Maar goed dat er in Ruttens tijd geen referendum bestond

Zou Nederland beter af zijn met een politiek systeem waarin twee grote partijen domineren, zoals F. Rutten bepleit? Hans Labohm betwijfelt dit....

OUD-secretaris-generaal F. Rutten schreef in Forum van 9 augustus een discussiebijdrage getiteld: 'Drievoudige vernieuwing moet vertrouwen in politiek herstellen'. Hierin pleitte hij voor minder politieke partijen, meer directe democratie door referenda en minder ministeries. Het is de zoveelste oproep tot herstel van het vertrouwen in de politiek.

Toch lijkt het wel mee te vallen met dat vertrouwen. De opkomstpercentages bij verkiezingen zijn alleszins bevredigend. En het politieke debat geeft blijk van grote vitaliteit. In elke samenleving zullen er groepen zijn die ontevreden zijn met de uitkomsten van het politieke besluitvormingsproces, maar dat betekent nog niet dat er geen vertrouwen in 'de politiek' als zodanig zou bestaan.

Maar stel dat Rutten gelijk heeft, zou een vermindering van het aantal politieke partijen dan kunnen bijdragen aan het vertrouwen? Anders gezegd: zou een stelsel van twee dominante partijen - zoals hij bepleit - die afwisselend regeren tot betere uitkomsten leiden en de burger meer vertrouwen geven? Ik waag het te betwijfelen.

Men zou Ruttens stellingname ten aanzien van een vermindering van het aantal politieke partijen simpelweg kunnen afdoen met het argument dat er in een democratie wat partijvorming betreft niets van bovenaf valt te decreteren. Dat is de uitkomst van een democratisch proces van onderop die zich niet noodzakelijkerwijs zal conformeren aan de blauwdruk van Rutten.

Maar laten we even aannemen dat de verkiezingen vanzelf tot een dergelijke uitkomst zullen leiden, dan krijgen we een stelsel dat overeenkomst vertoont met dat in Engeland en Duitsland. Mij is niet bekend of er in deze landen meer vertrouwen in de politiek bestaat dan in ons land, maar het lijkt mij hoogst onwaarschijnlijk.

Een andere vraag is of een dergelijk stelsel tot betere besluitvorming leidt. In een systeem dat door twee partijen wordt gedomineerd, zit de oppositie - die in de praktijk vaak iets minder dan de helft van de kiezers vertegenwoordigd - te mokken en voelt zich buitengesloten. Zij zal er vaak alles aan doen om de besluitvorming te frustreren, ook al is deze goed voor het land.

Dat bleek met name op het terrein waarop Rutten bij uitstek zijn sporen heeft verdiend: het sociaal-economisch beleid. Zo voeren in Engeland en Duitsland sociaal-democraten thans een economisch beleid dat zij in een voorgaande periode, toen zij nog in de oppositie zaten, te vuur en te zwaard bestreden. Door de polarisatie in een systeem met twee dominante partijen werd de besluitvorming gedurende lange tijd verlamd, waardoor de zo noodzakelijke economische hervormingen veel later werden doorgevoerd dan in Nederland met zijn brede coalities het geval was.

Wat de directe democratie betreft stelt Rutten dat partijen die een referendum blijven afhouden, een tekort aan democratische gezindheid vertonen. Het is een bekende stelling, maar uit de mond van Rutten klinkt hij wel heel vreemd. Hij is vooral bekend geworden om zijn jaarlijks bijdrage aan Economisch Statistische Berichten waarin hij een overzicht gaf van de ontwikkeling van de Nederlandse economie en het beleid. Het was een soort economische troonrede waar economen reikhalzend naar uitkeken.

Een dergelijke figuur was een Fremdkörper in de Nederlandse staatsrechtelijke verhoudingen, want de ministers zijn immers politiek verantwoordelijk. Er zijn mij dan ook in Nederland geen voorbeelden bekend van secretarissen-generaal van andere departementen die zich op soortgelijke wijze hebben gemanifesteerd. Hij was in zijn artikelen niet deloyaal ten opzichte van het beleid, maar probeerde de marges daarvan flink op te rekken.

Gelukkig zijn de achtereenvolgende politieke bazen van Rutten niet kinderachtig geweest en hebben zij hem altijd de ruimte gegund om zijn traditie voort te zetten, want per saldo heeft hij daarmee een belangrijke bijdrage geleverd aan de verandering in het denken over het sociaal-economisch beleid in ons land.

Ondanks maatschappelijke weerstand is de hervorming van de Nederlandse verzorgingsstaat onder regie van een klein netwerk van politici, ambtenaren en experts - waaronder Rutten - doorgezet. Gelukkig maar, want hiervan kunnen wij nog dagelijks de vruchten plukken.

Maar hoe zou dat in een referendumdemocratie zijn gegaan? In weerwil van de democratische legitimatie van de afslanking van de verzorgingsstaat wijzen resultaten van enquêtes van het Sociaal en Cultureel Planbureau uit dat de terugdringing van de verzorgingsstaat door velen niet gewenst wordt. Hoe zwaar moet aan dit argument worden getild? Naar mijn mening niet zo zwaar.

Het is bekend dat de uitkomst van dit soort onderzoek sterk wordt bepaald door de vraagstelling en geen recht kan doen aan de complexiteit van vele maatschappelijke problemen. Zo zal het sociaal wenselijke antwoord op de vraag of de zwakke medeburger niet meer sociale bescherming of inkomen verdient, doorgaans positief luiden. Meestal wordt daaraan niet toegevoegd dat daarvoor een hoge prijs moet worden betaald in termen van verloren groei en werkgelegenheid op de langere termijn, en dus de groei van het aantal zwakke medeburgers. Als dat wel zou worden gedaan, zou het antwoord misschien negatief luiden.

Maar ook dat is niet zeker vanwege een gebrek aan inzicht in dit soort complexe samenhangen en/of een natuurlijke neiging bij velen om de ogen te sluiten voor de mogelijke schadelijke neveneffecten van het door hen voorgestane beleid.

Deze verschijnselen onderstrepen eens te meer de waarde van ons stelsel van representatieve democratie, die ondanks de bezwaren in maatschappij tegen een hervorming van de verzorgingsstaat, deze toch democratisch heeft gelegitimeerd.

Achteraf blijkt dat dit de Nederlandse samenleving geen windeieren heeft gelegd. De malaisestemming die zo kenmerkend was voor de jaren zeventig en tachtig, is omgeslagen in een tot voor kort ongekend optimisme. Tegelijkertijd is aangetoond dat een representatieve democratie beter rekening kan houden met dit soort complexe samenhangen dan meer directe vormen van democratie, zoals een referendum-democratie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden