M'sieur, je ne suis pas content, ik ben verrukt

Drie keer eerder startte de Tour de France in Nederland en slechts één keer was het een succes: in 1954 in Amsterdam....

PRATEN MET Joop Riethoven over de Tourstart van 1978 is praten over de dood en de regen. Het was voor de derde keer in de toen 75-jarige geschiedenis dat de ronde haar omweg naar Parijs in Nederland begon. Joop Riethoven, plaatselijk wielerorganisator, was daarvoor de verantwoordelijke man. Achttien jaar later haalt hij herinneringen op.

'Regen, regen, regen', verzucht Riethoven met de regelmaat van een tijdrit-specialist. 'Tien dagen lang regende het. Je werd er gek van. Stond je 's morgens op en wat was het eerste dat je hoorde? Regen.'

'Ook dood', verzucht Riethoven bijna even vaak als hij de namen in herinnering roept van personen die hem destijds terzijde stonden. De organisatie van een Tour-start gaat je kennelijk niet in je koude kleren zitten. Het had ook maar weinig gescheeld of Riethoven had zelf ook het loodje gelegd. De avond voor de start werd hij getroffen door een hersenbloeding. Terwijl de proloog letterlijk en figuurlijk in het water viel, vocht de man die een levenswerk had gemaakt van Leiden als Tourstad tegen de dood.

Hoeveel vrolijker is het als de Société du Tour de France voor de eerste keer het startschot buiten Frankrijk laat weerklinken. Het is 1954 en het gebeurt in Nederland. Het is een beloning voor het goede rijden van de Nederlandse wielrenners een jaar eerder. Ze wonnen het ploegenklassement. Bovendien wordt hiermee de groeiende populariteit van de wielersport in Nederland gehonoreerd.

'Het Olympisch Stadion zat in die jaren altijd vol als er wielerwedstrijden waren. Dat was vast pandoer', zegt Henk Faanhof die dat jaar voor de derde keer deelneemt aan de Tour de France. 'Maar het wielrennen werd heel anders beleefd dan nu. Je las het in de kranten en je hoorde het van Jan Cottaar op de radio. Nu rijd je in het wiel mee naar boven. Je kunt het allemaal op de tv volgen. Toen liep de hele stad uit om te zien hoe die kerels er in het echt uitzagen.'

Samen met Hein van Breenen is Faanhof geen onbekend gezicht, beiden zijn Amsterdammers. Faanhof is een geducht sprinter, zowel op de baan als op de weg. 'Maar voor de Zesdaagsen werd ik nooit gevraagd. Henk is te rap, zeiden ze altijd.'

De 73-jarige Faanhof was vóór de Tweede Wereldoorlog met fietsen begonnen. Na de bevrijding pakte hij de draad weer op, won de wereldtitel bij de amateurs in 1949 en werd twee jaar later prof in Frankrijk. Foto's in zijn woning in de Jordaan herinneren aan die glorierijke jaren vijftig.

Op 6 juli 1954 schrijft de Volkskrant over een timmerman die 'van je tourlala, van je tourlala' zingt terwijl hij 'in Tour-cadans' op zijn spijkers slaat. 'Alles in het Olympisch Stadion komt op Touren. Het rennersbedje wordt gespreid.' Voor het luttele bedrag van tachtigduizend gulden is het een week lang feest in Amsterdam. Van je tourlala. Faanhof: 'Dit jaar moesten we 140 duizend gulden betalen om Olympia's Tour naar Amsterdam te halen.'

Het feest begint al op 3 juli. De krant schrijft: 'Bij hotel Krasnapolsky is donderdagavond de kwartiermaker van de staf van de Tour de France in een eigen wagen uit Parijs voorgereden.'

Monsieur Elie Wermelinger is inspecteur-général van de Tour de France. Hij gaat op zijn praatstoel zitten als hem naar zijn bevindingen wordt gevraagd. 'Of ik tevreden ben. . . monsieur, je ne suis pas content. . . ik ben verrukt. Het is prachtig, magnifique. Dit wordt de schitterendste start uit de Tour-historie, mon ami. Vertel ze dat maar. Ach meneer, ik krijg de tranen in mijn ogen.'

Olympisch-Stadiondirecteur Bessem is volgens Faanhof de drijvende kracht achter het Amsterdamse Tour-spektakel. Bessem haalt in 1967 herinneringen op in de Volkskrant. 'De hele week had Amsterdam in een soort Tourroes geleefd. Overal zag je de hoge, witgelakte Tour-camions door de stad rijden. Een drukte van belang voor Krasnapolsky waar het Tour-hoofdkwartier was gevestigd.'

De onderdirecteur van het hotel op de Dam is onder de indruk van de maaltijden die de renners verstouwen. 'Het zijn Rabelaisiaanse massa's. De bestelling van een coureur evenaart een normaal tafeltje van zes personen.'

Op een wielergala, aan de vooravond van de start, worden de deelnemende ploegen gepresenteerd. Faanhof: 'Een groot feest was dat. Het Olympisch Stadion zat helemaal vol. We reden er rond op van die ouderwetse fietsen met van die hoge wielen.' Ook Maurice Garin, de eerste Tourwinnaar, rijdt er een ereronde.

Na afloop van de presentatie zijn de winkels in de binnenstad nog open. Omdat de Tour in de stad is, mag dat tot twee uur 's nachts. Cafés en restaurants gaan de hele nacht door en hebben over klandizie niet te klagen. Op de Dam en het Rokin is er kermis.

Bessem: 'Midden in de nacht om drie uur - of was het al vier uur? - liep het verkeer op de Dam vast. Dat had Amsterdam nog nooit beleefd. Stel je dat eens voor: een verkeersopstopping bij maanlicht.' Faanhof: 'Wij hebben daar allemaal niets van gemerkt. Wij lagen al op bed. De volgende dag ging het gebeuren.'

Om 11.25 uur vertrekken de renners uit het stadion voor een fietstocht van 25 dagen. Als alle 4867 kilometers en vierhonderd meters zijn afgelegd, blijkt Louison Bobet dat het snelst te hebben gedaan. Hij finisht na ruim 140 uur, met een gemiddelde van 34 kilometer en 639 meter.

Bobet heeft het meest te vrezen van de Zwitser Ferdi Kübler, maar die is al na de eerste rit op achterstand gezet. De Italianen zijn niet van de partij bij de start in Amsterdam. Coppi en Bartali hebben een startverbod van hun nationale bond gekregen omdat ze het er in de Giro lelijk bij hebben laten zitten.

Onder leiding van Kees Pellenaars doet Jan Nolten er als beste Nederlander een kwartier langer over dan Bobet. Hij wordt veertiende, maar de meest aansprekende prestatie wordt geleverd door Wout Wagtmans. Hij wint de eerste etappe die van Amsterdam naar het Belgische Brasschaat leidt. In die rit wordt de nieuwe weg van Schiphol naar Haarlem officieel geopend.

Wagtmans verschalkt in Brasschaat Stan Ockers, op wie de Belgen hun hoop hadden gevestigd. 'Maar toen de Wout mij kort voor de meet remonteerde, gevoelde ik mij gelijk een drenkeling die door een stortvloed overspoeld wordt.'

In die eerste etappe wordt Faanhof samen met Kübler gelost als het peloton breekt. Acht etappes later haalt Faanhof in Bordeaux zijn gram. 'Het was de langste etappe van de Tour, 345 kilometer. Er werd pas laat echt gekoerst. Ik demarreerde, Jan Nolten ging mee. Op z'n laatst waren we met z'n zevenen vooruit, acht, negen minuten. Nolten probeerde steeds weg te komen, maar ze lieten hem niet gaan. Ik draaide als derde de baan op. Aanvankelijk dreigde ik ingesloten te raken, maar uiteindelijk won ik gemakkelijk.'

De mooiste herinnering bewaart Faanhof echter aan de aankomst in Parijs. 'We waren weer weg met een klein groepje en ik zal nooit dat geschreeuw van de mensen langs de kant vergeten. Eerst dat kabaal, toen de stilte in de tunnel op weg naar de wielerbaan en daarna weer dat kabaal.' Faanhof finisht als derde in de laatste etappe.

Als de 41ste Tour ten einde is, refereren de Franse media nog eens aan de ontvangst van hun ronde in Nederland. 'Het is een beste beurt voor Amsterdam geweest', meldt de correspondent van de Volkskrant in Parijs. L'Equipe heeft zich verbaasd over de fietspaden die zo mooi langs de autowegen liggen. Het organiserende sportblad besluit als volgt: 'Bonjour Tour. . . et au revoir.'

Dat duurt negentien jaar en is te danken aan de Haagse organisator Cees Kouwenhoven die gek is van wielrennen, aan de gemeente Scheveningen die met de Tour-start een Franse week besluit en aan de directeur van kattenvoeder Felix, die de société financieel tegemoet komt.

Scheveningen wordt geen succes. Ton Vissers kan nauwkeurig vertellen waarom niet: 'Het was vrij slecht georganiseerd. Publiciteit was er nauwelijks en Den Haag is nooit een wielerstad geweest.'

Vissers is dat jaar ploegleider van Canada Dry, opvolger van Willem II-Gazelle waarmee hij in 1967 zijn entree had gemaakt in het peloton. Vissers overbrugt het tijdperk Pellenaars en het tijdperk Post. Het Nederlandse wielrennen heeft buiten Zoetemelk weinig om trots op te zijn en Vissers vraagt zich op 29 juni 1973 af wat hij eigenlijk in de Tour te zoeken heeft.

Het antwoord geeft hij 22 jaar en elf maanden later in zijn achtertuin in Oisterwijk: 'Niets.' Vissers, inmiddels ook al 73 jaar en als wedstrijdorganisator ook nog steeds actief in de wielersport, moet het zonder de geblesseerde Hennie Kuiper stellen. Bovendien wordt Rini Wagtmans vlak voor de start ziek. Dus gaat Vissers van start met de renners De Koning, Janbroers, Kelleners, Krekels, Pustjens, Van der Leeuw, Vrancken, Prinsen, de Belg Noëls en de Portugezen Martins en Oliveira.

'Canada Dry wilde per se aan de Tour meedoen, juist vanwege de start in Scheveningen. Het zou een hoop publiciteit opleveren. De Nederlandse directeur had gezegd dat de sponsoring in principe voor één jaar was, maar de Amerikaanse bazen zouden in de Tour nog een kijkje komen nemen. Misschien dat ze dan toch nog besloten door te gaan. Maar die Amerikanen vonden dat wielrennen niks.'

De proloog op 30 juni wordt op de Scheveningse boulevard verreden. Het parkoers is bochtig, het verloop chaotisch. Luis Ocaña valt over een overstekende hond. De Franse politie, die in dit rondreizende stukje Frankrijk toezicht houdt, ziet zich genoodzaakt in te grijpen.

Vissers: 'Het was een zooitje. Op een gegeven moment reden de ploegleiders vlak voor hun renners, zodat die konden stayeren. Daar hebben de Fransen toen een einde aan gemaakt.' De Volkskrant wijdt zelfs een commentaar aan de Tourstart. De kop luidt: Zwak.

TOCH IS ER ook succes. Joop Zoetemelk mag na het ruim zeven kilometer lange tijdritje als eerste de gele trui aantrekken. Hij draagt hem de volgende dag in triomftocht door zijn geboortestreek, maar moet aan het eind van de dag het geel weer inleveren. Tienduizenden liefhebbers hebben zich in finishplaats Rotterdam verzameld om de Belg Willy Teirlinck de troon te zien bestijgen.

Zoetemelk arriveert als vierde in Parijs. Bij ontstentenis van Eddy Merckx wint Ocaña de Tour de France, zijn uurgemiddelde is 33 kilometer en 931 meter. De ploeg van Vissers trekt geruisloos door Frankrijk en slechts vier renners (Krekels, Van der Leeuw, Martins en Oliveira) bereiken Parijs. Vissers: 'Krekels reed niet eens onaardig, maar het was geen berggeit natuurlijk.'

Joop Riethoven, directeur van een Leids schildersbedrijf en ooit voorzitter van Zoetemelks wielervereniging, is in 1973 verantwoordelijk voor de reclamekaravaan. Een Tourstart in Leiden lijkt hem wel wat. Hij vraagt belet bij directeur Teekens van een slagersketen, groot geworden met de ongeëvenaarde reclameslogan Tast toe, 't is van Teekens.

Hij gaat even gretig in op het verzoek van Riethoven. 'Ik vervolgens naar Lévitan, de baas van de Tour. Hij vroeg eerst 270 duizend gulden, een paar dagen later was dat al 360 duizend gulden. Een hoop geld natuurlijk, maar we konden het toch rond krijgen en eigenlijk valt dat nog wel mee. Frankfurt betaalde twee jaar later 1,2 miljoen. Vanaf dat jaar was het einde zoek.'

Frankfurt zou de Tourstart in 1980 toegewezen krijgen, Leiden is in 1978 aan de beurt. Het wordt een nachtmerrie. De Volkskrant schrijft: 'Leiden zal zich waarschijnlijk nog wel eens drie keer bedenken alvorens nog eens de Tourstart naar Leiden te halen. Letterlijk alles ging mis. Regen en Tour-directie maakten alles kapot.'

Toch lijkt er geen beter moment om de Ronde naar Nederland te halen. Raleigh heeft de gedaante aangenomen van wat later de Posttrein zal heten. Kuiper, Karstens, Knetemann, Lubberding, Raas, Van der Hoek, de Duitser Thalens en de Belgen De Cauwer en Wellens zijn in 1978 de uitverkorenen.

Jan Raas is als snelste renner weer terug van het ruim vijf kilometer lange rondje door Leiden dat overdekt begint en eindigt in de Groenoordhallen, een primeur die dit jaar door Den Bosch met zijn Brabanthallen wordt gekopieerd. In Leiden zijn er maar een paar honderd toeschouwers bereid dertig gulden te betalen voor een droog plekje.

Ook buiten de Groenoordhallen is het niet druk. Het regent onbarmhartig in Leiden. De ploegleiders De Bruyne en De Muer overtuigen Lévitan in hun protest tegen de geldigheid van de proloog. Het zou te gevaarlijk zijn om voluit te rijden. Riethoven: 'Terwijl er later wel prologen zijn geweest, waar het zeker net zo gevaarlijk was.' (Vorig jaar in Saint-Brieuc brak specialist Chris Boardman enkel en pols toen hij tijdens een wolkbreuk onderuit ging).

Winnaar Raas krijgt in de Groenoordhallen nog wel de bloemen en een kus van de miss uitgereikt, maar zijn eindtijd wordt niet in de boeken opgenomen. Bernard Thevenet mag als winnaar van de vorige editie Leiden in de gele trui verlaten.

Maar niet alleen buiten de hal gaat het mis. In de Groenoordhallen laat de Tourdirectie tot onsteltenis van de lokale organisatie reclamedoeken verwijderen. Binnen een straal van een paar honderd meter van de start en finish is alleen de Tour verantwoordelijk voor commerciële uitingen en dat betekent een behoorlijke strop voor de Leidse organisatie.

EEN DAG later is er gerechtigheid als Raas alsnog de trui verovert waarop hij recht heeft. Op het einde van de eerste etappe is hij in Sint Willebrord de snelste sprinter. Bernard Hinault wint dat jaar de Ronde met een gemiddelde van 34 kilometer en 619 meter. Zoetemelk wordt tweede op nog geen vier minuten.

Het einde van de Tour kan Joop Riethoven op de tv volgen, het begin heeft hij van horen zeggen. Als de wereld zich tegen Leiden keert, ligt Riethoven buiten bewustzijn in het ziekenhuis. 'Het gebeurde op de avond van de ploegenpresentatie. De burgemeester had een toespraak gehouden en ik sprak een dankwoord. Ik had een zilveren fietsje cadeau gekregen en dat gaf ik weer aan Eddy Merckx omdat dat de grootste wielrenner aller tijden is.

'Tijdens die plechtigheid kreeg ik zo'n raar gevoel in m'n kop. Ik ben op een gegeven moment naar buiten gelopen. Ik stierf van de pijn. Ik heb om m'n moeder staan roepen. Er kwam iemand naar me kijken. Ik zei: haal een dokter, ik ga hartstikke dood. Alsof m'n kop tussen een schuifdeur zat.'

De Tour is al zes dagen onderweg als de arts vraagt of Joop Riethoven nog kan bewegen. 'Ik had het gevoel dat ik net in bed lag, alsof ik net wakker was geworden.'

Alles blijkt het nog te doen en Riethoven wordt van de rampspoed op de hoogte gebracht. 'Ik spreek geen woord Frans, maar als ik niet was ingestort, dan was dit allemaal nooit gebeurd. Dan hadden ze nooit en te nimmer die proloog ongeldig verklaard. Ik had als een bok op de haverkist gezeten.'

Joop Riethoven is 74 jaar oud en kan het organiseren van wielerwedstrijden nog steeds niet laten. Elk jaar is hij verantwoordelijk voor een criterium in Noordwijk, vlak na afloop van de Tour.

Toen Den Haag afhaakte als mogelijke startplaats van de Tour de France, zat Joop Riethoven alweer in Parijs om Noordwijk als kandidaat naar voren te schuiven. 'Maar het is Den Bosch geworden en het wordt vast fantastisch.'

Met dank aan Wim van Eyle

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden