Maagdenhuis, pak je oude inspraak terug!

Wat word ik nostalgisch van die idealistische jongeren in het Maagdenhuis. Op mijn twintigste liep ik er dagelijks rond, als studentlid van een universiteitsraad die toen nog échte beslissingsmacht had. Afgedwongen door de legendarische Maagdenhuisbezetting in 1969 die geleid had tot de Wet op de Universitaire Bestuurshervorming in 1970. De universiteitsraad bestond voor een derde uit academisch personeel, een derde niet-academisch personeel en een derde uit studenten. Het College van Bestuur moest de besluiten van de UR uitvoeren. Dat was inspraak.

Je studententijd is je beste tijd en dat gold zeker voor mij. Toen ik nog niet zo actief was, bestond mijn rechtenstudie uit van woensdag tot zondag stappen, en dan van twee tot twaalf in de UB studeren. Na de tentamens, die ik altijd haalde, liftte ik met een vriendin meteen voor minstens een maand naar Frankrijk.

Maar we hadden ook Rachmaninov ontdekt. Troefden elkaar af in vuistdikke wereldliteratuur, het liefst van feministische snit. Konden urenlang pretentieus zwetsen over politiek en filosofie, terwijl we tegelijk onze hersens kraakten waarom de mensasalade zo naar rubber smaakte. We waren bezig met onze academische Bildung. We studeerden omdat we intellectuelen in de dop waren, anders waren we wel naar dat schoolse hbo te gaan waar je een vak leerde waar je later veel geld mee kon verdienen. En net als bij deze generatie zat het verlangen naar een betere wereld erg diep. Dus ook ik besloot actief te worden.

Op mijn Amsterdamse vwo was 40 procent allochtoon geweest, op de universiteit waren we ineens op één hand te tellen. We klitten dan ook samen en richtten een multiculturele studentenvereniging op, VISA. We organiseerden feesten, maar ook congressen zoals 'naar een antiracistische universiteit'. Uiteraard werkten we samen met de studentenvakbond Asva, namens wie ik in de universiteitsraad werd gekozen. Bij de Asva studeerde het overgrote deel politicologie en zou later ambtenaar worden, net als hun links-intellectuele ouders. Bij rechten had je veel corpsballen, maar ook meer allochtonen en kinderen van 'volkse' Amsterdammers.

VISA en de Asva botsten cultureel, maar vooral subcultureel. Wij luisterden naar slijpende R&B, hiphop en house, naar salsa en rai, en vonden de diepdeprimerende grunge waarop de alternatievelingen in spookachtige vaalzwarte outfits omzichtig met hun armen zwaaiend tegen elkaar aanknalden - 'pogo' - teringherrie. Het Asvakantoortje was een rokerig donker hol waar dikke shaglucht een zuriger stank verhulde. Ik was nogal een belakt en behakt modepopje indertijd, en deed het er ook om. Vooral met de leden van het Aksiekomitee, die mij burgerlijk vonden, had ik het graag aan de stok. 'Oh, het is in jouw geval zeker burgerlijk om vaker dan eens per maand te douchen.'

Maar als universiteitsraadslid voor de Asva werkten we wel samen. Dat liep eens gruwelijk uit de hand. Toen we boos waren dat in de vakgroep stuifmeelkunde een mannelijke hoogleraar werd benoemd terwijl ons ter ore was gekomen dat er in de VS een minstens even capabele vrouw beschikbaar was, hadden we bij de Asva de actie 'stuifmeelstorm' bedacht. We beseften niet dat dit door de afdeling Aksie nogal letterlijk geïnterpreteerd zou worden. Tijdens de universiteitsraadsvergadering hierover, was Aksie stiekem naar de galerij boven de zaal getogen met een paar grote zakken meel, die ze begonnen te legen boven de hoofden van het College van Bestuur. Ik zal nooit vergeten dat wij, de universiteitsraadsleden van de Asva, daags hierna als trillende rietjes bij de toenmalige voorzitter van het College van Bestuur, Jan Karel Gevers, onze spijt betuigden op zijn kamer. Hij reageerde vaderlijk mild, ik begon zachtjes te snikken.

Ik was nog maar net afgestudeerd toen minister Ritzen de wet Modernisering Universitaire Bestuursorganisaties, waarin een streep door de studenteninspraak in de universiteitsraad gehaald werd, door een morrende Tweede Kamer loodsde. 'De universiteit komt in handen van technocraten', klonk het. Maar de PvdA stelde 'dat we ondanks twintig jaar studentendemocratie nog steeds problemen hebben met de kwaliteit van het onderwijs' en dat de universiteit geleid was geweest door 'goedwillende amateurs'. De VVD wilde de UR vervangen door een ondernemingsraad want 'de universiteit was een bedrijf'.

Ik gun de huidige generatie Maagdenhuisbezetters weer een universiteitsraad met échte inspraak. Tijd om de MUB van 1997 weer te vervangen voor de WUB uit 1970.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.