‘Machogedrag heeft ook voordelen’

ze onderhandelde namens de overheid over pensioenen en vut-regelingen van meer dan een miljoen ambtenaren. Ina Sjerps vervult achter de schermen een belangrijke rol....

Hoe is het om een onbekende bekende Nederlander te zijn?

‘Als ik zei dat ik in de krant stond werd ik in mijn privé-omgeving heel glazig aangekeken. Mijn wérk was in het nieuws, en dan vooral de pensioenkwesties bij het ABP (het pensioenfonds voor ambtenaren en werknemers het onderwijs, red.) in 2003 en 2005.

‘In 2005 ging het om de afschaffing van de VUT en de pensionering op 55 jaar bij brandweer en ambulancepersoneel. Twee jaar eerder ging het om het pensioen voor álle ambtenaren. De brandweer maakte wel flyers met mijn naam en de bonden riepen wel eens wat, maar dat bleef in kleine kring.’

Het waren wel wezenlijke veranderingen. Wat was jouw rol?

‘Ik had een flinke vinger in de pap als onderhandelaar, maar de cultuur bij de overheid is niet zo dat iemand alles in z’n eentje beslist. Ik ben voorzitter van de delegatie van alle overheidswerkgevers, maar we onderhandelen als groep.’

Ben je dan slechts het boodschappenmeisje ?

‘Nee, maar als mijn mening doorslaggevend was geweest, had het er anders uitgezien.’

Hoezo?

‘Ambtenaren lopen risico’s die we ze niet duidelijk vertellen. Er wordt hen een beter pensioen voorgespiegeld dan ze wellicht zullen krijgen.

‘De suggestie wordt gewekt dat we nog steeds vlak na onze 60ste verjaardag van een royaal pensioen gaan genieten, tot je dood, ongeacht hoe lang je leeft. Dat betekent ruim twintig jaar pensioen na ongeveer 35 jaar werken, terwijl je tijdens die 35 jaar werken maar een klein deel van je salaris betaalt – bij het ABP eenvijfde van je loon. Dat kan toch niet met de huidige vergrijzing en de stijgende levensverwachting!

‘De riante doelstelling betekent dat het ABP keer op keer geld tekort komt om de inflatie te compeseren of de loonstijging te volgen, tenzij er enorme beleggingsmeevallers zijn. Daardoor holt de koopkracht achteruit.

‘Dat raakt vooral de werkenden keihard; hun pensioenpot wordt dan bevroren en dat heeft enorme effecten op het uiteindelijke pensioen. Zij betalen ook nog eens een veel hogere premie dan de ouderen lang hebben gedaan.

‘Gepensioneerden merken de bevriezing van hun pensioen ook, maar zij hebben al een beter pensioen opgebouwd. Ik had liever een deal gehad waarbij we allemaal langer doorwerken maar ook een grotere kans hebben de koopkracht van de pensioenen op peil te houden. Dat vind ik socialer.’

Ben je gefrustreerd door de uitkomst?

‘Dat is me te negatief. Maar ik zou liever iets langer doorwerken om daarmee een verworvenheid overeind te houden opdat je niet arm oud wordt. Je kunt beter eerlijk zijn dan dat je dingen onder de mat schuift, dingen belooft die wellicht niet reëel zijn.’

Waarom ging je dan toch akkoord?

‘Ik onderhandelde niet namens mezelf, maar namens de overheidswerkgevers of, in het geval van de brandweer, voor de gemeenten. Als zij vinden dat dit het best haalbare is, en te verantwoorden is, dan is dat zo.’

Hoe is je eigen pensioen geregeld?

‘Mijn situatie is niet optimaal; ik ben vroeg begonnen met werken maar heb lang in deeltijd gewerkt. Dus naar huidige maatstaven heb ik een pensioengat. Mijn man heeft twintig jaar in de sociale advocatuur gewerkt, met een inkomen waar geen pensioenopbouw bij paste. Hij is nu in loondienst, en bouwt nu wat op. Als duo hebben we volgens pensioenadviseurs een enorm tekort. Maar ik vind het belangrijker dat we in deze tijd, nu we verantwoordelijk zijn voor onze kinderen, een goed inkomen hebben en in een fijn huis wonen. Het is onzin om te veronderstellen dat je je hele leven eenzelfde inkomen moet hebben.’

Heb je dat idee van huis uit meegekregen ?

‘Zou kunnen, het ambtenaarschap is een onbekende in mijn familie. Mijn ouders komen uit West-Friese tuindersfamilies, uit een katholieke enclave in een protestantse omgeving. Dan krijg je katholieke regels die met protestantse precisie worden nageleefd. Zelf kom ik uit Venhuizen, als een na oudste in een gezin met zes dochters en een zoon.

‘Mijn familie was wel maatschappelijk actief. Zo was mijn opa loco-burgemeester en voorzitter van het veilingbestuur in Blokker. Mijn vader was 25 jaar voorzitter van het schoolbestuur, ook al had hij zelf alleen lagere Tuinbouwschool. Mijn ouders hadden weinig formele opleiding maar hebben zich wel breed ontwikkeld. We hadden thuis geen Tomado-rekje met drie delen Het Beste maar een forse boekenkast met Wolkers, Reve, Mulisch en gedichten.

‘Bij het tuindersbedrijf hoorde ook hard werken. Wij werkten als kinderen volop mee. Vanaf mijn 12de ging ik na school schoonmaken bij anderen. Ik was wel de eerste van twee grote families die ging studeren.’

Wat dreef je te gaan studeren?

‘Op de lagere school was ik de slimste van de klas en ik ben opgevoed met het idee vooruit te moeten komen. Bijna niemand ging naar de havo of het vwo: dat was in Hoorn, een eind fietsen. Het gros bleef dicht bij huis op de tuinbouwschool of de mavo. Ons gezin was anders. Bij mij en mijn broer en zussen stond vast dat we vwo of havo zouden gaan doen. Ik heb het altijd heel gênant gevonden dat dit voor anderen uit het dorp toen onmogelijk was omdat ouders of onderwijzers dat tegenhielden. Onderwijs is een sterke, emancipatorische factor en ik heb daarvan mogen profiteren.

‘Ik heb thuis geleerd dat je moet woekeren met je talenten. En mijn ouders hebben me vroeg zelfstandig gemaakt. Ze hadden ook weinig keus met ieder jaar een baby en weinig geld. Toen ik 3 was stuurde mijn moeder me op de step naar het postkantoor om rekeningen te betalen. Dat verzin ik niet, het staat in haar dagboek.

‘Toen ik 7 of 8 was moest ik mijn een jaar jongere broer ophalen bij de padvinders omdat hij niet alleen in het donker naar huis kon. Dan ga je vanzelf denken dat je veel aankunt.’

Wat bracht je ertoe voor politicologie te kiezen? Engagement?

‘Eigenlijk wilde ik naar de Hogere Hotelschool in Maastricht. Ik deed ’s zomers tijdens de oogst voor veel personeel de catering. Maar ik deed niets aan sport en dat was wel een vereiste voor die school. Mijn vriendenkring ging naar Amsterdam en toen heb ik maar gekozen voor de studie met de meeste verschillende vakken, politicologie. Dan zie je wel het nadeel van een milieu waar niemand je advies kan geven. Ik heb mijn eigen weg moeten zoeken. Bij mijn kandidaats kreeg ik nog het advies om te stoppen. Maar na negen jaar studeerde ik cum laude af.’

Negen jaar, riant.

‘Maar ik ben al snel ook gaan werken, een tijd lang twee halve banen naast de studie. Begin jaren tachtig sloeg me de schrik om het hart: de werkloosheid liep op, en ik wilde per se aan de slag komen.

‘Ik heb stage gelopen op het ministerie van Sociale Zaken en rolde door naar de Emancipatieraad. Daar opperden ze dat ik ‘wat juridische vakken’ moest doen. Ik heb toen in mijn overmoed beloofd dat ik na politicologie de hele studie rechten zou doen naast het werk, als zij dat betaalden. De dag na mijn afstuderen begon ik met rechten. Daar heb ik elf jaar over gedaan, naast mijn werk en mijn gezin. Voor gelijke-behandelingsrecht heb ik toen een passie ontwikkeld. Ik ben toen ook jaren in de vrouwenbeweging actief geweest.’

Daarvan is nu niet veel meer over. Hoe komt dat?

‘Ik ben al heel lang een van de jongsten in vrouwenorganisaties. Voor jonge vrouwen lijkt gelijke behandeling iets vanzelfsprekends. Begin jaren tachtig, tijdens de grote werkloosheid, stond bij delen van de vakbeweging het recht van vrouwen op betaald werk nog ter discussie. Veel openlijke discriminatie is nu weg en daardoor is het moeilijker een beweging te organiseren. Maar vrouwen worden bij sollicitaties nog steeds anders beoordeeld dan mannen. Tegelijkertijd moeten vrouwen zich ook niet slachtofferig opstellen. Als vrouwen in kleine deeltijdbanen werken, moeten ze er niet gek van opkijken als ze minder carrière maken. Ik ken een econome die jaren in het buitenland heeft gewoond met haar man die diplomaat is. Ze heeft nooit betaald werk gedaan en wil, nu ze terug is, interessant ‘leuk’ werk op academisch niveau voor maximaal 20 uur per week. Langer werken wil ze niet omdat ze dan geen tijd heeft voor zichzelf. Dan moet je niet zeuren als dat niet lukt.’

Hoe heb je dat zelf geregeld thuis? Wie heeft de offers gebracht?

‘Wij allebei denk ik, al heeft mijn man de laatste jaren veel meer in het huishouden gedaan. Toen de kinderen kleiner waren, hebben we beiden parttime gewerkt. De kinderen zijn ook naar de crèche geweest. Ik geloof niet dat de jongens iets tekort komen. Hobby’s schieten er voor mij bij in, ’s zaterdags sta ik de hele dag op het voetbalveld.’

Hoe is het om nu zelf in zo’n mannenwereld te werken?

‘De wereld van sociale partners en pensioen in het bijzonder is inderdaad een mannenwereldje. De laatste jaren komen er een paar vrouwen op topposities zoals Agnes Jongerius bij de FNV, Edith Snoey bij de Abvakabo en ikzelf, maar de cultuur is er een van machogedrag. Voordeel daarvan is dat je zelf ook duidelijk kunt zijn. Maar je moet wel stevig in je schoenen staan.

‘Ik heb een goed verstand en genoeg ervaring om te weten dat het niet aan mij ligt als ik iets niet snap. Dus kan ik redelijk omgaan met die cultuur. En je moet je niet opzij laten zetten.

‘Het heeft ook het voordeel dat ik op bepaalde momenten kan weigeren me aan de cultuur aan te passen, zonder dat dat een probleem hoeft te zijn. Ik ben immers anders, dat valt genoeg op. Zo neem ik rustig de telefoon aan tijdens een vergadering die ikzelf voorzit, als mijn zieke zoon die alleen thuis zit, belt. Dan wachten ze maar even.

‘Bij de Commissie gelijke behandeling en de Emancipatieraad heb ik lang vooral met vrouwen gewerkt. Die kunnen heel gemeen zijn, zeker tegen vrouwen als ik, die hun hoofd boven het maaiveld uitsteken.’

Nog kansen gemiste in je carrière?

‘Jazeker. Toen het IJzeren Gordijn viel en Oost-Europa in 1989 open ging, deed Hans van den Broek als Europees Commissaris de betrekkingen met die landen. Hij zocht toen ambtenaren om dat beleid te bedenken. Mijn toenmalige baas op Sociale Zaken zei dat ze aan mij hadden gedacht, maar dat er geen geld was om mij te vervangen. Dat zou fantastisch zijn geweest. Als het was doorgegaan, had ons leven er volstrekt anders uitgezien.’

Wat is je grootste succes ?

‘Mijn man. Liefde op het eerste gezicht. We troffen elkaar aan het ziekbed van een vriendin waarvan we dachten dat ze doodging. Ik was 28 en had nooit verkering gehad. Binnen twee weken was alles geregeld. We zijn nu 19 jaar samen en die vriendin leeft ook nog.’

Wat inspireert je?

‘Het idee dat alle mensen gelijk zijn en gewaardeerd moeten worden om wat ze doen. De emancipatie van nieuwkomers in ons land heeft voor mij nu prioriteit. Als ik in een vluchtelingenkamp in Afrika zou wonen, zou ik ook proberen weg te komen, een beter leven te zoeken. Geef mensen de kans zich te bewijzen.’

De politiek is in deze zin geen grote inspirator ?

‘Ik geneer me wel eens voor de politiek in Nederland. Er is veel simplisme. Het klinkt heel flink om minder regels en dus minder ambtenaren te willen. Maar de meeste regels zijn bedacht om het voor de burger veiliger en beter te maken. En als je grote aantallen ambtenaren ontslaat betaal je grote bedragen om ze thuis te laten zitten. Daarna worden weer bureaus ingehuurd omdat het werk wel gedaan moet worden.

‘Hetzelfde makkelijke denken zie je in de discussie over zwarte scholen. Iedereen lijkt ervan overtuigd dat gemengde scholen de oplossing zijn. Maar is dat wel zo verstandig? Het vmbo is in de grote steden in het jargon gewoon zwart. Dat is niet gemengd te krijgen. Het vwo is nog grotendeels wit maar ook dat verandert snel. Daar kiezen leerlingen elkaar nu nog uit op individuele kenmerken. Op een havo of vmbo op een grote scholengemeenschapverloopt de groepsvorming op afkomst. Niets integratie door samen naar school te gaan, maar enorme tegenstellingen in de cruciale puberteit.’

Als ik het zo hoor, blijf je niet lang meer het boodschappenmeisje van de overheidswerkgevers.

‘Het is voor de meeste mensen goed van tijd tot tijd eens iets anders te gaan doen; ook ik zit hopelijk nog niet op een eindstation. Maar een boodschappenmeisje ben ik nooit geweest, daar ben ik te onafhankelijk voor.

‘Toch blijf ik dit werk voorlopig doen. De discussie over de pensioenen is nog niet af. Bovendien wil ik de overheid beter op de kaart zetten. We mogen over heel veel zaken niet meepraten als werkgever, maar hebben we een miljoen werknemers. We willen een passende plek in de polder.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden