Machtige beelden

De tijd van de kleine foto's is voorbij, blijkt op een grote expositie in Düsseldorf. Ze zijn eerder twee bij twee meter....

Minstens tien afgestudeerden van de Staatliche Kunstakademie in Düsseldorf zijn wereldberoemd geworden. Het zijn fotografen uit het atelier van Bernd Becher. Wat ze doen, is zo indrukwekkend dat 'Düsseldorf' een belangrijk hoofdstuk wordt in de geschiedenis van de fotografie.

Het Museum Kunst Palast in Düsseldorf heeft een expositie samengesteld met de recente foto's van vijftien fotografen. Ze werken en/of wonen allen in de stad. De oudste is 71, de jongste 35. Acht hebben iets te maken met de academie. Het gebeurt wel meer dat kunstenaars samentroepen in steden, wijken of cafés. We stellen ons daar iets bij voor, iets romantisch. In Düsseldorf is dat anders. De stad etaleert weliswaar enige rijkdom en de Rijn stroomt er breedvoerig langs, maar Düsseldorf is niet gezellig. Die kille sfeer is ook voelbaar in het werk. Het is zowat het enige gemeenschappelijke kenmerk van de foto's.

De foto's maken elkaar sterk. Zelfs al hangen er op deze tentoonstelling een paar reeksen van middelmatige kwaliteit, het geheel is indrukwekkend. Het werk schakelt zich tot één geheel. De opstelling in vier grote zalen en op twee niveaus is waardig en als vanzelfsprekend. De toeschouwer krijgt tegelijk een monumentaal en een vertekend beeld van de mensheid.

De expositie is het eerste deel van een tweeluik, vanaf mei komt het tweede deel. Het thema van de eerste reeks heeft te maken met een sociologische, filosofische en culturele visie. Foto's die te maken hebben met de media, de spanningen in de wereld, de politiek, geld.

Geld is belangrijk, ook in de kunst. De tijd dat kunstenaars op tochtige zolders leefden en hun uitspattingen op het schildersdoek smeerden, is voorbij. De tijd van de kleine foto's ook. De beelden in de expositie zijn groot, twee meter hoog bijvoorbeeld en twee meter breed. Dat is breder dan het breedste fotopapier. Dus ja, het is geen fotopapier. Het zijn computerprints, rimpelloos verwerkt, technische hoogstandjes. Dat is duur. Ze hangen niet meer in zwak verlichte ruimtes met minder dan 50 lux, opdat het papier niet verkleurt. Deze prints krijgen het volle licht, evenveel als de schilderijen die in de zaal er naast hangen, zoals twee werken van Rubens. De tentoonstelling is allang geen poging meer om de fotografie op te krikken tot een volwaardige kunstvorm. Het is zelfverzekerd uitpakken.

De foto van Andreas Gursky opgenomen tijdens een concert met Madonna is bijna drie meter hoog en meer dan twee meter breed. Foto's zoals deze zijn eigenlijk een complete tentoonstelling. Een toeschouwer kan er in wandelen, en blíjven kijken. Hij ziet duizenden mensen zwaaiend met hun armen, het spectaculaire podium, miljoenen rondvliegende snippers, licht en donker. De opname is gemaakt vanaf een toren zodat het beeld van beneden naar boven gevuld is met mensen. De foto is monumentaal, maar toch nog een feitelijke verkleining. Gursky speelt een spel met de verhoudingen. In de grote foto's toont hij hoe klein de dingen kunnen zijn, een mens bijvoorbeeld en zelfs een superstar.

De foto werd gemaakt in 2001 en het valt op dat Andreas Gursky letterlijk steeds meer afstand neemt. Waar hij aanvankelijk bijvoorbeeld foto's maakte van jonge mensen tijdens de vrije tijd en daarbij aandacht schonk aan het merk van hun sportkledij, toont hij nu kleine mensen in een artificiële omgeving, het concert, het reuze appartementsgebouw, het superwarenhuis. Maar Gursky is een groot fotograaf, hij pint zich niet vast op een thema of een manier van doen. Als tegenpool is er op de tentoonstelling een relatief kleine foto van strepen verf op een doek en nog een andere van de kosmische wolk rond een supernova. Van proporties gesproken.

De vijf foto's van Gursky zijn de reis naar Düsseldorf al waard. Ze zijn in zekere zin niet mooi omdat ze ons gevoel voor harmonie verstoren. Hij kiest voor een ongemakkelijk standpunt, waarin mensen naar ons gevoel te klein zijn of te groot. Deze foto's tonen letterlijk wat er is, maar - en dat is typisch voor de fotografie - ze vertekenen op een ingenieuze wijze onze wereld. Het zijn machtige kwaliteitsbeelden.

Sinds de jaren vijftig fotografeerden Bernd Becher en zijn partner Hilla met grote precisie industriële bouwwerken: hoogovens, fabrieksgebouwen, raffinaderijen, watertorens. Het zijn foto's in zwart-wit en het onderwerp vult haaks het beeld. De foto's werden zorgvuldig afgedrukt, ingelijst en gepresenteerd in groepen van zes, vijftien, twintig. Deze zakelijke benadering was niet nieuw, veel kunst van voor het begin van de twintigste eeuw was gebaseerd op een natuurgetrouwe weergave.

Rond 1900 deden fotografen net het omgekeerde, ze produceerden een schilderachtige fotografie waarbij ze het beeld met zalfjes en gommen in een artistieke mist dompelden. Maar eigenzinnige fotografen als August Sander met zijn afstandelijke portretten, Atget, die haarscherp de gebouwen in de nauwe straatjes van de Parijse binnenstad in beeld bracht en Albert Renger-Patsch, die voorwerpen op een zakelijke wijze toonde, sloten aan bij de natuurgetrouwe traditie. Hun werk werd pas later geapprecieerd.

De fotografie van Bernd en Hilla Becher daarentegen kreeg al snel aanzien als een belangrijk uitdrukkingsmiddel van de hedendaagse kunst. In de Documenta van 1972 waren hun foto's al opvallend aanwezig. Deze consequente fotografie had de kracht om jonge fotografen te stimuleren. De zakelijke wereld is niet zó bekrompen, in feite geeft ze de emoties een niet benauwende kans. De vier reeksen foto's van Bernd en Hilla Becher lijken, voor wat de vorm betreft, (het zijn relatief kleine foto's en in zwart-wit) enigszins uit de toon te vallen bij deze tentoonstelling, maar er is een mooie verhouding tussen inhoud en techniek en tegelijk zijn ze een eerbetoon aan de meesters. Ondertussen is het echtpaar de Nederlandse Erasmusprijs (150 duizend Euro) toegekend.

Een recente foto van Thomas Ruff is gemaakt naar de pornofoto die hij van een website plukte. Deze beelden zijn gemeengoed, mits enige kennis van zaken kan men ze gratis aanschouwen. Een vrouw met rode nagels wrijft over haar borsten. Ze ligt half uitgestrekt op de sofa. Ze wekt de indruk de kijker en de fotograaf uit te nodigen om haar te betreden. De foto is anderhalve meter breed en de kleuren zijn zacht.

Ruff geeft het bestaande beeld een nieuwe dimensie, gewoon al door het te vergroten, onscherp weer te geven en op deze plek op te hangen. De muren van een gerenommeerde expositiezaal geven de foto's een ernstige allure en dit contrasteert met de afbeelding op de foto. Zo ontstaat een vervreemdingseffect en zien we hetzelfde, meer afstandelijk, meer indringend. Ook een werkelijkheid.

Het is opvallend in welke mate de kunstfotografen in deze tijd gebruik maken van bestaande beelden. Een simpele observatie leert ons dat een gemiddelde burger ongeveer driehonderd foto's per dag te zien krijgt. Deze (vaak professionele) opnamen zijn bedoeld om de aandacht te lokken, ze zijn boeiender en gerichter dan de zogenaamde 'echte' werkelijkheid. Zo worden foto's, tv- en videobeelden nadrukkelijk in ons beeldgeheugen opgeslagen. Ze vormen daar een soort superwerkelijkheid en het is niet toevallig dat de fotografen daarop inspelen.

Deze tentoonstelling is van historisch belang. Het is rijpe fotografie. Vertrekkende van een schijnbaar ordinaire maar herkenbare werkelijkheid maken de fotografen beelden die stáán. Ze zijn ontstaan uit een ervaren omgang met het beeld en de perceptie ervan. Ze verkondigen geen theorieën en vertellen geen verhaaltjes maar voeren een volwassen dialoog met de kijker. De beelden tonen slechts een klein stukje van de wereld, ze zijn een bewuste keuze, de keuze van een beeldhoek, een moment, een formaat, een kleur, deze keuzes laten een totaalindruk na die slap kan zijn of bijzonder. In dit geval: superbijzonder.

Foto's werken snel, binnen een fractie van een seconde geven ze al een impressie af. Het is spannend om in één ononderbroken beweging door de zalen te stappen, maar het is niet mogelijk om met woorden het werk van al die foto's en fotografen te bespreken. Nog één foto toch: Paradise 22, een groen beeld van Thomas Struth. Het is één van zijn vier 'puur-natuuropnamen'. Iets anders dus. Zijn 'paradijs' bevindt zich in Sao Francisco de Xavier en de foto werd vorig jaar gemaakt. We zien een kleine wildernis met eindeloos veel verschillende planten. We kunnen niet diep kijken in deze dichte begroeiing. Het licht komt vooral van boven, het ritselt langs de blaren. De fotograaf dwingt de blik van de kijker niet in één of andere richting, hij schikt zijn beeld niet om íets te laten zien, binnen het kader laat hij álles zien. De foto biedt geen politieke boodschap of het antwoord op een filosofische vraag. Hij is gewoon een paradijsje.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden