Maarten wérkt niet in het AMC, hij ís het AMC

In het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam werken 7.000 mensen en 2.400 studenten volgen er hun opleiding. Het ziekenhuis heeft 50 kilometer gang, 25.000 opnamen per jaar, 29.000 dagbehandelingen, en 350.000 polikliniekbezoeken....

tekst fotografie Corine Koole en  Henk Wildschut

AMC, donderdag 10.00 uur. Algemeen chirurg Maarten Lubbers buigt zich over een wond ter grootte van een kinderhand op de voet van Fred. Hij heeft Fred nu vier maanden onder behandeling, de laatste keer dat hij hem zag was een week geleden. Er zit verbetering in de wond, aanzienlijke verbetering, maar er blijven kwesties waarover hij zich zorgen maakt. Een normale wond geneest, maar Freds wonden genezen niet. Heb je er een met veel moeite opgelapt, zie je verderop weer een nieuw gat vallen. En, denkt Maarten wanneer hij met priemende ogen Freds toestand in zich opneemt, het zou nog niet zo erg zijn, als Fred geen diabeticus was. Zijn bloedsomloop is slecht en wordt alleen maar slechter.

Maarten staat op, wrijft met zijn hand over zijn kin. Hij is 63, over twee jaar moet hij met pensioen. Wat zou hij graag nog tot zijn 70ste hier blijven, zijn werk is hem zo lief. Hij is het type gezaghebbende arts, het soort dokter ook dat zich kan permitteren goedmoedige grappen te maken over zijn leeftijd en uiterlijk. Een chirurg die, als hij op de gangen in het ziekenhuis medestudenten van veertig jaar geleden tegenkomt, even vrolijk tegen hun buik tikt en lacht dat je wel kunt zien waar de jaren in zijn gaan zitten. Maarten Lubbers wérkt niet in het AMC, hij ís het AMC. Nu peinst hij: wat zal hij doen? Wat is het beste voor Fred, de forse dertiger in z’n XXL T-shirt en het petje erboven?

De patiëntenkamer is klein. Naast Maarten, Fred en verpleegkundige Judith kan er niemand meer bij. Alle ruimte op de afdeling wordt ingenomen door een enorme tank van zo’n 10 bij 4 meter, een soort onderzeeër met vliegtuigstoelen, patrijspoorten en een grote zware deur met een draaislot. Hier behandelt Maarten de wonden van zijn patiënten met hyperbare zuurstof. Het levenswerk van zijn voorganger en docent professor Boerema, die er al in 1960 mee begon, heeft hij voortgezet. De onderzeeër staat levensgroot en intimiderend midden in de ruimte, klaar voor vertrek.

Maarten gaat op een stoel zitten, zijn ellebogen rusten op zijn knieën alsof hij zijn betrokkenheid extra kracht bij wil zetten, alsof de hele dag vandaag draait om Fred en er geen andere patiënten wachten. Na een ongeluk kwam Fred in een rolstoel terecht. Een paar maanden geleden wilden zijn dokters zijn voet amputeren, maar Fred wilde niet. Zoals je bij een oude auto de roestplekken in een vroeg stadium behandelt uit vrees dat anders op een dag de hele boel in elkaar stort, doet Fred er alles aan zijn weigerachtige lichaam op peil te houden. Na wat googlen ontdekte Fred de hyperbare geneeskunde. Fred sprak met zijn artsen. Zuurstof onder hoge druk. Er werd lacherig gereageerd. Dacht Fred nu heus dat ze hem amputatie hadden geadviseerd als er een alternatief was? Ha!

Wondverpleegkundige Judith maakt de wond schoon. Dood weefsel is een bron voor bacteriën. ‘Daarin benijd ik je, Fred’, zegt Maarten, en hij knipoogt naar de verpleegster. ‘Een vrouw op haar knieën aan je voeten.’ Fred lacht. Beleefd, vriendelijk.

‘Dat ziet er goed uit, dat had je niet gedacht hè, want wat was het smerige wond’, zegt Maarten. Hij wil een arts zijn die luistert, die zijn patiënten serieus neemt. Iedereen mag zijn kamer binnenlopen, ook zonder afspraak. Ach, als het hem eens gegund was om zijn levenswerk af te maken, te bewijzen dat zijn methode werkt, via de methode van evidence, waarbij je test met twee identieke groepen. Als het hem eens gegeven was door te werken, net zolang tot de tank vanzelfsprekend hoorde bij de toerusting van ieder groot ziekenhuis. Zeker, het AMC is allang niet meer de enige met hyperbare geneeskunde, over de hele wereld wordt er steeds vaker mee gewerkt, maar er moeten meer bewijzen komen. Uit een recent Zweeds onderzoek blijkt dat de hyperbare geneeskunde 25 procent meer patiënten geneest dan de klassieke geneeskunde alleen. Maar het is niet genoeg. De tank moet ingeburgerd raken, normaal worden, vanzelfsprekend. Er moet gekeken worden of de tank nog andere potenties heeft. Ook daar is geld voor nodig, meer onderzoek. Hij houdt niet van half werk en niet van eufemismen, pus is pus en een wond die stinkt, stinkt. Een huid die niet meer te genezen is noemt hij dood, zwart en afgestorven. En een methode heeft pas bestaansrecht als die onweerlegbaar is.

Fred leunt achterover in zijn rolstoel. Straks gaat hij in de metalen glimmende onderzeeër, samen met elf andere patiënten. Twaalf vliegtuigstoelen staan er. Maarten heeft ze persoonlijk op de kop getikt, want het verblijf moet comfortabel zijn. De patiënten nemen er anderhalf uur plaats met hun favoriete muziek op de koptelefoon en een stapel Libelles. Via monitoren worden ze door het personeel in de gaten gehouden. Dan wordt de onderzeeër gesloten, en wachten ze rustig tot de reis is volbracht.

Maarten is behoorlijk in zijn nopjes met Fred. De wond is niet langer als kipfilet in ontbinding, maar ziet eruit als een malse biefstuk. Rood in het midden, roze aan de randen. De zitting is bijna ten einde, wanneer Fred Maarten op een nieuw wondje wijst.

‘En dan heb ik hier nog iets wat je ook even moet zien, Maarten.’ Fred trekt een pleister van zijn linkervoet.

Maarten kijkt. ‘Sodemieter’, zegt hij. ‘Sinds wanneer heb je dat?’

Op Freds been zit een kleine zwarte plek ter grootte van een flinke vingerafdruk. Fred kijkt naar Maartens verontruste blik.

‘Sodemieter, Fred, daar schrik ik van.’

Nu schrikt Fred ook. Het wordt er allemaal niet beter op. Toen Maarten Fred voor het eerst zag, deed hij Fred een belofte: het komt goed. Zonder amputatie. Herinnert Fred zich dat, vraagt hij. Fred knikt. En heeft de dokter zich aan die belofte gehouden, of niet? Fred knikt opnieuw, hij zal de dokter niet afvallen. Sterker, de dokter is zijn enige hoop.

‘Maar die verdomde prothesen drukken op de verkeerde plek, Fred, dit is dweilen met de kraan open.’ Maarten heeft er de pest over in. ‘Ik ga met je dokters bellen. Als we niet opletten, krijg je gangreen en moeten we toch amputeren.’ Fred knikt, eerder berustend dan onbeholpen, een man die voor hetere vuren heeft gestaan. ‘Misschien organiseer ik een plek voor je op onze diabetes-poli,’ zegt Maarten, ‘dan kunnen we je beter in de gaten houden.’

Hij vertelt Fred over het Zweedse onderzoek. ‘Een nieuwe doorbraak, een nieuw bewijs.’ Eens zal hij de cynici voorgoed de mond snoeren. De tijd dringt. Om het geld is het hem niet te doen. Hij haat de tendentieuze berichten over de salarissen van specialisten. Iedere arts in het AMC is in loondienst, niemand verdient meer dan 150 duizend euro, en de meesten dus veel minder. Een gemiddelde kno-arts in een klein ziekenhuis verdient twee keer zoveel als hij.

Als Fred even later zijn rolstoel behoedzaam de onderzeeboot binnenrijdt en de zware deur zich hermetisch achter hem en de anderen sluit, loopt Maarten door de glazen sluisdeuren naar buiten, de gang in. Daar komt hij een ex-patiënt tegen, achter een rollator. De man, een jaar of 40, straalt. Kort geleden nog helemaal onder de wonden, maar Maarten en de zijnen hebben hem gered. ‘Ik werk weer.’

Maarten Lubbers straalt ook, hij klopt de man op de schouder. ‘Laat je dokter goed voor je zorgen, anders timmer ik hem persoonlijk in elkaar, zeg dat maar.’ Dan loopt hij verder. Als hij had kunnen fluiten, dan had er nu een lied geklonken. Eens zien wat hij in twee jaar nog voor elkaar kan krijgen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden