AnalyseNoodtoestand Centraal Afrikaanse Republiek

Machtsvacuüm leidt tot een nieuwe cyclus van geweld in de Centraal-Afrikaanse Republiek

De regering van het land is zwak, en milities die elkaar naar het leven stonden, trekken nu gezamenlijk op om de regering ten val te brengen. De situatie lijkt uitzichtloos. De Centraal-Afrikaanse Republiek is in de greep van geweld, de helft van de bevolking is op de vlucht, en steeds meer spelers willen zich ermee bemoeien.

Een Rwandese MINUSCA Vredestichter patrouilleert langs de weg die naar Damara leidt. Beeld AFP
Een Rwandese MINUSCA Vredestichter patrouilleert langs de weg die naar Damara leidt.Beeld AFP

In de Centraal-Afrikaanse Republiek, een land dat al jaren geen effectief centraal gezag meer heeft, is opnieuw een geweldscyclus losgebarsten. Sinds er eind vorige maand omstreden verkiezingen werden gehouden, zijn al meer dan100.000 inwoners op de vlucht geslagen, van wie de helft naar buurland Congo. Alles bij elkaar hebben nu naar schatting 2,8miljoen mensen humanitaire hulp nodig, dat is meer dan de helft van de totale bevolking van 5 miljoen mensen.

‘De situatie was al slecht, en verergert alleen maar’, vertelt Emmanuel Lampaert, de Belgische missieleider van Artsen zonder Grenzen, door de telefoon vanuit de Centraal-Afrikaanse Republiek, waar hij samen met collega’s slachtoffers van de jongste geweldsronde behandelt. Schotwonden ziet Lampaert de laatste tijd veel voorbijkomen, en mensen met psychische problemen. ‘Er heerst hier angst’, zegt hij.

Het geweld laaide op daags voor de presidentsverkiezingen van 27 december, toen een verbond van allerhande milities op verschillende plekken in het land de aanval opende op soldaten van de regering. Het leger is zwak en de regering heeft weinig macht: ze beticht ex-president François Bozizé (74) ervan dat hij de hand heeft in de gewelddadigheden. Bozizé was door een rechtbank uitgesloten van deelname aan de verkiezingen, en dat viel niet goed bij de man die president was van 2003 tot2013, toen hij door rebellen werd afgezet. Ook de VN houdt Bozizé voor de aanstichter van het geweld.

Bozizé ontkent dat hij iets fout heeft gedaan, ook al is hij het mikpunt van VN-sancties en loopt er een internationaal arrestatiebevel tegen hem wegens de moorden die hij zou hebben laten plegen in zijn tijd als president. Onduidelijk is waar hij zich nu precies bevindt.

Milities

Duidelijk is wel dat de met Bozizé in verband gebrachte milities voor nieuwe chaos en onzekerheid zorgen in de Centraal-Afrikaanse Republiek. Gewapende strijders hebben vrij spel in brede delen van het relatief dunbevolkte land, waar ze onder het mom van hun ‘politieke’ gevecht vooral uit zijn op eigen gewin door vee te roven en zich toegang tot grondstoffen zoals goud te verschaffen. Burgers die in het geweld klem komen te zitten, zijn vaak moeilijk te bereiken voor hulpverleners, legt Lampaert uit. Hij spreekt van gewapende groepen die wegen en bruggen blokkeren: ‘Een groot probleem voor ons is dat we de veiligheid van ons eigen personeel niet altijd kunnen garanderen.’

De milities rukken inmiddels op naar de hoofdstad Bangui, waar de regering van president Faustin-Archange Touadéra (63) zetelt. Touadéra, de winnaar van de recente stembusgang, is staatshoofd sinds 2016, toen hij zegevierend tevoorschijn kwam uit de eerste verkiezingen die werden gehouden sinds de val van Bozizé. De dreiging van de milities is nu zo groot, dat Touadéra de noodtoestand heeft afgekondigd.

Blauwhelmen

Voor zijn overleven – politiek, en misschien zelfs wel fysiek – is Touadéra afhankelijk van een bont gezelschap aan buitenlandse spelers. Zijn eigen regeringsleger is slecht georganiseerd. Hulp krijgt hij van circa 12.000 blauwhelmen van VN-vredemissie Minusca, die in het leven werd geroepen in 2014, na eerder geweld in de Centraal-Afrikaanse Republiek. Ten minste zeven van deze VN-soldaten zijn in de afgelopen weken tijdens gevechten om het leven gekomen. Hulp krijgt Touadéra voorts van Rusland, en van Rwanda, dat meedoet aan Minusca en daarbovenop nog eens ‘gewone’ troepen heeft gestuurd (officieel om de Rwandese blauwhelmen beter te beschermen).

De betrokkenheid van Moskou, in de vorm van helikopters, militaire ‘adviseurs’ en huurlingen van de aan het Kremlin gelinkte Wagner Group, wordt gezien als een poging van Rusland om iets van zijn invloedssfeer in Afrika te herstellen, decennia na het einde van de Koude Oorlog. Voor Moskou is het goed zakendoen in de Centraal-AfrikaanseRepubliek, met grondstoffendeals en wapenleveranties. Rusland wedijvert in het land met Frankrijk, de ex-kolonisator die in 2016 officieel een punt zette achter zijn eigen militaire missie in het Afrikaanse land. De Russisch-Franse concurrentiestrijd gaat zover dat beide kampen elkaar voorafgaand aan de recente herverkiezing van president Touadéra bestookten met trollenlegers op het internet.

Machtsvacuüm

Door de grote aanwezigheid van buitenlandse hulptroepen weet president Touadéra zich vooralsnog staande te houden tegenover de milities die zijn kant op komen, maar zijn land betaalt daar wel een prijs voor, noteert het Amerikaanse tijdschrift Foreign Policy. In de Centraal-Afrikaanse Republiek intensiveert de reeds bestaande ‘crisis van over-militarisering’, aldus het blad. Anders gezegd: steeds meer partijen willen het machtsvacuüm in het hart van Afrika vullen.

De crisis dreigt bovendien nog onoverzichtelijker te worden omdat het verbond van anti-regeringsmilities weinig meer lijkt te zijn dan een gelegenheidscoalitie, waarin iedereen uiteindelijk een eigen agenda heeft. Hun enige overeenkomst lijkt te zijn dat ze van president Touadéra af willen om hun eigen macht te vergroten. Zo trekken nu groepen met elkaar op die ruim vijf jaar geleden nog een bloedige oorlog uitvochten. Het gaat om strijders van de Séléka – overwegend islamitische herders uit het noorden die zich van oudsher achtergesteld voelen en die in 2013 toenmalig president Bozizé verjoegen – en de anti-Balaka, de meer christelijke groepering die destijds als tegenbeweging ontstond.

Het ‘voordeel’ van deze opportunistische anti-regeringscoalitie is dat de strijdgroepen hun wapens momenteel minder op elkaars bevolkingsgroepen richten, al kan dat zomaar weer veranderen, vreest Lampaert. ‘Als de anti-regeringscoalitie uiteenvalt, kunnen we opnieuw de kant opgaan van geweld tussen gemeenschappen onderling.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden