MAAKBAARHEID EN ONTVANKELIJKHEID

HET lot van de gevestigde politieke partijen lijkt op het lot van twee grote dichteressen: jonge kiezers (of lezers) zijn niet erg gevoelig meer voor hun oude woorden of zinnen die hen niet meer aanspreken....

Andere gedichten konden minder bekoren. Ligt dit aan Vasalis' woordkunst of is het hedendaagse poëtische klimaat, met woordkeus en dictie, te ver verwijderd geraakt van vroegere voorkeuren? Het kan ook aan de lezer (of kiezer) liggen. Omdat poëzie altijd een band schept tussen dichter en lezer(es), herschept de lezer het gedicht. Die doet dat op zijn eigen manier en met haar eigen, eigentijdse associaties. De oude kustlijn wekt kennelijk weinig emoties op bij nieuwe generaties.

Ik vraag me af of dit ook geldt voor die andere, oudere, dichteres Ida Gerhardt. Is haar taal nog springlevend en veelzeggend? Een zekere verwantschap tussen Vasalis en I. Gerhardt is er altijd geweest. Gerhardt schreef enkele gedichten voor en over Vasalis. In een recent boekje In gesprek met Ida Gerhardt van Maria de Groot (2002) wordt deze band nog eens bevestigd. Maar belangrijker is dat beide dichteressen de pen niet konden neerleggen. Misschien alleen aan het einde, toen de opdracht voltooid was. Gerhardts gedicht 'Veerman, mag ik over varen', waarin Charon, de voerman naar de Onderwereld, letterlijk wordt aangesproken, is thematisch verwant met het allerlaatste gedicht van Vasalis.

Maar met die opdracht, daar is iets mee. Naast haar indrukwekkende dichterlijke oeuvre heeft Ida Gerhardt het op zich genomen om, samen met haar levensgezellin M.H. van der Zeyde, de honderdvijftig psalmen te vertalen. Een enorm moeilijke klus. Daarop terugkijkend schreef Van der Zeyde: 'Het initiatief was altijd bij Ida en zij ook bepaalde de gang van het werk - want bij een taak van deze omvang, een echt reuzenkarwei, zijn een vaste hand en een vaste wil onmisbaar. Maar tegelijk ligt hier de grootste moeilijkheid; zodra je het namelijk gaat zien als een ''reuzenkarwei'', als iets dat af moet, is eigenlijk alles verloren. Zo'n vertaling wordt uiteindelijk nooit gemaakt, maar altijd weer ontvangen'.

Ik vind dit een trefzeker citaat: maken versus ontvangen, maakbaarheid, die onrustbarende wil om dingen klaar te maken tegenover de openstelling van de inspiratie, de geest die leven maakt. Je kan je afvragen wie of wat in dat citaat bedoeld werd. Van wie werd ontvangen? Wordt hier een God bedoeld, die van verre meeleest en meeleeft? Of de Muze, een kracht van buiten, die toch van binnen uit komt en zich niet laat dwingen?

In een eerder gedicht 'Onverbroken' komt deze geheimzinnige band reeds ter sprake: 'Er is een weten van elkaar/dat tijd en afstand overwint./ Soms grijpt ge even in; ik merk/ het aan een stremming in mijn werk/ een wenk: ik leg de schrijfstift neer/ die lichte wijziging komt van U/ het vers handhaaft zich continu' (Verz. Gedichten II, p. 615).

Het vers handhaaft zich tegen alle verdrukking en moeite in, als je wilt luisteren naar een wenk. Tegelijk wordt de band tussen dichter en lezer bevestigd, want het vers handhaaft zich ook in de ogen van de lezer. Het wordt herschapen, als nieuw geboren.

Zoiets mist de politiek: een kracht van buitenaf, die motiveert en richting geeft. De staat als kunstwerk. De politiek wordt tegenwoordig volledig bepaald door eigen macht en eigenmachtige politici. Niet meer geïnspireerd door een Muze. Het zijn politici die vooral willen maken, scoren, niet ontvangen, niet meer luisteren. De politiek verdringt de poëzie (en niet alleen in deze boekenweek).

De makke van Paars was de onuitgesproken en niet bewust herkende wil tot maakbaarheid van het 'alles moet zoals wij vinden dat het moet' (privatisering, commercialisering, individualisering, de maakbaarheid van het levenseinde). Maar het laat zich niet dwingen. Overheidsmaatregelen werken alleen als ze aansluiten bij de sociale praktijken, die ze geacht worden te regelen. Omdat de paarse maatregelen dat in het onderwijs en in de gezondheidszorg niet deden, werd de band met de kiezer (de lezer) verbroken. Voeg daarbij de bestuurlijke arrogantie van Peper, de 'hufterigheid' van Netelenbos en de aardschok in Rotterdam wordt inzichtelijker.

Maken versus ontvangen. Politiek versus poëzie. Dwingen versus ontvankelijk luisteren. Misschien dat een nieuwe generatie politici, de generatie van Bos en Benschop, de poëzie in de politiek kan terugbrengen. Maar dat is, in de woorden van die oude dichters Ida Gerhardt, een 'reuzenkarwei'.

Ik wil ze wel een handje helpen. Ik weet nu eindelijk wat ik moet stemmen op 15 mei: op een van de gevestigde partijen. Om er nieuw leven in te blazen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden