Maak het je publiek makkelijk

Geregeld springen hem de tranen in de ogen bij presentaties of artikelen van collega's. Terwijl de wetenschappelijke regels toch zo eenvoudig zijn....

Nee, leer hem Ad Lagendijk kennen, zegt Ad Lagendijk, natuurkundige aan het FOM-instituut Amolf in Amsterdam. Een perfectionist, dat is ie. Maar, hoopt hij dan maar, een perfectionist aan wie je afziet waarom hij zo is: om in de wetenschap zover mogelijk te komen.

De lentezon steekt scherp door het raam van zijn werkkamer in het oude Amolfgebouw in de Watergraafsmeer. Aan de overkant van de weg wordt gebouwd aan een kolossaal nieuw onderkomen voor de faculteit natuurwetenschappen van de universiteit. Studenten fietsen over de polderweg ertussenin, slalommend tussen wegafzettingen en betonwagens.

Lagendijk, de handen gevouwen achter het hoofd met helwitte krullen, praat. Een waterval van woorden, zoals altijd. Hij kan een etter zijn, erkent hij, 60 jaar oud, met dertig jaar ervaring aan het front van zijn vakgebied, de vastestof-optica. Maar een inspirerende etter, hoopt hij ook.

‘Laatst zat ik voor een grote conferentie in Hawaii. Duur hotel. Enorme zaal, tweeduizend man, die ik moest toespreken. Doet een van de drie kleuren van de beamer het dus niet, zo blijkt in de eerste voordracht al. Sta je daar dus met je mooie powerpoint.

‘Dus ik zeg, als ik aan de beurt ben: mister chairman, thank you very much, maar ik ga zo dus geen voordracht houden, haal er maar iemand van het hotel bij, het heeft hier geld genoeg gekost om het perfect te krijgen, ik kan wel even wachten. En dan wacht ik gewoon. Waarna het natuurlijk wel in no time geregeld is.’

Komende week presenteert Lagendijk zijn Survival Guide for Scientists, een boekje met wenken voor een succesvol opereren als wetenschapper. Het boek is het papieren uitvloeisel van de blogsite sciencesurvivalblog.com die Lagendijk de afgelopen tijd bouwde om studenten en beginnende onderzoekers wegwijs te maken in de wereld van het academisch presteren.

Een Handboek soldaat over de regels van het schrijven en publiceren van artikelen, over communiceren (vooral via de e-mail) en over presentaties in gezelschappen. Vol do's en don’ts.

Vanwaar dit etiquetteboek?

‘Ik heb hier de laatste jaren allerlei uitgevers gehad die allemaal lollige anekdotische dingen willen. Net als mijn columns vroeger. Ik ben gevleid, maar voor mij draait de wetenschap om de mensen met wie je omgaat. Ik wil graag dat zij iets hebben aan mijn dertig jaar ervaring.’

Er zijn kennelijk regels.

‘Natuurlijk. Zoals in alle communicatie. Ik ga geen namen noemen, maar ik kan me kapot ergeren aan collega's, ook mensen die al heel lang meedraaien, die nooit nadenken over hun publiek. Terwijl alles in de wetenschap communicatie is, het overbrengen van jouw geniale ideeën en vondsten op anderen. Zodat die het kunnen onderzoeken, waarderen, gebruiken. Als je het je publiek daarbij moeilijk maakt, gebeurt dat minder dan wanneer je het ze gemakkelijk maakt. Dat moeten jonge onderzoekers beseffen. Zo simpel is het gewoon.’

Wetenschappelijke kwaliteit verkoopt niet vanzelf?

‘Onderzoekers zijn net zo lui als alle andere lezers. Alleen als je al zeker weet dat je iets nodig hebt, ben je bereid je erdoorheen te worstelen. Anders leg je ontoegankelijke stukken terzijde, net als – dat neem ik aan – met stukken in de krant gebeurt. Lezers zijn op zijn best matig geïnteresseerd in wat je hebt opgeschreven, ga daar maar van uit.’

Hier is dus ook het belang van de auteur van een artikel in het geding?

‘Wetenschap is interactie tussen wetenschappers. Als niemand je verhaal leest, is het geen wetenschap. So what, kun je dan nog denken. Maar er is ook een formelere kant. Er wordt geteld hoe vaak er naar je werk wordt verwezen, veel citaties of weinig. Uiteindelijk word je daar ook domweg op afgerekend. Financieel. In die zin is het echt van levensbelang voor een wetenschapper om goeie artikelen te schrijven, en goeie presentaties te houden.’

En daarbij kan een onderzoeker het zichzelf makkelijk maken, of moeilijk.

‘Het is een kwestie van efficiency. Mijn motto is steeds: maak het niemand lastig, behalve jezelf. Dingen die er moeiteloos uitzien, kosten vaak het meeste zweet. Maar die dingen komen vaak toch het verst.’

En daar gaat het allemaal om, ver komen?

‘Vóór in mijn writing guide, het eerste deel, som ik mijn uitgangspunten op. Het gaat om vier dingen. Het maximale aantal lezers van je artikel. De minimale tijd die nodig is om je artikel te lezen. Een maximaal aantal tevreden lezers. Een maximaal aantal referenties aan het artikel in andermans werk. Wie dat niet onderschrijft, kan zich wat mij betreft de moeite besparen. Dan wordt het vrijwel zeker niks.’

Veel tips komen nogal berekenend over. Schop geen stennis, je verliest het altijd. Wees steeds beleefd. Prijs je critici om hun voortreffelijke inzichten. Moet een wetenschapper zich dan altijd voegen naar het systeem?

‘Nee, natuurlijk niet. Maar er moet wel iets te winnen zijn. Gelijk krijgen en verliezen heeft volgens mij geen zin. Sterker: het maakt je positie per saldo zwakker en moeizamer.’

U beschreef eens in een column in de Volkskrant hoe u per se op het omslag van Nature wilde, en daartoe zelfs grafieken produceerde waarvan de pieken netjes tussen de letters door vielen. Dat gaat toch wel wat ver.

‘Punt één: het was een belangrijk resultaat, dat het verdiende om prominent in Nature te staan. En twee: die grafiek was geen fake, maar een echte meting die beter paste dan andere. Alle auteurs selecteren de beelden die het beste verkopen. En zo hoort het wat mij betreft ook.’

Maak het ook het tijdschrift gemakkelijk?

‘Natuurlijk.’

U vindt ook dat referees van artikelen altijd gelijk hebben, hoe hard ze ook over een ingediend artikel heen gaan?

‘Auteurs hebben heel sterk de neiging om te gaan roepen dat de referee niet goed bij zijn hoofd is, en er volkomen naast zit. The referee is obviously completely wrong. En dan nog even twaalf pagina's nadere uitleg sturen, en voet bij stuk houden natuurlijk.

‘Als een van mijn promovendi of post-docs zo reageert, vraag ik hem of haar altijd wat hij wil: zijn artikel gepubliceerd krijgen, of een paar vijanden voor het leven. Referees zijn ook mensen, het zijn je collega's.

‘Zij steken er tijd in, onbezoldigd. Dan wil zo iemand gewoon niet ook nog afgeblaft worden. Ga maar na bij jezelf.’

Er zijn slimmere reacties?

‘Daar is verder niks magisch aan. Je kunt ook reageren met dank aan de referee vanwege de uitstekende suggesties en opmerkingen. En dan ga je ermee aan de slag. Je verbetert je artikel op de genoemde punten, en stuurt het bijgewerkte artikel op, niet een heel verweerschrift. Tot slot zet je in de aftiteling van het stuk dat je de anonieme reviewers bedankt voor hun belangwekkende verbeteringen in alinea daar en daar. Kijk, dan kom je vooruit.’

Dat klinkt bijna on-Nederlands onderdanig.

‘Ik heb weleens de indruk dat met name Nederlanders heel slecht met kritiek kunnen omgaan. Wij zijn in die zin te direct. Als we boos zijn, of teleurgesteld, zullen ze dat weten ook. Niet doen, zegt ik. Je wint er niks mee.’

Maar zo'n scène als in dat hotel op Hawaii, dat is toch ook niet echt elegant?

‘Voordrachten is iets anders dan artikelen. Als je een keynote speaker bent, heb je een groot publiek, dat doorgaans niet wegloopt. Maar die mensen moet je dan ook wel wakker houden. Dus moet je er iets van maken. En als dan de techniek al hapert, kun je gewoon niet verder.’

Hoe houd je je collega's wakker?

‘Door ze echt als publiek te benaderen. Je spreekt tot de aanwezigen. Je hebt heldere slides die tot achter in de zaal leesbaar zijn. Je herhaalt na afloop eerst vragen uit de zaal vóór je ze beantwoordt, zodat iedereen steeds weet waar het over gaat. Je beantwoordt vragen naar de hele zaal, niet alleen naar de vragensteller, anders worden het onderonsjes. Vooral omdat altijd op rij één de hotemetoten zitten, die het aan hun stand verplicht zijn iets te vragen – om te onderstrepen dat ze er zijn.’

Klinkt haast triviaal.

‘Weer: dat zou je denken. Maar ga in de praktijk kijken en de tranen springen je in de ogen. Simpele dingen. Wees voorbereid, heb je verhaal thuis voor collega's geoefend. Praat in de microfoon. Is een zaal vlak? Dan moet je de onderste 30 procent van je slides niet gebruiken, want dat zie je niet vanaf rij vier tot en met achterin. Zet conclusies boven aan je slides, niet onderaan. Zet het logo van je instituut niet bovenin – dat is zonde van de ruimte – maar onderin.’

Moeten studenten en jonge onderzoekers dat soort dingen niet allemaal gewoon tijdens hun studie leren?

‘Dat lijkt me wel, eigenlijk. En ze leren zich tegenwoordig ook wel beter te presenteren. Maar vooral in de harde natuurwetenschappen is er ook een zekere warsheid van de regels van het spel. Presenteren is voor gladde commerciële jongens en meisjes, daar vinden ze zich te goed voor. Alleen de inhoud telt, is het idee. Terwijl ik denk dat je die inhoud recht kunt doen met een goeie presentatie en tekort kunt doen met een slechte. Dat is echt aan de onderzoeker zelf.’

Financiers zullen het ook op prijs stellen als hun onderzoekers goed weten te scoren.

‘Natuurlijk, maar ook die vinden het toch nog vanzelfsprekender dat mensen hun werk goed presenteren. Ik heb de FOM voorgesteld om mijn Survival Guide onder alle aio's te verspreiden. Ze hadden geen belangstelling. Terwijl ik nog wel aanbood van mijn royalty’s af te zien. Die immens zijn, dat zul je begrijpen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden