'Maak eerst eens wat áf voordat je het aan me laat zien'

Jeanne Prisser bericht over wat zich afspeelt in de voorhoede van de beeldende kunst. Deze week: van de hak op de tak en onaf werk.

Werk van Sonja Hillen in Galerie Bart Invites.

Amsterdam, 13 juni

Er circuleerde een hartenkreet van de Nederlandse kunstenaar Guido van der Werve. Ik vat hem even samen - zijn hart kreet in het Engels, en een beetje lang. Zijn punt: niet kunstenaars maar curatoren maken tegenwoordig de dienst uit. Die verzinnen de inhoud, de locaties, vervuilen met hun wartaal de praktijk van de autonome kunstenaar. Van der Werve merkt het vooral wanneer hij jonge kunstenaars lesgeeft.

Online discussiëren doe ik niet - het idee, zeg! - maar op mijn canapé zat ik heftig ja te knikken. Het lijkt wel een ziekte, al die opgelegde thema's, van examenexpositie tot Documenta. De curator vraagt, de kunstenaar draait. En alles wordt in stuitend proza uitgeserveerd. Ontslaan die curatoren, sinds wanneer was dat beroep eigenlijk nodig, laat de kunstenaar weer creëren en help de verbeelding aan de macht...!

Enfin, mijn spandoek was al in de maak, alleen kon ik de stiften even niet vinden.

Van der Werve en ik werden op onze wenken bediend. Daar was Platform Platvorm, een nieuw tijdschrift, met crowdfunding uit de klei getrokken. Eenieder die maar wilde kon een dubbele pagina insturen en er was ook een expositie in de Amsterdamse galerie Bart Invites. 'Make what you want', stond er, en: 'zonder visuele of inhoudelijke ingreep'. Totale vrijheid! Uit dat korset!

Waar leidde dat toe? Totale vrijheid leidt tot... ja, tot hak-op-tak. Van kruissteekplattegrond (mooi, van Sonja Hillen) tot een foto van sinaasappels in een netje (Marieke Gelissen). Piepkleine doekjes met ingenieuze verftorentjes erop (Sander Reijgers), een collectie papiertjes met de handgeschreven naam 'Maarten Bel' erop (bingo: van Maarten Bel). Er was een foto die me mateloos intrigeerde, van een damesbeen dat in een vreemde mal leek te liggen. En (bingo) dat was van Liza May Post, een kunstenares van wie ik altijd al hoopte dat ze nog eens zou terugkeren.

Charmant, vaak een vondstje, soms een beetje brille (dan bleek één werk of één spread te weinig). Maar de muren en het blad bevatten ook een hoop onzin. Nee, kunstenaar, niet weer een foto van iemand met een plastic zak op straat, of iets met een piemelvorm erin verwerkt.

Een klein beetje een ordenende hand, misschien? Een schaar? Of de moed te zeggen: jij bent zo goed, neem niet twee pagina's, maar die hele wand? Daar had je het al, ik verlangde naar het c-woord.

Counting on People, installatie van Neil Beloufa. Beeld Courtesy Stroom

Den Haag, 14 juni

Kunstenaarsonderzoek is soms net als de zaterdagochtendseks van mijn buren: iets waar ik niets van wil horen totdat het klaar is. Afgelopen weekeinde liep ik er weer eens tegenaan. Ik bezocht good old Stroom in Den Haag, waar ik graag kom vanwege de overwegend frisse tentoonstellingen met kunst zonder oogkleppen en de genereuze ruimte voor experiment. Toch was ik wegens voornoemd tijdschriftexperiment danig beducht op al te veel vrijheid.

In Stroom mocht de overigens talentvolle Thomas van Linge in het kader van de expositiereeks Ondertussen (veelzeggend hm?) laten zien welke vormexperimenten mogelijkerwijs tot nieuw werk zouden kunnen leiden, ooit. Ik zag torens van klusspullen, een soort futuristische Afrikaanse maskers, kunststof wandobjecten en een glazen apothekerspot met wat leek op een verzameling eekhoornstaarten op sterk water.

Het werk beloofde wel iets, maar wat? Het oogde willekeurig en onaf. Dat was dus blijkbaar de bedoeling, maar ik voelde me doelloos en monddood gemaakt. Elke vorm van kritiek ketst af op dit soort testkunst, want tja: losse eindjes, nog niet af, onder constructie!

Terug in de hal bleek dat ik nog een studieproject over het hoofd had gezien ook. Raphael Langmair had een stuk zilverfolie opgehangen met woorden in een cirkel erop: 'Uncertainty', 'Doubt', 'Spontaneity'. Die sloegen op het mentale proces dat voorafgaat aan kunst maken en waren de uitkomst van een 'tweejarig onderzoek over twijfel'. Ik speurde om me heen naar Ralph Inbar, maar niks hoor.

Dit begon vervelend te worden. Liet Stroom dit allemaal zonder meer toe? Ik zocht mijn toevlucht in de ruimte waar de Frans-Algerijnse kunstenaar Neïl Beloufa zijn tentoonstelling Counting on People had ingericht en die nog maar heel even te zien is. Ik zou zeggen: haast u!

Hoewel het er bij de eerste aanblik uitzag alsof de kunstenaar een uur van tevoren nog wat sculpturen van schuimrubber, hout en metaal in elkaar had geflanst, vormde deze expositie onmiskenbaar een voltooid geheel. Ik werd getrakteerd op een knotsgek maar rotsvast universum, bestaande uit installaties en films, waarin het menselijk leven wordt overgenomen door getallen en systemen en de voortschrijdende techniek.

Alles klopte. Losse eindjes waren aan elkaar geknoopt tot een tapijt en dat wat aan het werk was voorafgegaan aan twijfel, ontleding en toetsing was er vakkundig onder geschoven. Wég ermee. Nooit gedacht dat ik het zou gebruiken, maar ter advies aan al die experimenterende onderzoekers citeer ik hier wijlen ma mère: 'Maak eerst eens wat áf voordat je het aan me laat zien.'

Het werk beloofde wel iets, maar wat? Het oogde willekeurig en onaf. Dat was dus blijkbaar de bedoeling, maar ik voelde me doelloos en monddood gemaakt. Elke vorm van kritiek ketst af op dit soort testkunst, want tja: losse eindjes, nog niet af, onder constructie!

Terug in de hal bleek dat ik nog een studieproject over het hoofd had gezien ook. Raphael Langmair had een stuk zilverfolie opgehangen met woorden in een cirkel erop: 'Uncertainty', 'Doubt', 'Spontaneity'. Die sloegen op het mentale proces dat voorafgaat aan kunst maken en waren de uitkomst van een 'tweejarig onderzoek over twijfel'. Ik speurde om me heen naar Ralph Inbar, maar niks hoor.

Dit begon vervelend te worden. Liet Stroom dit allemaal zonder meer toe? Ik zocht mijn toevlucht in de ruimte waar de Frans-Algerijnse kunstenaar Neïl Beloufa zijn tentoonstelling Counting on People had ingericht en die nog maar heel even te zien is. Ik zou zeggen: haast u!

Hoewel het er bij de eerste aanblik uitzag alsof de kunstenaar een uur van tevoren nog wat sculpturen van schuimrubber, hout en metaal in elkaar had geflanst, vormde deze expositie onmiskenbaar een voltooid geheel. Ik werd getrakteerd op een knotsgek maar rotsvast universum, bestaande uit installaties en films, waarin het menselijk leven wordt overgenomen door getallen en systemen en de voortschrijdende techniek.

Alles klopte. Losse eindjes waren aan elkaar geknoopt tot een tapijt en dat wat aan het werk was voorafgegaan aan twijfel, ontleding en toetsing was er vakkundig onder geschoven. Wég ermee. Nooit gedacht dat ik het zou gebruiken, maar ter advies aan al die experimenterende onderzoekers citeer ik hier wijlen ma mère: 'Maak eerst eens wat áf voordat je het aan me laat zien.'

Platform Platvorm, The First Issue. 15,00 euro. Galerie Bart Invites, Amsterdam, t/m 28/6.

Neïl Beloufa, Stroom, Den Haag, t/m 21/6.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden