Maartje Paumen en de details op weg naar goud

Maartje Paumen, de aanvoerder van de hockeysters, laat in haar jacht op een tweede olympische titel niets aan het toeval over. Haar voormalige teamgenoot Minke Booij fungeert als klankbord. Toon Siepman sleutelde als vanouds aan haar strafcorner. En Cees Koppelaar verzorgde de looptrainingen. Een drieluik over de missie van de beste hockeyster ter wereld.

PAUMEN EN MINKE BOOIJ Ruggespraak

'Ik wil als aanvoerder de ploeg op sleeptouw nemen'

Bij haar internationale debuut was Maartje Paumen een bleu, Limburgs meisje, zegt Minke Booij, aanvoerder van de Nederlandse hockeyploeg die op de Spelen van Peking in 2008 de gouden medaille veroverde. Nu is Paumen zelf aanvoerder van het vrouwenteam, dat in Londen wederom op het hoogste platform wil staan. En niet alleen bij haar club Den Bosch fungeert Booij nog altijd als klankbord.


Booij: 'Ik weet nog hoe Maartje in 2004 in Rosario haar eerste Champions Trophy speelde. Wij haalden de finale en Argentinië niet. We werden door het boze publiek bekogeld met tomaten. Maartje liep naast me en zei, nog met een Limburgs accent: dit is zo gaaf! Ik antwoordde: en het wordt alleen maar mooier Maart.'


Paumen: 'Ik heb laatst de video van dat toernooi teruggezien. Ik dacht: wat zag je eruit meid! Na tien minuten was ik al uitgeput, ik ging bijna hyperventilerend naar de kant. Toch had Minke gelijk. Het is elke dag mooier geworden.'


Booij: 'Toen ik in 2000 in Sydney voor het eerst aan de Spelen deelnam, wist ik ook niet wat me overkwam. Maartje was bij de Spelen van Peking al verder in haar ontwikkeling dan ik in Sydney. Ze had met haar strafcorner een belangrijke positie. Ik voelde me verantwoordelijk voor het team én het resultaat. Dat is ook weleens mijn valkuil geweest.


'Ik was een controlfreak. We stonden in 2008 in de olympische finale tegen China met 2-0 voor. Pas tien seconden voor tijd liet ik de gedachte toe dat het niet meer mis kon gaan. Als ouderwetse libero was het coachen van mijn medespelers mijn voornaamste taak. Ik keek vooral naar mijn team en hield de zaak op orde. Nu besef ik dat ik eigenlijk meer tegen mezelf schreeuwde dan tegen mijn teamgenoten.'


Of Paumen zo'n corrigerende aanvoerder nodig had? Booij, lachend: 'Eerlijk antwoorden.' Paumen: 'Voor mij is het goed geweest. Ik dacht er soms te gemakkelijk over, oogde nonchalant in het veld. Dan riep Minke wel eens wat. Na vier jaar kenden we elkaar zo goed dat we alleen nog naar elkaar hoefden te kijken om te weten wat de ander ging doen. 'Ik kon veel hebben van Minke.


'Ik vond het in Peking heel fijn dat de oudere speelsters tegen de jonkies zeiden: ga lekker spelen, wij zorgen wel voor de structuur in het team. Ik had het gevoel dat ik niks fout kon doen. Ik hoefde nergens over na te denken en daarom kon ik ook van elke seconde op de Spelen genieten. Ik voelde geen druk. Ik hoop nu dezelfde sfeer te creëren voor de jonge meiden in deze ploeg.'


Nu pas beseft Paumen hoe Booij zich vier jaar geleden in Peking voelde. 'Ik zei altijd tegen Minke: maak je niet druk, probeer te genieten. Ik snapte niet waarom ze zich zo verantwoordelijk voelde. Nu begrijp ik het steeds beter. Als we in Londen de finale halen, zal ik me in de laatste anderhalve minuut net zo verantwoordelijk voelen als Minke in 2008.' En lachend: 'Afhankelijk van de stand zal ik me twintig seconden eerder ontspannen dan zij.'


Booij: 'Die onbevangenheid uit je jeugd ga je loslaten. Ik geef geregeld presentaties over de weg van talent naar topper. Dat heeft daar alles mee te maken. Eerst verwacht je niks van jezelf. Als ik de bal niet afpak, doet een ander het wel. Dat beeld stel je bij. Dan weet je: ik moet het doen en ik wil het ook doen.' Paumen: 'Zo voel ik het nu in het Nederlandse team. Ik wil de ploeg op sleeptouw nemen.'


De gouden generatie van het vrouwenhockey kende met Mijntje Donners, Janneke Schopman en Booij dominante leiders. Booij: 'Toen ik op mijn zevende begon met hockeyen, vertelde ik al iedereen hoe het moest. Ik weet niet of jij dat in je had, toen je zo klein was?' Paumen, grijnzend: 'Nee.'


Booij: 'Dat is het grote verschil. En volgens mij waren Schopman en Donners niet anders. Ik wilde ook altijd graag aanvoerder zijn. Het betekent niet dat je dan ook automatisch een goede leider bent. Jij vroeg net aan Maartje of ze soms niet gek van me werd. Nou, dat werd ze wel.


'Ze hoeft het niet te beamen. Maar ik kon af en toe te ver gaan. Ik heb me als leider moeten ontwikkelen. Ik moest leren om rustiger te zijn, om te vertrouwen op anderen. Maartje leert nu in enkele jaren hoe ze een team moet leiden.


'Dat hoef je niet te doen door keihard te schreeuwen, zoals dat bij mij paste. Maartje laat zien dat het ook op een andere manier kan. Maartje is een imposante verschijning in het veld. Daar staat een boegbeeld, ze hoeft het leiderschap niet af te dwingen door te schreeuwen.'


Paumen: 'Vroeger was ik iemand die wel iets vond, maar het voor zich hield. Nu uit ik me bewust in de groep, Ik weet ook dat mijn mening als aanvoerder belangrijk is.'


Booij kende volgens international Rogier Hofman geen grenzen om haar doel te bereiken. Vol ontzag vertelde de middenvelder van Bloemendaal hoe hij Booij in de olympische finale van 2008 head first naar de bal zag duiken bij een strafcorner voor China. Booij: 'Ja, die bal mocht er niet in. Ik had een over-mijn-lijk mentaliteit. Maar ik zat ook vaak gevangen in mijn eigen angst.


'Ik speelde niet om te winnen, maar om niet te verliezen. Onbewust droeg ik mijn angst op anderen over in het veld. Mijn gedrevenheid was mijn voornaamste kwaliteit. Maar ik werd vaak drammerig en te veeleisend als de spanning opliep. In Peking had ik geen last van die faalangst. Voor de Spelen van 2008 liep het emmertje nog wel eens over.'


Paumen: 'Het mooie aan Minke was dat ze het zelf kon benoemen. Zei ze in de groep dat ze niet zichzelf was. Die zelfreflectie had ik vroeger niet. Ik was meer op mezelf gericht. Ik heb moeten ondervinden dat ik zo niet de persoon kon zijn die ik wilde zijn. Ik heb geleerd om de leider in mij naar boven te halen en dat ook uit te stralen naar het team. Het zat er niet van nature in.'


Toen Paumen door bondscoach Max Caldas tot aanvoerder werd benoemd, vroeg ze haar voormalige teamgenoot om advies. 'Ik kwam dingen tegen, waarover ik vroeger met Minke had gesproken. Ik wist zeker dat zij daar een antwoord op had, ze heeft alles meegemaakt. En ik had affiniteit met de manier, waarop Minke het Nederlandse team leidde.'


Booij: 'Laten we niet doen alsof Maartje bij mij een opleidingstraject heeft gevolgd. We hebben altijd gezocht naar onze gemeenschappelijke intenties, terwijl we zulke verschillende persoonlijkheden zijn. Ik was extravert, Maartje wat introverter. Ik heb tegen haar gezegd: doe het op je eigen manier.'


Ze moesten allebei een barrière overwinnen om hun balans te vinden. Paumen onderging door haar relatie met teamgenoot Carlien Dirkse van den Heuvel een metamorfose. 'Ik voelde me bevrijd en werd een gelukkig mens. Dat straal ik ook uit. Het is de beste keuze in mijn leven geweest.'


Booij: 'Het is een kwestie van volwassen worden. Voor Maartje was het de relatie met Carlien. Zo vindt iedereen zijn weg. Ik was nog een kind, toen mijn moeder overleed. Ik merkte dat ik veel ballast uit het verleden meezeulde. Het voelde als een bevrijding, toen ik mijn verdriet een plek kon geven.


'Ik kan me voorstellen dat Maartje haar keuze voor een relatie met een vrouw ook zo heeft ervaren. Onbewust heeft ze wellicht iets gemist. Toch maakte Maartje in Peking wel elf goals. Dan kun je niet zeggen dat ze erdoor werd geremd. Het is een geleidelijke ontwikkeling. Plotseling merk je dat je toe bent aan een volgende stap in je leven.'


PAUMEN EN KOPPELAAR looptraining

'Ik ben lichter, ik voel me topfit'


'Dansen, meiden, dansen en dan zo in de beweging vallen.' De stem van Cees Koppelaar schalt over het blauwe hockeyveld van Upward in Arnhem. Als de internationals aanzetten voor een sprintje laat de 72-jarige looptrainer ter inspiratie een foto zien van Usain Bolt, de snelste atleet op aarde. De hockeysters lachen. Op 'Ceessie' kunnen ze niet boos worden, hoewel ze zijn looptrainingen soms vervloeken.


Paumen: 'Looptraining is niet het leukste onderdeel van onze sport. Maar Cees straalt zoveel plezier uit en wil ons zo graag dingen bijbrengen dat ook zijn trainingen leuk worden.'


Koppelaar: 'Oogcontact tussen ons is voldoende. Ik zag Maartje de laatste trainingen zelfs voorop lopen. Ging ze er zelf aan sleuren.' Paumen: 'Ik loop meestal achteraan. Maar ik merk echt dat ik fitter word van alle kilometers, die ik met Cees heb gemaakt.'


Hoe Koppelaar eeuwig jong blijft? 'Ach, als ik voor de groep sta, voel ik me nog 20. Kwestie van fit blijven en niet overdrijven, zonder als een asceet te leven. Scherp blijven doe je niet door stil te zitten.'


Koppelaar schoolde vijf generaties profvoetballers, atleten en hockeyers. 'Ik ben in 1966 begonnen bij Ajax, onder leiding van Rinus Michels van wie ik het vak heb geleerd. Bij Ajax werd ik meteen getest door Johan Cruijff. Ook als 18-jarige was hij al bijdehand. Cruijff zei: het is goed voor je carrière dat je hier rondloopt. Had Johan goed gezien.'


Koppelaar weet dat hij als de boeman wordt beschouwd. 'Als dokter Rolink bij Ajax binnenkwam, hadden de spelers allemaal pijntjes. Zei de fysiotherapeut dat ze de ziekte van Koppelaar hadden. De manier waarop je die training geeft, is dus bepalend voor je succes. Zeg ik tegen hockeyster Van Geffen: je doet het weer op zijn bourgondisch. Flap ik er zo uit. Maar ze weet wat ik bedoel.


'Toch liepen vedetten bij mij altijd voorop, van Cruijff tot Teun de Nooijer. Ze beseften dat ze door mijn trainingen effectiever konden bewegen. En wie minder loopt, verbruikt ook minder energie. Het gaat niet om hard, maar om slim trainen.


Volgens Paumen heeft Koppelaar het vrouwenteam voor zich gewonnen. 'Die meiden zijn meer gefocust dan de mannen. Ook als ze minder goed in hun vel zitten, proberen ze het beste uit zichzelf te halen. Ik stuurde Ellen Hoog een schema voor vier looptrainingen in haar vrije week. Kreeg ik een mail terug: ik heb er vijf gedaan. Ik antwoordde: ik ben een fan van je drive. Deze meiden hebben een missie.'


Paumen: 'Ook de looptrainingen waren een onderdeel van de Road to Londen. Ik merk het verschil. Ik ben zeker 8 tot 9 kilo kwijtgeraakt. Voor Peking woog ik 73 kilo, tijdens de Spelen in 2008 69 kilo en nu 64. Ik was niet dik, wel stevig. Ik zag laatst beelden terug van de Champions Trophy in 2007. Ik herkende mezelf bijna niet. Nu ben ik topfit.'


Koppelaar: 'Na acht weken looptrainingen waren de speelsters bijna een tiende van een seconde sneller over dertig meter. Ik hoop dat die meiden het resultaat terugzien in Londen.'


PAUMEN EN SIEPMAN strafcorner

'Ik ben al tien jaar bezig met die corner'

Je mag hem de strafcornervader van Maartje Paumen noemen, zegt Toon Siepman, in een café in Den Bosch. 'Ik heb hier de videobeelden uit 2005. Je gelooft niet dat deze meid later de beste corner ter wereld gaat pushen.' Paumen: 'Dat denk ik ook als ik dit zie.' Siepman: 'Het is een enorme stimulans voor hockeyers die de sleeppush willen leren.'


We zien een 19-jarige Paumen vol goede bedoelingen een bal op doel duwen. 'Je kijkt naar een beginnende sleper', zegt ze. Dan laat Siepman de beelden zien uit 2008, als Paumen op de Spelen in Peking een magische sleeppush demonstreert en elf keer scoort. 'Een totaal andere beweging dan drie jaar eerder', aldus Siepman. 'En voor het eerst op de Spelen beschikte een vrouw over een topcorner.'


Het was een kwestie van oneindig vaak herhalen. Siepman: 'Tienduizend keer doen.' Paumen: 'Ik ben al bijna tien jaar bezig met die corner. Ik heb meer dan tienduizend ballen geslagen. In het begin wel honderd ballen per sessie, nu nog maar dertig. Het is alleen nog onderhouden.'


Nu vertrouwt de aanvoerder van het Nederlandse team blindelings op haar techniek. Paumen raakt steeds minder gefrustreerd als de corner een keer niet loopt, als met Den Bosch in de Europa Cupfinale tegen Laren. Siepman: 'Daar hebben we het vaak over gehad. Vroeger sloeg Maartje uit pure frustratie haar stick kapot als ze niet scoorde uit de corner. Nu blijft ze geduldig.'


Nu de krul uit de stick is verdwenen, heeft Paumen zich moeten aanpassen. Siepman: 'De foutmarge is kleiner geworden. Nu moet je de bal op het juiste moment raken, anders loopt-ie zo van je stok af.' Paumen: 'Het heeft tijd gekost. De push is nog niet optimaal. Ik maak minder goals dan vroeger. De score van Peking zal ik in Londen niet halen, dat is met deze stick niet mogelijk.'


Siepman is nu meer de man van de onderhoudsbeurt, de coach die voor de leek onzichtbare details in de sleeppush van Paumen verfijnt of bijstelt. Paumen: 'Het gaat om het gevoel, die corner zit ook in je kop. Tijdens de play-offs trainde ik één keer per week met Toon. Ik vind het fijn als hij even kijkt.'


Siepman: 'Ik zie ook meteen hoe Maartje in haar vel zit. In het eerste finaleduel met Laren kreeg Den Bosch vijf corners in de eerste vijf minuten. En dan zie ik het al gebeuren: variant een, variant twee, variant drie. Ik dacht: waarom schiet je niet gewoon? Nu ben je uitgeput. Uiteindelijk gingen er toch twee in.'


De strafcorner kan tijdens de Spelen het verschil maken tussen goud of zilver. Paumen: 'We weten nu al per team welke varianten we zullen gebruiken, tot aan de finale aan toe. We hebben voor sommige tegenstanders een verrassing in petto. In overleg met bondscoach Max Caldas maken we een keuze, de beelden worden al tijdens de wedstrijd geanalyseerd.' Siepman: 'Al blijft het checken of het klopt, wat je al wist. Je kunt niet even een corner verzinnen.'


En natuurlijk pusht Paumen de bal rechtstreeks op doel als ze Nederland met haar sleeppush de olympische titel kan bezorgen. 'Ik houd van die druk, die verlamt me niet. Ik denk dan: als deze zit, zijn we klaar. En is het goud van ons.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden