Maagzuur kan niet zonder pil

Een gezondere levensstijl kan het gebruik van maagzuurremmers decimeren. Schrappen uit het ziekenfondspakket bespaart 10 procent op de kosten voor geneesmiddelen....

Brandend maagzuur? Oprispingen? Het leven gaat soms net even te snel. Maar geen nood, flitsende stewardessen en stoere chauffeurs slikken snel een pilletje en ze kunnen weer haastig voort. Wie de reclame wil geloven, krijgt de indruk dat brandend maagzuur een lifestyle-probleem is.

Dat is maar de vraag. Niet alleen bij jachtige types ontspant om onverklaarbare redenen de sluitspier tussen maag en slokdarm, waardoor zure maaginhoud de slokdarm in stroomt (reflux). Zo'n 20 procent van de bevolking heeft last van dit 'zuurbranden', 2 procent slikt daarvoor niet de zelfbetaalde, goedkope pilletjes van de reclame, maar gebruikt dure maagzuurremmers uit het ziekenfonds of de ziektekostenverzekering .

Die pillen vormen een kostenpost van formaat. In 2001 werd 346 miljoen euro - ofwel 10 procent van het totale geneesmiddelenbudget - uitgegeven aan middelen die de vorming van maagzuur beteugelen. Dat exorbitante percentage komt vooral door de zogeheten protonpompremmers. Die zijn populair én duur.

Bij de onderhandelingen voor het nieuwe regeerakkoord werd dan ook voorgesteld deze middelen en andere dure, veelgebruikte medicijnen (cholesterolverlagers, antidepressiva) uit het ziekenfondspakket te halen. Wie de middelen écht nodig heeft, moet zich bijverzekeren, is de redenering.

Dat geldt dan bijvoorbeeld voor mensen die veel pijnstillers slikken omdat ze reuma of artrose hebben en die daardoor maagklachten krijgen. Of voor mensen die door erfelijke factoren door een breuk in het middenrif last hebben van opborrelend zuur.

De middelen worden bovendien voorgeschreven bij ernstige aandoeningen als een maagzweer of een zweer aan de twaalfvingerige darm. Samen met een tweetal antibiotica houden de zuurremmers de voor de zweer verantwoordelijke bacterie (Helicobacter pylori) in toom. Deze kuur duurt echter maar een week, en kan dus nooit het excessieve gebruik van de maagzuurremmers verklaren.

'Veel mensen gebruiken de remmers ook om simpele klachten als oprispingen tegen te gaan', zegt Johan van Luijn, farmeutisch adviseur van het College voor Zorgverzekeringen (CVZ). Volgens hem raken mensen snel gewend aan de dure zuurremmers. 'Goedkopere middelen, zoals de H2-receptor-antagonisten of de nog eenvoudiger zuurbinders, waarvan Rennie de meest bekende is, werken minder snel en minder effectief.' Degenen die stoppen met slikken, nemen de pil weer snel, omdat de klachten terugkeren, blijkt uit een onderzoekje, medio mei gepubliceerd in Medisch Contact.

Het hoge verbruik van de dure zuurremmers zou ook worden verklaard doordat mensen met maagklachten niet in staat zijn om structurele maatregelen te treffen. 'Gezond, vetarm eten en verspreid over de dag, stoppen met roken, matig alcohol- en koffiegebruik', somt Van Luijn op. Vooral te dikke mensen mensen zouden zich daar aan moeten houden.

De maagzuurremmer lijkt dus ook een lifestyle-pil, maar niemand weet hoe groot de groep 'lifestyle-slikkers' is. Sommigen menen dat het verbruik wel 80 tot 90 procent naar beneden kan, anderen noemen bescheidener percentages.

Tot deze laatste groep behoort Henk Festen, maag-, darm- en leverarts in het Jeroen Bosch Ziekenhuis in Den Bosch en tevens voorzitter van de geneesmiddelencommissie van het Maag-darm-leverartsgenootschap. 'Elke arts en elke website adviseert mensen met maagzuurproblemen af te vallen, te stoppen met roken en het drankgebruik te matigen', zegt Festen, 'maar lang niet altijd vermindert het zuurbranden'.'Ook dikke-darmkanker komt vaker voor in de Westerse wereld, vermoedelijk als gevolg van vleesconsumptie, maar dat noem je toch ook geen lifestyle-ziekte?'

Festen wijst er bovendien op dat structurele irritatie van het slokdarmslijmvlies bijdraagt aan het ontstaan van slokdarmkanker. 'Als de middelen op rigide wijze uit het ziekenfondspakket worden gehaald, zal het aantal patiënten met slokdarmkanker ongetwijfeld toenemen.'

Wat niet wegneemt dat huisartsen zorgvuldiger kunnen voorschrijven. Festen werkt mee aan het opstellen van een richtlijn. 'Huisartsen kunnen de remmers tijdelijk voorschrijven, in lagere doses of alleen als de patiënt echt last heeft. Meer werk voor de huisarts levert dat niet op.'

De discussie wie de middelen wel of niet moet krijgen, is lastig. Schrappen uit het pakket zal bovendien leiden tot verzet bij huisartsen, wat weer leidt tot bureaucratische controleregels. Zowel specialist Festen als adviseur Van Luijn wijst er daarom op dat ongetwijfeld de grootste kostenbesparing ligt in goedkopere medicijnen. 'Daarin faalt het overheidsbeleid volledig', zegt Festen. Zo verliep vorig jaar het patent op de dure protonpompremmer Losec. 'Dat heeft wel geleid tot generieke middelen met dezelfde werking, maar die zijn slechts 5 procent goedkoper.'

Van Luijn van het CVZ beaamt dat. 'Normaal gesproken moet de prijs dalen bij verlopende patenten en stijgende vraag. Er behoren dan immers meer middelen op de markt te komen tegen spectaculair lagere prijzen. De overheid zou de moed moeten hebben om die marktwerking nu eens te bevorderen. Dan zou ons mooie ziekenfondspakket intact kunnen blijven, terwijl de kosten ervan dalen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden