Column

Maak van Nederland een bloemenland

Beeld ANP

In Frankrijk zijn ze niet te missen: les villes et villages fleuris, bloemensteden en bloemendorpen. Bij het binnenrijden van een gemeente staat er vaak een bordje met een, twee, drie en een enkele keer vier blommekes erop, een aanduiding van de kwaliteit van het bloemenleven in de betreffende gemeenschap. Charmante toestanden.

Er is ook een harde economische reden om ons eens in de bloemetjes te verdiepen. Bloemen verschaffen werk aan laaggeschoolden en mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.

Eerst de Franse kant van het verhaal. Het etiket is daar een serieuze zaak, en wel sinds 1920. Het aankleden van treinstations en hotels met hanggeraniums en andere bloemen werd ingezet om het de nationale en internationale reiziger nog beter naar de zin te maken. Afgelopen jaar probeerden ruim tienduizend gemeenten een 'bloem' in de wacht te slepen, maar ruim de helft kreeg nul op het rekest: niet goed genoeg. Van de 4,5 duizend gelukkige gemeenten, kregen er slechts 227 de felbegeerde 4 sterren.

Bloemen zijn arbeidsintensief. Ze moeten geplant, water krijgen, er moeten dode bloemetjes geknipt, onkruid dient verwijderd te worden, meststoffen tijdig toegediend. En ze moeten worden vervangen, waarna het hele circus opnieuw begint.

Dit is precies de reden waarom bloemen nagenoeg verdwenen zijn uit de openbare ruimte in Nederland. Gemeenten, die opdraaien voor de kosten, hebben de afgelopen pakweg twintig jaar sterk gestuurd op dalende onderhoudskosten per vierkante meter. De gemeente Utrecht noteert bijvoorbeeld op zijn website: 'Het onderhoud van een rozenperk kost meer dan het onderhouden van een even groot plantvak met heesters. En op haar beurt kost het onderhouden van een heestervak weer meer dan het onderhoud dan een grasveld van dezelfde omvang.'

Gras erin en maaien maar, dat is het parool. En niet alleen in Utrecht.

Er zijn esthetische redenen om te vinden dat terugkeer van het rozenperk een goed idee zou zijn. En redenen die te maken hebben met het welbevinden van burger en bezoeker - volgens de Fransen gaat het bij les villes et villages fleuris om niet meer of minder dan de kwaliteit van leven. Maar ik zie dus ook een goede economische reden voor intensivering van de bloemenhouderij: de hiervoor benodigde arbeid.

Groenvoorzieningen en hovenierswerk zijn bij uitstek een werkveld voor mensen zonder of met een lage opleiding, en trouwens ook voor mensen met een arbeidshandicap. Sociale werkplaatsen zijn er groot in, en menig hoveniersbedrijf is erin gespecialiseerd om (ook) met arbeidsgehandicapten te werken. Een impuls voor de bloemen is dus óók een impuls voor de vraag naar arbeid van deze groepen. En de onvrijwillige werkloosheid en inactiviteit in deze groep is uitzonderlijk hoog.

Is er dan niemand die zich hier in Nederland bekommert? Natuurlijk wel. De stichting Entente Florale, een samenwerking tussen allerlei partijen die zich bezighouden met 'groen', organiseert een 'groencompetitie' tussen gemeenten. Bergen op Zoom (Noord-Brabant) is de houder van de gouden medaille in de categorie steden; Beesel (Limburg) is het gouden dorp.

Maar een jaarlijkse wedstrijd is deze groencompetitie bepaald niet - gemeenten kunnen bij toerbeurt op uitnodiging deelnemen - en wat belangrijker is: er komen geen hanggeraniums bij kijken. Bij de beoordeling gaat het om (ook reuze belangrijke dingen als) 'visie en beleid op de visuele en ruimtelijke kwaliteit', en 'participatie inzake duurzaamheid en milieu'. Entente Florale, zo lijkt het, creëert vooral werk voor doctorandussen, notaschrijvers en landschapsarchitecten, niet voor watergevers, schoffelaars en snoeiers. De stichting is wel een mooi beginnetje natuurlijk.

Maar dat kost toch belastinggeld? Ja, dat kost belastinggeld. En mijn stelling is dus dat de baten ruimschoots opwegen tegen de kosten: werk voor groepen die dat goed kunnen gebruiken en een mooiere publieke ruimte.

Frank Kalshoven is directeur van De Argumentenfabriek.

Reageren?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden