Lüneburg

Toeristisch Duitsland staat dit jaar in het teken van 'de charmante, romantische stadjes met veel cultuurschatten en vaak een prachtige omgeving'....

Nooit geweten dat zout de hoeksteen van de samenleving is.

Ook nooit geweten dat de zoutindustrie in Lüneburg al in het jaar 956 op gang kwam. En pas in het jaar 1980 tot stilstand kwam.

De sulte dat is Luneborch, zeiden ze al in 1461. Toen ziedden de Lüneburgers per jaar twintigduizend ton zout. In latere eeuwen deed de voor de hand liggende metafoor 'het witte goud' opgeld. Tot op een dag - net als bij het Nederlandse zwarte goud - de baten niet meer opwogen tegen de kosten. De laatste ziederij van Lüneburg sloot in 1980, werd rijksmonument en vervolgens zoutmuseum. .

Het is aan de gebouwen in Lüneburg af te lezen dat het de universiteitsstad aan de Ilmenau heel lang voor de wind is gegaan. Allemaal dankzij dat zout.

Het wemelt er van fraai gevormde trapgevels, exponenten van de Noord-Duitse baksteenarchitectuur die in de Hanzetijd vanuit Lübeck en Rostock met de kooplieden meereisde. Fascinerende gevels met sierlijke, langgerekte 'trappen', gedecoreerd met geglazuurde bakstenen in rood en groen. Te vinden zijn ze vooral aan het plein Am Sande, waarvan de oorsprong teruggaat tot de 12de eeuw, en in de zijstraten van de Markt met het Heinrich-Heinehuis en het vroegere slot, nu gerechtsgebouw.

Maar evenzeer verraadt het schilderachtige Wasserviertel (waterwijk), waar een eeuwenoude loskraan de voormalige haven domineert, de rijkdom van eertijds. En het kroonjuweel is natuurlijk het raadhuis waaraan gedurende bijna vijfhonderd jaren twintig generaties bouwden, van 1230 tot 1720.

Achter de barokke gevel gaat een van 's lands belangrijkste renaissance-interieurs schuil, met veel houtsnijwerk van Albert von Soest. Zaal na zaal zijn de muren en plafonds van boven tot onder beschilderd. Zo had Daniel Frese begin 17de eeuw twee jaren nodig om op het plafond van de 34 meter lange Vorstenzaal de wapens van 150 Roomse en Duitse keizers aan te brengen, van Augustus tot Rudolf II. In die zaal hangen ook fresco's uit de 15de eeuw, terwijl de met goud doorspekte beschilderingen van de Gerechtszaal uit 1330 stammen.

Allemaal met dank aan het zout, waarvan de historie in het zoutmuseum op de voet is te volgen.

Het begin lag in 956, aldus een bewaard gebleven oorkonde, toen koning Otto I de beheerrechten van een zoutziederij (een Saline) overdroeg aan de broeders van het Michaelisklooster in Lüneburg. Van oudsher is Duitsland een van de zoutrijkste landen ter wereld, en dan met name het noordelijkst deel. Zo bevat een liter Lüneburger grondwater 306 gram kookzout, een gehalte van 26 procent wat betekent dat het water nagenoeg verzadigd is (leert het museum).

Aanvankelijk gebruikten de kloosterlingen het gewonnen zout alleen voor eigen gebruik en dat van de buren. Maar toen de haringhandel in Hanzehoofdstad Lübeck een grote vlucht nam - per jaar 70 duizend ton - bleek zout een onmisbaar conserveringsmiddel. De commercie deed haar intrede en Lüneburg groeide uit tot een Hanzestad vanwaar handelsroutes door heel Europa zoutsporen nalieten.

Brot und Salz, Gott erhalt's.

In tal van landen is de combinatie van brood en zout een teken van gastvrijheid, van trouw en vriendschap. In Lüneburg kwam daar ook nog eens welvaart bij, die op het hoogtepunt tweeduizend arbeiders aan het werk hield (destijds mogelijk Europa's grootste commerciële onderneming) en de zoutwinners af en toe ook nog eens inventief maakte. Zo werd in 1782, om het zout makkelijker naar boven te halen, een van de lokale watermolens met de mijn verbonden. Op zich niets bijzonders. Maar de afstand tussen beide bedroeg 1,3 kilometer. Nagenoeg 24 uur per dag was zodoende een 1300 meter lange pompstang in beweging en die hield stand tot 1865.

Een groot deel van het zoutmuseum is authentiek. Men loopt er in de voetsporen van de zoutwinners en zoutzieders en ziet hoe de industrie zich ontwikkelde van primitief tot betrekkelijk modern. En net als de zoutkristallen eindigt de bezoeker in de ziederij, 160 vierkante meter beton waar destijds de constante temperatuur minimaal zeventig graden was. Niet alleen de zoutfabrikanten in Lüneburg zaten er warmpjes bij.

Nooit geweten dat indien morgen al het zeewater verdampt, de aarde onder een veertig meter dikke zoutlaag verdwijnt (zegt het museum).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden