‘Made in China’ als kwaliteitslabel – de poging van een multinational

Produceren..

Het promotiefilmpje van Unilever dat voor boeren in ontwikkelingslanden is bestemd, is even vermakelijk als aandoenlijk. Een landbouwexpert van de Brits-Nederlandse multinational legt drie stoïcijns toekijkende Indiase boeren uit waarom ze minder pesticiden moeten gebruiken. Dan ziet hij een jongen het land bewerken. ‘Ga naar school en ga studeren’, roept hij hem toe in de beste traditie van het amateurtoneel. Waarna hij zich tot de boeren wendt: ‘Jullie mogen geen kinderen onder de 18 jaar op het land laten werken.’ De mannen knikken gedwee.

De vraag is of die brave reactie op westerse wijsheid de werkelijkheid weerspiegelt. Unilever mag dan als westers multinational er zo zijn hooggestemde idealen over maatschappelijk verantwoord ondernemen op nahouden, maar trekken boeren in landen als India of China zich daar echt wat van aan?

In het Chinese Shangyu, een stad ten zuiden van Shanghai, herhaalt de scène uit het promotiefilmpje zich in de werkelijkheid. De 45-jarige Xi Ming Hu, als agronoom verbonden aan Unilever, verheft zijn stem tegen twee medewerkers van Shundi Foods. Dat bedrijf heeft zich in zeven jaar tot de grootste producent van gedroogde champignons van China opgewerkt. Zo’n 100 ton daarvan wordt hier jaarlijks geoogst – de Nederlandse consument vindt er een fractie van in zijn Knorr-soepje.

Xi Ming Hu, een geblokte Chinees met een hoog voorhoofd, borstelige wenkbrauwen en aanstekelijk enthousiasme over zijn vak, legt uit dat de Shundi-werknemers niet zo onvoorzichtig moeten zijn met de deuren die toegang tot de champignonkwekerij geven. Door die achteloos open te laten, komen vliegjes naar binnen die ziekten verspreiden. Dat bedreigt het streven van Unilever alle gebruik van pesticiden door het Chinese bedrijf uit te bannen. De Shundi-medewerkers knikken even braaf als de boeren uit het promofilmpje.

De milieueisen van Unilever lopen synchroon met een ander belang van de multinational: totale controle over de kwaliteit van het Chinese productieproces. Daartoe stelt Unilever nog een reeks eisen. Zo mag Shundi voortaan geen aankopen meer doen bij champignonkwekers in de omgeving. Bovendien moet alle tussenhandelaren die er voorheen tussen Shundi en Unilever zaten, de deur worden gewezen. De vraag is dan gerechtvaardigd: wat beweegt de Chinezen met die draconisch ogende eisen akkoord te gaan?

Alice You, de 28-jarige marketingmanager van het pas zeven jaar oude bedrijf, beantwoordt die vraag in een sobere ontvangstruimte – alleen kwaliteitsdiploma’s hangen aan de kale muren. You, een stoer ogende vrouw in spijkerbroek en met paardenstaart, legt met een mengeling van verlegenheid en trots uit dat Shundi blij is van de tussenhandelaren af te zijn: ‘Als je met hen werkt, voel je de markt niet.’ Concreet: westerse afnemers van droge champignons waren in het verleden ontevreden over de geleverde kwaliteit en Shundi kreeg partijen onbetaald terug. Door met een bedrijf als Unilever in zee te gaan ‘kunnen we een beter eindproduct afleveren, waarvoor we een hogere prijs kunnen krijgen.’ Voor Unilever is het ook voordelig, nu de marge van de tussenhandelaren van de prijs is afgehaald.

Bovendien helpt de knowhow van agronoom Xi Ming Hu, verkregen in Wageningen, bij het drukken van de productiekosten. Zo heeft hij dure pesticiden laten vervangen door een stoomprocedé, waarmee de champignonaarde van gevaarlijke bacillen wordt ontdaan. Dat is niet alleen beter voor het milieu, maar ook veel goedkoper. ‘Wij wilden ook zelf wel gezonder produceren. Maar dat zou ons twee jaar hebben gekost. Met hulp van Hu is ons dat in twee minuten gelukt’, stelt You.

‘Direct sourcing’ heet dit concept, waarmee Unilever sinds vorig jaar overal ‘bij de bron’ zijn voedselingrediënten gaat halen. Doel is controle ‘van het veld tot de vork’, zo legt Shaohong Ma uit. Deze 36-jarige Chinese vrouw, eveneens opgeleid in Wageningen, doet voor Unilever de technische begeleiding van de inkoop van alle voedselingrediënten in heel China – van tomaten die bestemd zijn voor blikjes tomatenpuree in het hoge noorden, via thee, knoflook en uien verspreid over China, tot de gedroogde champignons in het zuidoosten. In totaal gaat het om 86 landbouwbedrijven.

De tussenhandel is volgens Shaohong Ma schadelijk voor het milieu: ‘Zij maken misbruik van het gebrek aan regelgeving.’

Unilever kan zich een voedselschandaal niet permitteren en wil dus zeker zijn dat de tomaten uit Noord-China op exact dezelfde manier worden geproduceerd als die uit Brazilië en de Verenigde Staten, de twee andere toeleveranciers voor puree. ‘Dus willen we dat de boeren geen pesticiden gebruiken. In ruil bieden we hun de kans op wereldwijde export en kunnen ze van onze expertise gebruikmaken.’

Bij de ‘direct sourcing’-aanpak van Unilever zijn enkele kanttekeningen te plaatsen. Het bedrijf haalt zich een grote verantwoordelijkheid op de hals – gaat er iets mis dan vallen fouten niet langer op de fabrikant of de tussenhandel af te schuiven. Bovendien is het een aanpak die veel tijd kost en soms frustraties met zich meebrengt. Want de Chinese toeleveranciers van Unilever slagen er soms niet in de gewenste kwaliteit te leveren, hoezeer ze ook hun best doen. ‘Ik was laatst bij een producent die voor de derde keer was afgewezen. Iedereen in de fabriek stond te huilen’, vertelt Shaohong Ma.

Ook kiezen lang niet alle westerse multinationals voor ‘sourcing’ – riskeert Unilever niet op achterstand te worden gezet door concurrenten die minder scrupuleus zijn? ‘We hebben daar in het bedrijf ook flink wat discussie over gehad’, zegt de Unilever-manager openhartig. ‘Ik vind het wel dapper van mijn bazen dat ze toch voor deze lijn kiezen, ook al zijn we een relatief kleine speler in China op het gebied van voedsel.’

Heeft het Unilever-experiment van ‘direct sourcing’ toekomst? Auke Cnossen, een jonge dertiger die bij de Rabobank in Hongkong de Chinese landbouw dagelijks volgt, meent van wel. Hij wijst erop dat de gangbare landbouwproductie in China met veel verspilling gepaard gaat. ‘In het traditionele model komt maar 75 procent van de productie uiteindelijk aan bij de westerse afnemer. Er valt veel van de wagen, zoals dat heet, en er verrot ook vaak een deel door te veel tussenhandelaren.’

Greep krijgen op de productie aan de bron, zoals Unilever nu poogt te doen, dient in zijn ogen diverse belangen. Behalve een lagere prijs en een beter milieu helpt het ook bij het behouden van het vertrouwen van de consument. ‘Direct sourcing’ is in zijn ogen dan ook ‘de weg die westerse bedrijven hier moeten gaan. Veel Japanse bedrijven hier doen dat al langer en je ziet nu ook bijvoorbeeld het Britse Tesco dat gaan doen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.