Macbeth radicaal aangepakt door Jürgen Gosch

Een paar afgetrapte tafeltjes en rode plastic stoeltjes, dat is het hele decor. Op de tafels flessen water en flessen toneelbloed....

Het stuk is omgezet in hedendaagse taal en het gaat er hard aan toe. De spelers gaan elkaar stevig te lijf. Maar tegelijk gedragen ze zich ook als kinderen die lekker smijten met water, klooien met namaakpoep, die scheten laten en elkaar overgieten met toneelbloed. Zonder gêne kleden ze zich uit tot ze alle zeven naakt zijn. Een naaktheid die nauwelijks uitdagend is: met recht een Adamskostuum.

Dat Macbeth hier radicaal wordt aangepakt, is meteen duidelijk. Deze enscenering van de Duitse regisseur Jürgen Gosch is omstreden. De première, een paar maanden terug in Düsseldorf, werd een schandaal: een kwart van het publiek liep weg. Nu was het de openingsvoorstelling van het Berlijnse Theatertreffen. Een prestigieus jaarlijks festival met de opmerkelijkste Duitse producties van het seizoen. Dat Gosch maar liefst met twee voorstellingen present is, tekent zijn populariteit.

In Berlijn is men meer gewend, een aantal toeschouwers verliet tijdens de opening onopvallend de zaal, maar meer dan een handjevol was het niet. Gelet op het applaus, dat ruim tien minuten aanhield, was de waardering groot. Gosch is ook in Nederland geen onbekende. Hij regisseert hier regelmatig (bij Toneelgroep Amsterdam Bacchanten, bij het Nationale Toneel vorig seizoen Tartuffe).

In Macbeth verbindt hij kinderspel met de gruwelen van een oorlog. En welk stuk is daarvoor beter geschikt? Net als in de tijd van Shakespeare wordt Lady Macbeth gespeeld door een man, in grijze plooirok met een zwarte pruik. Devid Striesow maakt er een weergaloos nummer van: hij huppelt op zwarte pumps over het toneel, kettingrokend, bespeelt brutaal zijn echtgenoot en geniet ongegeneerd van zijn nieuwe status van koningin.

De lol van het spel is voortdurend voelbaar. Spelen de acteurs niet, dan nestelen ze zich op de eerste rij, verkleden of ontkleden zich en schieten even later het toneel weer op. Nu eens in deze rol, dan weer in een andere. Het is toneel uit de verkleedkist, met niets meer dan een paar schamele rekwisieten. Alles komt van de acteurs en met elkaar vormen ze een subliem ensemble waar de speeldrift vanaf spat.

Die authenticiteit is iets waarnaar Gosch in al zijn producties zoekt. De spelers zijn niet te beroerd om gekke bekken te trekken of zichzelf te buiten te gaan in geklieder met bloed en namaakpoep. Tijdens de heksensabbat vergrijpen ze zich aan een reusachtige lever, Banquo, Macbeths vriend die door hem wordt vermoord, besproeit zich als geest met meel en bij het bewegende bos slepen de spelers grote boomtakken aan en creëren met geluiden de sfeer van een bos.

Gaandeweg verandert het toneel in een slagveld en wordt de sfeer grimmiger. De huurmoordenaars die Banquo koud maken zijn nog maffe types die zo in een slapstick passen, de bende met babymaskers op die later Macduffs vrouw en kinderen doden, bestaat uit aperte griezels. De gruwel neemt toe en aan het eind rest alleen nog gelatenheid. Macbeth zit verveeld rokend op het toneel. Zijn vrouw is al dood, hij wil zelf niets anders.

Voor die dood zorgt Macduff en hun eindgevecht is een wervelende doodsdans van twee mannen, elk gewapend met een speelgoedmes en een fles bloed.

Macbeth ligt uitgevloerd op het toneel, er verschijnt geen opvolger, geen nieuwe koning. Het is uit, er rest niets dan chaos. Kapotgeslagen tafels, bloed, meel. We hebben ongelofelijk gelachen, maar de lach is uiteindelijk blijven steken in onze keel.

Marian Buijs

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden