Machtsevenwicht in een democratischer Europa

Het Nederlandse pleidooi voor hervormingen behelst een op lange termijn coherent, slagvaardig en democratischer Europa. De ideeën lijken revolutionair, maar zijn een logisch vervolg op het EU-beleid van de regering....

Van onze correspondent Geert-Jan Bogaerts

De ideeën van het kabinet over de toekomst van de Europese Unie ogen revolutionair. Een senaat, een referendum en een verkozen Commissievoorzitter zijn immers radicale voorstellen, die ver af lijken te liggen van de huidige praktijk. Maar feitelijk liggen ze in het logische verlengde van wat allang Nederlands beleid is als het om Europa gaat.

Nederland heeft bijna vanaf het begin van de Europese integratie een 'communautaire' benadering gekozen. Dat betekent dat, wat Nederland betreft, de gemeenschappelijke Europese instellingen het voortouw dienen te nemen. De belangrijkste is, in Nederlandse ogen, de Europese Commissie. Een sterke Commissie zou een rem vormen op de natuurlijke machtsvorming van de grote lidstaten en zou een garantie betekenen voor de belangen van de kleintjes.

De laatste jaren heeft Nederland met lede ogen moeten toezien hoe de macht van de Commissie uitholde. In plaats daarvan namen de grote lidstaten steeds vaker het heft in handen. Voor een deel komt dat doordat de Europese integratie nu onverkende terreinen betreedt waar de Commissie geen taak heeft: politie, justitie en buitenlands beleid.

Voor een deel komt dat ook door de betrekkelijke zwakte van de vorige Europese Commissie, onder leiding van de Luxemburger Santer, en de huidige van de Italiaan Prodi. De grote lidstaten, met Frankrijk, Duitsland en Groot-Brittannië voorop, springen in het machtsvacuüm. De kleintjes moeten het hebben van toevallige coalitievorming, of, langs de lijnen van de Benschop-doctrine van de staatssecretaris van Buitenlandse Zaken, hun netwerken met de groten.

Dat is voor de kleine lidstaten geen houdbare situatie. Elke keer weer lopen ze de kans onder de voet te worden gelopen . Zo werd Nederland grotendeels gepasseerd bij het opzetten van een gemeenschappelijk defensiebeleid (die kar werd getrokken door Frankrijk en Groot-Brittannië) en het moest ook in het stof bijten bij de bezetting van de topfuncties in Europa.

De Duitse minister Fischer en de Franse president Chirac lijken die trend te willen formaliseren, elk op hun eigen wijze. In hun beider visie is voor een sterke Commissie nauwelijks ruimte, en is de Europese samenwerking vooral 'intergouvernementeel': een zaak van de lidstaten.

Staatssecretaris Benschop, de grote man achter De Staat van de Unie, poogt daarom de Nederlandse inzet opnieuw te definiëren. De tendens van een zwakkere Commissie en sterkere lidstaten moet gekeerd worden. De Commissie kan politiek een stuk sterker worden gemaakt indien zij meer democratische verantwoording moet afleggen. Anders gezegd: waarom maken we de Commissievoorzitter niet verkiesbaar, hetzij rechtstreeks, hetzij getrapt via het Europees Parlement? Het is voor de grote lidstaten een stuk moeilijker om de Commissievoorzitter als een bureaucraat weg te zetten als deze door tientallen miljoenen Europeanen is gekozen.

Daarnaast kan de macht van de lidstaten worden ingeperkt door twee extra controles : het Europees referendum en de Europese Senaat. Deze drie elementen (referendum, Commissievoorzitter en Senaat) dienen er allemaal toe om een nieuw machtsevenwicht tot stand te brengen. Ze hebben als groot bijkomend voordeel dat de bevolking van de Unie meer bij de besluitvorming wordt betrokken.

Opvallend aan de Staat van de Unie is de voorzichtige en afwachtende toon die het ademt. Het zijn slechts 'discussievoorstellen', zei minister Van Aartsen. 'Het is een kwetsbaar stuk', zei Benschop. Van Aartsen erkende met zoveel woorden dat het trauma van 'zwarte maandag' nog steeds leeft bij Buitenlandse Zaken.

In september 1991 stootte Nederland hard zijn hoofd toen het met radicale voorstellen voor een herinrichting van de EU kwam. 'We hebben in Nederland geleerd waar je terechtkomt als je een structurele discussie begint', aldus Van Aartsen. Daarom vindt hij eigenlijk de discussie zoals die door Fischer en Chirac is aangezwengeld, geen goede ontwikkeling. 'Ze fungeert vaak als splijtzwam. Het debat verzwakt nu al de slagkracht van de Unie.'

Het document bevat dus geen grote zinsneden over het uiteindelijke doel van de Unie. Geen federale superstaat, maar een verstandige vooruitblik op de hervormingen die nodig zijn om de EU ook op langere termijn coherent, slagvaardig en democratisch legitiem te maken. Van Aartsen en Benschop gaan de plannen eerst uitleggen aan het parlement en willen er dan mee naar België en Luxemburg. Mogelijk volgende maand al komt er een gezamenlijk 'Benelux'-plan. Daarna hoeft alleen de rest van Europa nog overtuigd te worden.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden