Column

Maak je maar geen zorgen over de binnenwereld

Zelfportret

Het was avond, laat genoeg, ik deed de computer en mijn oordopjes uit. In de kamer naast de mijne stond mijn vrouw telefonisch een verslaggever van het Dagblad van het Noorden te woord, die mij wilde portretteren. Ik hoorde 'verslaving', 'volwassen worden', ik hoorde 'moeilijk'.

Ik stond op, maar soepel ging het niet. De hamstrings hebben zich aan een zittend leven aangepast. Zoals mijn vader vroeger op Franse parkeerplaatsen naast de auto uitgebreide rek- en strekoefeningen deed, sta ik driemaal daags naast mijn bureau. De schaamte van de achterbank is nu de schaamte van het leven.

'Enthousiast?' zei ze. 'Nee, dat is niet een woord waar ik aan denk. Ja, rode wijn misschien. Fietsen vindt hij mooi. En watervogels. Futen, meerkoeten, zilverreigers. Behalve aalscholvers, daar kan hij niet tegen. Ik weet niet wat dat is, de ogen, geloof ik, hun blik. Je kunt hem echt van kleur zien verschieten als we er eentje tegenkomen.'

Ik stapte de gang op. 'Ja, hoe gaat dat?' zei ze. 'Ineens stormt hij naar boven. Dan heeft hij een idee en is hij bang dat hij dat op de trap alweer vergeet. Dan begint het tikken. Heel hard. Soms lacht hij er ook bij. Hoog. En dan ineens is het afgelopen en komt hij verlegen zijn kamer uit, schuldbewust bijna, alsof hij iets heeft gedaan wat niet mag.'

'Schop dan gewoon eens ergens tegenaan, zeg ik weleens. Een oud kastje of het droogrek. Misschien lucht dat op. Of ga janken, dat doet een ander ook. Maar dat doet hij niet, dat wil hij niet. Hij kijkt je benauwd aan en vraagt: 'Is de binnenwereld goed? Is de binnenwereld goed?' Ja, zeg ik dan, want je wil hem ook niet overstuur maken. De binnenwereld is goed. Maak je over de binnenwereld maar geen zorgen.'

Ik keek naar de overloop, ik zag het parket, de witte muren, de kozijnen. Bij kunstlicht leek het hier nog het meeste op een veel te grote vakantiebungalow. We woonden hier nog niet zo lang. We hadden voldoende noten op onze zang gehad, veel woonwensen gekoesterd. Op schoonheid na zijn ze allemaal in vervulling gegaan.

Ik kuchte, maar ze hoorde me niet. 'Ik lees dat niet', zei ze. 'Dan heb ik er ook geen last van. Soms komt er weleens iemand naar me toe - goh, meid, hoe is dat nu voor jou? Eén keer hebben ze in het ziekenhuis gezinstafereeltjes voor me geschilderd, heel vredig. Voor mij, om thuis naar te kijken. Ik zeg: 'Hoho, ik ben hier niet de patiënt, ik moet voor jullie zorgen, het is niet andersom!''

Voorzichtig opende ik haar deur. Daar zat ze, met haar grote, groene ogen. Op een zomers plein gevonden, lang geleden, onder de platanen, altijd zuinig op geweest. 'Du, Snatchi', zei ik, 'Liebling, je zegt toch niets dat ik vervelend vind?' Nee, zei ze, ik zeg wat ík vervelend vind.' Ze wapperde met een hand, ik draaide me om en sloot de deur. 'Wat?' hoorde ik even later. 'Iets heuglijks? ... Haha ... Nee.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.