Maandag: Rechtsstaat

‘Het privacybelang van moordenaar Koos H. is door de rechter ten onrechte geplaatst boven het belang van zijn huiveringwekkende onthullingen’, stelt media-advocaat Jens van den Brink (Opinie & Debat, 23 april). Hij maakt dezelfde levensgevaarlijke denkfout als Peter R. de Vries.

Zijn argumentatie om ‘de man in de straat’ het recht te geven naar illegaal gemaakte opnames van een kindermoordenaar te kijken, is gelegen in de walgelijkheid van de dader en zijn weerzinwekkende daden. Publiek belang, noemt hij dat. Het recht op privacy zou dus niet moeten gelden voor smeerlappen als Koos H. Het gaat hier echter helemaal niet om het enkele recht op privacy, maar om de beginselen van de rechtsstaat.

Het is compleet onbegrijpelijk dat een advocaat zo losjes omgaat met het belangrijkste principe van de bejegening van alle burgers van Nederland: rechtsgelijkheid voor iedereen, ongeacht wie of wat hij is. Als je maar tien zandkorrels weghaalt van dit fundament, gaat het gevaarlijk en onherstelbaar schuiven.
Iedereen, ook Koos H., ook Peter R., ook Van den Brink, moet er in Nederland blind op kunnen vertrouwen dat hij een beroep kan doen op de wet. Als dit uitgangspunt wordt verlaten, kunnen we net zo goed de sharia invoeren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden