Maarten 't Hart

In het begin vouw je een hoekje van de bladzijde om ter aanduiding van iets moois dat je later moet kunnen terugvinden....

Het roer is in 1984 verschenen, de auteur was toen net 40 jaar. En niettemin zijn het volwaardige memoires, vondsten van een gedreven archeoloog, die zijn bestaan voorzichtig afgraaft en telkens stuit op ogenschijnlijk vergeten lagen en laagjes. 'Als ik over vroeger schrijf is dat niet uit onverteerd en onvergeten leed, maar uit plezier in de herinnering: ik schrijf niet van mij af, maar naar mij toe', constateert 't Hart even vrolijk als precies. In negen hoofdstukken schrijft hij naar zich toe, en houdt toch voldoende afstand tot zichzelf om het perspectief te behouden. Maassluis, de stad van zijn jeugd, is de oerlaag, de vruchtbare bodem van zijn geheugen, symbolische grond onder zijn voeten. De plaats waar de godsdienst 'tot aan de hanenbalken hing', maar die hem niet geheel verstikte zoals het cliché over 't Hart wil, maar die hem eerder in het geheel niet verstikte. Maassluis, de stad waar hij voor het eerst klassieke muziek hoorde, tonen op het orgel die hem voorgoed in de greep van Bach en Mozart zouden brengen.

Het betreft een cruciale, indrukwekkende passage waar de schok van het totaal nieuwe een heel leven zal blijven doordreunen: muziek, beluisterd in een kerk op z'n 8ste jaar, een onuitroeibaar verlangen naar wat hij daarna telkens opnieuw zal proberen te benoemen. Een aardverschuiving, voelbaar gemaakt door de schrijver en tomeloos muziekminnaar. Memoires van een archeoloog, van een seismograaf, klanken uit de schaal van Richter.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden