nieuws

Maatregelen om paling te redden in Nederlandse wateren werken onvoldoende

Maatregelen om de bedreigde paling te laten opleven in de Nederlandse wateren, werken onvoldoende. Slechts de helft van het leefgebied voor paling is bereikbaar voor deze vis, met zo’n 60 duizend stuwen, gemalen en sluizen hebben de Nederlandse wateren voor trekkende palingen de meeste hindernissen in Europa.

Een historische palingaak in Enkhuizen met een vracht van 500 kilo paling uit Friesland.  Beeld Hollandse Hoogte /  ANP
Een historische palingaak in Enkhuizen met een vracht van 500 kilo paling uit Friesland.Beeld Hollandse Hoogte / ANP

Zo’n 40 procent van zijn leefgebied, onder meer zo’n 330 duizend kilometer aan sloten, blijft onbereikbaar voor de paling. Dit blijkt uit een rapport dat de onderzoeksorganisatie RAVON donderdag publiceert.

Paling is een trekvis, die zich na zijn geboorte vanuit de Sargassozee verspreidt naar onder meer de Nederlandse kustwateren, rivieren, sloten en beken. Het gaat al jaren slecht met de paling in Nederland, onder meer door de vele belemmeringen op zijn trektocht. Vooral gemalen leiden tot sterfte en beschadiging van de paling.

Om iets aan de palingstand te doen, is al sinds 2009 het Aalbeheerplan van kracht. Daardoor wordt onder meer in het buitenland gevangen jonge paling (glasaaltjes) uitgezet en zijn passages aangelegd die vissen doorgang moeten verlenen.

Die maatregelen hebben te weinig resultaat, constateert RAVON. ‘De afgelopen jaren is de intrek van jonge aal nog steeds historisch laag.’ De aangelegde vispassages werken ondermaats: driekwart van de passages laat geen paling door, blijkt na twee jaar onderzoek. ‘Als honderd palingen achtereenvolgens vier vispassages proberen te passeren, komt er slechts één aan op de eindbestemming’, aldus het rapport.

Keuze in leefgebied

Volgens Tom Buijse, werkzaam bij kennisinstituut Deltares en buitengewoon hoogleraar Freshwater Fish Ecology aan de universiteit van Wageningen (niet betrokken bij het onderzoek), ondervindt de paling inderdaad veel hinder van sluizen en gemalen in Nederland. Tegelijk heeft de paling relatief veel keuze in leefgebied, waardoor hij meer gelegenheid tot opgroeien heeft dan bijvoorbeeld de zalm. ‘Die laatste moet per se naar een zijrivier van bijvoorbeeld de Rijn of de Maas om te paaien. De paling hoeft dat niet, en komt in Nederland veel sneller dan de zalm leefgebied tegen waar hij kan opgroeien.’

De opbrengst van vispassages varieert volgens Buijse zeer sterk. ‘Het verschilt per voorziening. Een uitgebreide landelijke analyse is nog niet gemaakt, maar of een voorziening werkt, hangt af van vele factoren: het type voorziening, het formaat, de staat van onderhoud. Er kan bijvoorbeeld drijfvuil of maaisel in terechtkomen waardoor ze niet goed meer werken, zeker wanneer onderhoud of controle ontbreekt.’

Buijse wijst erop dat grote slagen in de vergroting van leefgebied voor de paling te maken zijn door te kijken waar met de minste ingrepen het meeste resultaat te halen is. ‘Om vanuit zee Friesland te bereiken, hoeft een paling maar twee passages te nemen: de Afsluitdijk en het Woudagemaal. Met twee ingrepen ontsluit je zo een groot gebied.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden