Luisterend oor kan wonderen doen in Roemeense gevangenis

Naam: Willem van Aarle..

Vindt: dat de nieuwe Roemeense reclasseringswerkers de eersten zijn die echt naar de gevangenen luisteren.

Veel Nederlanders houden zich in Roemenië bezig met de verbetering of vervanging van iets dat er al is. Willem van Aarle heeft een zestigurige werkweek aan het opzetten van iets dat helemaal niet bestond: een nationale reclassering.

Van Aarle herinnert zich nog een vergadering met vijftien Roemeense rechters in de beginfase van het project, waarin hij het nut van een reclassering uit de doeken trachtte te doen. 'De helft was totaal niet geïnteresseerd. Je zag die rechters denken: ''Wat wordt daar voor een flauwekul uitgeslagen'.'

Dat Roemenië best een reclassering kan gebruiken, werd Van Aarle eens te meer duidelijk toen hij in Jilava iets te veel zag van een gevangeniscel. 'Vijf bij zes meter, drie stapelbedden, vijftig gedetineerden onder de achttien, alle delicten door elkaar. De kameroudste was een tattoo van twee meter. Hij hoefde maar met zijn vingers te knippen en de andere vijftig gingen stram tegen de muur staan. De blikken van die jongens gingen me door merg en been. Zo wezenloos, zo smachtend naar contact. Als ze al vaardigheden hadden om zich in de maatschappij overeind te houden, raakten ze die in de gevangenis wel kwijt.' Enkele meisjes uit het reclasseringsteam waarmee hij de gevangenis bezocht, barstten achteraf in huilen uit.

De ervaring sterkte Van Aarle in zijn overtuiging dat je in de Roemeense gevangenis met een klein gebaar vaak al een wonder kunt verrichten. Bijna tweehonderd jonge Roemeense reclasseringswerkers worden door hem getraind, in 28 teams, verspreid over heel Roemenië. Voor de gedetineerden ging een wereld open. 'Jullie zijn de eersten die naar ons luisteren', kregen de nieuwe reclasseringswerkers vaak te horen.

Het overgrote deel van de Roemeense gevangenen zit vast voor diefstallen en vermogensdelicten. Het aantal geweldsmisdrijven ligt in Roemenië vele malen lager dan in Nederland. 'In alle steden waar ik kom loop ik een stuk veiliger over straat dan in het Westen', zegt Van Aarle. Op diefstallen staan in Roemenië hoge straffen. Onnodig hoog, stelt Van Aarle. 'Een gast van zestien kan voor het stelen van een autoradio al twee jaar krijgen. Bij ons krijg je daar een alternatieve straf voor.'

Gevolg: de detentiehuizen zitten overvol. De omstandigheden zijn er vaak miserabel, al zijn er ook gevangenissen waar het klimaat sterk is verbeterd - bijvoorbeeld die in Craiova, dankzij een intensieve samenwerking met de penitentiaire inrichting Noord-Holland-Noord.

Dat Van Aarle iets had met Roemenië ontdekte hij toen hij er in 2000 en 2001 in samenwerking met het Nederlands Helsinki Comité een aantal cursussen gaf. Hij werd meteen gegrepen door de combinatie van enthousiasme en totale onervarenheid van de mensen die hij voor zich had. Begin 2002 werd de Nederlandse reclassering gevraagd of iemand zin had in een langdurig Brits project in Roemenië. Van Aarle had geen moeite ja te zeggen.

Het probleem van de meeste Roemenen die hij opleidt is dat ze totaal geen praktische training hebben gehad - de helft van de mensen in de teams heeft een rechtenstudie achter de rug.

Sociale vaardigheden waren geen selectiecriterium. 'Heel vaak lukte het ze gewoon niet met de cliënten te communiceren', zegt Van Aarle. 'Sommigen gedroegen zich als agenten die een verhoor kwamen afnemen. Hier speelt ook mee dat de Roemeense maatschappij nog erg hiërarchisch is. Regels en voorschriften zijn heilig. Je moet ze de hele tijd dwingen te zoeken naar de ruimte voor creativiteit die er ondanks die regels toch is. Zorg dat de cliënten zich voor je openstellen, zodat je ze een beetje kunt beïnvloeden.'

Aan de andere kant zag Van Aarle ook dat mensen uit de teams zich juist te veel met de gevangenen gingen identificeren. Ze begonnen zich verantwoordelijk voor hen te voelen. 'De klassieke valkuil van de hulpverlening: als het fout gaat ligt het niet aan hen, maar aan ons. Ik zeg dan steeds: de reclassering is de harde sector binnen de zachte sector. Die cliënt is verantwoordelijk voor zijn eigen leven. Hoeveel heeft hij ervoor over om echt geholpen te worden? Die vraag hadden de meeste Roemeense gedetineerden zich helemaal nooit gesteld.'

Van verhalen over rechtschapen Roemeense huisvaders die voor hun gezin uit stelen gaan, moet Van Aarle derhalve niet veel hebben. 'Het zijn meestal de zelfde mensen die in de fout gaan als in Nederland. Armoede is niet de enige verklaring. In veel arme gezinnen stelen twee kinderen wel en vijf niet.'

Voor zijn Roemeense teamleden is de Bosschenaar Van Aarle inmiddels 'd'n Willem', de steun en toeverlaat die 's avonds laat nog op zijn mobieltje wordt gebeld om advies inzake cliënten. Van Aarle hanteert geen strakke westerse werkwijze. Veel dingen werken in Roemenië nou eenmaal met persoonlijke contacten. In Craiova ging hij met het team met acht rechters eten.

'Ik maak lange weken, maar ik krijg er veel voor terug', zegt Van Aarle, die na afloop van het Roemeense project graag internationaal actief wil blijven. 'Het enthousiasme van mensen die voor een hongerloontje van honderd euro per maand er helemaal voor gaan, dat werkt aanstekelijk.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden