Maar is het ook te eten?

De supermarkt staat vol met spul dat riekt naar pies en karton, zegt culi-journalist Will Jansen. Door Mac van Dinther..

Mac van Dinther

Mozarella met de consistentie van nat karton, olijfolie die lijkt op oude pudding, wijnazijn met de geur van paardenpies en balsamicodressing die eruit ziet als natte poep. Nee, echt een feest was het niet om de Culinaire Almanak van supermarktproducten te schrijven, beaamt auteur Will Jansen. ‘Het was verschrikkelijk.’

Na de eerste dag proeven van zeventig dressings had hij zijn opdracht terug kunnen geven. De aanvechting was er. ‘Het was zo smerig dat ik anderhalve dag niet heb willen eten. Ik kon gewoon geen voedsel in mijn mond verdragen.’

Maar opgeven is zijn stijl niet, dus proefde Jansen zich een weg door olijfolies, verpakte kazen, azijn, mosterd, vis en groenten in blik, bouillonblokjes en tomatenpuree. Het resultaat van zijn proefwerk ligt nu in de winkel: de eerste smaakgids voor supermarktproducten.

Het idee voor de gids kwam van uitgeverij Spectrum dat de populaire Wijnalmanak van Hubrecht Duijker op de markt brengt. Het idee sprak Jansen wel aan. Koks worden scherp gehouden door restaurantcritici. Maar niemand bekommert zich om het eten dat thuis dagelijks op tafel staat. Hier lag een schone taak dacht Jansen, culinair journalist met horeca-ervaring.

Hij begon met een inventarisatie te maken op basis van het assortiment van Albert Heijn, omdat die het grootste aanbod heeft. Aanvankelijk had hij 24 product-categorieën. Dat was te veel. ‘Dan hadden we maanden zitten proeven, want je wilt het goed doen en niet aframmelen.’

De 24 werden teruggebracht naar 10. Vervolgens werden alle spullen, zo’n 700, gekocht en geproefd. Het proeven deed Jansen in zijn eigen huiskamer, geholpen door geoefende eters. ‘Het was niet de bedoeling er een wetenschappelijk onderzoek van te maken. We wilden gewoon weten: is het nou lekker?’

Jansen zette zich onbevangen aan het werk. Hij koopt zijn olijfolie, azijn en kazen gewoonlijk niet in de supermarkt. ‘Maar ik was echt benieuwd. Ik had verwacht dat er wel goede dingen tussen zouden zitten.’ Dat viel bitter tegen.

Neem de dressings. ‘Het is allemaal zoet, zoet, zoet. De helft bevat niet eens olie. Waar praat je dan over?’ Dressings waren een dieptepunt. Maar ook vis in blik was erg. ‘Het was zo smakeloos dat ik soms dacht: voor hetzelfde geld zit ik nu varkensvlees te eten.’

Geraspte kaas smaakte naar gemalen kaaskorsten, asperges in blik naar afwaswater en zelfs in zoiets simpels als een blikje tomatenpuree ontwaarde Jansen een moeilijk te plaatsen luchtje van autogas.

Was er dan niks goed? Vooruit: een paar olijfolies konden ermee door, de ansjovis in blik van Delicius (Albert Heijn) is prima – ‘mooie grote filets, schone olie’ – en de Becel dressing light is een ontdekking: niet als dressing, daar is ie veel te stijf voor, maar als fritessaus. ‘Hij is tenminste niet zo zoet als gewone fritessauzen.’

De conclusie is onontkoombaar, zegt Jansen: ‘We worden ontzettend vaak belazerd.’ Neem de keuze in de supermarkt. Op het oog valt er ontzettend veel te kiezen. Maar de schijn bedriegt. Veel is hetzelfde, maar in een andere verpakking.

Marne Franse mosterd is er in een potje, een plastic knijpfles en een tube. ‘Goed schudden’, staat er op de tube. ‘Ze hebben niet eens de moeite genomen het etiket te veranderen.’ Overigens hebben Franse en Belgische supermarkten vijf keer meer producten in de schappen dan Nederlandse.

Supermarkten steken meer energie in marketing dan in kwaliteit. En met de voortwoedende prijzenoorlog komt de kwaliteit nog meer in het gedrang. Geld verdienen is belangrijker dan kwaliteit leveren. Een verwerpelijke, bijna onethische houding, vindt Jansen. ‘Je zou als producent kwaliteit moeten willen leveren. In plaats van een prijzenoorlog wil je een kwaliteitsoorlog hebben. De onze is nog beter, dat is interessant.’

Je kunt ook zeggen dat het de schuld is van de consument. Die hóeft geen rommel te kopen, hij of zij kan ook naar een winkel waar ze fatsoenlijk spul verkopen. Maar de doorsnee consument ontbeert de kennis om kwaliteit te onderscheiden van fabrieksrommel. ‘Daar zou je op scholen veel meer aandacht aan moeten besteden. De huidige consument is daarvoor eigenlijk al verloren.’

Over het effect van zijn gidsje op de supermarktbazen maakt hij zich geen illusies. ‘Ik denk dat ze zeggen: wat verbeeldt die eikel zich wel.’ Hij hoopt dat de consument ermee geholpen is. Als het aanslaat, is het de bedoeling dat er net als van de Wijnalmanak elk jaar een bijgewerkte versie verschijnt. Die wil Jansen best maken. ‘Maar ik weet niet of ik alles opnieuw wil proeven.’

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden