'Maagd van zout en zoet water'

OVER OOSTENDE heeft in de afgelopen jaren een debatje plaatsgevonden tussen twee schrijvers die om verschillende redenen verknocht zijn aan de koningin der badplaatsen....

Het kind doet veel kennis op van het soort waar doorgaans niet veel belangstelling voor is - maar die de oudere Eric te pas komt, om zijn voorkeur voor spel, zwier, grilligheid, en voor fragmentarische beschouwingen van een oorsprong te voorzien. Dáár is het begonnen. Het ritueel van telkens naar dezelfde plek gaan, maakte hem gevoelig voor kleine veranderingen in het weer en in het gedachteloze gedrag van de badgasten. Over een uitspatting als het gemaskerde 'Bal du Rat Mort' dat zijn naam te danken had aan de vrolijke schilder James Ensor, hoorde hij praten, maar als het plaatsgreep zat hij alweer op school. Later zag hij foto's van het bal: 'Half naakt rondlopen, maar dan met veelkleurige lappen om en feestneuzen op. En dat noemden ze dan een ''bal masqué''.'

Sinds 1986 heeft Charlotte Mutsaers (1942) een huis boven een schelpenwinkel aan de Groentemarkt in Oostende, en zij breekt in de bundel Paardejam (1996) juist een lans voor de exuberante Ensor, die volgens haar zo bij de badplaats hoort: 'Ensor droeg natuurlijk veel te veel wilde bloemen op zijn dameshoed om ooit aansluiting te kunnen krijgen met de Nederlandse sober- en rechtlijnigheid. (. . .) De Siamese pijlers van zijn creativiteit waren Oostende en de zee: ''Oostende, aards- en zeeparadijs, Oostende, maagd van zout en zoet water, ik draag jou in de beeldkapellen van mijn droom.'' '

Ensor was tot zijn dood in 1949 voorzitter van de jury van de carnavalsmaskers. Nu, geef Eric de Kuyper dan liever de verstilde schilder Léon Spilliaert, die zo dikwijls de Oostendse kustlijn in verlaten taferelen heeft vereeuwigd. Dat is voor hem de kern van het plaatsje. Uit Met zicht op zee (1997), een dagboekachtige verzameling schetsen die hij schreef in zijn kamer op de twaalfde verdieping van een flatgebouw dat permanent in de gaten wordt gehouden door de zee: 'Spilliaert concentreerde zich op de dijk, het strand en de zee: hun aura. De rest, het overtollige, het anekdotische liet hij meestal weg. (. . .) Spilliaerts landschappen zijn die van een wandelaar; niet die van een statische waarnemer, die zijn ezel toevallig op een gezichtspunt heeft neergezet. Het zijn taferelen die vanuit een geduldige benadering een langzame beweging doen ontstaan.' Het verwijlen en dwalen, het 'filosoferen van het kijken' is door Spilliaert ongeëvenaard vastgelegd.

Mutsaers houdt van Kerstmis in Oostende, De Kuyper minacht de 'tierelantijnen'. Mutsaers gaat er niet naar de kapper, want ze hoeft maar met de hond op het strand te gaan voetballen en haar coupe is door de wind kunstig bijgewerkt. De Kuyper weet niet hoe hij zijn galante hoed op het hoofd kan houden als een stormvlaag hem bijkans de zee in blaast.

In Zeepijn (1999) heeft Mutsaers gepoogd haar Vlaamse kunstbroeder te overtuigen. Luister nou eens naar het ruisen in de dennen in de koningin der kerststeden. 'U bent toch geen normaalridder aan 't worden?' Ze wijst erop dat zowel Ensor als Spilliaert het licht beminde, maar de eerste meer het daglicht en de tweede meer. . . kerstlicht. Het is waar dat Spilliaert bij voorkeur 's nachts solitair flaneerde over de zeedijk en langs de Koninklijke Galerijen. En het is ook waar dat Kerstmis veel van doen heeft met gedempt licht en zacht getinkel in de nacht. Maar of De Kuyper gevoelig is geweest voor de eigenzinnige argumenten die Mutsaers aandraagt, moet een volgend boek uitwijzen.

Je kunt ook zelf op onderzoek uit. Vorige week liep ik van het Ensor Museum (waar een zestal fraaie bladwijzers te koop is, met de knotse koppen erop van de maestro der maskerades) naar het Feest- en Cultuurpaleis, waar zowaar een expositie gaande is met de complete Oostendse verzameling van schilderijen en tekeningen van Léon Spilliaert. Zo kun je de twee kunstenaars uit de eerste helft van de vorige eeuw zélf met elkaar in contact brengen - want in hetzelfde paleis hangen ook uitbundige schilderijen van James Ensor.

Het gaat er niet om wie er gelijk heeft. Veel mooier is het te zien dat dit kleine plaatsje twee verschillende temperamenten tot blijvende inspiratiebron kan dienen. De verlorenheid van Spilliaert, en in zijn kielzog de verfijnde Eric de Kuyper die de kolkende arabesken van de schuimbekkende golven overbrengt op papier in geduldig kronkelende beschouwingen; de humor en brille van Ensor, en in zijn kielzog de onorthodoxe vragenstelster Charlotte Mutsaers, die de veranderlijkheid van zee en strand eert in beschouwingen die van het ene sprekende detail naar het andere schieten.

In zijn nieuwe bundel Ruisvenster, opgenomen in de verzamelband Gedichten 1998-1948, heeft Sybren Polet het gedicht 'James Ensor' gezet: 'Geen gezichten onder deze maskers,/ nee, lévende maskers./ Monden als kleine bloedende narren.' Zo kun je Oostende ook zien: het biedt maskers én echt leven tegelijk, lawaai én leegte. Tezamen symboliseren zij de menselijke staat: we zijn immers bij machte ons veel te verbeelden, maar gaan allen voorbij.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden