Made in China

Het moet maar eens afgelopen zijn met de typisch Amerikaanse, hoekige wolkenkrabber, vindt de Chinese architect Ma Yansong. Zijn intuïtieve gebouwen veroveren de wereld. Straks wellicht ook in Amsterdam.

Hoe is het om architect Ma Yansong te zijn? Het architectuurtijdschrift Abitare volgde de oprichter van het Chinese architectenbureau MAD een half jaar lang. Ma vliegt van woonplaats Peking naar Wenen voor een lezing op de universiteit, in een zaal zo volgepakt dat studenten tot op de toiletten meeluisteren. De volgende dag, nog helemaal suf van de jetlag, reist hij via Parijs naar Cannes om te netwerken met burgemeesters en vastgoedinvesteerders. Tussendoor belt hij even met vrouw en kinderen - 'Heb je wel gedoucht, lieverd? En je broertje? Ja, papa zal een cadeautje voor je meenemen' - om daarna terug te keren naar Parijs voor een lezing in het Arsenale en een prestigieuze nieuwe opdracht voor een woongebouw. Tien dagen later al weer staat Ma, getooid met helm, op de bouwplaats van een nieuw museum en opera in de Chinese stad Harbin.


Het is slechts een greep uit het leven dat in Being Ma Yansong wordt geschetst. Een bijzondere publicatie, want het is de allereerste die Abitare aan een Chinese architect wijdt. Als je weet dat eerdere edities Being Norman Foster, Being Jean Nouvel en Being Zaha Hadid heetten, dan weet je ook meteen wat Ma's status is.


Maar Ma is niet 'zomaar' een starchitect; hij is de eerste Chinese architect die het Westen verovert. Het begon in 2005 met de opdracht die hij kreeg om twee wolkenkrabbers te bouwen in de Canadese stad Toronto - de afgelopen herfst opgeleverde Absolute Towers. MAD was het eerste Chinese architectenbureau dat een internationale competitie won, en dan ook nog eens een grote. Juist door dat project maakte het bureau naam in China zelf en bouwt het daar inmiddels volop. Nu is het bureau ook in Europa geland, met projecten in Rome, Parijs en op de Zuidas in Amsterdam.


Dat Ma Yansong (1975) een sterarchitect is, blijkt ook bij het maken van een afspraak. Tientallen e-mails en enkele telefoontjes naar China kost het om Ma te ontmoeten. Zijn schema met vluchten en interviews verandert voortdurend. Uiteindelijk lukt het om, tussen Rome en Parijs door, in Rotterdam met hem af te spreken. Van sterallures is geen sprake. In het café van het Nederlands Architectuurinstituut vertelt Ma in nuchtere bewoordingen over zijn succes.


'Een ongelukje' noemt hij zijn internationale doorbraak in 2005, het project voor de Absolute Towers in Toronto. 'We hadden niet verwacht te winnen. We hadden op dat moment al aan zo'n honderd competities meegedaan in twee jaar.' Een harde werker dus, die niet van klagen houdt. Als hij al last heeft van vermoeidheid, dan laat hij daar niets van merken. Gekleed in zwart overhemd, zwarte broek en gympen leunt hij achterover. Hij bestudeert met zijn ontwerpersoog een koffiekopje op tafel ('ik mis de emotie achter deze vorm'). Een rustige, observerende man die zelfverzekerd en in goed Engels spreekt - hij studeerde aan Yale.


Over zijn missie is hij duidelijk: het is tijd voor een revolutie in de architectuur. Voor een nieuw soort stad die een fundamenteel probleem - het conflict tussen mens en natuur - oplost. 'Ik heb het niet over planten of parken, en al helemaal niet over duurzaamheidslabels', haast Ma zich te zeggen. 'Ik bedoel dat de natuurlijke ervaring onderdeel is van het gebouw. De sensatie als je een mooi uitzicht voor je hebt, een woestijn, een waterval of de oceaan. Dát gevoel ontbreekt in steden.'


We komen erop vanwege het project dat MAD heeft lopen op de Amsterdamse Zuidas. Ouderwets vindt hij het stedenbouwkundig plan voor Nederlands meest prestigieuze zakenwijk. Die rigide gridstructuur, die doosvormige gebouwen - torens zou hij het nauwelijks willen noemen - met hun suffe geveltjes, nota bene ontworpen door beroemde architecten als Rafael Vinoly, UN Studio en Erick van Egeraat. Ma kan niet geloven dat dit 'kapitalistische model', dat tot zijn afgrijzen nu ook overal in China klakkeloos wordt gekopieerd, hier nog toegepast wordt. 'Het is vooral een economisch model, het gaat over efficiency en duidelijke regels. Maar al die uniforme dozen... Ik vind het niet menselijk.'


Ma's alternatief voor het rationele modernisme is een intuïtieve benadering. Hij werkt niet met geometrische patronen, maar met onregelmatige vormen, vooral rondingen. 'Jouw handschrift', wijst hij op mijn hanepoten, 'dat zou wat mij betreft architectuur kunnen zijn.' Op de Zuidas heeft hij een berglandschap van kantoren en woningen ontworpen. Gebouwen als glazen ijsschotsen, waaruit enorme bomen groeien, met daartussen een glooiende 'vallei' waardoor voetpaden en waterpartijen meanderen.


Voor Nederlanders wordt het wellicht even wennen, als het spectaculaire project (te ontwikkelen over een periode van vijftien jaar) er straks staat. Maar voor Ma, die zijn beste herinneringen bewaart aan zijn jeugd in een ommuurde hutong-wijk - met zijn nauwe straatjes en kleine huizen - is die symbiose tussen architectuur en natuur volkomen vanzelfsprekend. 'In de traditionele Chinese steden waren architectuur en landschap nooit gescheiden: er waren ook geen aparte woorden voor in het Chinees. Alles was vroeger onderdeel van het tuinontwerp, ook de gebouwen.'


Niet dat hij vindt dat China terug moet naar het hutong-model. 'De omstandigheden in de wijken zijn ronduit slecht, soms zijn er niet eens wc's.' En met de groei die China doormaakt is laagbouw überhaupt ondenkbaar. Zelf woont Ma ook in een modern appartement, al gaat hij graag naar zijn tuintje in de oude stad. Maar nu meer mensen dan ooit het platteland verruilen voor de stad (China heeft al 160 steden met 1 miljoen inwoners of meer) móét er een alternatief komen voor de stad die het landschap opvreet en de mensen vervreemdt van hun oorsprong.


In de architectuurwereld is er in de eerste plaats bewondering voor Ma's werk. Alleen al het feit dat hij het voor elkaar krijgt om een bijzonder (om niet te zeggen bizar) concept als Fake Hills - een 500 duizend vierkante meter groot heuvel-woningbouwcomplex aan de kust van Beihai - daadwerkelijk gebouwd te laten worden, dwingt respect af.


Maar zijn ontwerpen zijn ook controversieel, vooral in het Westen. Want sinds hier de economische crisis uitbrak, zijn iconen min of meer taboe verklaard. En dat is wat MAD maakt. Neem het nieuwe museum in de Mongoolse new town Ordos: een blobvormig gebouw dat als een meteoriet uit de lucht lijkt te zijn gevallen. Zo'n autonome vorm, zo'n groot gebaar op een plaats die vooralsnog een moderne spookstad is, voor zo veel geld (59 miljoen euro): belachelijk, stellen critici. Maar Ma, die zijn gebouw met canyonachtig interieur uitlegt als een ode aan de omringende Gobi woestijn, vindt juist dat de nieuwe stad een sterk 'anker' nodig had dat de weg vooruit wijst.


De kritiek die het Westen op China heeft stoort hem, juist omdat westerse architecten zich uitleven in zijn land, terwijl hij zelf als pas afgestudeerde architect geen kans kreeg. De Olympische Spelen van 2008 in Peking waren exemplarisch: de vier beeldbepalende gebouwen voor het mega-evenement werden ontworpen door de Zwitserse sterarchitecten Herzog en de Meuron ('Vogelnest'-stadion), het Australische PTW architects (zwembad), de Fransman Paul Andreu (opera) en de Nederlander Rem Koolhaas (CCTV-toren). Het enige waaraan Chinese bureaus te pas kwamen, was het uitwerken van de computertekeningen.


Dat MAD als Chinees bureau de internationale prijsvraag voor de torens in Toronto won, was daarom van grote betekenis. 'Mensen spraken erover als een symbool. Pas toen we die competitie wonnen, werden we geaccepteerd in China', zegt Ma. 'Vooral het feit dat de opdrachtgever niet koos voor de typisch Amerikaanse, rechte en hoekige wolkenkrabber, betekende veel voor mij. Ze gingen echt voor onze stijl.'


En nu zijn ook de recensies over de pas geopende Absolute Towers - in de volksmond de Marilyn Monroe torens - vol lof. Niet alleen het aansprekende, sensuele beeld wordt gezien als verfrissend, maar ook de praktische uitwerking van de torens, met een grote variatie aan appartementen en rondom brede balkons, valt in goede aarde. De wolkenkrabbers kregen zelfs de prijs voor het beste nieuwe hoogbouwproject in Amerika.


Dat moet voor Ma toch voelen als 'zoete wraak': nu is híj het die het Westen verovert. Maar op revanche is hij niet uit. Het hele idee van een competitie tussen Oost en West komt hem onzinnig voor. 'Toen we ons ontwerp voor de Toronto presenteerden, vroeg iedereen: 'Is dit Chinees of is het westers?' Daar gaat het niet om. Zowel westerlingen als oosterlingen kunnen een bepaalde emotie voelen bij dit gebouw; als ik dat voor elkaar krijg, ben ik tevreden.'


Hoe Being Ma Yansong in de toekomst is? Vermoedelijk even hectisch. 'Ik wil doorgaan op de experimentele weg. Kritisch zijn. Dat is nuttig, dat gaat over de lange termijn. In China bouwt men momenteel sneller dan men denkt, er is behoefte is aan onderzoek en innovatie. Een stedenbouwkundige filosofie is er niet.


Voor de stad Tianjin is een plan gemaakt à la Chicago, door het Amerikaanse bureau SOM. Niemand die zich druk maakt over of het prettig is om er te leven; er is hoe dan ook genoeg publiek. Maar om te voorkomen dat het een grote eenheidsworst wordt, hebben we een nieuw idee nodig. De discussie daarover is het belangrijkst. Daaraan willen wij met onze projecten bijdragen.'


In het ICO museum in Madrid is tot 3 maart 2013 de eerste overzichtstentoonstelling te zien van het werk van MAD: 'Ma Yansong. Between (global) modernity and (local) tradition'. fundacionico.es


Extra: MAD

Architect Ma Yansong (Peking, 1975) besloot na te zijn begonnen met een studie film verder te gaan met architectuur. Hij studeerde aan het Beijing Institute of Civil Engineering and Architecture en deed een masteropleiding aan de Universiteit van Yale. Daar kreeg hij onder meer les van de beroemde architecten Peter Eisenman en Zaha Hadid. Vooral de Brits-Iraakse Hadid, volgens Ma de meest emotionele docent - 'zij tekende geen dozen maar curves' - inspireerde Ma om tot een organische architectuur te komen. Op 1 april 2004 richtte Ma het bureau MAD op, het eerste Chinese bureau dat op internationaal niveau werkt.


Extra: Laag voor laag aan de Zuidas

MAD architects heeft in opdracht van een Nederlandse vastgoedinvesteerder een ontwerpvoorstel gemaakt voor een locatie aan Amsterdamse Zuidas, het zogenoemde Goldstar terrein (de voormalige tennisvelden). Het plan, dat nog niet definitief is, zou volgens MAD in fasen uitgevoerd moeten worden in een periode van tien tot vijftien jaar. Door in lagen te bouwen, kunnen delen worden verhuurd en verkocht en kan de locatie haar stedenbouwkundige functie vervullen voordat het geheel voltooid is. Dat is bijzonder: het is in Nederland gebruikelijk dat pas met de bouw wordt begonnen als 70 tot 80 procent verhuurd of verkocht is, wat in de huidige malaise lastig te realiseren is.


Kader: De Chinezen komen

'Ma Yansong staat boven op een berg, zoals de Chinese vertaling gaat.' Dat zegt John van de Water, die in Peking de Chinese vestiging van het Nederlandse NEXT architects leidt. Hij schreef het boek You can't Change China, China changes you. 'Ma combineert als een briljante alchemist wat hij in het buitenland heeft geleerd met wat hij in China als opgaven aantreft. Dat vertaalt zich in zeer iconische gebouwen, bijna gimmicks als je ze met een westerse blik beoordeelt. Alleen al het feit dat er een aanzienlijk deel is gebouwd, betekent dat zijn ontwerpen zich bewezen hebben.'


Het succes van MAD staat niet op zichzelf. Dit jaar ontving de 48-jarige Wang Shu als eerste Chinese architect de Pritzker Prize, de 'Nobelprijs voor architectuur'. En Van de Water ziet om zich heen nog meer veelbelovende bureaus: Mada Spam, Urbanus, Standard Architecture, Atelier Zhang Lei en BOA (3A-1) Wang Ge. 'Ze zijn grensverleggend in werk en denken. En ze combineren onderzoek met ontwerp. Vooral dat laatste is een nog grotendeels onontgonnen gebied voor jonge bureaus in China. Simpelweg omdat te vaak tijd voor kennisontwikkeling ontbreekt.'


MAD is volgens Van de Water een voorloper. 'Veel Chinese bureaus zijn gepreoccupeerd op China. De cultuur is bekend en er zijn veel potentiële projecten. Daarbij komt dat de ruimtelijke opgave in China bijna tegengesteld is aan die in Nederland. China gaat bij zijn planning uit van enorme expansie. Alles is en moet daarbij nieuw zijn. Nederland daarentegen plant in toenemende mate voor krimp en herstructurering. Desondanks is het mijn overtuiging dat de opkomst van China grensoverstijgend is. Ook cultureel.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden