nieuws 7 vragen over duurzaamheidstransities

Lukt het de overheid wel om de SUV en de gehaktbal van burgers af te pakken?

De Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli), een belangrijke adviseur van de regering, komt vandaag met een rapport waarin het de rijksoverheid adviseert hoe de transitie naar een duurzame economie vorm moet worden gegeven. Pakt de overheid het  goed aan? De belangrijkste feiten uit het rapport op een rij.

CPB-directeur Laura van der Geest, minister van Economische Zaken en Klimaat Eric Wiebes, voorzitter van het klimaatberaad Eric Wiebes en Hans Mommaas, directeur Planbureau voor de Leefomgeving bij de overhandiging van het rapport over het Klimaatakkoord. Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Wat mag dat wezen, een transitie?

Een transitie is, volgens het rapport Naar een duurzame economie, een fundamentele systeemverandering die de hele maatschappij raakt. Volgens de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur zijn er nu ten minste drie transities aan de gang: de energie-, de grondstoffen- en de voedseltransitie. De eerste beoogt de uitstoot van CO2 in 2050 naar nul te brengen, de tweede moet een circulaire economie creëren, dus eigenlijk een economie zonder afval, en de derde beoogt een circulaire landbouw. Deze drie zijn ook nog eens onderling met elkaar verweven en daarom duidt de raad deze drie aan als ‘de duurzaamheidstransities’.

Transities zijn toch niet nieuw? We hebben de introductie gehad van het aardgas, de bouw van de Delta-werken...

‘...en de sluiting van de mijnen’, valt Jan Jaap de Graeff, voorzitter van de raad, meteen bij. ‘Dat waren ingrijpende veranderingen, maar wat we nu meemaken, grijpt nog veel dieper in. Neem nou de operatie om de uitstoot van CO2 terug te dringen. Verbrandingsprocessen waarbij we CO2 uitstoten zitten zo diep in ons leven verankerd’ - hij klopt zich op het middenrif- ‘we ademen het zelf uit!’

Met die ingrijpende transities is de overheid op nieuw terrein terechtgekomen. Beleid maken was altijd een kwestie van een beleidsterrein afbakenen, doelen stellen en instrumenten inzetten. Maar met die transities gaat het bij de eerste stap al mis: er valt geen terrein af te bakenen. Dat is juist de kern van die transities: ze raken de hele maatschappij. Daarom onderzocht de raad hoe de overheid dit soort operaties kan sturen.

Wat moet er dan gebeuren?

De overheid moet een visie ontwikkelen, adviseert de  Raad voor de leefomgeving en infrastructuur, op basis van een ‘breed welvaartsconcept’. Daarbij gaat het niet alleen om de ontwikkeling van inkomen en werkgelegenheid, maar ook om zaken als gezondheid, welbevinden, natuur en cultuur.

Dat lijkt een open deur, maar is al politiek gevoelig. Premier Rutte staat juist bekend om zijn afkeer van visie. ‘Voor visie moet je naar de oogarts’, onelinede hij ooit. Maar een visie, zegt De Graeff, moet duidelijk maken wat de samenhang is tussen de duurzame doelen en sociale en economische doelen. En hoe we die transitie willen betalen. ‘Betalen we het uit de collectieve middelen? Of uit heffingen? En wat doen we met de inkomenseffecten? Je zou dat niet per transitie apart moeten vaststellen, maar uitgangspunten moeten kiezen hoe je transities wilt sturen.’

Beprijzen werkt toch het best als je verandering wilt stimuleren?

Economen zeggen het al tientallen jaren: de effectiefste manier om veranderingen af te dwingen, is ‘beprijzing’. Wil je verspilling tegengaan, dan maak je nieuwe grondstoffen duur. Wil je uitstoot van CO2 verminderen, laat iedere fabrikant dan flink betalen voor elke kilo CO2 die hij uitstoot. Vind je het mestoverschot een probleem: maak het duur.

Maar in plaats daarvan probeert de overheid haar doelen vooral te bereiken door experimenten te laten uitvoeren, en door subsidies te verstrekken. De Graeff: ‘Dat is een veilige manier van werken. De overheid verkiest dat omdat ze op vrijwillige basis probeert samen te werken met zo veel mogelijk betrokken partijen. Dat is logisch, maar het betekent dat er oplossingen worden gezocht die aansluiten bij de bestaande praktijk.’ Terwijl het voor zo’n transitie nou juist nodig kan zijn bestaande structuren af te breken en iets heel nieuws te gaan doen.

Vaak duikt de angst op dat beprijzing de concurrentiepositie van het Nederlandse bedrijfsleven zou verslechteren. De Graeff vindt die angst deels terecht, maar vaak overdreven. ‘De productiekosten zijn niet de enige factoren die bepalen of een bedrijf zich hier wil vestigen.’

Een daadkrachtiger aanpak hoeft niet alleen op beprijzing te steunen. ‘Je kunt ook normen stellen in wetgeving. Daarmee schep je voor iedereen meteen duidelijkheid.’

Polderen: is dat de beste weg?

Premier Rutte prijst het Klimaatakkoord wereldwijd aan als een product van polderen. Nederland, vindt hij, is uniek doordat het een vergaand beleid heeft gekozen en daar een breed draagvlak bij heeft gecreëerd.

Maar de procedure bij het Klimaatakkoord is voor veel verbetering vatbaar. Een overheid die een ‘akkoord’ wil sluiten waarin ze zelf partij is, moet onderhandelen, en na het sluiten van een akkoord is er weinig ruimte meer een eigen politiek standpunt in te nemen. Die kant leek het op te gaan toen de ‘Tafels’ van Ed Nijpels hun onderhandelingen begonnen. De politiek was nauw betrokken bij die Tafels, middels het ‘cockpit-overleg’, waar zelfs de fractievoorzitters van de regeringspartijen aan deelnamen.

Totdat Klaas Dijkhoff via De Telegraaf mededeelde dat hij, na die ‘onderhandelingen’, doodleuk zelf een standpunt zou gaan innemen. Daarmee kregen de ‘Tafels’ een heel ander karakter: niet van onderhandelaars voor een akkoord, maar van voorbereiders van een advies. ‘De overheid moet van tevoren duidelijk maken welke rol zij kiest’, zegt De Graeff: ‘Partij in een akkoord, of ontvanger van een advies.’.

De Klimaattafels leverden een lijvig rapport op. Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Zijn tussendoelen noodzakelijk?

Voor zo’n proces dat tientallen jaren omvat, zijn tussendoelen schreeuwende noodzaak. Een doel om in 2050 geen CO2 meer uit te stoten, zou geheel vrijblijvend zijn. Het tussendoel om in 2030 een reductie van 49 procent te halen, zet aan tot spoed.

Maar er zijn risico’s. Zo’n tussendoel kan het zicht op het einddoel belemmeren. De Graeff noemt het voorbeeld van de ondergrondse opslag van CO2. ‘Dat middel wordt ingezet om het doel van 2030 te halen. Maar de vraag is of je dan niet je geld steekt in technieken die uiteindelijk niet de oplossing zijn. Dan haal je misschien je doel van 2030, maar kom je daarna klem te zitten.’ Datzelfde kun je vermoeden bij de inzet van biomassa bij stroomopwekking, of bij het gebruik van gas in plaats van diesel in de scheepvaart.

Niet dat De Graeff van het tussendoel af wil, integendeel. ‘Maar je moet wel goed nadenken of het einddoel daarmee niet uit het zicht raakt.’

Wat is de eindconclusie?

Het rapport betitelt de transities zelf als ingewikkeld, onvoorspelbaar en moeilijk stuurbaar. Daar komt nog een gemeenschappelijke karaktertrek bij: vrijwel niemand wordt direct beter van die transities. De een moet zijn gehaktbal inleveren, de ander zijn vliegreis, een derde zijn ronkende SUV en een vierde krijgt een windmolen aan zijn horizon.

Is de politiek wel in staat zulke veranderingen teweeg te brengen? De Graeff laat een stilte vallen. Dan: ‘Daar spreek ons advies zich niet over uit.’ Weer een stilte. ‘Bij dit soort transities is het onontbeerlijk dat de overheid een stip op de horizon zet. Maar het sturen van processen waar de kost zo ver voor de baat uit gaat, is politiek ongelooflijk ingewikkeld. Daar zal de politiek een hele harde dobber aan hebben. Maar het enige alternatief is de dictatuur.’

Klinkt dat niet alsof wij op een duikplank staan, niet wetend hoe diep en hoe koud het water is, maar toch gaan springen? ‘Zo is het. Maar dat betekent niet dat de zaak hopeloos is. Opvattingen in de samenleving, en dus in de politiek, kunnen zomaar omslaan. Ik sluit niet uit dat dat gebeurt. Dan gaat het natuurlijk niet alleen om Nederland, maar ook om de grote spelers in de wereld. De grote vraag is volgens mij niet of dat gebeurt, maar of dat op tijd gebeurt. Zo moet democratie toch werken.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden