ReportageAl Amal

‘Ma-maatjes’ helpen zwangere vluchtelingen op weg: ‘Hier is kinderen krijgen heel anders dan in Syrië’

De zwangere Hiba Alshafi (l), haar twee kinderen, en haar 'ma-maatje’ Aasma el Fahmi (r).Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Ze had geen idee wat kraamzorg was of een consultatiebureau; in Syrië zou haar moeder of haar zus haar hebben geholpen, maar die zijn niet hier, dus als zwangere vluchteling in Nederland heb je dan hulp nodig.

‘Aasma is een schatje, als familie’, zegt Hiba Alshafih (30). Met beide handen ondersteunt de vrouw van Syrische afkomst haar uitpuilende buik. Daarin is al zeven maanden een tweeling aan het groeien. ‘Een jongen en een meisje’, zegt Alshafih in aarzelend, maar verstaanbaar Nederlands. Met een brede glimlach zit ze op de lange Arabische bank in haar woonkamer. 

‘Aasma’ is begeleider Aasma el Fahmi (38) van de Utrechtse stichting Al Amal. Als ‘ma-maatje’, zoals de organisatie dat noemt, ondersteunt zij deze moeder tijdens en na de zwangerschap. Dat doet ze al sinds Alshafih zwanger was van Mohammed, inmiddels 2 jaar oud.

Vier jaar geleden kwam de Syrische met haar man en dochtertje Hanin als vluchteling naar Nederland. ‘Ik dacht toen: help, wat moet ik doen? Hier is kinderen krijgen heel anders dan in Syrië’, zegt Alshafih. ‘Nederland is soms een beetje moeilijk. Er zijn hier veel meer ziekenhuiscontroles. Wat kraamzorg was, of het consultatiebureau, wist ik niet. In Syrië zouden mijn moeder en mijn zus me helpen, maar die zijn hier niet.’

Het buurtteam verwees haar naar Al Amal. Onder de noemer ‘De eerste duizend dagen’ begeleidt deze organisatie sinds 2014 hulpbehoevende moeders met een migratieachtergrond tijdens en na de zwangerschap. Dat zijn de laatste tijd steeds vaker vluchtelingenvrouwen die de weg nog onvoldoende kennen in Nederland. Zo kwam de Syrische in contact met El Fahmi, die vloeiend Arabisch spreekt.

De begeleider zag dat het gezin krap zat. Via Al Amal regelde ze de noodzakelijke spullen die andere mensen overhadden: een maxicosi, babykleertjes, een bedje en een kast. Ook helpt ze met de opvoeding. ‘Mohammed is soms een beetje stout, hij heeft mijn kleurpotloden kapot gemaakt’, zegt Hanin (6), terwijl ze haar broertje een knuffel geeft. Moeder Alshafih: ‘Als Mohammed nu om snoep blijft vragen, zeg ik: nee is nee. Dat heb ik van Aasma geleerd.’

Het welzijn van een kind tijdens en kort na de zwangerschap blijkt een belangrijke voorspeller te zijn van problemen op latere leeftijd – zowel lichamelijke als psychische, zegt universitair hoofddocent Tanja Vrijkotte. Zij is projectleider van een langlopende studie naar de gezondheid en de ontwikkeling van in Amsterdam geboren kinderen.  ‘De vroege ontwikkeling van kinderen vanaf de zwangerschap en de periode als zuigeling is cruciaal’, zegt Vrijkotte. ‘Wil je het verschil maken, bijvoorbeeld met overgewicht, dan moet je vroeg beginnen. Als de moeder angstig is of depressief, dan zie je dat terug in het kind.’

Landelijk beleid

Geïnspireerd door het verhaal van Vrijkotte begeleidt Al Amal inmiddels jaarlijks veertig moeders, vooral bekostigd met geld van particuliere fondsen. Het lukte de organisatie aanvankelijk niet om hiervoor subsidie te krijgen. Tot de extra aandacht voor de eerste duizend dagen van een kind in 2018 landelijk beleid werd. Nu krijgen gemeenten hiervoor 41 miljoen euro (voor drie jaar) van minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid. De subsidie moet voorkomen dat kinderen hun leven beginnen met een achterstand, bijvoorbeeld door slechte voeding of verwaarlozing.

Nu is Al Amal een van de organisaties die hiervoor gemeentelijke subsidie ontvangen. Ongeveer 10 procent van de vijfduizend baby’s die jaarlijks in Utrecht geboren worden, heeft op enige manier extra aandacht nodig, becijferde de gemeente. Om deze extra aandacht voor kwetsbare ouders te bestendigen, is Utrecht nu op zoek naar structureel geld als straks de rijksbijdrage ophoudt.

Epidemioloog Vrijkotte is blij met dit landelijke beleid. Zeker als het, zoals in het geval van Al Amal, lukt bij moeilijker te bereiken kwetsbare moeders ‘achter de voordeur’ te komen. Maar de aanpak is te versnipperd, vindt ze. ‘Gemeenten zetten allerlei verschillende interventies in, waarvan nog niet duidelijk is welke het best werkt. De ene gemeente doet bovendien meer dan de andere. Dan is het moeilijk het effect te meten.’

Verwaarlozend

De moeders van onder meer meer Syrische, Marokkaanse en Eritrese afkomst die Al Amal begeleidt, leren bijvoorbeeld dat het voor de hechting belangrijk is om te praten met je baby. Soms schrikt begeleider El Fahmi van wat ze aantreft. Een alleenstaande moeder die de hele dag eenzaam en lusteloos in bed ligt, onderwijl zichzelf en haar woning verwaarlozend. ‘Dan zeg ik: luister, je moet je huis schoon maken, anders is het straks niet goed voor het kind.’

Aan Eritrese moeders, die gewend zijn op de grond te slapen, moet ze soms uitleggen dat er een ledikant nodig is voor de babykamer. En dat het belangrijk is om genoeg groente te eten. Die moeders spreken bovendien vaak nauwelijks Nederlands. ‘We communiceren met handen en voeten, dat lukt best’, zegt El Fahmi.

Met Syrische vrouwen zoals Alshafih, die in haar moederland informaticadocent was, gaat het makkelijker. Haar inburgeringsexamen heeft ze vlot gehaald en de sociale huurwoning van het gezin in Zuilen ziet er spic en span uit.

Toch heeft ook zij begeleiding nodig, zegt ze. Van El Fahmi heeft ze geleerd hoe ze zelf de bus naar het ziekenhuis kan nemen, en inmiddels kan ze ook de basale gesprekken over echo’s alleen af. Maar nu er medische complicaties zijn bij de zwangerschap, vindt ze het soms noodzakelijk dat El Fahmi meegaat, omdat zij beter begrijpt wat de dokters vertellen.

‘Uiteindelijk is het de bedoeling dat de moeders op eigen benen kunnen staan’, zegt El Fahmi. ‘Wij sporen ze aan snel Nederlands te leren, en ook contacten te zoeken buiten hun eigen etnische groep.’ Daartoe organiseert Al Amal themabijeenkomsten voor prille moeders, waar ze elkaar kunnen leren kennen – en helpen, als dat nodig is.

Alshafih wil door met haar Nederlandse les en zich nuttig maken in de samenleving. Maar nu is al haar aandacht gericht op de aankomende bevalling. Ze maakt zich zorgen, dat haar kinderen te vroeg worden geboren.

Haar ‘ma-maatje’ probeert haar zo veel mogelijk gerust te stellen. ‘Ik wil graag bij de bevalling zijn’, zegt El Fahmi glunderend. ‘Een tweeling, dat heb ik nog nooit meegemaakt.’

 Al Amal

Al Amal, begonnen in 2001, is een in de wijk Kanaleneiland gewortelde stichting van hulpverleners en vrijwilligers, onder wie veel vrouwen met een Marokkaanse achtergrond. Het doel: de positie in de samenleving verbeteren van inwoners met een migratieachtergrond.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden