Maar ook Johan Strauss junior!

Wat zouden we móeten weten van muziek, kunst, theater of literatuur? Twee kunstenaars gaan met elkaar in discussie in een serie over de canon in de kunst, en noemen hun topvijf....

Jurjen Hempel, u dirigeert orkesten als het BBC Symphony Orchestra en moderne-muziekgezelschappen als het Zwitserse Ensemble Contrechamps; u bepaalde zojuist de tempi bij een optreden in de Londense Proms en nu blijkt u tamelijk riant te wonen tussen een Allegrostraat en een Prestostraat in Almere.

Hempel: 'En bij de Trompetstraat en de Contrabasweg. Strijkers en blazers hebben ze hier redelijk goed uit elkaar gehouden. Aan de overkant van het water heb je de Bachweg en de Mozartweg. '

Jan Willem de Vriend: 'Heb je daardoor overzicht? Is het makkelijk hier de weg te vinden?'

Hempel: 'De Sweelinckstraat hoef je in ieder geval niet in de buurt van de Rolling Stonesstraat te zoeken.'

De Vriend: 'En als je bij de klarinetten komt aanrijden, zit je dan linksaf meteen in de Hobostraat?'

Hempel: 'Er is over nagedacht. Van de Andantestraat naar Presto is het één grote metronoom.'

De Vriend (violist/aanvoerder van het barokensemble Combattimento Consort en dirigent van orkesten als de nieuwe Radio Kamerfilharmonie): 'En zit er lijn in de componisten?'

Hempel: 'Je moet natuurlijk overleden zijn. Het is een conservatieve keus. Bijna allemaal ijzeren repertoire. De Golden Earring vormt een uitzondering.'

Als er geen ijzeren repertoire was, geen 'canon', dan zouden straatnaamcommissies het moeilijk hebben gehad. Getuigt het bestaan van een repertoire uitsluitend van conservatisme? Hempel: 'Of is de canon een manier om kaartjes te verkopen?'

De Vriend: 'Het gevaar van een canon zit niet in de canon, maar in de oppervlakkigheid waarmee men ermee omgaat. Vroeger was er nauwelijks een canon. De enige reden waarom Haydn honderd symfonieën heeft geschreven, is dat hij telkens een nieuwe moest maken. En wij, moeten wij nu steeds de Vierde Symfonie van Tsjaikovski spelen, alleen maar omdat iedereen Tsjaikovski moet kennen?'

Hempel: 'Ik heb laatst de Vi e r d e van Tsjaikovski gedirigeerd. Ik krijg het niet voor elkaar daar een mooi stuk uit te halen. Maar Vijf vind ik geweldig en Zes ook hoor. Wie bepaalt nou eigenlijk de canon? Doen uitvoerders dat? Ik? Jan Willem? Of het grote publiek? Of een abonnementenpubliek?'

De Vriend: 'Ik ben bezig met een opera van de grote 17de-eeuwer Biber. Ar m i n i o . Daar gebeuren dingen in.., briljant, het kan niet mooier. Geef het een kans! Maar ik proef weinig belangstelling. Ongelooflijk moeilijk, deze geniale opera bij zaaldirecteuren aan de man te brengen.'

Hempel: 'Noem nou eens drie componistennamen waar ik ten onrechte nooit van gehoord heb.'

De Vriend: 'Giovanni Bertoli. Ooit concertmeester aan het Weense hof. Zorgt voor onwaarschijnlijk ontroerende momenten. Marini! Zijn Passacaglia voor strijkers is een meesterwerk. Casina. Zijn Capriccio Stravagante – daar zitten geweldig briljante dingen in.'

Hempel: 'Casina dus.'

De Vriend: 'Nou ja, je hebt naook geniale muziek die nu gewoon niet meer werkt.

Neem Cavalli in Venetië. Geen van zijn opera's komt tot z'n recht als je eenmaal het slot kent van Monteverdi's Poppea.'

Het heeft wat geduurd, maar het vioolconcert van Berg en de grote balletten van Stravinsky en Bartók zijn nu 'canon'. Aan de andere kant: van Saint-Saëns hoor je weinig meer, behalve van zijn symfonie met orgel.

De Vriend: 'Ik speelde op een Bachfestival in Amerika, vlak na die beruchte 11 september. Bijzondere sfeer, zeg. Het hele publiek was plotseling waanzinnig geïnteresseerd in kwartetten van Florian Gassmann, meer nog dan in Bach. Stel dat er uit de Noordzee een tsunami komt. Dan heb je kans dat de Johannes plotseling onze Matthäus verslaat.'

Hempel: 'Er is een enorme stroom Sjostakovitsj en Prokofjev op gang gekomen. Maar er kan best wat bij. Van Klaas de Vries. Peter-Jan Wagemans. De Staat van Louis Andriessen is een wereldstuk. Misschien zal Jacob ter Veldhuis er nog wel eens in druppelen. John Adams zit er tenslotte ook al lang in.'

De Vriend: 'Toen ik 11 was, had ik een soort museumpje. Oude bladmuziek. Daar zat ook Eine kleine Nachtmusik bij, hoor.

Maar dan in verschillende uitgaven. En ik bestelde de eerste vioolpartij van de Negende van Beethoven. Te moeilijk: dan maar de tweede vioolpartij erbij besteld. Zo had ik mijn eigen canontje.'

Hempel: 'Toen ik 11 was, ontdekte ik een rare doos in de kast. De symfonieën van Beethoven onder Klemperer. Helemaal grijs gedraaid: de Vijfde, de Zevende. Het langzame deel van de Negende: ja hoor, de hemel op aarde. Verder bestond de canon voor mij uit de blaasmuziek van de brassband in Wolvega waar ik in speelde. Pas toen ik 15 was, hoorde ik voor het eerst live een symfonieorkest. Het Frysk Orkest. Ik heb er als jonge trompettist geschnabbeld. Toen kwám een partij muziek voorbij. Brahms. Schumann. Vijfde van Mahler: je weet niet wat je overkomt.'

Wat moet erin?

De Vriend: 'Biber, Bertoli, Marini. De opera Les Boréades van Rameau. Maar ook Johan Strauss junior! Daar wordt soms raar op gereageerd. De symfonische gedichten van Liszt, die wil ik terug.'

Hempel: Berio, de Fantasia. Ligeti. Boulez, Pli selon pli. Zappa kan erin. Ik zou ook graag Magnus Lindberg erbij zetten.'

De Vriend: 'Mag ik dan Berlioz eruit gooien? Met Lully en Gluck erbij, de hele trits?

Hempel: 'Berlioz? Nee toch?

De Vriend: 'Ja hoor.'

Hempel: 'Doe dan het 1e vioolconcert van Bruch maar weg.'

De Vriend: 'Dat heb je toch uitste-kend gedirigeerd op het Oskar Back-vioolconcours. Ik zat er zelf bij, als jurylid.

Hempel: 'Eigenlijk is een canon iets waar niks uit kan, en altijd dingen bij zouden moeten.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden