MAARTEN SPANJER

'Bij de tv werken slijmerds die gigantische salarissen verdienen met slap lullen.' Posters plakken voor z'n nieuwe boek (en gearresteerd worden) is er niet meer bij....

'Zegt Rijk tegen me: ''Weet jij wie het met Puntje-Puntje doet?'' Valt de naam van een bekende Nederlandse vrouw. ''Ik weet het uit de eerste hand'', zegt Rijk. ''Ze is getrouwd met een vent die Vierde Dan jiu jitsu is." Ik zeg: en meneer de minnaar scharrelt in aandelen? Als ik die nou eens bel en zeg: god, de man van Puntje-Puntje vroeg je nummer aan mij, want hij wil misschien gaan beleggen...' "Moet je doen, Maarten!'', zegt Rijk meteen enthousiast.'

Kijk, zulke geintjes bedenk je ter plekke. Het kan weleens wat ver gaan, maar echt gemeen wordt het niet. Neem Pedro van Raamsdonk de bokser. Goeie kennis van me. We hebben gevoetbald en duiken nog even de kroeg in. Gezellig. Opeens springt Pedro op: ''Jézus, ik moet onmiddellijk weg! Ik zou m'n schoonzus van het vliegveld ophalen. Bel jij alvast mijn vrouw op en zeg dat het wat later is geworden omdat we een lekke band hadden!'' Ik bel Pedro's vrouw en zeg: het is wat later geworden omdat we zonder benzine stonden. ''O, niks aan de hand'', zegt ze. Komt Pedro thuis met het verhaal van de lekke band. Belt hij me kwaad op, maar ik zeg: wat maakt het nou uit, lekke band of zonder benzine? Ja natúúrlijk maakt het uit! Nou ja, breekt daar de pleuris uit. Moet toch kunnen, vind ik.'

Gnuivend zijgt Maarten Spanjer (47) achterover in een kussen met luipaardmotief. De eeuwige drang tot practical jokes moet in zijn jeugd wortelen: 'Je was in een gezin van acht kinderen de hele dag bezig elkaar kooltjes te stoven.' Ook later nog. Zijn oudste broer, die hem een kunstje had geflikt, verging van de kiespijn. Met z'n allen 's nachts nog naar een tandarts gezocht. 'Ik bel hem de volgende dag en vraag of ie al een tandarts heeft. Ja, die en die, om drie uur. Dus ik bel die tand arts op en doe me voor als directeur van Krankzinnigeninrichting Zon & Rust: dat we een briefje met telefoonnummer erop hebben gevonden van een patiënt die altijd met zijn tanden en kiezen bezig is. 'Ik zeg: ''U hoeft zich absoluut geen zorgen te maken, de man is echt niet gevaarlijk. Hij heeft waarschijnlijk een afspraak met u? Om drie uur? O, maar u moet hem gewoon niet binnenlaten, hoor. Hij gaat vanzelf wel weer weg''.'

Besmuikte blik. 'Nee, ik heb het m'n broer nooit verteld.'

Van die dingen: bij het stadion zonder kaartje binnenglippen door net te doen alsof je bij een gezin hoort. En meteen de suppoost tippen dat 'die rooie die er zo aankomt' geen kaartje heeft: wraakactie op zijn broertje Hans. Want die had immers heel gluiperig Maartens kopbalrecord versjteerd? Een voetbalcarrière zat er niet in, maar lang heeft Spanjer gefantaseerd dat hij als prof in een vol Ajax-stadion werd toegejuicht. 'Eerst werd de ijzeren kooi met enorm geraas uitgeschoven en week de meute uiteen voor wat dan de heilige grond werd waarop de roodwitte leeuwen kwamen aangestormd met prachtige, geoliede benen. Dat was mijn droom. Zo'n vol stadion, Jan Mulder zegt het ook, dat is het mooiste wat er is.'

Het ergste wat hem als jochie in de Retiefstraat in Amsterdam-Oost kon overkomen was een voetbalverbod. 'Toen de pastoor over mijn bal was gefietst, stond die met een gat in z'n broek voor onze deur. Dus een jaar geen balletje trappen. Mijn vader was streng en hij sloeg hard. Een verschrikkelijk driftige man. Een hele dag in een politiecel zitten vond ik minder erg, als pa er maar niet achterkwam.' Ruit gesneuveld, hup, mee naar het bureau. Hij verzon dat zijn vader was overleden, liet een traan rollen en de politieman trapte er even in. 'Mijn vader heeft me pas tegen middernacht opgehaald omdat hij de keuken aan het schilderen was. Toen schopte hij me de Middenweg over. Maar dat vond je in die tijd normaal.'

De buren aan de overkant deden hun was in de dakgoot en dat is níet gelogen, zegt hij. Dat waren Molukkers die gewend waren de was in stromend water te doen. Zelf sliep hij tussen zijn broers, omgedraaid dan, tussen hun voeten, anders was het bed te smal. Met z'n tienen twee hoog, en tot z'n dertigste geen douche gekend. Op zaterdag ging de keukendeur op slot als pa, opperwachtmeester, zijn uniform uittrok en in de teil ging. Aan tafel moest je zorgen dat anderen niks van je bord pikten. 'Mijn broer was er als de kippen bij om het grootste stuk vlees te pakken. Maar ik drukte gauw een vinger met mijn eigen spuug op dat vlees, dan hoefde hij het niet meer.'

Thuis niks te vertellen, dus grote bek in de klas. Altijd een pestkop geweest, hij wil het niet ontkennen. 'Als de natuurkundeleraar binnenkwam zat de ene helft van de klas elkaar nat te spatten met de kraantjes en de andere helft draaide de gaskraantjes open. Dat vond ik het leukst: lucifertje erbij en dan kwam er een steekvlam. Toen het te gek werd, verborg de leraar zich in het natuurkundekabinet. Een jongen vond hem daar, huilend. Ik liet me ook graag opstoken om de lerarenagenda uit het raam te smijten. Mijn hart bonkte bij het idee dat ze het thuis zouden horen. Als ik geschorst werd, moest ik gelijk een jaar het geld van mijn krantenwijk inleveren.'

Je had types, zoals Victor van Vriesland ('arrogante lul van de tv') die de krant al uit de bus trokken voordat ie viel, en dan kon Spanjer het nooit nalaten om tegenrukjes te geven. Thuis was het aanpoten, met een invalide moeder. 'Mensen die op bezoek kwamen, dachten dat wij modelkinderen waren. Die wisten niet dat we elkaar in de haren vlogen, zodra het bezoek weg was.' 13 was hij pas, toen hij z'n moeder de trap moest afdragen. 'Mijn vader had hernia en m'n broer zat in militaire dienst. Ze hing als een molensteen om mijn nek en keek in dat donkere trapgat zodat ze van angst mijn keel dichtkneep.'

Het was vechten wie de deur mocht opendoen voor een masseuse van zigeunerachtige schoonheid ('de vrouw van Armando'), die in de slaapkamer van zijn moeder verdween. Hij was niet dol op zijn moeder. 'Ik was het lievelingetje van pa. Als ik haar uitschold voor kutwijf en pleuriswijf bleef ze daar rustig bij. Pas 's avonds werd ze emotioneel, als mijn vader thuiskwam. Die had na zijn werk niet meteen zin om erop los te rammen en nam me vaak in bescherming. Toen ik een keer onderweg was naar het voetbalveld in plaats van naar de mis, dook ik weg achter een boom. Ineens stond ie achter me en hij zei alleen maar: ''Ben je de vogels uit de boom aan het kijken?'''

Eén ding wist hij zeker. Als je bij Ajax voetbalt, krijg je er een opgeblonde Ajax-vrouw bij, met van die opwindende laarzen. Zo eentje als Maja Suurbier, al had die geen suikerspin op d'r hoofd. Spanjer mocht z'n handen al dichtknijpen als middenvelder bij Zeeburgia SDW en FC Amsterdam. En als voetbalombudsman Drs. Vijfje op tv. Samenwonen doet hij met een racefiets. 'Samenwonen?' Hij spreekt het woord uit als ware dat een wortelkanaalbehandeling. Vroeger te veel met derden moeten delen, dat zal het wezen. 'Dat je na het eten bij wijze van spreken in de rij kon staan voor de wc, verschrikkelijk.' Nee, fijn apart, mevrouw.

Het is waar: vroeger knuffels tekortgekomen, maar van de weeromstuit nooit gevallen voor moederlijke types - hoezo? 'Ja, ik ben weleens met een tien jaar oudere vrouw omgegaan en dan krijg je blijkbaar een stempel.' Misschien lokt hij het uit. De gezellige Surinaamse die hij als taxichauffeur in de hilarische ncrv-serie Taxi (bekroond met de Gouden Roos) vervoerde, wilde wel: 'Zullen we een nummertje maken?' Reactie: 'Het is te heet voor een nummertje vandaag.' En dát voor een gewezen straatschoffie dat z'n boterhammen met jam bij een hoer liet liggen.

Beetje schrijver, beetje acteur, beetje komiek ('eh, dat zijn jouw woorden'), wat is Maarten Spanjer het meest? Nou ja, een roman zal hij nooit schrijven en een Pierre Bokma zal hij nooit worden, maar hij is 'kinderlijk trots' op z'n nieuwe bundel voetbalverhalen. Vissen is ook een sport en die is zeker niet minder dan een roman. Over oom Wim die niet verkroppen kon dat Ajax klop kreeg van Fortuna '54 en in zijn logboek een 3-3 stand noteerde. Over jeugdleider Dolf, die met zijn hand in de onderbroek van Maarten naar het commentaar van Theo Koomen zat te luisteren. En over een benevelde ex-voetballer die zijn billen afveegde aan het gordijn in een Gooise villa waar Spanjer zou praten over een tv-spotje voor een nieuw te lanceren zoutje. Van het reclamebureau in kwestie heeft Spanjer nooit meer wat vernomen. Een halfjaar later werd het nieuwe zoutje op tv gepresenteerd door Johnny Kraaykamp jr. Citaat: 'Er was niks aan - onderbroekenlol!' Hilarisch proza, kortom.

Alleen: wie zich Spanjers vroegere werk Eigen schuld en Moedeloos voorwaarts herinnert, krijgt een stevig déjà vu-gevoel. Zoiets als René Froger ('kan nog geen Niveabal raken') die een nieuwe cd uitbrengt met voor de helft repertoire van vroeger. Spanjer kijkt me aan met al dan niet gespeelde verwondering. 'Natuurlijk zijn er oudere stukken bij, maar daar hoef je toch niet zuur over te doen? Dit zijn gewoon erg mooie verhalen die iedereen moet lezen die van voetbal houdt! Dat vind ik nou echt.'

En de criticus die schreef dat je Spanjer-proza pas kunt lezen met een slok op? 'Diezelfde man werkt nú bij mijn uitgever om mijn boek te begeleiden. Ik zeg tegen hem: als je karakter hebt, moet je verbieden dat mijn boek uitkomt.'

Hij kent ze, de uitslovertjes die vroeger de schoolkrant volschreven. Adriaan van Dis had gelijk toen hij zich op een schrijversdag naar Spanjer omdraaide en zei: 'Door jongens als jij werd ik vroeger gepest.' 'Goed aangevoeld. Ik spijkerde iemands schoenen tegen het plafond voordat de gymnastiek begon. Of z'n fietsstuur met stront insmeren en hopen dat het gaat regenen; je was bij mij de lul als je bij een proefwerk met een arm om je papier ging zitten. Dat is het lulligste wat er is, een ander het spieken beletten. Je moet toch één front vormen tegen de leraren?'

Logisch dat mannen 'met een kwajongensachtige inslag' zijn voorkeur genieten 'en niet de Van Disjes'. Jezelf niet al te serieus nemen, in tegenstelling tot 'zo'n NCRV-bemoeial' die op een kladblokje als religie-bewaker bijhield hoeveel 'goh'-tjes een 'jeetjes' uit Spanjers mond ontsnapten. Maar vette godsammes door zwervers en daklozen mochten weer wél, zegt hij: 'Vanuit hún belevingswereld, heette dat. Dát soort huichelarij.' En kotsen moet hij van 'zakkenvullers die de lakens uitdelen, nooit huiswerk doen en erop azen om andermans leuke ideeën te torpederen.'

Nee, het is niet waar dat Net 5 de show van Maarten Spanjer & Rijk de Gooyer van het scherm heeft gehaald. 'Stapt meneer De Jonge, hoofd tv van IDTV, de kamer binnen en roept: ''Ik kom net bij Fons van Westerloo vandaan en die heeft gedreigd de stekker eruit te trekken bij jullie programma. Dat heb ík weten te verhinderen''. Waarop wij zeiden: stekker eruit? Dát kunnen wij ook. Dus programma gestopt. Toen bleek dat Fons van Westerloo dat nooit gezegd had. Béétje pijnlijk voor meneer De Jonge.

'Zo'n kreet bij die lui was: ''Laten we wat duiven de lucht ingooien, dan kan de redactie daarop schieten.'' Dan denk ik: van welke planeet komt die man? Bij de tv werken te veel slijmerds die gigantische salarissen verdienen met alleen slap lullen en ze zijn volstrekt, vol-strekt incapabel.' Genoeg: dat hij geen blad voor de mond neemt, wil Spanjer niet steeds waarmaken. Laatst had hij publiekelijk geroepen dat Marc Klein Essink met samengeknepen billen stond te presenteren, en prompt wordt hij op zaterdag uit zijn bed gebeld door Marc Klein Essink die totaal uit balans bleek. 'En verder vind ik dat die onbeschofte schreeuwlelijk Carlo Boszhard een buisverbod moet krijgen.'

Doodzwijgen die lui, dat is nog het beste - grimmig vermaalt Spanjers profiel een brok speculaas. Er trekt weer wat kleur naar zijn kaken; want helemaal fris na gisteravond, nou nee. Rijk (75) wist weer een adresje, maar zelfs weggesluisd met witte wijn waren de niertjes en hersenen niet goed bekomen. Alweer een jaar of 25 brothers in crime met Rijk, het klikte meteen op de set. Voor de heren lijkt het leven een dolletje en hun kpn-commercials spreken dat niet tegen. Wie in de kroeg kapsones heeft, kan een afstraffing verwachten. Schrijver Cees Nooteboom wordt dan Kees, en Kees wordt Keessie en dan is het Kesio wil je nog wat drinkio. 'Dat wil Kees wel, hè, van anderen.'

Die keer dat Rijk ten aanschouwe van tv-kijkend Nederland in Taxi zijn pas verworven Gouden Kalf (voor een rol in De Hoogste Tijd) het raam uitsmeet, dat was heus geen doorgestoken kaart. 'Rijk was razend dat er geen tafel en stoelen voor hem en z'n Nel waren, en dat ie in de rij had moeten staan voor consumptiebonnen. Ik zeg: als je zo'n klotebehandeling hebt gehad, dan flikker je dat kutkalf toch weg? Hij dééd het verdomme ook nog!

'Gisteren zat ie in Luxembourg met het hondje van de ex van z'n zoon, komt er een knoert van een vrouw binnen, licht exotisch. Rijk zegt dan tegen dat hondje: ''Kijk, dat meisje lijkt heel erg op je baasje''; om via dat hondje het excuus te hebben om naar dat meisje te kijken, hè. En terwijl hij z'n ogen niet van haar afhoudt, roept Rijk: ''Hij is geil! Hij is geil.'' Dat is Rijk op z'n best. Zie je hem al lopen met Sinatra, het hondje van Hans van Willigenburg? Wil dat hondje de kont van een groter beest besnuffelen, zegt Rijk: ''Niet doen Sinatra, dat doet Hans ook niet!'' Nou jaaa. Dan kun je me wegdragen.'

Mocht Rijk gaan hemelen - 'De graftekst is er al: Hier ligt De Gooyer, hij kan niet dooier' - dan zal Spanjer de ogen droog houden. 'Anders zou Rijk in zijn kist roepen: ''Maarten, gedráág je!''' Wanneer voor het laatst gejankt, hij? Maarten Spanjer? Ongeloof aan de cafétafel, zijn pokerface is dat van Beun de Haas. 'Luister, kippenvel, dát wel - bij de Olympische Spelen. En nu we het toch over records hebben: Jan Cremer pochte dat hij in Zambia bij het tennissen zo hard had geslagen, dat hij in het oerwoud een akelig gekrijs hoorde. ''D-d-rie apen dood in de boom'', zei Jan. En of ie op de tennisclub bij het Vondelpark, waar ik woon, wel zo hard slaan mocht als hij wou? Dat zou wat worden. Wat denk je? Met Joop Braakhekke was Jan de enige die over de bal heensloeg. En d'r onderdoor.

'Weet je waarom ik trouwens heb besloten nooit meer met roddelbladen in zee te gaan? Ga ik een keer eten met een dametje van Privé, kan ook Story wezen, en ik bestel oesters. Zij pakt vork en mes en probeert die oesters doormidden te snijden. Geloof je me soms niet?'

'Spanjer jij bent een prachtgozer', had de vroegere hoofdredacteur van De Telegraaf tegen hem gezegd. 'Als er ooit wat is, je hebt iemand nodig... reken op jezelf.' En toen liep ie weg.' In opperbeste stemming bietst niet-roker Spanjer een sigaretje of vier, vijf en pakt z'n gsm. 'Hallo Rijk, met Maarten. Alles overleefd? Nee, ik ben niet doorgegaan. Dat was echt niet te hachelen met die mosterdsoep daarna. Moet je luisteren, ik zit in een kroeg...'

Helaas. Zonder His Masters Voice ('Hallo, ik ben Rijks hondje niet!') zal Spanjer de caféwijn moeten trotseren. Hij zegt: 'Vind je ook niet dat voetballers nat horen te worden als het regent? Dat een stadion geen dak moet hebben? En ab-so-luut geen kunstgras? Herinneringen aan het goeie ouwe Ajax-stadion worden de ex-voetballer te machtig. 'Wat moeten we met die kunststof snelkookpan aan de snelweg? Bah! Bah!' 'Zo'n penalty-sof van Oranje tegen Italië zou mijn oude makker Van der Gijp nooit zijn overkomen', weet kenner Spanjer, de avondlucht van een stadsfile inhalerend. 'Van der Gijp zei: ''Als ik een stafschop moest nemen, dan spoog ik eerst een flinke fluim op de bal. Haha! Denk je dat die keeper de bal dan nog met z'n handen wil vangen? Nou?"'

'Vroeger was het toch leuker.' Een zucht. En nog een. Dan slaat Maarten Spanjer een broeder van de natte gemeente met een dreun op de schouder. 'Kom, daar nemen we er thuis nog eentje op.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden