'Maak u op, trek naar Beth-el, en woon aldaar'

'The clouds prepare for battle In the dark and brooding silence.' Voor de gelegenheid heb ik een oude cd van rockgroep Rush in de cd-speler van de auto geduwd. Het opzwepende Jacobs Ladder klinkt terwijl ik de poort van Beit-El binnenrijd. Lekkere muziek, zegt de wachtpost.


Beit-El is een van de vele omstreden Joodse nederzettingen op de door Israël bezette Westbank. Hier zou vierduizend jaar geleden de hemelladder hebben gestaan waarlangs engelen aartsvader Jacob bezochten. Bovenaan stond God zelve, die Jacob en zijn nageslacht het land Kanaän beloofde (Genesis 25-37). Jacob noemde de streek Bethel - 'Huis van God'.


Van die belofte van God heeft de wereldgemeenschap, en laten we vooral ook de Palestijnen niet vergeten, vier millennia later nog flink last. In 1977, tien jaar na de Zesdaagse Oorlog waarin Israël de Westelijke Jordaanoever bezette, vestigden gelovige Israëliërs zich in de streek. Zij noemden hun nederzetting Beit-El, geheel indachtig de bijbelse tekst: 'Daarna zeide God tot Jakob: Maak u op, trek op naar Beth-el, en woon aldaar.'


Ruim dertig jaar later is Beit-El uitgegroeid tot een kleine stad, met winkels, scholen en een cultureel centrum. Maar: illegaal volgens internationaal recht. Israël heeft er lak aan, in Jeruzalem noemen ze het land niet 'bezet', maar 'betwist'. Ondertussen wordt binnen de vele nederzettingen op de Westoever lustig voortgebouwd.


Over een stukje Beit-El, in de wijk Ulpana, is nu gesteggel. Daar zijn, zo zou onder meer blijken uit papieren van mensenrechtenorganisatie Yish Den, Joodse huizen op Palestijns privéland van het dorp Dura al-Qara gebouwd, en dat mag zelfs volgens de Israëlische wet niet. Maar de ontruiming van de vijf gebouwen waarin dertig gezinnen wonen is uitgesteld. Met zestig dagen.


Waarbij je kunt opmerken dat uitstel onder premier Netanyahu niet zelden afstel betekent. Onlangs werden drie andere illegale outposts gelegaliseerd. En enkele bewoners van nederzetting Migron werden met een slordige 10 miljoen euro gecompenseerd. En dat om een eindje te verkassen, nota bene naar andere grond op de Westoever.


Het lijkt tegenwoordig bijkans een utopie, maar mocht ooit vrede met de Palestijnen worden gesloten, dan zal een aantal van de grote nederzettingen, dichtbij de 'Groene Lijn' van 1967 gelegen, waarschijnlijk wel binnen Israël komen te liggen. Kwestie van landruil. Voor de kolonisten van Beit-El ziet het er dan echter niet best uit. Het ligt oostelijk van Ramallah, geheel omsloten door toekomstig Palestijns land, ver van een mogelijke grens.


Maar dan. Hoe krijg je al die kolonisten weg? En, vooral, wie gaat dat doen? Het Israëlische leger, waarin steeds meer kolonistenkinderen dienen? Saillant: de burgemeester van Beit El, Moshe Rosenbaum, is majoor in datzelfde leger. De burgervader is er van overtuigd, vertelt hij, dat hij hier in 'Groot-Israël' zal blijven. En de Palestijnen? 'Die mogen ook blijven.' Met dezelfde rechten als Israëlische staatsburgers? 'We geven moordenaars geen stemrecht.'


Jacobs Ladder staat nog op als ik uit Beit-El wegrijd: 'Thunder heads are rumbling, In a distant overture'. Eenmaal thuis lees ik er het bijbelse verhaal eens op na. Die Jacob, op wie de kolonisten zich beroepen, was eigenlijk een onbetrouwbaar sujet. Hij bedroog zijn tweelingbroer Esau, de eerstgeborene. Hij nam zijn ouwe en blinde vader Izaäk in de maling en knokte met een engel.


Maar, en dat is treurig nieuws voor de Palestijnen, die verduvelde Jacob kreeg wel zijn zin.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden