Macedonië kan voorbeeld nemen aan België

Macedonië zal moeten kiezen tussen afscheiding van de Albanezen of een bestuur op basis van gelijkwaardigheid. De regering in Skopje kan volgens Erik Meijer in dat opzicht misschien iets leren van andere kleine, meertalige democratieën als België en Zwitserland....

TOEN in september 1991 95 procent van de Macedonische kiezers zich in een referendum uitsprak voor onafhankelijkheid waren de Albaneestalige inwoners van het land daar niet bij. Zij bleven thuis, want met het nieuwe staatje voelden ze zich net zo min verbonden als met het oude Joegoslavië. De grens met Albanië was hen al één te veel, en ze vreesden dat een nieuwe staatsgrens met Servië hen zou afsnijden van de naburige provincie Kosovo waar drie keer zoveel Albanezen wonen.

Terwijl de afgescheiden deelstaten Kroatië en Bosnië binnen enkele maanden door het buitenland werden erkend, moest Macedonië wachten tot april 1993. In die tijd was er slechts aandacht voor de Griekse bezwaren tegen de naam van het land. Die aarzeling kwam dan ook allerminst voort uit een terechte twijfel of de Albanezen zich wel in de nieuwe staat zouden thuisvoelen. Er werd niet gekeken naar de gedecentraliseerde bestuursvormen die nodig zijn gebleken om kleine meertalige landen, zoals België en Zwitserland, op een vreedzame en democratische manier te kunnen besturen.

De Albanezen waren gewend dat met hen geen rekening werd gehouden. Eeuwenlang waren ze ongeletterde herders en keuterboeren, verdeeld over vier Turkse provincies, waarvan Kosovo met de huidige Macedonische hoofdstad Skopje als bestuurscentrum de grootste was.

De staat was in hun ogen niet meer dan een parasitair orgaan dat belasting inde, straffen uitdeelde en soldaten recruteerde voor oorlogen ver weg. Dat bleef nog lang zo nadat tijdens de Balkan-oorlog van 1912-1913 alleen de Albanezen langs de Adriatische kust een eigen staatje kregen en de rest door Servië werd ingelijfd.

Ze konden de anderstalige staat blijven negeren zolang die zich niet of nauwelijks bezig hield met onderwijs, ontwikkeling of democratische besluitvorming. De bestuurstaal en de onderwijstaal worden pas van belang zodra de mensen iets positiefs van hun staat verwachten en ze willen meedoen aan de politieke besluitvorming.

Op uitnodiging van de Joegoslavische jeugdbeweging bezocht ik Macedonië voor het eerst in 1962. De stad Tetovo was toen veel meer dan in de tv-beelden van 2001 herkenbaar als typisch Albanees. Smalle en bochtige modderstraten met witgekalkte muren van leem en koemest, mensen in klederdracht en voortdurende verhalen over bloedwraak.

Joegoslavië kwam dit nog in de Middeleeuwen levende volk vooruitgang brengen door er scholen, warenhuizen en fabrieken neer te zetten. Inmiddels zijn de Albanezen heel wat meer ontwikkeld, verstedelijkt en geëmancipeerd, en accepteren ze niet langer een derderangs positie. De laatste maanden demonstreerden Macedoniërs tegen concessies aan hun Albaneestalige landgenoten met de leuze 'één land, één taal'. Zij zien zichzelf nog steeds als onderdrukten, die eeuwenlang moesten knokken voor het behoud van hun taal.

Eerst vond die strijd plaats tegenover Griekse kooplieden en geestelijken en Turkse militairen en ambtenaren. Daarna woedde in de 20ste eeuw een permanente strijd met Serviërs en Bulgaren, die beide vonden dat het Macedonisch eigenlijk niet meer was dan een dialect binnen hun eigen taal en daarin de rechtvaardiging vonden om dit gebied beurtelings in te lijven.

Het Macedonisch werd als taal pas erkend na de Tweede Wereldoorlog onder het regime van Tito, dat van Macedonië een autonome deelstaat binnen de Joegoslavische federatie maakte. Officieel was het gebied echter meertalig; op de overheidsgebouwen hingen drietalige borden, in het Macedonisch, Albanees en Turks. Sinds de losmaking van Joegoslavië zijn die vervangen door eentalige. Het gebruik van andere talen zag de regering als een restant van koloniale overheersing.

Begin maart herinnerde ik de Macedonische parlementsvoorzitter Andov, op bezoek in Straatsburg, eraan dat internationale jeugdwerkkampen in Joegoslavië vroeger Vlamingen en Walen zorgvuldig van elkaar gescheiden hielden vanwege de vrees dat zij afkoersten op een etnische oorlog. Het eveneens tweetalige Macedonië kan nu van België leren dat de binnenlandse vrede wordt veiliggesteld door het trekken van een taalgrens tussen zelfbesturende ééntalige landsdelen.

Zijn reactie was simpel: 'Bemoei je niet met onze grondwet'.

Op 15 maart stemde het Europees Parlement voor veroordeling van extremistische Albanese onruststokers, garanties voor de grenzen van Macedonië en steun aan de regering. Dus niet voor bestuur en onderwijs in de Albanese taal of het wegnemen van andere grieven. Ik sprak toen de verwachting uit dat dit mis zou gaan, en alleen maar zou leiden tot meer staatsgeweld en het door het leger bewapenen van anti-Albanese knokploegen.

De Macedoniërs moeten kiezen. Of zij willen per se een zuiver Macedonische eentalige staat, zonder Albanezen in overheidsfuncties. Dat kan niet door de Albanezen weg te jagen of hen te dwingen om een andere taal te gaan spreken. Dat lukt alleen door afstand te doen van het noordwesten van Macedonië.

Een misschien sympathiekere mogelijkheid, waar de internationale bemiddelaars op blijven mikken, is dat ze bereid zijn de macht te delen. Maar in dat geval moeten ze accepteren dat in de toekomst niet de Macedoniërs maar de veel sneller groeiende Albaneestalige bevolking de meerderheid zal uitmaken. Met of zonder aanvaarding van een vredesakkoord zal die moeilijke keuze nog jaren de aandacht blijven opeisen.

De inwoners van Macedonië zullen zélf die keuze moeten maken want buitenlandse troepen kunnen hun probleem niet duurzaam oplossen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden