analyse rede Macron

Macrons speech over gele hesjes was ‘te bestraffend’: ‘Hij had beter eerst door het stof kunnen gaan’

Ook op retorisch vlak stelde de Franse president met zijn rede maandag teleur. Hij had zich door Bill Clinton en Tony Blair moeten laten inspireren, betoogt Roderik van Grieken, directeur van het Nederlands Debat Instituut.

Demonstranten van de gele hesjes beweging kijken op een televisiescherm naar de Franse president Macron in de buurt van Marseille. Beeld REUTERS

‘Je vous ai compris’ – ik heb u begrepen. Zo had de Franse president Emmanuel Macron maandagavond zijn rede tot de natie kunnen beginnen. In navolging van zijn verre voorganger Charles de Gaulle die deze woorden in 1958 sprak in het door een burgeroorlog verscheurde Algerije – toen nog een Frans gebiedsdeel. Maar Macron sprak de Fransen, en dan met name de dragers van de gele hesjes, in eerste instantie vooral bestraffend toe. En dat was retorisch niet zo handig, zegt Roderik van Grieken, directeur (en oprichter) van het Nederlands Debat Instituut. ‘Hij had beter eerst twee, drie minuten door het stof kunnen gaan alvorens zijn ongenoegen uit te spreken over de vernielingen die bij de betogingen tegen zijn beleid zijn aangericht.’

Dat Macron zijn rede uitsprak aan een bureau in het Elysée, te midden van de grandeur van zijn ambt, zal door veel kijkers zijn opgevat als een bevestiging van hun kritiek dat hij niet hún president is, denkt Van Grieken. ‘In dit decor was zijn verzekering dat hij begaan is met het lot van de arme Fransen niet geloofwaardig. Zeker niet in de ogen van de mensen voor wie hij al met 0-10 achterstond.’

Eigenlijk had Macron, toen hij zijn halfhartige mea culpa voorbereidde, zijn voordeel moeten doen met de manier waarop de Amerikaanse president Bill Clinton in 1998 tekst en uitleg gaf over zijn relatie met Monica Lewinsky. ‘Eerst ging hij diep door het stof’, zegt Van Grieken. ‘En pas daarna zei hij: zelfs presidenten hebben recht op een privéleven. Met deze rede, volgens sommigen de beste van zijn loopbaan, heeft hij zijn geloofwaardigheid tot op zekere hoogte kunnen herstellen.’

Een ander lichtend voorbeeld voor Macron had de Britse premier Tony Blair (1997-2007) kunnen zijn. ‘Die slaagde er niet alleen in om na de dood van prinses Diana de gevoelens van het volk te vertolken, maar deed dat ook nog eens in een passende setting: voor een kerkje, staand in de motregen. Op de good will die hij daarmee wekte, heeft jaren kunnen teren.’

Tony Blair had het in die zin makkelijker dan Emmanuel Macron, dat hij zich niet tegen kritiek op zijn beleid hoefde te verweren. Zijn rede was ceremonieel van aard. En de kenmerken van de ceremoniële rede zijn, in de definitie van oud-rechter en retoricadeskundige Eugène Sutorius, dat er geen controverses in aan de orde worden gesteld en dat de spreker erin slaagt het onbevattelijke te verwoorden.

Soms slaagt een redenaar erin ceremoniële en programmatische elementen in één toespraak te verenigen. In dat verband noemde Sutorius tijdens een retoricacollege voor de Universiteit van Nederland de geïmproviseerde speech van Robert Kennedy na de moord op Martin Luther King in maart 1968. Hierin roemde hij King en vertolkte hij de ontsteltenis over diens dood, maar bezwoer hij tegelijkertijd de onrust onder – met name – zwarte Amerikanen, en schetste hij een beeld van een land dat het voorbeeld van King ter harte neemt. Kort daarop werd Kennedy zelf vermoord.

Ethos

‘Het krachtigste van alle overtuigingsmiddelen’ waarover de redenaar beschikt, is diens ethos, doceerde Sutorius. Oftewel: de kwaliteiten die de spreker, terecht of onterecht, worden toegedicht. Een goed verhaal van een spreker met een groot ethos wint het altijd van een goed argument. Dit is de reden waarom retorica in Nederland lange tijd werd gewantrouwd, zegt Van Grieken. ‘Toen ik twintig jaar geleden met het Debat Instituut begon, hoorde ik vaak: het zou toch om de inhoud moeten gaan en niet om de vorm. Misschien hoorde die opvatting bij onze poldercultuur: retorische verhalen zouden geen rol moeten spelen bij het smeden van inhoudelijke compromissen.’ In het onderwijs was er generaties lang hoegenaamd geen aandacht voor de retorica – de kunst van het overreden.

Iets van die houding is nog zichtbaar in de relatief grote afstand tussen politici en hun (eventuele) speechschrijvers. ‘In de meeste andere landen wijkt de speechschrijver, vaak letterlijk, niet van de zijde van zijn opdrachtgever.’ Maar gaandeweg zijn politici ook hier het belang van de welsprekendheid gaan onderkennen, al houden ze daarbij maat. Van Grieken: ‘Als Obama een retorisch verhaal ten beste geeft, vinden we dat prachtig, maar als Buma hetzelfde zou doen, zouden we dat belachelijk vinden. Mark Rutte voelt perfect aan hoeveel retorica wij in Nederland kunnen verdragen.’

Een foto van Macrons speech over de gele-hesjescrisis. Beeld AFP
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden