Maar het was goedbedoeld

Na aangrijpende beelden zoals die van het Syrische jongetje of de 'pennenman' komen al snel spontane hulpacties op gang via sociale media. Werkt die amateurhulp wel?

Beeld Martyn F

De foto van het dode aangespoelde Syrische jongetje in het Turkse Bodrum leidde eind vorige week tot een hausse aan hulp. Het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) riep mensen op niet zomaar met tassen vol kleren en speelgoed langs te komen - Nederlandse asielzoekerscentra werden overspoeld.

Een week eerder had de wereld kennisgemaakt met de pennenman. De beeltenis van de Syrische vluchteling die op een kruispunt in Beiroet met zijn slapende dochter op de arm balpennen verkoopt, raakte een al net zo gevoelige snaar. De hulpactie #buypens die de IJslandse activist Gissur Simonarson via Twitter op touw zette, genereerde in no time meer dan 150 duizend dollar. Indrukwekkend veel geld, zo veel dat Abdul Halim moest onderduiken.

Moderne filantropie

Het is moderne filantropie in een notendop: geld geef je niet langer aan een grote organisatie, je begint zelf een project. Grote organisaties komen traag en stroperig op gang, is het beeld.

Ook in Nederland zijn de voorbeelden legio. Lowlandsgangers die hun tentjes naar Lesbos brengen. Dekens voor Calais. Moeders die draagdoeken inzamelen voor Syrische vrouwen (Because We Carry). Of Stichting Hulpactie Bootvluchtelingen, dat klein begon, maar nu een belangrijke leverancier is van Nederlandse vrijwilligers op Kos en Lesbos waar boten dagelijks nieuwe vluchtelingen afleveren. Contacten en communicatie verlopen via Twitter of Facebook.

Hoogleraar filantropie Theo Schuyt van de Vrije Universiteit in Amsterdam ziet het verschijnsel, dat ergens in de jaren negentig op gang kwam, steeds grotere vormen aannemen. 'We leven meer en meer in een doe-het-zelfeconomie', zegt Schuyt. 'Om hulp te bieden heb je geen goededoelenstichting nodig. Mensen regelen het liever zelf.'

Met alle gevolgen van dien. Want goede bedoelingen kunnen onverwachte bijwerkingen hebben.

De foto van het Syrische jongetje dat verdronk in een poging Europa te bereiken. Beeld anp

Bewustzijn over leed

Zo was er het weeshuis van de Haagse vrouw op Sri Lanka dat bij gebrek aan dakloze wezen leeg bleef. Of de schenking van honderden vissersboten aan het dorp zonder vissers. De voedselpakketten die geen visumstempel kregen en wegrotten bij de Indiase grenspost of de dozen met kleding die in een uitpuilende kelder in Drenthe achterbleven bij gebrek aan geld om het spul op te sturen.

Het bewustzijn over leed in de wereld is groter, denkt de hoogleraar filantropie. We zien het niet alleen op tv of in de krant, maar ook op Facebook tussen de foto's van vrienden op een feestje. Schuyt: 'Bovendien reizen we allemaal twee keer per jaar naar verre oorden. Waarnemen is een belangrijke voorwaarde om iets te doen.'

Vandaar de enorme respons op de foto van de pennenman, de vrijwilligers die afreizen naar de Griekse eilanden of de talloze burgerinitiatieven na de tsunami in 2004 of andere recentere natuurrampen. 'Als je er zelf bent geweest of mensen kent, dan voelt het dichtbij', zegt Schuyt. 'Verwantschapsaltruïsme' noemt hij het. 'Het gevoel: dat had mij ook kunnen gebeuren, of mijn familie. Dat doet mensen in actie komen.'

Naïviteit

'Door verhalen in de media weten mensen heel concreet wat er aan de hand is en wat ze zelf kunnen doen. Via internet sta je met een paar muisklikken met iedereen in contact.' Vervolgens is het simpel, aldus Schuyt. Zet drie Nederlanders bij elkaar en je hebt een stichting. Of het nu voor een bedreigde boom in de tuin van het huis van Anne Frank is, voor mensen met een dodelijke ziekte of voor bootvluchtelingen in Griekenland. 'Nederlanders zijn behept met rentmeesterschap. Dat zal wel een christelijke oorsprong hebben. Je moet iets maatschappelijks doen om later bij de hemelpoort wat te bereiken.'

Schuyt waarschuwt mensen wel voor naïviteit. 'Met goede bedoelingen en een enthousiast plan kom je er niet. Het is belangrijk om contact te zoeken met ervaren hulporganisaties, die beschikken over kennis en een infrastructuur.' De meeste organisaties faciliteren tegenwoordig privéprojecten met juridische en beleidsmatige hulp. En dat is geen overbodige luxe als je een kindertehuis wilt opzetten in India of luiers en babykleren wilt brengen naar Lesbos.

Gebrek aan professionaliteit kan tot grote teleurstellingen leiden en daar is niemand mee geholpen. Maar er kleven meer nadelen aan amateurhulp en een-op-een-altruïsme. Ten eerste is er het selectiemechanisme. De ene hulpbehoevende is nu eenmaal mediagenieker of aaibaarder dan de andere. Ten tweede bestaat er zoiets als de 'help, ik word geholpen'-paradox.

Neem Abdul Halim, de pennenman. Wereldwijd verscheen hij in kranten en op tv. Iedereen heeft hem kunnen zien. Na het bericht dat hij een fortuin tegemoet ging, moesten zijn helpers hem verzoeken Beiroet te verruilen voor een veiligere, onbekende verblijfplaats. Lokale hulpverleners waarschuwden zelfs voor ontvoering van zijn dochter.

Beeld Martyn F Overweel
Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) roept mensen op om niet zomaar spullen te doneren voor vluchtelingen. Burgers ondernemen nu zelf ook actie. Beeld anp

Oppassen

'Je moet oppassen dat je mensen niet onbedoeld van de wal in de sloot helpt', zegt Schuyt. Een tragisch voorbeeld is de Indiase vrouw die bekend werd als iconisch tsunamislachtoffer. Haar foto ging ruim tien jaar geleden de wereld over. Ongetwijfeld stimuleerde de vastgelegde wanhoop mensen elders om slachtoffers te steunen, maar haar bracht het slechts leed: nog dagelijks rammelen dorpelingen aan haar poort van landbouwplastic en gaas. Ze willen geld, want zij is beroemd en dus rijk.

'Je moet heel erg uitkijken dat je iemand niet onbedoeld te kijk zet binnen een gemeenschap. Ongelijkheid kan dramatische gevolgen hebben.' Beter één school helpen dan één kind, wil Schuyt maar zeggen.

Daar sluit de IJslander Simonarson zich bij aan. Hij noemt de gevolgen van #buypens daarom ook 'tweeledig'. De opbrengst verblufte Simonarson, die het platform Conflict News runt en al jaren dagelijks tragische foto's online deelt, zegt hij aan de telefoon vanuit zijn woonplaats Oslo.

Simonarson heeft veel contacten in het Midden-Oosten. 'Iedereen zei onmiddellijk: werk samen met een lokale hulporganisatie.' Dat doet hij dus ook. Het geld gaat sowieso niet alleen naar Halim. Het plan is om een fonds voor scholing van vluchtelingenkinderen op te zetten en een pennenwinkeltje te openen voor Halim.

Maar #buypens heeft Simonarson vooral gesterkt in zijn geloof in 'persoonlijke hulp'. Hij wil zijn ervaringen met de inzamelactie voor Halim gebruiken voor zijn nieuwste project: Facebookpagina's van vluchtelingenkampen en opvangcentra waarop de individuele verhalen met foto's van vluchtelingen komen te staan.

'Mensen die willen helpen kunnen direct geld overmaken naar vluchtelingen via een webdienst die ervoor zorgt dat het op hun mobieltje binnenkomt', zegt Simonarson. Hoewel zijn voorkeur uitgaat naar donaties aan een heel kamp of opvangcentrum, om te voorkomen dat het geld alleen bij de meest mediagenieken terecht komt.

Beweegredenen

Wat beweegt mensen, behalve religieuze wortels of een persoonlijke band, om tot zulke acties over te gaan? Schuyt geeft het voorbeeld van de Ford Foundation in de VS, opgericht in de crisisjaren dertig van de vorige eeuw toen president Roosevelt de rijken hoger wilde belasten. 'Het was voor de puissant rijken een manier van geld wegsluizen én een manier om maatschappelijk aanzien te verwerven. Arbeiders in je fabrieken onder erbarmelijke omstandigheden laten werken, maar wel iets voor zieke kinderen doen. En meteen je uitnodiging voor borrels en partijen veilig stellen.'

En dat is voor de allerrijksten heden ten dage wellicht niet veel anders. 'Een tweede boot, een derde echtscheiding, op een gegeven moment realiseren mensen zich dat geld niet alles is. Veel rijken zijn op zoek naar betekenis en zingeving. Iets doen voor anderen, voor de wereld, goede doelen bieden daar de gelegenheid voor.'

De meerderheid die melkpoeder voor vluchtelingenbaby's inslaat of knuffelberen naar een AZC brengt, is natuurlijk niet puissant rijk. Die haalt er weer iets anders uit. Niet dat Schuyt zegt dat er geen onbaatzuchtige helpers bestaan. Maar zuiver altruïsme is bijna intrinsiek onmogelijk. 'Iets geven levert per definitie psychologische winst op. Je krijgt er een goed gevoel van. Daarom is zelfs anoniem schenken fijn. Dat je 's avonds in bed ligt en denkt: ik heb een verschil kunnen maken, ik ben een goed mens.'

En ontspoorde goede bedoelingen of druppels op gloeiende platen ten spijt, is Schuyt behoorlijk optimistisch over al die betrokkenheid. Hij weigert 'ten onder te gaan aan algeheel cynisme'. Schuyt: 'Denk alleen al aan het psychologische effect van medemenselijkheid. Je zal toch van zo'n bootje stappen en iemand komt je zomaar water brengen of een tent.'

Na de aardbeving van Haïti in 2010 waren er zoveel hulporganisaties actief dat er niets van de grond kwam. Van de drieduizend (!) actieve clubs had tweederde geen enkele ervaring. Dagelijks was in het journaal te zien hoe de stapels containers vol ongewenste goederen op de luchthaven groter werden.

Na de tsunami van 2004 liepen hulporganisaties in Atjeh elkaar zo voor de voeten dat artsen die kinderen wilden vaccineren ontdekten dat anderen hen voor waren geweest. Huurprijzen vertienvoudigden in 2005, omdat het gebied werd overspoeld door hulpverleners die een dak boven hun hoofd zochten. Door alle buitenlanders steeg de inflatie naar meer dan 30 procent, waardoor ook eten en bouwmaterialen onbetaalbaar werden voor veel Atjeeërs.

Goede bedoelingen met een negatieve staart

Na de aardbeving van Haïti in 2010 waren er zoveel hulporganisaties actief dat er niets van de grond kwam. Van de drieduizend(!) actieve clubs had tweederde geen enkele ervaring. Dagelijks was in het journaal te zien hoe de stapels containers vol ongewenste goederen op de luchthaven groter werden.

Na de tsunami van 2004 liepen hulporganisaties in Atjeh elkaar zo voor de voeten dat artsen die kinderen wilden vaccineren ontdekten dat anderen hen voor waren geweest. Huurprijzen vertienvoudigden in 2005, omdat het gebied werd overspoeld door hulpverleners die een dak boven hun hoofd zochten. Door alle buitenlanders steeg de inflatie naar meer dan 30 procent, waardoor ook eten en bouwmaterialen onbetaalbaar werden voor veel Atjeeërs.

Beeld Martyn F. Overweel
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden