Maak de dieren Europees

Wie weet wandelt de wisent ooit van Oost-Polen naar de Veluwe. Dat kan als natuurgebieden in Europa aan elkaar worden gekoppeld....

Nederland legt ten onrechte de korhoen, korenwolf en grutto in de watten, vinden sommige natuurbeschermers. Wat er ook aan bescherming wordt gedaan, ze zullen gegarandeerd uitsterven in dit land .

In plaats van krampachtig wilde planten en dieren voor Nederland te behouden, moet de blik op grote Europese natuurgebieden worden gericht. Die zouden als snoeren met elkaar verbonden moeten worden om de migratie van planten en dieren te bevorderen. Net zoals er snelwegen zijn waarover mensen zich ongehinderd kunnen verplaatsen is er voor de flora en fauna een groene infrastructuur nodig zonder al te veel barrières.

'Als de wolf het op zijn heupen krijgt in het oerbos in Polen, zou hij uiteindelijk zonder problemen moeten kunnen doorlopen naar de Veluwe', zegt geograaf drs. Rob Wolters, directeur van het European Center for Nature Conservation in Tilburg. Inmiddels heeft onderzoeksbureau Alterra al een voorproefje gemaakt van de groene snelweg die de lynx kan volgen van Polen naar de Veluwe. 'Zijn die Nederlanders nu ook al bezig de natuur te koloniseren?', ving een natuurlobbyist in Brussel op.

Of de wolf ooit het plaatsje Wolfheze haalt, is de vraag. Maar voor Wolters staat wel vast dat Nederland te veel energie steekt in hamster, bever en otter, terwijl ze er in Oost-Europa over struikelen. "Hoeveel otters wil je meenemen in het vliegtuig", vroegen ze me in Polen, waar de otter als een plaag wordt beschouwd.'

Bioloog, drs. Bram van de Klundert, die onlangs een advies voor de toekomst schreef voor de honderdjarige Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten, is een van de kritische natuurbeschermers die het koesteren van de doorgaans aaibare soorten onzinnig vindt.

'We kijken in Nederland naar natuur door een achteruitkijkspiegel, naar planten en dieren die in het verleden voor Nederland interessant waren. Maar we moeten juist vooruit kijken. We krijgen meer behoefte aan robuuste natuur die tegen klimaatschokken en -verandering is opgewassen. We moeten Europeser denken.

'De grutto hoort bij het agrarisch landschap dat in Nederland in de jaren vijftig domineerde: drassig bemest weiland. Dat landschap is weg, op Waterland na. Dan is het ook niet zo zinvol om deze trekvogel krampachtig en met inzet van veel geld voor Nederland te behouden', vindt Van de Klundert.

Toppers

'We doen alsof de natuur van de jaren vijftig de enige echte natuur is, terwijl die veel meer met cultuurlandschap heeft te maken. Die landschappen moeten er ook zijn, laten we vooral de toppers zoals het veenweidegebied beschermen, maar daarnaast moet er ruimte komen voor wildernis.

'Waarom mogen er niet tien mensen per dag de Oostvaardersplassen in waar ze mogen kamperen, fikkie steken en vissen? Dat soort natuur kan ook veel meer stoten hebben en daarop moeten we ons wel richten als we de gevolgen van de opwarming van de aarde op de natuur willen opvangen.'

Doordat het in Noord-Europa warmer en natter wordt, schuiven planten en dieren uit het zuiden naar de noordelijke klimaatzone. Dat kan vierhonderd kilometer schelen in vijftig tot honderd jaar.

Ook ecoloog prof. dr. Frank Berendse van Wageningen Universiteit, die onderzoek doet naar de effecten op de natuur van klimaatverandering, vindt dat er bizarre trekjes in het Nederlands natuurbeleid zijn geslopen. De laatste wilde hamsters (korenwolven) zijn gevangen, vetgemest, gefokt en uitgezet in Zuid-Limburg. En vervolgens opgevreten door vossen.

Hetzelfde gaat gebeuren als korhoenders op de Veluwe worden uitgezet. Niet alleen vossen, ook haviken zullen zich aan deze met zorg gekweekte dieren vergrijpen, zodat de korhoenders in de kortst mogelijke tijd weg zijn.

Met de beschermde weidevogels als de grutto gaat het niet anders. Bij de nesten worden stokjes gezet en de vossen weten inmiddels dat dit de zekerste route is naar gemaksvoedsel, aldus Berendse. 'Moeten we dan de vossen maar afschieten? En ook de zwarte kraai en de blauwe reiger, want die plunderen ook nesten van grutto's.'

Berendse vindt natuur pas natuur als wilde planten en dieren zelf bepalen waar ze gaan en staan. Door al te eenzijdig de blik te richten op aaibare soorten, kunnen er rare situaties ontstaan. Zo zijn veel Nederlandse ooievaars met slachtkuikens opgekweekt en vervolgens uitgezet, maar de vogel pakt nu in de vrije natuur gruttokuikens. Moet nu de ooievaar eraan geloven?'

Berendse en Van de Klundert zijn het erover eens dat grote Europese natuurgebieden en hun verbindingszones de oplossing zijn tegen de bedreigingen die met klimaatverandering voor de deur staan.

Berendse: 'We moeten de internationale rivieren gebruiken als corridors, omdat die de beste garantie vormen dat planten en dieren meemigreren. En dan het liefst strategische plekken zoeken waar zuid-noordstromende rivieren als Weser, Elbe en Oder raken aan de meer oostwest georiënteerde stromen zoals Maas en Rijn.

Op de raakpunten van die stroomgebieden moeten strategische natuurgebieden komen waar grote grazers via hun uitwerpselen en hun vacht zaden van planten verspreiden. En door de riviersystemen subtiel te verbinden kunnen otters, bevers en vissen zich vrijede door diverse rivieren verplaatsen.'

Essentieel voor deze zogeheten Europese ecologische netwerken is dat landen hun grensnatuur goed laten aansluiten, zoals staat te gebeuren tussen de Gelderse Poort en het Reichswald in Duitsland. Dat maakt het mogelijk dat edelherten migreren langs de oevers van de rivieren.

Netwerk

Maar ook het Reichswald in Duitsland en de Gelderse Poort zijn onderdelen van een veel groter netwerk, dat begint bij de Oostvaardersplassen, doorloopt naar de Veluwe, de Gelderse Poort, het Reichswald en voorlopig eindigt in de Eifel ten oosten van de Ardennen. Hiermee wordt het web van natuurstroken door Europa al wat concreter.

Niet alleen Nederland voert een soortenbeleid, ook in Europa is dat met de invoering van de Habitatrichtlijn (1992) gemeengoed geworden. Elke lidstaat geeft aan in welke natuurtypen (habitats) de planten en dieren kunnen overleven, die internationaal bescheming behoeven. Maar de landen zijn hier weinig voortvarend in. Op Nederland en Denemarken na. Al die aan te wijzen gebieden samen vormen Natura 2000, de Europese ecologische hoofdstructuur.

Dit idee gaat ervan uit dat natuur honkvast is en daarvan is door klimaatverandering geen sprake meer. Soorten gaan aan de wandel en zullen op grenzen stuiten. Veel soorten schuiven op naar het noorden. 'Daarmee wordt de natuur minder voorspelbaar, minder instelbaar en minder maakbaar', zegt prof. dr. Paul Opdam van het onderzoeksinstituut Alterra in Wageningen.

'Tot dusver waren specifieke planten en dieren de bakens waarop het natuurbeleid werd gestuurd. Je kunt je afvragen hoe zinvol dat nog is als in de toekomst soorten verdwijnen en nieuwe verschijnen. Een totaalbeeld over die verschuivingen is er nog niet.'

Als verandering de norm wordt, moet ook het Europese natuurbeleid worden aangepast. 'We zullen ons moeten afvragen hoe zinvol de aan soortenbescherming uitgegeven middelen nog zijn, stelden Bart van Tooren (Natuurmonumenten) en Marcel Visser (Nederlands Instituut voor Ecologie) in een artikel in het themanummer in mei 2003 over klimaatverandering in het maandblad De Levende Natuur, een van de oudste tijdschriften (1896) voor natuurbehoud en -beheer.

Opdam formuleert het voorzichtiger. 'Herijking van natuurdoelen in Europees verband zal de komende tien jaar gebeuren. De natuurdoelen en de soorten die daarbij horen, zullen dan opnieuw over landen worden verdeeld.'

Daarop wil het European Center for Nature Conservation niet wachten. ECNC is alvast begonnen kaarten te maken waarop het zijn eigen Europees ecologisch netwerk invult en dan niet voor 25 EU-landen maar voor 53 Europese landen. Met plaatselijke bosbouwers, boeren, natuurbeschermers en overheden werkt ECNC aan het netwerk (zie kader).

Wolters wil die natuurgebieden en corridors ertussen snel veiligstellen. Als de nieuwe EU-landen zich net zo ontwikkelen als West-Europa, gaat de natuur kapot.

Onderzoeker Frank Berendse stelt dat de verspreiding van planten en dieren in Europa al veel verder gevorderd is dan velen zich realiseren. 'Ik zag de omvang van de verandering in de Nederlandse natuur in volle heftigheid toen ik onderzoek deed naar het opschuiven van planten vanuit Zuid-naar Noord-Europa. In Nederland namen 188 warmteminnende planten met 80 procent toe tussen 1985 en 2000. De 'koude' soorten namen niet af.'

Kraanvogel

Drie voorbeelden haalt Berendse graag aan ter onderstreping van zijn benadering dat de natuur op eigen kracht haar weg moet vinden, zeker als het om vogels gaat. De kraanvogel is zijn verspreidingsgebied aan het uitbreiden en is doorgedrongen in het Fochteloërveen in Friesland. De kleine zilverreiger afkomstig uit de Franse Camarque werd in 1994 voor het eerst als broedvogel gesignaleerd in Zuidwest-Nederland, in 1996 in de Oostvaardersplassen en in 1999 in het Waddengebied.

'Het beest is naar het noorden opgeschoven. Het is een moerasvogel, maar de primaire factor voor de noordelijke verspreiding zijn de zachte winters. Eén strenge winter in de Camarque en de helft van de zilverreigers sterft.'

Een derde voorbeeld is de zeearend. Een volwassen mannetje is al meer dan een maand gesignaleerd met een drie jaar oud vrouwtje in de Oostvaardersplassen. Of het vrouwtje al dit jaar gaat broeden is onbekend.

Berendse: 'Maar het is zeker dat we de zeearend de komende vijf jaar in Nederland als broedvogel binnenhalen. Ook bij het Ketelmeer is een zeearend gesignaleerd en dat betekent dat de dieren op eigen kracht uit Sleeswijk-Holstein naar Nederland zijn gekomen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden