Madame Gorée drinkt heden geen palmwijn

Madame Gorée, noemen de jongetjes op het Senegalese vasteland haar. Ze laten de oude vrouw met rust; zij is een begrip, zowel op het oude slaveneiland als in Dakar aan de overkant, een half uurtje varen met de pont....

FRED DE VRIES

In het echt heet ze Harriette Boyce. Leeftijd onbekend, waarschijnlijk ver in de zestig. In 1980 besloot Harriette om zich een tijdje op Gorée te vestigen. Een rekbaar begrip. Zestien jaar duurt dat tijdje al. Het zullen zeventien jaar worden, achttien, negentien, twintig. . . Harriette zal bij de luiaards, de gekken en de toeristen op Gorée blijven tot ze doodgaat. 'In Amerika kan ik met mijn pensioen niks doen. Hier heb ik weinig geld nodig.'

De allereerste keer dat ze Gorée aandeed was in 1968, als avontuurlijke Peace Corps vrijwilligster. 'Ach jongen, ik zal maar niet beginnen te vertellen wat er allemaal veranderd is, want dan zitten we hier vanavond nog. Maar er was toen helemaal niets. Geen restaurants, geen bars. De berg met het fort was onbewoond, want daar zouden boze geesten huizen. Het was een paradijs.'

Ze schuifelt over het zand, op weg naar wat ze 'cinema Gorée' noemt, het dagelijks terugkerende schouwspel van de aanleggende veerpont, de jongetjes die vanaf het dek in zee duiken, de toeristen die uitstappen, de badgasten die een loopje nemen met de onbarmhartige zon. Een strooien hoed beschermt Harriette's gevlekte, slappe huid. Een lichte broek, een rood gewaad, en slippers waarin de grote teen van haar rechtervoet een hoek van 45 graden naar rechts maakt. Ze loopt moeilijk. Trappen lopen lukt bijna niet.

Ze bestelt bier op haar stamterras van Chez Tham, en vertelt over de eigenaar die een jaar geleden overleed. 'Het was een goede man, maar veel te dik. Hij bewoog nooit. Hij zat aan het tafeltje daar. Hij hield alles altijd precies in de gaten. Het eten was goed. Nooit rotzooi.' Als eerbetoon heeft ze haar kat naar de man genoemd.

Van Dis schrijft over grisgris, fetisjen die de drager beschermen tegen het kwaad. Susan draagt er een, Harriette twee. Een zilveren ring met een klein doosje met iets geheimzinnig rammelends erin, vast salamanderhart. En een ijzeren armband, die speciaal voor haar gemaakt is. Ze gelooft er niet echt in, zegt ze. Nou goed, een beetje. Ze vertelt over haar vriend Mamadou, die zijn halve lijf behangen had met grisgris en toch onlangs van een balkon duvelde en zijn rechterhiel brak. 'Hoe zit dat nou met al die grisgris', had ze lachend gevraagd. Mamadou had boos geantwoord dat er om zijn rechtervoet geen grisgris zat.

Lang vermijdt ze het onderwerp. Eindelijk schudt ze nee. Die Adriaan van Dis kent ze niet. Ook het fotootje op de achterkant van Palmwijn roept bij haar niets op. Ze kijkt er nauwelijks naar. En toch is ze het. Ze moet het zijn. Ze vertelt over de palmwijn, die heel af en toe op het eiland te krijgen is. 'Vers is de wijn niet zo zwaar. Maar als ze lang heeft gestaan. . .'

Ze neemt me mee naar haar huis, koperrood, omringd door ingestorte bouwsels waar 'krakers' bezit van hebben genomen. In de gangen van het fort waar haar terras op uitkijkt wonen de 'bayefan', trommelende moslims met rastahaar, die zich blijkbaar niets aantrekken van de geesten. Binnen in de woonkamer staat een schildersezel met een matige tekening van een poes. Weer die overeenkomsten. Susan schilderde ook. Susan overleefde door het verkopen van slechte landschapjes aan toeristen.

Net als Susan heeft Harriette door de Sahara getrokken. 'Op een kameel.' En net als Susan heeft Harriette weinig op met de toeristen. De meesten komen om het oude Slavenhuis te bezichtigen, van waaruit volgens de ratelende gids miljoenen zwarte Afrikanen naar Amerika werden verscheept. Groepen Afro-Amerikaanse toeristen sjouwen rond in het gebouw, snikkend op zoek naar hun wortels. Aan de wanden hangen spreuken die Gorée vergelijken met Dachau en Auschwitz. Sommige boodschappen zijn van beroemdheden, Angela Davis, Robert Mugabe. Maar de meeste zijn ontsproten aan het brein van de directeur van het museum. 'Die lijdt aan grootheidswaanzin', bitst Harriette.

We praten een paar uur door. Het is een dag die smeekt om een mooi, dramatisch einde. Maar er gebeurt niets. Harriette schudt de hand. 'De boot gaat zo.' We worden niet hallucinerend dronken van de palmwijn.

Fred de Vries

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden