'Maak de Occupy-beweging niet meteen belachelijk'

Dankzij de opkomst van het internet ontstaat nu vaak eerst een massale protestbeweging en pas daarna wordt een bijbehorende ideologie uitgewerkt. Het is dan ook onterecht om de Occupy-beweging van meet af aan te ridiculiseren, meent Michiel van der Zee, student Europese studies.

De protestbeweging Occupy hield vorige maand acties in Rotterdam, Den Haag en Amsterdam. In Amsterdam liepen 500 mensen van het Beursplein naar de Nederlandsche Bank.Beeld anp

Het lijkt wel alsof de gehele columnistenwereld heeft besloten om de Occupy-beweging belachelijk te maken. Van Frank Kalshoven moeten ze maar een bibliotheek gaan bezetten om wat feiten te leren.

Aan de andere kant van de Atlantische Oceaan schreef David Brooks, nooit te beroerd om de hardwerkende middenklassemythe te misbruiken om de huidige status quo te verdedigen, dat Occupy slechts aan de rand van het debat staat.

Bovendien wordt de beweging vaak voorgehouden als linkse tegenhanger van de rechtse Tea Party beweging, wat bij veel mensen al direct een negatief gevoel oproept wegens het infantiele gewauwel van dat zooitje.

Op die klucht lijkt Occupy in niets: de Tea Party is helemaal geen spontane beweging geweest. Weliswaar is niet elke demonstrant bij een Tea Party een betaalde werknemer, maar de beweging is georganiseerd door een doolhof van rechtse belangenverenigingen, gefinancierd door mensen als de oliemiljardairbroers Koch en voorzien van ideeën die afkomstig zijn van denktanks uit datzelfde doolhof.

De hele infrastructuur van libertaire denktanks en belangenverenigingen, zoals Americans for Prosperity, bestaat al jaren. Men heeft slechts op slimme wijze de huidige crisis aangegrepen om mensen aan te zetten tot manifestaties voor afbraak van de overheid, terwijl te weinig overheid en teveel bedrijfsinvloed op die overheid nu net het probleem zijn.

Kunstgras

Daarom wordt de Tea Party een Astroturfbeweging genoemd, om het te onderscheiden van echte grassrootsbewegingen: kunstgras, dat goed georganiseerd en gefinancierd is door zakelijke belanghebbers.
Het voordeel voor de Tea Party hiervan is dat er, ruim voordat er een beweging was, een hele reeks aan standpunten klaar lag waarvoor geprotesteerd kon worden. Het nadeel is dat het overgrote merendeel van Tea Party demonstranten keihard tegen een overheid protesteert die juist voor hun belangen opkomt. Zo heeft het grote geld in de VS uitstekend een deel van de gedesillusioneerde onderklasse weten te mobiliseren voor een klassenoorlog tegen die onderklasse.

Het georganiseerde karakter van de Tea Party is lang door de media verzwegen, soms door onwetendheid, vaak omdat commentatoren van rechtse signatuur graag de facade van spontaniteit zolang mogelijk zagen beklijven.

Bonuscultuur
Die laatste paradox heeft de Occupy beweging duidelijk geen last van. De demonstranten op Wall Street en elders komen in principe op voor hun eigen belangen: zij eisen dat de overheid hun belangen nu eens net zo voortvarend gaat behartigen als die van de bankiers. De financiële sector heeft voor triljarden steun gekregen, zonder substantiële hervormingen van het financiële stelsel en zonder inperking van de obscene bonuscultuur.

Het wordt terecht als grievend ervaren dat gewone belastingbetalers in de hele Westerse wereld voor de kosten hiervan moeten opdraaien. Nu wordt duidelijk dat de veelal rechtse, neoliberale medicijnen niet voor genezing hebben gezorgd: integendeel, de wereld staat aan de rand van een nieuwe crisis, er is nog steeds enorme werkeloosheid in de VS en een groot deel van Europa en er lijkt geen einde te komen aan de bezuinigingen die vooral de midden- en onderklasse raken.

De protesten op Wall Street en elders zijn een terechte reactie op mislukt beleid, die eigenlijk veel eerder had moeten plaatsvinden. Alleen al hierom verdient Occupy sympathie.

Spontaan
Occupy is echter slachtoffer van de wijze waarop de protesten zijn ontstaan: geheel spontaan. In tegenstelling de Tea Party is Occupy wel degelijk van de grond af ontstaan, waarbij via Facebook en Twitter een grote mensenmassa op de been is gebracht.
Het nadeel hiervan is dat deze mensenmassa, hoewel verenigd door dezelfde grieven, nog weinig verenigd is qua standpunten en ideologie. Momenteel protesteert men vooral tégen het huidige beleid, zonder dat duidelijk is wat er precíés anders moet. Maar het moet wel anders.

In feite heeft Occupy daarmee hetzelfde probleem als de demonstranten op het Tahrirplein of in Tunis. Daar was echter tenminste één duidelijke eis te bedenken: democratie. In het Westen bestaat die al, alleen ervaren de Occupydemonstranten niet langer dat die hun belangen behartigt, maar slechts die van een kleine bovenlaag.

Occupydemonstranten moeten dus antwoorden formuleren op veel complexere economische en politieke vraagstukken. Daardoor speelt het spontane karakter ze parten. Maar niet alleen de complexiteit maakt het moeilijker tot concrete eisen te komen.

Hoewel de snelheid van het internet het veel makkelijker heeft gemaakt om demonstraties te organiseren, ontbreekt het ze juist daardoor aan ideologische slagkracht. Voorheen was het namelijk zo dat aan een beweging jaren, soms decennia ideologische ontwikkeling vooraf ging. Voltaire en Montesquieu zagen nog net, respectievelijk niet meer, de Amerikaanse Revolutie. De Franse kwam ruim na hun dood. Das Kapital werd vijftig jaar voor de Oktoberrevolutie uitgegeven.

In beide gevallen kwamen er eerst grote intellectuelen met ideeën, die dan langzaam door de samenleving verspreid werden. Dit begon meestal in de hogeren kringen, die organisaties opzetten om grotere groepen te mobiliseren. Uiteindelijk leidde dit dan tot de massabewegingen die zulke grote omwentelingen tot stand hebben gebracht.

We zullen er even aan moeten wennen, maar dankzij de opkomst van de internetdemonstratie zal het vaak andersom lopen: eerst de massabeweging, dan de ideologie. Dat betekent dat in de beginfase er vaak onzinnige opmerkingen van demonstranten zullen komen. Dit komt het mediabeeld niet ten goede, waardoor het voor commentatoren makkelijk is om de beweging weg te zetten als ondoordacht en simplistisch. Maar met enige intellectuele steun ontstaat de diepgang vanzelf.

Het zou economen en andere intellectuelen sieren als zij Occupy niet op het embryonale karakter en de onontwikkelde ideeën zouden afrekenen, maar juist meehelpen om ze van een werkbare agenda te voorzien.

Achterlijk
Zoals de fysieke beweging spontaan via internet is georganiseerd, zo zal ook op organische wijze een ideologisch raamwerk moeten worden gebouwd waarin de demonstranten kunnen opereren.
Daarbij moet worden erkend dat in verschillende landen verschillende oplossingen nodig zijn: in Nederland is de situatie bijvoorbeeld veel minder ernstig dan in de VS. Dat doet echter niet per se iets af aan de legitimiteit van de zorg van Beurspleindemonstranten, die veel Nederlanders delen: zij zien een rancuneuze afbraak van de hoogtepunten van onze beschaving, om een rechtse crisis te bekostigen.

Nobelprijswinnaar Paul Krugman heeft in de New York Times al een oproep gedaan om Occupy niet te ridiculiseren, maar mee te denken hoe we de samenleving weer op het juiste spoor kunnen komen. Met gepaste bescheidenheid herhaal ik die oproep hier. Daar heeft de hele maatschappij meer aan dan Occupy weg te zetten als achterlijk.

Michiel van der Zee is student Europese studies.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden