Maatpak in het buitenland (Gerectificeerd)

Over de hele wereld worden nieuwe Nederlandse ambassades opgeleverd, spannende, hedendaagse bouwwerken. Hun bestaan vloeit voort uit het beleid van voormalig rijksbouwmeester Wytze Patijn....

Duizend en één anekdotes kan Kees Kaan van Claus en Kaan Architecten vertellen over de nieuwe Nederlandse ambassade in Maputo, de hoofdstad van Mozambique. Hij pakt een rood fotolijstje van zijn bureau met daarin een handgeschreven bon van 120 duizend Mozambikaanse meticais: 'Voor dat bedrag heb ik postzegels gekocht, die als leges op de eerste bouwaanvraag moesten worden geplakt.'

Hij bladert door het boek dat onlangs over de ambassade is verschenen. Een foto toont vier mannen zittend op een steiger. Kaan: 'Die zijn met een schuurpapiertje het beton aan het glad maken. Elke vierkante centimeter van dit gebouw is geaaid en gelikt. Het houten hek alleen al is een assemblage van ruim zevenduizend losse onderdelen. Dat is een staaltje vakmanschap waar je koud van wordt. In Nederland zou zo'n hek miljoenen kosten.'

Het gebouw van Claus en Kaan in Maputo, Rue Kwame Nkrumah 324, is gelegen in een villawijk, maar heeft niet het typische uiterlijk van een ambassadegebouw. Geen villa in een tuin met een hek eromheen, maar eerder andersom: een tuin in een villa. Op de tekeningen is het goed te zien: het rechthoekige gebouw bestrijkt het hele oppervlak van de kavel. De dikke buitenmuur aan de noordkant, die de gebruikers beschermt tegen de tropische middagzon, gaat haast ongemerkt over in het even hoge, transparante houten hek waar de zwoele zeewind zo doorheen kan waaien. De tuin staat vol met voor Maputo karakteristieke flamboyantes. Kaan: 'Als deze bomen volgroeid zijn, vormen ze op dezelfde hoogte als het dak van het gebouw een bladerdak boven de tuin.'

De ambassade is een van de vele gloednieuwe Nederlandse ambassades van de hand van gerenommeerde Nederlandse architecten. 'Er is sprake van een nieuwbouwgolf', zegt Peter van Exel, directeur van de Dienst Huisvesting Buitenland (DHB) van het ministerie van Buitenlandse Zaken die met een budget van 45 miljoen euro verantwoordelijk is voor de bouw en verbouw van alle ambassades. In totaal heeft Nederland over de hele wereld zo'n 150 ambassades en consulaten en evenzoveel residenties. 'In de afgelopen vijf jaar zijn er ongeveer tien nieuwe gebouwen bijgekomen.'

AtelierPro in Kiev, de ArchitectenCie Dakar, Teun Koolhaas in Caïro – sinds de nieuwe ambassade in Berlijn van Rem Koolhaas, die eind november 2003 werd opgeleverd, is het rijtje indrukwekkend. Daarna volgde Maputo (mei 2004), tegelijk met de nieuwe ambassade en residentie van Erick van Egeraat in Warschau. Afgelopen april werd in Addis Abeba (Ethiopië) de nieuwbouw van Bjarne Mastenbroek geopend en binnenkort volgen de nieuwe kanselarij met een gerenoveerde ambassadeurswoning door Hubert-Jan Henket in het centrum van Bangkok, en een residentie in China door Dirk-Jan Postel.

De nieuwbouwprojecten die momenteel gereedkomen zijn een uitvloeisel van het beleid van begin jaren negentig. Ze zijn de vrucht van het idee dat een ambassade een belangrijk Nederlands cultureel exportproduct is, een idee dat stamt uit de tijd dat Wytze Patijn van 1995 tot 2000 Rijksbouwmeester was.

Inmiddels is het tij onder druk van de teruglopende economie alweer gekeerd. Nieuwe posten worden veelal ondergebracht in bestaande panden en als er gebouwd wordt, gaat het hoogstens om verbouwingen en uitbreidingen. Maar onder Patijn werden ambassades in het oog springende, hedendaagse bouwwerken. De economie zat mee en, legt Van Exel uit, het was tijd dat de Duitse regering zijn hoofdstad verplaatste van Bonn naar Berlijn. Het IJzeren Gordijn was lang en breed gevallen en er was uitzicht op uitbreiding van de EU. 'In korte tijd nam het aantal posten enorm toe. Joegoslavië ging door het uiteenvallen van dat land van één naar vijf, de Sovjet-Unie van twee naar acht.'

Het ene nieuwbouwproject na het andere werd geïnitieerd. 'Ik denk wel dat Nederland zich daarin onderscheiden heeft, zeker in Europa', zegt Patijn voorzichtig in zijn werkkamer de oude Van Nelle Fabriek in Rotterdam. 'Wij hebben de laatste tien jaar in ieder geval wel naam gemaakt met pragmatische, beeldende vernuftige architectuur. Architectuur is een culturele uiting die een werkelijke bijdrage kan leveren aan een stad. Dat idee wilden we uitbouwen, niet alleen in het binnenland, maar ook het buitenland.'

Voor de architecten is een ambassade ook iets bijzonders. 'Allereerst zijn er niet zoveel van', zegt Patijn die zelf de Chinese ambassade in Den Haag ontwierp. 'En een ambassade is qua gebouwtype het best te vergelijken met een paleisje. Het heeft bovenal een representatieve functie. Er moeten ruimten zijn voor officiële ontvangsten en belangrijke internationale ontmoetingen. En er zitten heel bijzondere aspecten als beveiliging en geheimhouding aan.'

Kees Kaan: 'Een ambassade is een maatpak, een heel specifieke opgave. Het heeft een kantoorfunctie, maar is niet te vergelijken met een commercieel gebouw waarin net zo goed een advocatenfirma kan zitten als een reclamebureau. En je bouwt in het buitenland, maar je opdrachtgever, de gebruiker, het budget en de aanpak zijn hartstikke Nederlands. Qua techniek, beveiliging en accessoires moet het helemaal state-of-the-art zijn. Terwijl je met lokale mensen werkt die vaak laaggeschoold zijn.'

Het specifieke programma van eisen waaraan een ambassade moet voldoen, wordt geformuleerd door DHB. Ook zoekt en bepaalt de dienst de bouwlocatie en verzorgt deze het interieur met natuurlijk veelal Nederlandse meubels en kunst. De grootte van een project verschilt per land. Veel hangt af van de politieke opvattingen, verhoudingen en relaties. Addis Abeba en Maputo zijn belangrijk uit het oogpunt van ontwikkelingssamenwerking, en Peking als opkomende wereldmacht. Een stad als Sarajevo is voor Nederland weer minder belangrijk. Van Exel: 'In sommige landen wil je goed voor de dag komen. In Duitsland wilden we uitpakken. Het is ons buurland, een van de grootste, machtigste en meest centraal gelegen landen van Europa. Maar niet overal zet je zo'n showpiece neer.'

De selectie van de architect is in handen van de Rijksbouwmeester. Patijn: 'We wilden altijd representatieve architecten voor Nederland. In het geval van Berlijn – zeker toen het internationale podium van hedendaagse architectuur – was er eigenlijk maar één kandidaat. Rem Koolhaas was de grootste en meest bekende Nederlandse architect van dat moment. Alle opdrachten moesten volgens de Europese regels internationaal aanbesteed worden. Ook buitenlandse architecten deden mee. Dat brengt een enorme papierwinkel met zich mee en de uitkomst is al gauw willekeurig. Zeker wanneer de procedures worden begeleid door bureaus als Berenschot, Twijnstra of Deloitte & Touche. Het zijn altijd de onbelangrijke meetbare dingen die de doorslag geven. Niet talent en creativiteit.'

Conceptueel vermogen, creativiteit en professionaliteit – dat zijn volgens Patijn de selectiecriteria voor een ambassade-architect. 'Je moet niet alleen goed kunnen tekenen, je moet ook zorgen dat zo'n project gerealiseerd wordt, in een vreemd land, ver weg. En er zit een extra druk achter: een land kan zich geen grote mislukkingen veroorloven. Nee, we geven geen stijlrichtlijnen. We zeggen niet dat er alleen maar met baksteen of met dakpannen gebouwd mag worden. Dat zou ook niet van deze tijd zijn. Dan krijg je een soort staatsarchitectuur.'

Kaan: 'We hebben in Maputo de Nederlandse cultuur heel impliciet in het ontwerp verwerkt. Niet in de vorm van duidelijke iconen. Dat wilden we per se vermijden. Het gebouw zelf moest een uiting zijn van culturele uitwisseling. Daarom hebben wij geprobeerd zo veel mogelijk lokale invloeden toe te laten. Een architect uit

Pretoria was onze projectmanager. Die begeleidde het hele proces van aanbesteding. En dat was wel nodig ook.

'Toen wij begonnen met de opdracht was er nauwelijks iets, geen infrastructuur, geen aannemersbedrijven, er waren amper regels, laat staan stedebouwkundige regels. Dan kwam ik samen met mijn collega Vincent Panhuysen bij zo'n plaatselijke bestuurder in een leeg kamertje, achter een leeg bureau, en die keek dan naar de bouwtekeningen zonder ook maar te weten waar hij naar keek. Het was een heel specifieke context van een opkomende stad, waar een beetje een Wildwest-achtige cultuur hing, waar opportunisten en goudzoekers naartoe kwamen. In de afgelopen vijf jaar is er enorm veel veranderd. We hebben de eerste stoplichten zien komen, de eerste parkeervakken, de eerste hotels.

'In de ruwbouwfase hebben we vooral lokale materialen gebruikt, dat wil zeggen zesdehands steigerpalen en betonbekistingen. Alle hoge techniek – kogelvrij glas, kozijnen, verf – maar ook de accessoires die kwaliteit moeten uitstralen (wc-potten, deurkrukken), werden ingevoerd vanuit Zuid-Afrika. We hebben het hele proces van heel dichtbij gevolgd. Ik ben er meer dan twintig keer geweest om op de bouwplaats met de mensen te praten, om dingen uit te leggen. We gingen overal heen: achterin zo'n bakkie door de stad, naar de cementfabriek, naar andere bouwputten.'

Van Exel: 'Je bent altijd aan plaatselijke regels gebonden, het moet daar gemaakt worden en ingepast worden in de stedenbouwkundige plannen.

Zo had Henket in Bangkok aanvankelijk een elegant ontwerp met ranke kolommen, maar in Thailand werkt dat niet. Daar dachten ze dat de constructie het niet zou houden, dus die moest verdikt worden. We hebben in de loop der jaren wel geleerd dat het loont om lokale architecten eerder in het proces te betrekken. Zij kennen de bouwvoorschriften en de bouwpraktijk. Heel af en toe wordt het werk door een Nederlandse aannemer gedaan. In Japan was sprake van een enorm bouwkartel. Uiteindelijk hebben we voor een project daar een hele Nederlandse schildersploeg laten invliegen. Dat was goedkoper.' Kostenbesparing zet nu de toon. Onder het motto 'Sneller onder de pannen' is DHB sinds twee jaar bezig een nieuw beleid uit te stippelen. Snelheid gaat boven alles. En dat gaat gepaard met bezuinigingen. De geest van Patijn lijkt zo langzamerhand op sterven na dood. Het representatieve ontwerp telt steeds minder. Eind jaren negentig werd een ontwerp voor de residentie in Kopenhagen door Mecanoo afgeblazen 'omdat de aanbesteding tegenviel'. Een ontwerp dat Zavrel maakte voor een ambassade in Accra, waar sinds mei aan wordt gebouwd, werd versimpeld omdat het 'te prijzig' was. En nieuwbouwprojecten worden nauwelijks meer opgestart. Van Exel: 'Nieuwbouw doen we echt als het niet anders kan. Als je ergens snel wilt openen, dan is een bestaand pand toch veel handiger. Nieuwbouw duurt jaren. Tijdvreter is niet zozeer de bouw zelf, als wel het hele vergunningentraject.' De residentie in Peking, die medio 2006 gereed komt, is voorlopig een van de laatste nieuwbouwprojecten.

Een van de oorzaken van de bezuinigingen is de Berlijnse ambassade. Dat project liep financieel gigantisch uit de klauwen – '57 miljoen inclusief alles' – waardoor er geen geld meer over was voor de residentie die door Jo Coenen was ontworpen.

Kaan vindt het doodzonde: 'Dat ambassadebeleid getuigde echt van lef. Maar het is een overblijfsel van het optimisme van vijf jaar geleden. Nu zijn Nederlanders tegen Europa. En is het accent verschoven van nieuwbouw naar interieuropdrachten en aanpassingen. Het heft is niet meer in handen van ontwerpers maar van managers en boekhouders, rekenaars die alleen maar kijken naar het meetbare, gespeend van elk streven naar bezieling.'

Intussen zoekt DHB naar andere, minder representatieve mogelijkheden om de snelheid te vergroten. Van Exel: 'Waarom geen prefab? Neem Kabul, daar hoef je heus geen spectaculair gebouw te hebben, maar het is voor de militairen daar wel een ondersteuning als er een consulaat zou zijn. We zijn nu in gesprek met leveranciers van prefab-bouw om te kijken wat daar mogelijk is. Je hebt een versie compact en een versie met tuin.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden