MACHINERIE VAN SPEELPLEZIER

In Wenen zetelt het Vienna Art Orchestra, dat zowel Ellington als Strauss als eigen composities speelt en zich kan meten met de beste jazz-orkesten in Amerika....

Door Koen Schouten

Mathias Rüegg (1952) ís het Vienna Art Orchestra, hoewel hij dat zelf nooit zal benadrukken. Zijn naam schrijft hij steevast in kleine letters. De leider staat tijdens concerten altijd opzij van de band en geeft het liefst minimale aanwijzingen. 'Ik vind het niet nodig het publiek mijn kont te laten zien.'

De in Oostenrijk wonende Zwitser is de stuwende kracht achter het Vienna Art Orchestra, dat dit jaar het 25-jarig jubileum viert. Hij zit onder de bomen op een pleintje in Parijs: slank, het lange grijze haar in een staart en zoals altijd gekleed in een pak waarvan hij de mouwen heeft opgestroopt. In een straal van honderd meter bevinden zich drie jazzclubs en in de kiosk liggen jazztijdschriften in het vak bij magazines over cultuurfilosofie. Mathias Rüegg heeft in het midden van een tournee een paar dagen vakantie in 'La Capitale du jazz'.

'Het orkest is als een machine. Ik zet het aan, en het loopt. Van tevoren heb ik daar natuurlijk heel hard voor gewerkt, maar tijdens een concert kan ik genieten. Mijn lijflijke aanwezigheid is voor de band genoeg.' Bij een lekker concert heeft Rüegg dan ook de vage glimlach om zijn lippen die je ook wel eens aantreft bij iemand die het gaspedaal van een bloedsnelle Ferrari intrapt.

Zijn composities kenmerken zich door een optimaal gebruik van expressiemiddelen. Je zou de arrangementen overstatements kunnen noemen: de trompetten zijn hoog en hard, de trombonesectie speelt laag en diep, terwijl de pianoloze ritmesectie voortdurend zweepslagen uitdeelt. Aan de andere kant laat Rüegg zijn saxen soms subtiel zoemen en een gedempte kopersectie zachte tapijten leggen. De extremen monteert hij als een begaafd filmregisseur.

'Ik probeer on the edge te zijn - kgggh.' Met zijn vlakke hand maakt Rüegg een hakbeweging in de lucht. 'Het programma is één geheel, honderd procent uitgebalanceerd.' Daarin is de solist de verbindende factor. Hij krijgt een hele compositie lang de kans zijn persoonlijke verhaal te vertellen, een element dat Rüegg heeft overgehouden aan zijn jeugdliefde: de freejazz.

'Dit orkest is eigenlijk geen bigband', aldus Rüegg. 'Het is een assemblage van solisten. Alle musici hebben ook solocarrières. Alleen de bastrombonist en de eerste trompettist zijn professionele orkestspelers. Ik zoek speciaal naar expressieve musici. Er zijn veel goede saxofonisten, maar er zijn er maar vier in Wenen die echt een goed geluid hebben en die met intensiteit kunnen spelen.' Rüegg zegt het zelf niet als eerste, maar die zitten dus allevier in zijn orkest. 'Ze zijn een voorbeeld voor de rest.'

Het grote aantal topsolisten in het Vienna Art Orchestra is zeldzaam voor een orkest. Nog zeldzamer is de ongelooflijke kracht en precisie waarmee de musici hun partijen spelen. Bij groepen met louter solistische musici delft het ensemblespel doorgaans het onderspit. Rüegg doet extra zijn best om dat tegen te gaan: 'Ik besteed veel aandacht aan de tweede, derde en vierde stemmen, zodat de musici altijd mooie lijnen te spelen hebben.'

Een concert van het Vienna Art Orchestra luistert als een ijzersterke thriller, of het nu gaat om een programma met muziek van Satie of Ellington, bewerkingen van Johann Strauss of om een van Rüeggs vele eigen programma's, zoals de jubileumshow Art & Fun. In die show heeft Rüegg delen van zo'n 80 van de 450 composities verwerkt die hij ooit voor het orkest heeft geschreven. Bij de gelijknamige cd krijg je tevens een bonus remix-cd gemaakt door gitarist en jazzdance-producer Martin Koller. 'Een buitenkans om je muziek te laten remixen door iemand die alle stukken zelf heeft gespeeld.' Een geremixte versie van Art & Fun was volgens Rüegg op zijn plaats, omdat de Weense muziekscene momenteel leidinggevend is op het gebied van elektronische muziek.

Tegelijk met het Art & Fun-programma tourt het VAO met Rüeggs project A Centennial Journey, een muzikale reis door de afgelopen eeuw, en met het wat oudere programma Duke Ellington's Sound of Love. Voor de musici is het geen enkel probleem die concerten af te wisselen. Maar toen bassist Georg Breinschmid vorige week wegens ziekte onverwacht uitviel, was het een hele toer een vervanger te vinden die meteen kon komen, in de trein zonder bas de partijen voor twee verschillende concerten kon oefenen en zonder soundcheck op het podium kon verschijnen. Maar het is gelukt.

Het Vienna Art Orchestra kan zich meten met de beste Amerikaanse orkesten. De muzikale basis is Amerikaanse bigband-jazz, toch klinkt de band onmiskenbaar Europees. Rüegg gebruikt in zijn werk niet alleen elementen uit verschillende Europese volks- en kunstmuziekgenres, het orkest straalt een speelplezier uit dat je zelden tegenkomt. 'Ik denk dat het komt doordat Europeanen individualistischer zijn', zegt Rüegg. 'We zijn op de een of andere manier vrijer hier. In de Verenigde Staten is door alle stress bijna geen ruimte om grappen te maken. Wij kunnen dat ons wel veroorloven.'

Het orkest is net terug uit Noord-Canada. 'Het is er net als in Amerika. De meest gebruikte zin daar is: You are not allowed. Wat je ook doet, waar je ook gaat. Je moet altijd in een rij staan, je moet wachten tot je mag gaan zitten, je mag je bier niet mee naar buiten nemen, je mag helemaal nérgens roken. Er is altijd iets dat je niet mag. Dus we hebben daar niet veel lol gehad', zegt de bandleider terwijl hij zijn zoveelste sigaret opsteekt.

Rüegg is een man die doelgerichtheid uitstraalt, of hij nu over straat loopt of zich ontspant op een terrasje. 'Over het algemeen ben ik erg goed georganiseerd. Dus ik verspil weinig tijd.' Zodra Rüegg een ober nodig heeft, staat die ook onmiddellijk aan zijn tafeltje. 'Een Campari, net als gisteren?', grijnst die.

Toch was hij als twintiger heel anders: vaag en esotherisch. Een dienstweigeraar, iets dat toen, midden in de Koude Oorlog, in Zwitserland gelijk stond aan landverraad. 'Ik had het geluk dat ik maar drie maanden de gevangenis in moest. Anderen gingen voor anderhalf jaar achter de tralies en moesten alsnog het leger in.' Rüegg vertrok na zijn detentie meteen naar Oostenrijk. Een vervolgopleiding mocht hij in zijn vaderland niet meer volgen.

Hij ging piano en compositie studeren in het Oostenrijkse Graz en werkte later als barpianist in Wenen, waar hij gelijkgestemde musici als de tegenwoordig alom bewonderde saxofonisten Wolfgang Puschnig en Harry Sokal ontmoette. In 1977 beleefde het eerste programma van het Vienna Art Orchestra zijn première: een totaalkunstwerk met zestien musici, dansers, beeldend kunstenaars en zangers.

Tot een paar jaar geleden verrichtte Rüegg alle zakelijke werkzaamheden zelf. Hij heeft zijn orkest uitgebouwd tot een van de meest professioneel georganiseerde jazzbands ter wereld. Eenentwintig musici en zeven technici vinden jaarlijks enkele maanden werk bij het 'VAO'. 'Het is allemaal echt op de grens', verzucht Rüegg. Ondanks bijdragen van een grote Oostenrijkse bank, de Oostenrijkse Staat, de stad Wenen, het Ministerie van Buitenlandse Zaken en een privésponsor uit Zwitserland heeft het orkest dit jaar weer grote schulden gemaakt.

Verjonging en vooruitgang zijn belangrijke zaken voor Rüegg. Vijf jaar geleden was zijn band nog een stuk kleiner; na het twintigjarig jubileum vond hij dat er iets moest veranderen. Hij had geen ideeën meer voor het dertienkoppige orkest. Een vergroting naar een bigband was de oplossing. 'Als ik terugkijk naar oude stukken, waren dat eigenlijk al verborgen bigband-arrangementen. Ik heb met deze bezetting zoveel meer mogelijkheden.' Als de bandleider erover praat, lijkt hij al heimwee te hebben naar het orkest terwijl het nog bestaat. Hij beseft dat de huidige bezetting waarschijnlijk niet voor altijd is vol te houden.

Rüegg is voor zijn levensonderhoud niet volledig afhankelijk van het orkest. Integendeel, het meest verdient hij met andere werkzaamheden. Hij geniet status in Europa en krijgt veel compositieopdrachten en aanbiedingen voor artistieke functies ('vier in de afgelopen twee maanden'). In Oostenrijk en Duitsland programmeerde hij uiteenlopende concerten en festivals, waaronder veel in de klassieke wereld. Doordat hij er goed voor betaald kreeg, kon hij tijd vrijmaken om de Weense jazzclub Porgy & Bess op te richten en die drie jaar zonder salaris te runnen. Daarnaast riep hij de Austrian Jazz Prize in het leven, die hij dit jaar heeft uitgebreid tot de European Jazz Prize.

'Geld vind ik niet belangrijk. Ik bezit niets. Zelfs geen flat. Al mijn kantoorspullen huur ik. Het enige dat ik in mijn leven ooit heb aangeschaft, is een vleugel.'

Eén keer heeft Rüegg gekozen voor zekerheid. 'Een paar jaar geleden heb ik een enorme fout gemaakt door te denken dat ik maar eens echt geld moest gaan verdienen. Ik heb de functie geaccepteerd van Musikalische Direktor Vereinigten Buehnen Wien. Zat ik musicals te organiseren. Na twee maanden was ik weer weg. Wat was dat stom zeg, ik weet niet meer hoe dat is gebeurd. Ik heb helemaal geen talent voor commerciële muziek.'

'Het is interessant', peinst Rüegg. 'Er zijn twee categorieën Europese muzikanten: de rijke en, het grootste deel, de arme. Ik ben erachter gekomen dat ik altijd met arme muzikanten werk. Met hen heb je wel de meeste lol. Als de rijke mensen in beeld komen, wordt het altijd ingewikkeld. Er zijn weinig muzikanten die om kunnen gaan met succes en geld. Ik herinner me dat we twee jaar geleden op een dubbelconcert in San Sebastian speelden. Na ons speelde Diana Krall. Haar muzikanten zaten in dezelfde kleedkamer als wij, we zaten enorm lol te trappen. Zij had een kleedkamer voor zichzelf. Niemand durfde er naartoe te gaan. Ik kende haar, want we hebben samen opnamen gemaakt, maar ook ik wilde er niet heen. Wij hadden allemaal lol met elkaar, en zij zat helemaal alleen ergens anders. Dat verandert natuurlijk je karakter.'

's Avonds zit Mathias Rüegg in de Parijse jazzclub Duc des Lombards, waar het publiek zich tijdens het concert van zanger David Lynx tegoed doet aan belegde stokbroden. We hebben het over zijn plannen voor een Vienna Art School, die als tegenhanger van de conservatoria de aandacht zou kunnen richten op persoonlijke expressie en minder op conventionele speeltechnieken. 'Begrijp me goed, conceptuele muziek vind ik maar zozo. Ik heb jarenlang moeten vechten om met het orkest niet steeds in het verschrikkelijke avant-garde hokje te worden geduwd. Maar ik vind dat elke pianist moet weten hoe je een vleugel van binnen bespeelt. Niet om lawaai mee te maken, maar om muziek mee te maken. Net als boventonen op saxofoon. Het free-jazz vocabulaire is een interessant erfgoed. Er liggen talloze onbenutte mogelijkheden.'

Dan neemt Mathias Rüegg plotseling afscheid. Hij kent genoeg mensen in de club, maar blijven hangen is niets voor hem. De voormalige post-hippie moet verder met efficiënt leven. Dat betekent: nu gaan slapen, want morgen moet hij weer vroeg op reis.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden