Maanden lieten ze zijn brief ongeopend. Ze waren met heel andere dingen bezig: hoe vertellen we het ons kind?

Robert M., veroordeeld voor grootschalig seksueel misbruik van baby's en peuters, stuurde de ouders van zijn slachtoffers een brief waarin hij zijn spijt betuigt. Wat moet de maatschappij aan met dit soort delinquenten?

Beeld .

Het gebeurde in de rechtszaal, tijdens het hoger beroep van Robert M.

'Toen ik ernaartoe ging, was ik rustig', vertelt de moeder van een jongetje dat door hem op ernstige wijze werd misbruikt. 'Ik wist wel dat ik nog verdriet had, maar ik dacht dat het me niet meer zoveel zou doen. Ik dacht dat we al best ver waren. Maar toen ik binnenliep, keek ik hem recht in zijn ogen.'

Robert M. grijnsde.

'Ik begon direct te huilen. Daar schrok ik heel erg van. Ik had mezelf toch een beetje voor de gek zitten houden. Tot dan toe was ik nog niet boos geweest. De verdeling bij ons was: mijn man was boos en ik voelde me schuldig. Ik kan me voorstellen dat het bij meer ouders zo was. Robert zat daar gewoon te lachen. Op dat moment dacht ik: ik wil jou slaan. Ik wilde die grijns van zijn gezicht af rammen.'

Het is dit moment, vertelt ze, waardoor ze de brief van Robert M. niet kunnen geloven.

Begin september 2016 krijgen ze een bericht in hun mailbox van Richard Korver, de advocaat die de meeste ouders bijstaat in de zaak Robert M. Korver is ook hun advocaat. Het bericht bevat een bijlage: een scan van een handgeschreven brief van Robert M.

'Aan ouders, slachtoffers en iedereen aan wie ik pijn heb veroorzaakt', staat met balpen in houterige letters op het blocnotepapier geschreven. 'Betreft: het spijt me.' Afzender: Robert M.

Twee kantjes zijn het. Het gaat over spijt, schuld en falen. In de brief stelt hij dat hij te zwak was en dat de verantwoordelijkheid van zijn misdaden bij hem alleen ligt. De tekst is relatief kort en weinig emotioneel. Het lijkt een samenvatting van de gedachten die hij hierover moet hebben.

Pas maanden later zullen de twee ouders de mail daadwerkelijk lezen. In eerste instantie blijft hij ongeopend in hun mailbox. Ze zijn op dat moment met heel andere dingen bezig. Bijvoorbeeld met de vraag: hoe gaan we het ons kind vertellen?

De misdaden die Robert M. beging, zijn nauwelijks te bevatten. Tussen 2007 en 2010 maakte hij zich op Amsterdamse crèches en oppasadressen schuldig aan zeer ernstig en soms langdurig seksueel misbruik van ten minste 67 baby's en peuters. De meeste kinderen waren niet ouder dan 2, het jongste slachtoffer was 19 dagen oud. De helft van de kinderen werd tien tot tientallen malen misbruikt. Bij eenvijfde duurde het misbruik meer dan een jaar. Het werkelijke aantal slachtoffers lag nog hoger: meerdere zaken werden - om uiteenlopende redenen - geseponeerd.

Zijn daden waren vernietigend. Veel kinderen zijn psychisch mogelijk voor het leven getekend, aldus de rechter later in het vonnis. Voor ouders werkte het traumatiserend. 'Hun schuldgevoel is groot, hoe onterecht dat gevoel ook is', schreef de rechtbank. Veel ouders ontwikkelden posttraumatische stressklachten, relaties kwamen onder druk te staan en de opvoeding van hun kind raakte beladen.

Bij de Hoge Raad werd M. uiteindelijk veroordeeld tot 18 jaar en 11 maanden cel plus tbs. Zijn tbs-behandeling begint naar schatting in 2023.

Richard Korver, advocaat van veel ouders van slachtoffers van Robert M.Beeld anp

Hun zoontje was nog geen 2 jaar oud toen het gebeurde.

Op de avond dat ze als ouders door de gemeente Amsterdam bij elkaar werden geroepen, wisten ze binnen een paar minuten wat er aan de hand was. Dat hun kind bij de slachtoffers hoorde.

Het is de dag dat alles in hun leven veranderde. En tegelijkertijd veranderde er niets. Want hun zoontje weet lange tijd niet wat er is gebeurd. Dat gaan ze hem binnenkort vertellen.

Zijn moeder zegt dat ze die eerste tijd soms zo verdrietig was dat ze moest overgeven. 'Ik wilde alleen maar naar hem kijken. Ik dacht de hele tijd: is hij wel gelukkig? Gaat het wel goed? Als hij zich een dag niet lekker voelde, dacht ik: is hij ziek of is het iets anders? Op de dagen dat hij naar school ging, kwam ik altijd vroeg uit mijn werk. De school vertrouwde ik wel, maar ik wilde hem niet naar de opvang laten gaan.'

Zijn vader: 'Als hij boos was op andere kinderen dacht ik: zou het misschien toch een contactstoornis zijn? Komt het misschien daardoor? Ik maakte mezelf van alles wijs. In het begin wist ik ook zeker dat hij het daarvan had.'

'Ik durfde eigenlijk geen tijd meer voor mezelf te hebben', zegt zijn moeder. 'Het werd zo erg dat ik er een beetje aan onderdoor ging. Totdat iemand tegen me zei: vertrouw nou gewoon eens op hém. Op je kind. En toen dacht ik: je hebt gelijk. Het is niet fair tegenover hem dat ik altijd maar zo boven op hem zit.'

'Het hielp ook wel heel erg dat we naar andere kinderen keken', zegt ze, 'en zagen dat die soms net zo raar deden als hij.'

'Maar ik heb heel erg moeten leren accepteren dat dit pijn is die langzaam moet slijten. Ik moet mezelf toestaan dat ik hier verdriet over heb. Terwijl ik zo niet in elkaar zit. Als ik een probleem heb, wil ik dat gewoon oplossen. Maar ik moet verdragen dat dit mijn trauma is.'

Toen het net was gebeurd, stuurden ze een mail naar hun hele vriendenkring. Daarin vertelden ze onomwonden wat er was gebeurd. 'Sommige mensen zeiden: waarom vertel je dat zo makkelijk?', zegt ze. 'Maar voor mij werkte dat. Ik wil mijn verdriet graag delen. Als mijn vader doodgaat, wil ik ook dat mensen dat weten.'

Nu, zeven jaar later, ligt dat anders. 'We zijn verhuisd. We hebben hier allemaal nieuwe vrienden gemaakt en aan hen hebben we het niet verteld. We wilden niet dat hij erop zou worden beoordeeld.'

En toen was er dus ineens die mail.

Eerder dat jaar ontvangt ook de redactie van de Volkskrant eenzelfde brief van Robert M.

Hij heeft de brief op slinkse wijze verstuurd: op de envelop heeft hij 'advocatenkantoor V&K' en het adres van de krant geschreven. Hij is gericht aan 'mr. T. Heijmans'. Al zijn post wordt gecontroleerd, behalve die aan advocaten. Bij de gevangenis in Vught heeft niemand iets gemerkt.

De brief roept argwaan op bij de redactie. Is dit een poging zijn tbs-behandeling te beïnvloeden? Wat betekent dit voor de ouders? Aan het verzoek hem te plaatsen wil de krant niet voldoen - een krant is geen doorgeefluik, al helemaal niet aan slachtoffers die daar mogelijk niet van gediend zijn. We besluiten de brief wel te onderzoeken. Want Robert M. mag dan tijdelijk zijn verwijderd uit de samenleving, de brief maakt pijnlijk duidelijk dat hij er nog altijd is. En hij heeft geen levenslang, na zijn straf moeten er tbs-beslissingen over hem worden genomen.

We vragen de advocaat van Robert M. of zijn cliënt ons kan bellen. Hij zit in de gevangenis in Vught, op de pre-tbs-afdeling. Tot onze verbazing krijgen we niet lang daarna een telefoontje. Collect call.

We vragen naar zijn beweegredenen en spreken bijna een uur met hem. Er zullen daarna nog zes telefoongesprekken volgen, met aan het eind een ontmoeting in de penitentiaire inrichting in Vught. Daarbij geeft hij onze namen en adressen van tevoren op aan de bezoekersadministratie. Op een zaterdagmiddag melden we ons met paspoort bij de receptie in Vught. Justitie stelt geen vragen.

In de gesprekken gaat het over zijn daden, de oorsprong van zijn pedoseksualiteit, zijn zelfbeeld en hoe hij zelf vindt dat de samenleving met misdadigers zoals hij moet omgaan.

We schrijven een deel van de gesprekken uit. De woorden van M. zijn interessant, omdat ze licht werpen op de manier waarop hij naar zijn misdaden kijkt, en naar zichzelf. Maar de krant is beducht voor het effect van publicatie op slachtoffers en hun ouders. We spreken een gespecialiseerde psychiater en psycholoog, die Robert M.'s benadering van de ouders negatief beoordelen. Een ouderpaar dat prominent figureert in dit artikel, is voor publicatie, ook van M.'s woorden.

Hoe ligt dat bij anderen? We bieden alle ouders van de slachtoffers aan de tekst te lezen, via twee advocaten, het Openbaar Ministerie en de GGD Amsterdam. Enkele ouders gaan hierop in. Een deel van de reacties is volgens de advocaten afwijzend.

Een ouder doet telefonisch 'een moreel appèl' op de krant Robert M. niet sprekend op te voeren. Een ander laat schriftelijk weten het 'vertellen van dit verhaal niet waardevol en goed te vinden'. 'Wat ons betreft loopt hiermee het welzijn van slachtoffers en ouders, van ons, opnieuw schade op.'

Daar staan de ouders tegenover die op deze plek hun verhaal vertellen: zij vinden het van maatschappelijk belang om te publiceren en spreken zich uit voor het doorbreken van een taboe. 'Ik vind het kwetsend dat we alleen maar worden gezien als weerloze slachtoffers, terwijl ik onszelf zie als krachtige mensen.'

Na intensieve discussies besluit de krant dat schade voorkomen voor een deel van de ouders zwaarder weegt dan het journalistiek-maatschappelijke belang van het interviewgedeelte. We brengen een maatschappelijk relevant verhaal, maar zonder de citaten van M. zelf.

Reactie ministerie van justitie

‘We betreuren het dat Robert M. de advocaat van de slachtoffers en de media heeft kunnen benaderen vanuit de PI waar hij verblijft. Hij mocht weliswaar net als iedere andere gedetineerde post versturen naar zijn advocaat en contact onderhouden met de buitenwereld. Maar juist bij deze gedetineerde was extra scherpte op zijn plaats geweest. Na ontdekking van de gelegde contacten in juni 2016 is een maatregel van toezicht op zijn post opgelegd.

Dat twee Volkskrant-journalisten ongemerkt bij Robert M. op bezoek konden komen had voorkomen moeten worden. Het heeft op dit punt ontbroken aan scherpte. Aan de andere kant constateren wij ook dat de journalisten zich niet als journalist hebben bekend gemaakt. De journalisten van de Volkskrant zijn ten onrechte door betrokkene aangemeld als ‘relatiebezoek’.

Het getuigt niet van scherpte dat de namen van de twee bezoekers bij deze gedetineerde niet zijn nagetrokken. De directeur heeft naar aanleiding van dit bezoek besloten tot het opleggen van een extra maatregel, inhoudende dat alle bezoek van betrokkene wordt gescreend.’

Justitie wilde omwille van de privacy van betrokkene op veel andere vragen niet reageren.

'We hielden allebei onze adem in', zegt de vader van het jongetje. 'Ik dacht: oké, daar gaan we.'

'Van tevoren hoopte ik dat de brief niet heel erg zou zijn', zegt de moeder. 'Je weet niet hoe je reageert als zoiets heel erg binnenkomt. Of als hij details opschrijft die je niet wilt lezen. Maar we sloegen er niet steil van achterover.'

Hij: 'Ik vond hem bijna kinderlijk.'

Zij: 'Een heel gekke brief. Weinig empathisch. Maar het kan ook de taal zijn. Dat hij de woorden niet kon vinden. Ik werd niet meegevoerd door emoties.'

Hij: 'Door dat moment in de rechtbank dacht ik: dit is gewoon niet echt. Het spijt me - wat koop ik daarvoor? Je kunt duizend keer het spijt me zeggen, maar dat verandert helemaal niets. Hij blijft de ergste figuur die ik ooit ben tegengekomen. Het is natuurlijk onmogelijk een goede brief te schrijven, maar dit voelde niet als een poging daartoe. Als hij echt spijt zou hebben, zou hij een brief schrijven die doordrenkt is van zijn eigen pijn. Ik denk dat hij dit als een grote pr-campagne ziet. Je merkt ook dat hij er aan heeft lopen schaven.'

Zij: 'Het is alsof het onderdeel is van een therapie. Alsof een geestelijke hem heeft geadviseerd dit te doen. Ik was opgelucht dat het me niet raakte. Want dit is mijn zwakke plek. Dit is waar mensen mij helemaal kapot mee kunnen maken. Maar ik twijfel wel. Als het wel een goede brief was geweest, had het me dan wel geraakt? Of had ik dan misschien nog steeds gedacht: stik er maar in?'

'Zou hij denken dat dit een groots gebaar is van hem?', vraagt ze. 'Eerlijk gezegd denk ik dat dit allemaal voor hemzelf is. Zonder dat hij het beseft. Maar hij moet ergens doorheen. Hij moet de mensen onder ogen komen die hij zo veel pijn heeft gedaan.'

Hij: 'Ik kan ook niet geloven dat hij er zo tegen heeft gevochten. Als je kijkt naar de aantallen kinderen, dan geloof ik dat gewoon niet.'

Zij: 'Wat het ook is met deze brief: ik wil geen medelijden met hem hebben. Ik wil gewoon boos op hem zijn. Nee, niet eens boos. Ik wil hem gewoon negeren. Ik wil niet dat hij mij nog energie kost. Ik wil zelf kunnen beschikken over mijn geluk. Ik bepaal hoe ik mijn leven leid. Ik gun hem gewoon die macht niet over mij. Dat is ook een reden waarom we het lezen van de brief zo lang hebben uitgesteld.'

We laten de brief lezen aan psychiater Hjalmar van Marle,

emeritus hoogleraar forensische psychiatrie, voormalig geneesheer-directeur van het Pieter Baan Centrum en van de Van Mesdagkliniek. Hij is gespecialiseerd in de behandeling van pedoseksuelen.

'Dit', zegt Van Marle, 'kan een schaakstuk zijn in het grote spel om later vrij te komen. Ik ben geneigd het zo te zien. De vraag is natuurlijk: waarom schrijft hij dit? En waarom nu?'

Hij wijst erop dat de tbs-behandeling van Robert M. in 2023 begint. 'Als hij zou wachten met een brief tot zijn tbs, dan wordt er natuurlijk gezegd dat hij zijn behandeling probeert te beïnvloeden. Terwijl hij nu kan zeggen: kijk, in 2017 was ik er al mee bezig. Dus in die zin is zijn timing 'goed'. Heel berekenend.'

Ook met de inhoud van de brief heeft Van Marle moeite.

'Ik wantrouw hem. Ik lees vooral: het spijt me, het spijt me, het spijt me. Hij laat te weinig van zichzelf zien, het is niet doorleefd. Je verwacht toch dat iemand zelf ook heel erg lijdt. Dus wat is het nou? Schuld? Schaamte van de narcist dat hij zich heeft laten pakken? Of zit er wel emotie achter? Als je je écht schuldig voelt, dan word je toch gek van ellende?'

De psycholoog en psychiater die Robert M. in opdracht van de rechtbank onderzochten, duidden hem als iemand met een opgeblazen zelfgevoel, die anderen manipuleert en instrumenteel gebruikt. Hij is bovengemiddeld intelligent en heeft een beperkte gewetensontwikkeling en nauwelijks empathie met zijn slachtoffers en hun familie. Hij vertoont hooghartig gedrag, conformeert zich niet aan de geldende normen en kent geen spijtgevoelens. Zijn emoties uit hij oppervlakkig. Ook is hij hyperseksueel. Hun conclusie: een persoonlijkheidsstoornis met narcistische, antisociale, theatrale en borderline-trekken.

Robert M. ging bij zijn misdaden uiterst berekenend te werk: hij bereidde zich minutieus voor, deed alles om het misbruik verborgen te houden, bouwde een vertrouwensband op met ouders, zocht van tevoren uit of locaties 'geschikt' waren. Ook maakte en verspreidde hij grote hoeveelheden kinderporno.

M. verontschuldigt zich voor zijn pedofilie in de brief, zegt Van Marle. 'Maar niet voor wat hij heeft gedaan. Hij doet alsof er geen weerstand aan te bieden viel. Dat is te simpel.

'Kijk, dat hij seksueel opgewonden wordt van kinderen, daar kan hij niets aan doen. Pedofilie is een stoornis. Maar als je dat in daden omzet, wordt het een ander verhaal. Bij een zwakbegaafde kun je zeggen: hij weet niet beter. Daarvan is hier geen sprake. En dan is het dus opzet. Toen hij aan het aanpappen was met die ouders, wist hij precies wat hij deed. Er is geen stoornis bij pedofilie die maakt dat je ook aan die kinderen moet zitten.

'Wij behandelen heel veel pedofielen die niet tot handelen overgaan', zegt Van Marle. 'Je kunt een dokter zoeken, naar de politie stappen - je kunt ook níét bij een kinderdagverblijf gaan werken. Ik vind dat hij daar te gemakkelijk overheen stapt. Ik begrijp na het lezen van de brief niet beter hoe hij tot zijn delicten kwam. Hij laat veel liggen dat meer schuld en excuses vereist. Zo laat hij buiten beschouwing dat hij prestige heeft verworven in een internationaal netwerk met zijn foto's en filmpjes.

Voor sommige slachtoffers kan de brief een klap in hun gezicht zijn, zegt Van Marle. 'Wat denkt die vent wel niet, dat ik hem na zo'n brief zal vergeven? Als dokter met kennis van slachtoffers zeg ik: hiermee bewijst hij zichzelf geen dienst.'

Hjalmar van Marle, emeritus hoogleraar forensische psychologie.Beeld anp

We leggen contact met M.'s voormalig advocaten, Wim Anker en Tjalling van der Goot.

Samen verdedigden ze M. tot aan het hoger beroep - een proces waarin ze beiden werden bedreigd.

Van der Goot waarschuwt om voorzichtig te zijn met conclusies. 'Dat de rechtbank zei dat zijn spijt niet doorleefd was, vond ik niet terecht', zegt hij. 'En nog steeds niet.'

'Kijk', zegt Van der Goot, 'als ik een modelverdachte had gehad, dan had hij tranen met tuiten gehuild, was hij tegen de muren opgesprongen, had hij voortdurend gezegd dat het hem zo speet. Maar sommige mensen zitten niet zo in elkaar. Een karakter verander je niet. Als iemand niet geëmotioneerd is, kun je niet zomaar concluderen dat zijn spijt niet oprecht is. Dat zou gevaarlijk zijn.'

'Je hebt het hier over een verdachte die onder immense druk stond, alleen maar negativiteit over zich heen kreeg. In zijn proces zijn allerlei fundamentele regels geschonden: de politiek bemoeide zich ermee, de rechter verleende in strijd met de wet spreekrecht aan 82 ouderparen, en de dingen die hij in politieverhoren zei, stonden de volgende dag in de krant. De stemming was: alles moet wijken ten gunste van de ouders. De rechtszaal zat elke dag bomvol geëmotioneerde mensen. Je bent als verdachte dan heel kwetsbaar. Dat wordt weleens onderschat.'

In de rechtszaal reageerde M. vaak onverschillig, geïrriteerd of hooghartig, zegt Wim Anker. 'Als je de psychiatrische rapporten van zijn vroegste jeugd uit Letland goed leest, dan heb je wel een idee waar het vandaan komt. Laten we het zo zeggen: deze man stond bij zijn geboorte niet met 3-0 voor.'

We vragen of ze denken dat M. aangedaan was door de gevolgen voor hemzelf, of door wat hij anderen had aangedaan.

'Beide', zegt Van der Goot. 'Het is heel menselijk om te kijken naar wat er met jezelf gebeurt. Maar ik weet ook dat hij het heel vaak heeft gehad over de gevolgen voor de slachtoffers. Hij heeft meerdere malen spijt betuigd, ook al beweerde de rechter dat het maar één keer was. Zijn worsteling vond ik oprecht.'

Ook Anker is daarvan overtuigd. 'Wij hebben hem tweeënhalf jaar lang één of twee keer per week bezocht. Als iemand kan oordelen over de persoon Robert M., dan zijn wij het.' Hij zegt dat ze M. tijdens de bezoeken nooit vroegen of hij spijt had. 'Maar hij kwam er vaak zelf mee. Het was alleen niet een man die dat uitte op een manier waarbij rechters dachten: dit komt uit het hart.'

Spijt betuigen in een zedenzaak is lastig, zegt Van der Goot, want het is nooit goed. 'Als je het wel doet, zegt iedereen dat het niet doorleefd is. En als je het niet doet, wordt het je ook kwalijk genomen. Als de rechter destijds had geoordeeld dat zijn spijt echt was, dan had hij heel Nederland over zich heen gekregen. Rechters zijn professioneel, maar het zijn ook maar mensen. Laat ik het zo zeggen: het past in het klimaat van toen.'

Achteraf kun je zeggen dat hij zijn spijt op een andere manier had moeten laten zien, zegt Van der Goot. 'Intenser. Vaker.'

Wim Anker, voormalig advocaat van Robert M.Beeld anp
Tjalling van der Goot, voormalig advocaat van Robert M.Beeld Hollandse Hoogte

Robert M. heeft deze brief voor zichzelf geschreven, analyseert Jules Mulder.

'Voor zijn eigen verwerking. Want hiermee zegt hij tegen zichzelf: ik ben eigenlijk geen slecht mens, maar ik heb wel slechte dingen gedaan en daar heb ik veel spijt van.'

Mulder was tot 2011 directeur van de forensische polikliniek De Waag en behandelde honderden pedoseksuelen. Daarna zette hij Stop it now! op, een organisatie die mensen met seksuele gevoelens voor kinderen helpt om misbruik te voorkomen.

'Er zullen best ouders zijn die dit willen lezen, maar door dit zo op te dringen, is Robert M. eigenlijk weer agressief. Hiermee zegt hij: jullie moeten mijn verhaal horen, of je nou wilt of niet. En dat zal bij een deel helemaal niet goed vallen. Het was beter geweest als het initiatief tot contact bij de ouders had gelegen. Nu hij het zo door hun strot duwt, is dat grensoverschrijdend naar ouders en slachtoffers.'

Een ouderpaar dat ons een schriftelijke reactie stuurt, bevestigt dat. 'Weer komt hij onze levens binnen en gooit hij de balans in ons gezin overhoop. Laat ons met rust.'

Mulder heeft veel brieven van zedendelinquenten gelezen. Spijt betuigen lukt hun vaak nog wel, zegt hij. 'Maar uitleggen waarom je iets hebt gedaan, is veel moeilijker. Want dan kom je op een punt waarop je moet zeggen: ja, ik heb alleen maar aan mezelf gedacht. Ik heb mezelf wijsgemaakt dat ik je geen kwaad wilde doen, maar ik heb het wel gedaan. In de brief zitten best veel van die elementen. Maar het was eerlijker geweest als Robert M. had geschreven wat voor een kick dit hem gaf, hoe hij iedereen te slim af was. Ik vind hem te netjes. Te vlak.'

'Het schrijven van een brief is vaak onderdeel van de behandeling, met het idee: probeer nou eens verantwoordelijkheid te nemen, je in te leven hoe het voor de ander was.'

Maar zo'n brief, zegt Mulder, wordt zelden verstuurd.

Jules Mulder, psychiater, behandelde honderden pedoseksuelen.Beeld Hollandse Hoogte

Het is voorjaar 2017 als de ouders nadenken over de vraag hoe ze hun zoontje zullen vertellen wat er is gebeurd.

Ze spreken met een psycholoog die hier ervaring mee heeft. 'Ik ben vooral bang dat ik ga huilen', zegt de moeder.

Toch zijn ze vastberaden. Ze weten al dat ze het vlak voor de grote vakantie zullen doen. 'We willen voorkomen dat hij de volgende dag op school tegen zijn vriendjes zegt: weet je wat ik nou heb gehoord?', zegt de moeder. 'Het is natuurlijk heel dubbel om het zo te doen. Want we zeggen tegen hem dat hij zich er niet voor hoeft te schamen. En tegelijkertijd zeggen we hem dat hij het aan niemand mag vertellen. Maar als het uitkomt, dan dealen we daar ook wel weer mee.'

Op advies van de psycholoog houden ze het gesprek op een leeftijd waarop hij nog niet met seks bezig is. 'Ik vermoed dat hij zijn oren dichthoudt of wegloopt', zegt zijn vader, 'zodra we hem iets vertellen.'

'Ik vind het wel moeilijk welke woorden we moeten gebruiken', zegt ze. 'Moet je zeggen dat er een meneer was die hem heel erg pijn wilde doen? Een meneer die aan zijn billen zat? Je kunt het heel zwaar maken, of heel licht. Ergens moet er een gulden middenweg zijn. Ik ben blij dat we daar advies over krijgen. Ik kan het woord voor wat er is gebeurd ook niet over mijn lippen krijgen.'

Waarschijnlijk zal hij het nu gewoon een interessant verhaal vinden, zegt ze. 'Ik denk dat hij zal zeggen: ooh, zit die meneer in de gevangenis.'

Ze hebben niet getwijfeld óf ze het hem moeten vertellen. 'Nee', zegt ze. 'Ik vind dat hij daar recht op heeft.' Hij: 'Ik zou het heel erg vinden als hij er op een andere manier achter zou komen.'

Ze benadrukken dat iedere ouder hierin zijn eigen keuzes moet maken. Zij: 'Het is niet goed of fout om het anders te doen. Wel zou ik best graag eens willen weten hoe het met die andere ouders is. Ik vind het goed dat er aandacht besteed wordt aan deze zaak. Dat wil ik liever dan je kop in het zand steken en nooit meer ergens over praten.'

Ze praten over de straf die Robert M. kreeg: 18 jaar en 11 maanden. Plus tbs. 'Ik hoop dat hij nooit meer vrijkomt', zegt zijn vader.

Maar zij denkt daar anders over. 'Weet je', zegt ze, 'de hoogte van zijn straf was mij om het even. Ik wil alleen dat hij nooit meer in contact mag komen met kinderen. Maar ik vond bijvoorbeeld dat hij best gecompenseerd had mogen worden voor het feit dat hij zo had meegewerkt. Doordat hij er eerlijk over is geweest, hebben wij nu wel zekerheid over wat er is gebeurd met ons kind.'

'Ik vind mezelf niet eens meer zo'n slachtoffer', zegt ze. 'Het is heel erg, maar ik denk niet dat ik ongelukkiger ben hierdoor. Natuurlijk zou ik er alles voor geven om ervoor te zorgen dat dit nooit was gebeurd. Het is mijn allergrootste trauma. Maar in bepaalde opzichten ben ik misschien wel gelukkiger. Omdat ik weet dat wij dit aankunnen.'

Hij: 'Dat komt ook doordat het heel goed gaat met ons kind. Op school krijgen we telkens te horen dat het zo'n sociaal kind is. Hij heeft veel vriendjes, doet het goed. Daardoor kunnen we het soms wekenlang vergeten.'

Toch is het nooit weg, zeggen ze. Niet lang geleden vroeg hun zoontje of hij filmpjes mocht maken met de nieuwe spiegelreflexcamera.

Zij: 'Hij riep: mama, moet je dit zien, hahaha. Op het filmpje zag ik hoe zijn jongere broertje zijn broek naar beneden trok. Hij stond daar in zijn blootje met allemaal andere kinderen om zich heen te lachen. We sprongen echt op. Ik schreeuwde: dit willen we ABSOLUUT niet.'

'Wij dachten: filmmateriaal en blote kinderen - hoho, dat kan echt niet. Vroeger hadden we hier zeker anders op gereageerd, maar nu schoten we helemaal in een kramp. Hij schrok ontzettend van mijn reactie.'

Uit onderzoeken blijkt dat ongeveer 1 procent van alle mannelijke volwassenen seksuele gevoelens heeft voor kinderen.

Ongeveer een kwart zou tot handelen overgaan. 'In Nederland zijn dat alleen al 15 duizend mensen', zegt psycholoog Mulder. 'Iemand vroeg me ooit of ik het goed zou vinden als er een pedofiel bij me in de straat zou wonen', zegt psycholoog Jules Mulder. 'Ik zei: die woont er al.'

'We kunnen pedofielen wel zien als beesten, als afschuwelijke monsters', zegt hij, 'maar ze zijn gewoon onder ons. Je kunt ze niet aanwijzen. Dus je moet niet denken dat je ze allemaal kunt opsluiten. Het zijn mensen met wie je gezellig een praatje kunt maken maar die op een ander moment hun boekje te buiten gaan.'

Niemand begrijpt echt hoe pedofilie ontstaat, zegt Mulder. 'De heersende gedachte is nu dat er een aangeboren gevoeligheid meespeelt. Ook weten we dat mensen die zelf zijn misbruikt, meer kans maken om dat gedrag te vertonen. Maar dat geldt zeker niet voor iedereen. Bedenk ook dat verreweg de meeste pedofielen niet tot handelen overgaan. Daar is meer voor nodig, zoals een gebrekkig geweten, gebrekkige impulsbeheersing, of eenzaamheid.'

Pedoseksuelen ontwikkelen allerlei gedachtenkronkels om hun daden voor zichzelf te rechtvaardigen, zegt Mulder. 'Er is onderzoek gedaan waarin pedoseksuele delinquenten een verhaal te horen kregen over een man die een kind misbruikte. Ze reageerden vol afschuw. Maar zodra het over hun eigen slachtoffers ging, zagen ze het heel anders.'

Hun gedrag heeft iets verslavends, zegt hij. 'De macht, de seksuele kick - dat is enorm versterkend. Je wordt toch niet gepakt. Daardoor krijg je ook nog het gevoel: ik ben slimmer dan iedereen. Het is heel moeilijk te stoppen als je eenmaal in zo'n cyclus zit.'

Behandeling is mogelijk, zegt Mulder. Bij de 'lichtere' gevallen gaat dit over het beheersen van impulsen: het zo inrichten van het leven dat het nooit meer gebeurt. Ook worden veroordeelde pedoseksuelen steeds vaker begeleid door 'cirkels' van vrijwilligers die een sociaal netwerk rondom hen vormen. De recidive blijkt hierdoor te dalen.'

Maar de voorkeur voor kinderen zelf blijft', zegt Mulder. 'Altijd. Daar moet je mee leren leven.'

Bij de zogeheten kernpedofielen moet de behandeling anders, zegt psychiater Van Marle. 'De echte pedofielen, die krijg je nooit uit de pedofilie.' Kernpedofielen - mannen met weinig of geen seksuele interesse in volwassenen en een duidelijke voorkeur voor kinderen - zijn eigenlijk alleen goed te behandelen met libidoremmers, zegt hij. 'Ik geef altijd injecties, zodat ik zeker weet dat het erin zit. En als ik pillen geef, dan meet ik het testosterongehalte om me ervan te verzekeren dat ze het wel nemen. Ik ben niet zo goedgelovig.'

Maar ook hij heeft patiënten die na behandeling in de tbs opnieuw de fout ingingen. 'Er zijn altijd mensen die de schijn zo op weten te houden dat iedereen erin trapt. Ook ik, ja. Sommige mensen hebben gewoon geduld. Dat heet grooming. Ze hebben de tijd. En ze pakken iedereen in.'

Over het algemeen ziet hij weinig berouw bij de mensen die over de schreef gaan, zegt de Rotterdamse psychiater. 'De wereld van pedoseksuelen is totaal anders dan die van ons. Het draait om kinderen. Van daaruit ontwikkelen ze vaak een soort 'concentratiekampsyndroom'. Ze houden hoop dat ze ooit worden 'bevrijd': dat ze hun seksualiteit mogen bevredigen met kinderen. Zij houden de kaarten tegen de borst. Omdat ze altijd het idee houden: eens komt de dag.'

De enorme agressie die pedofielen voelen vanuit de maatschappij is een risico, waarschuwt Mulder. Want: hoe eenzamer, hoe groter de kans dat ze dit gevoel wegdrukken door seks met kinderen. 'Mannen die dit bij zichzelf ontdekken, stoppen het zo ver mogelijk weg. Maar ondertussen blijven ze het voelen en gaan ze op internet op zoek naar andere pedofielen. Daar kan een onderlinge sfeer ontstaan van: wij zijn niet gek, de wereld is gek. En wordt de kans steeds groter dat ze de fout in gaan.'

Juist om kinderen te beschermen, zegt hij, moeten we pedofilie bespreekbaar maken. 'Hoe pijnlijk dat ook is.'

Reactie van een ander ouderpaar 

‘Onze twee kinderen zijn door Robert M. misbruikt. Daardoor heeft hij het leven van onze kinderen en van ons voorgoed beïnvloed. Wat onze kinderen is aangedaan, kan nooit ongedaan gemaakt worden. Wat ons betreft loopt met dit artikel het welzijn van slachtoffers en ouders, van ons, opnieuw schade op. Toen wij hoorden dat er een artikel over Robert M. in de krant komt, hebben we dat aan onze kinderen verteld. Zij weten wat Robert M. hun heeft aangedaan. Onze zoon vroeg meteen of wij ervoor konden zorgen dat er geen artikel in de krant komt. Nee, dat kunnen wij niet. Weer kunnen wij onze kinderen niet tegen Robert M. beschermen.

Maakt een spijtbetuiging het minder zwaar? Nee, de ‘spijtbrief’ die is geschreven door Robert M. maakt het erger, heeft een tegengesteld effect. Weer komt hij onze levens binnen en gooit hij de balans in ons gezin overhoop. Net als we alles weer op de rit hebben. De woorden zijn woorden, zonder gevoel, niet uit het hart en nog steeds geen blijk van oprechte spijt. Hij blijft zijn daden buiten zichzelf plaatsen. Laat ons met rust, ook zonder triggers als de spijtbrief, voelen we de impact van zijn daden bijna dagelijks.

Hoe is het mogelijk dat Robert M. vanuit de gevangenis een brief heeft kunnen sturen naar de media? Het maakt ons boos om te lezen dat M. bewust misbruik maakt van het ongecontroleerd versturen van post bedoeld voor advocaten, maar gericht aan de media. Wij beschouwen de brief als een poging om de tbs-behandeling te beïnvloeden. Deze spijtbetuiging is kwetsend en niet geloofwaardig.'

'De hele taboesfeer hier omheen vind ik voor ons als ouders een van de moeilijkste dingen.'

'Wij zijn vrienden kwijtgeraakt omdat mensen het zo ontzettend lastig vonden om het met ons te bespreken', zegt de moeder. 'Maar ik hoef niet met fluwelen handschoenen aangepakt te worden. Wij zijn meer dan alleen maar slachtoffers.'

Er zijn veel lastige en prangende vragen rondom pedoseksualiteit, en die blijven nu vaak onbeantwoord omdat er nauwelijks over wordt gepraat. Wat moet de maatschappij aan met pedoseksuelen die op jonge leeftijd weten dat ze gevoelens hebben voor kinderen? Moet de hulp aan hen niet laagdrempeliger? Moeten libidoremmers niet gemakkelijker beschikbaar worden gemaakt?

Het is de reden waarom de twee ouders hun verhaal doen. 'Ik vind het van groot maatschappelijk belang dat er meer openheid ontstaat rondom seksueel misbruik', zegt de moeder van het jongetje.

Ik denk dat het gezond is voor iedereen om onder ogen te zien dat deze dingen gebeuren. Er zijn monsters als Robert M. en er zijn slachtoffers. En als in de maatschappij het idee blijft bestaan dat dit iets is waar je niet over mag praten, dan zal het voor ons kind, maar ook voor andere kinderen en ouders, iets zijn om je voor te schamen.'

Zelf heeft ze dat ook, vertelt ze. 'We hebben in de afgelopen jaren een hoop nieuwe vrienden gemaakt. Mensen die hun diepste geheimen met je delen, maar waar ik dit dan niet mee deel. Omdat ik bang ben dat dat schadelijk is voor mijn kind.'

'Het kan voor andere ouders misschien pijnlijk zijn om hier nog een keer mee geconfronteerd te worden', zegt de moeder van het jongetje. 'Maar als je dit verhaal niet zou publiceren, dan is het net alsof we willen doen dat het nooit is gebeurd. En dat is helaas niet zo.

Het is eind oktober als we de ouders opnieuw spreken.

De grote vakantie is voorbij, ze hebben het hun zoontje verteld en dat is goed verlopen. Een opluchting.

'We zaten klaar voor een moeilijk gesprek, maar hij hoorde het bijna schouderophalend aan', zegt de vader.

Zij: ''s Avonds in bed bleek hij er wel over te hebben nagedacht. Hij zei: mama, sommige mensen zijn verliefd op een man, sommige op een vrouw, en sommige op een kind - maar dan had hij toch één kind kunnen kiezen? Hij zei ook dat hij wel snapte waarom hij kleine kinderen had gekozen: die konden het nog niet vertellen. Intuïtief voelde hij aan hoe dit in elkaar zat.'

Hij heeft het er de hele vakantie niet meer over gehad, zeggen ze. Ze zijn niet bang dat het onderwerp weer ter sprake komt. 'Wat ik fijn vind', zegt zijn moeder, 'is dat alles nu gereed is voor een zachte landing. Mocht hij vallen, dan zijn we er klaar voor.'

De brief speelt geen grote rol in hun leven. Op een ontmoeting met M., zoals die dat in zijn brief aanbiedt, zitten ze ook niet te wachten. 'Ik sta niet voor mezelf in', zegt de moeder. 'Als je mij met een pistool tegenover hem zou zetten, dan ik weet zeker dat ik niet zou schieten. Maar vaak als ik aan hem denk, dan spat hij, pfwoesh, zo in heel veel stukjes uiteen. Ik wil het liefst dat hij ergens in een hoek ligt te creperen en elke nacht wakker wordt van ellende. Hij haalt het slechtste in me naar boven. Best erg. In elk geval zou het voor mij een geruststelling zijn als hij echt ziek is. Dat is waarmee ik mezelf zoet houd. Dat hij ook echt gestoord is.'

Hij: 'Ik sta niet elke dag op met kloppende aders in mijn nek. Maar woede is nog steeds mijn primaire emotie.'

De volgende dag sturen ze ons een mail. 'Soms weet je de volgende ochtend eigenlijk pas wat je de avond daarvoor de hele tijd probeerde te zeggen', schrijft de moeder van het jongetje. 'Mijn grootste wraak op Robert is dat we gelukkig zijn. Dat is me duizend keer meer waard dan de hoogte van een celstraf. Dat is mijn dikke middelvinger. Hij heeft ons niet kapot kunnen krijgen.'

Reactie Richard Korver, advocaat ouders

Over het toezicht bij justitie: ‘Over het misbruik maken van advocatenpost en het onvoldoende scherp zijn van allerlei controlemechanismes kan ik kort zijn. Juist bij een gedetineerde als Robert M. mag de maatschappij een maximale vorm van controle verwachten. Daar is ernstig in tekortgeschoten.’

Over de brief van Robert M. aan zijn cliënten: ‘Veel van mijn cliënten vinden het, voorzichtig uitgedrukt, uitermate storend dat Robert M. hen, nu zelfs via de media, blijft benaderen. Dat allemaal onder de noemer ‘ik wil hulp bieden’. Als er een ouder is die daar behoefte aan heeft, weet die hem wel te vinden.

Over een waarschuwingssysteem voor slachtoffers van kinderporno: ‘Dat er nog steeds geen goed werkend systeem is om slachtoffers te informeren als er ergens materiaal van hen opduikt, is eigenlijk schandalig.‘

Het zou een mooie taak zijn voor het meldpunt kinderporno om slachtoffers die dat willen, al dan niet via hun advocaat of slachtofferhulp, te informeren. Zo staat ook de deur open om schadevergoeding te eisen indien er een bezitter is gepakt en om aan damage control te doen.‘

Een cliënt zei het treffend: ‘Als je ziet hoeveel geld gaat zitten in de behandeling van dit soort daders is het verbazingwekkend te moeten lezen dat men niet het geld over heeft voor het informeren van slachtoffers.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden