende landgenoten overslaan, maar hem zul je daarbij niet in oranje aantreffen. Dat is een autochtone eigenaardigheid die hij met genoegen gadeslaat, maar waarover hij in het meest Nederlandse spreekwoord zegt: ‘Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg.’

Met zijn gezin woont Mokhtar in Overvecht, de broedplaats van Marokkaans voetbaltalent. Behalve Afellay heeft Overvecht Ismaïl Aisatti voortgebracht. Samir, de oudste zoon van Mokhtar, heeft het net niet gered bij Feyenoord. Youness, zijn jongste zoon, kon overal terecht en koos op advies van buurjongen Ibrahim Afellay voor PSV.

’s Ochtends om zes uur gaat de wekker, om half zeven vertrekt de bus naar het station, met de trein is hij om acht uur in Eindhoven, waar hem een lange dag van onderwijs en training wacht. Meestal is Youness Mokhtar pas om half acht weer thuis. Een zwaar leven, ja. ‘Maar ik heb hem gezegd het maximale eruit te halen. Hij mag zichzelf straks geen verwijten maken als het niet gelukt is.’

De keuze voor Nederland als voetballand past ook in dat streven. De voorzieningen zijn beter en het aanvallende systeem past bij het spel van Youness Mokhtar. In de ontwikkeling van zijn lichaam is hij bovendien een echte Nederlander, tegen leeftijdgenoten uit Marokko legt hij het fysiek af.

Eerlijk gezegd hebben Oguzhan Ozyakup en Youness Mokhtar er nooit bij stil gestaan dat ze een keuze hadden in hun internationale voetbalcarrière. Marokko en Turkije waren niet in beeld toen de KNVB een beroep op ze deed. Geen van beiden hebben ze een moment overwogen dat beroep te negeren.

Mocht Oranje in de laatste fase te hoog gegrepen zijn, dan kunnen ze altijd nog switchen van land. ‘Maar ik hoop het niet’, zegt Youness Mokhtar. De jongens uit de Nederlandse selectie zijn z’n vrienden geworden. Het zijn de jongens met wie en tegen wie hij altijd speelt.

De ochtend na de moeizame 1-0-overwinning op Servië zitten de selectiespelers in een uithoek van het Topkapi Palace dat Ger van Haasteren als leslokaal heeft ingericht. Dankzij de zege is het Nederlands elftal onder 17 jaar weer terug in de race na de 3-0-nederlaag tegen Turkije en zal dat ook blijven door in de laatste groepswedstrijd me 2-0 van Schotland te winnen. In de halve finale verliest het jeugdteam met slechts 2-1 van de uiteindelijke kampioen Spanje.

Daarmee hebben ze ruimschoots aan de verwachtingen voldaan. Toonaangevende spelers lopen er niet tussen en bondscoach Stuivenberg heeft dat gecompenseerd met teamspirit. Het elftal, zo gemêleerd van samenstelling, is sterk in zijn collectiviteit.

Later die donderdagochtend schudden de spelers in het zwembad van het Topkapi Palace met een paar spelletjes de spieren los. Het voetbaltoernooi wordt een jeugdkamp, waarin Youness Mokhtar zich ontpopt als een van de gangmakers en Oguzhan Ozyakup zich een beetje laat meedrijven in de lol. Ger van Haasteren kijkt vanaf de kant toe en hij zegt: ‘Dit is een goed stel, hoor.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden